Bologna: Pinacoteca Nazionale

Zaal in de Pinacoteca Nazionale.

In 2020 moest ik de Pinacoteca Nazionale helaas aan me voorbij laten gaan, aangezien het museum toen vanwege de coronacrisis was gesloten. Toen ik bijna vier jaar later terug was in Bologna, was ik er dus op gebrand de Pinacoteca te bezoeken. Het was ook echt zo’n dag die je het liefst tussen de schilderijen in een museum doorbrengt. Onderweg van Florence naar Bologna regende het al aan één stuk door en eenmaal in Bologna zelf bleef het regenen. Gelukkig is Bologna een stad met kilometers aan galerijen, dus ik kwam droog bij de Pinacoteca Nazionale aan. Ik had besloten vroeg te komen, want het was de eerste zondag van de maand, en dan zijn de nationale musea doorgaans gratis toegankelijk. Veel publiek was er nog niet, maar dat was wel anders toen ik enkele uren later het museum weer verliet.

De Pinacoteca Nazionale bestaat al sinds 1808. Zoals bij zoveel Italiaanse musea het geval is, hangt ook dit museum vol met kunst – bijna uitsluitend schilderijen – die afkomstig is uit kerken en kloosters in en om Bologna. De collectie is enorm, dus ik zal mijn gebruikelijke methode volgen en tien persoonlijke hoogtepunten uitlichten.

1. Veelluik van Bologna – Giotto

Het eerste werk dat ik bespreek, werd niet geschilderd door een kunstenaar uit Bologna, maar door een vreemdeling uit het Toscaanse Florence: Giotto di Bondone (ca. 1266-1337). Zijn veelluik in zaal 3 – ook bekend als de Polittico di Bologna – dateert van ca. 1330 en is daarmee een laat werk van de meester. In het midden zien we de Madonna met het Kind op een troon, met boven hen in een tondo God de Vader. Links zijn Petrus en de aartsengel Gabriel afgebeeld, de engel van de Annunciatie. De tekst op de boekrol in zijn hand is dan ook die van een Ave Maria. Rechts zien we de aartsengel Michael die een draak doodt, alsmede de apostel Paulus. Onderin zijn nog vijf tondi geschilderd met daarin de gezichten van, van links naar rechts, Johannes de Doper, de Maagd Maria, Jezus Christus, Johannes de Evangelist en Maria Magdalena. Aangenomen wordt dat het veelluik werd geschilderd voor een kapel in het apostolisch paleis in Bologna. Deze Rocca di Galliera was gebouwd door kardinaal Bertrando del Poggetto (ca. 1280-1352) en moest dienen als tijdelijke pauselijke residentie. Het doel van de kardinaal was namelijk om Paus Johannes XXII (1316-1334) te bewegen terug te keren vanuit Avignon naar Rome.

Polittico di Bologna – Giotto.

De Rocca di Galliera werd in 1334 verwoest door een woedende meute. Gelukkig werd het altaarstuk van Giotto bij die gelegenheid gered en op enig moment naar de kerk van Santa Maria degli Angeli overgebracht. Van daaruit belandde het in de Pinacoteca Nazionale. Aanvankelijk werd het altaarstuk in stukken gezaagd, maar in 1894 werd het weer in elkaar gezet. Het veelluik is aan de voet van de troon gesigneerd met de woorden OP[VS] MAGISTRI IOCTI DE FLORENTIA, “een werk van meester Giotto uit Florence”. Toch kunnen we vraagtekens plaatsen bij de betrokkenheid van de grote meester zelf.[1] Giotto was in 1330 al ruim in de zestig. Hij stond aan het hoofd van een groot atelier en had vele assistenten en leerlingen voor zich werken. Het Veelluik van Bologna is kundig uitgevoerd, maar niet exceptioneel goed of origineel. Het is vooral interessant voor diegenen die, zoals uw auteur, alles van Giotto gezien willen hebben.

Polittico di Bologna (detail).

Polittico di Bologna (detail).

Handtekening van Giotto.

2. Johannes – Vitale da Bologna

Slapende Johannes – Vitale da Bologna.

Met Vitale da Bologna (ca. 1310-1360) komen we bij een schilder afkomstig uit Bologna zelf. Helaas is over zijn leven niet veel bekend. Voor het klooster naast de kerk van San Francesco schilderde hij in de jaren 1330 een groot fresco van het Laatste Avondmaal. Van het fresco is helaas weinig bewaard gebleven, maar het hoofd van de slapende Johannes tegen de borst van Christus is zeer ontroerend. Liefhebbers vinden het frescofragment in zaal 6.

3. Fresco’s uit de Santa Maria di Mezzaratta

Zeer indrukwekkend zijn de bewaard gebleven fresco’s uit de kerk van Santa Maria di Mezzaratta in zaal 8. Deze kleine kerk bestaat nog steeds en wordt nu doorgaans als Santa Apollonia di Mezzaratta aangeduid (de kerk is wel geseculariseerd). Mezza ratta betekent zoiets als ‘halverwege’; de kerk staat halverwege de stad Bologna en de top van de Colle dell’Osservanza. Tussen 1338 en 1380 werkten tenminste tien verschillende schilders aan de fresco’s in het gebouw. Onder hen waren de genoemde Vitale da Bologna en diens leerling Simone dei Crocifissi (ca. 1330-1399). Later werden de fresco’s bedekt met een laag pleisterwerk. Zwaar beschadigd door vocht werden ze tussen 1949 en 1963 losgemaakt en uiteindelijk naar de Pinacoteca Nazionale overgebracht. Zaal 8 is in wezen een replica van het interieur van de Santa Maria di Mezzaratta: de fresco’s zijn zo geplaatst als ze destijds in de kerk te zien waren. Het grote fresco van de Geboorte van Christus is van Vitale da Bologna zelf. De fresco’s op de muren tonen ons voorstellingen uit de levens van Jozef, Mozes en Jezus.

Geboorte van Christus – Vitale da Bologna.

Verhalen uit het leven van Jozef.

Verhalen uit het leven van Mozes.

4. Paus Urbanus V – Simone dei Crocifissi

Paus Urbanus V – Simone dei Crocifissi.

De al genoemde Simone dei Crocifissi heette eigenlijk Simone di Filippo, maar verwierf kennelijk zijn bijnaam Simone van de Crucifixen door de prachtige kruisbeelden die hij schilderde. In de Pinacoteca Nazionale vinden we vooral grote altaarstukken van deze schilder, maar persoonlijk vond ik een portret van Simone van Paus Urbanus V (1362-1370) het interessantst. Urbanus houdt een tweeluik met Petrus en Paulus vast. Tijdens het pontificaat van deze Urbanus was Avignon de pauselijke residentie. Reeds zijn voorganger Innocentius VI (1352-1362) wilde terugkeren naar Rome, maar dat was lastig omdat een groot deel van Italië, inclusief de Eeuwige Stad, niet meer onder pauselijk gezag stond. De opdracht om de verloren gegane gebieden terug te winnen werd toevertrouwd aan de Spaanse kardinaal Gil Álvarez Carrillo de Albornoz (1310-1367). Diens belangrijkste prestatie was toch wel de inname van de stad Bologna eind 1360. Paus Innocentius VI overleed echter voordat hij daadwerkelijk zijn terugkeer kon plannen.

In 1366 sprak Paus Urbanus V publiekelijk de wens uit om terug te keren naar Rome. In de lente van het volgende jaar begon hij aan de tocht naar de Eeuwige Stad en in juni 1367 kwam hij aan in de haven van Corneto (Tarquinia). Op 16 oktober van datzelfde jaar trok hij aan het hoofd van zijn troepen Rome binnen. Tegen die tijd was zijn trouwe dienaar kardinaal Albornoz al gestorven. De Paus begon energiek aan de restauratie van de kathedraal van San Giovanni in Laterano en het Lateraans Paleis, beide nog altijd zwaar beschadigd door een brand in 1308. Nu echter zijn militaire rechterhand Albornoz was weggevallen, kwamen verschillende Italiaanse steden weer in opstand tegen het pauselijk gezag. Bovendien was de aanwezigheid van de Paus in Frankrijk dringend gewenst vanwege ontwikkelingen in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk. En misschien nog wel belangrijker: de verhuizing terug naar Rome was altijd buitengewoon impopulair geweest bij de Franse kardinalen, die in die tijd de meerderheid binnen het College vormden. Zij zullen een zucht van verlichting hebben geslaakt toen, op 4 september 1370, Paus Urbanus V weer terugkeerde naar Avignon. Tegen het einde van het jaar was hij dood. Pas in 1377 keerde het pausdom definitief naar de Eeuwige Stad terug.

5. Hemel en Hel – Maestro dell’Avicenna

Paradijs en Hel – Maestro d’Avicenna.

Dit kleine werk van Hemel en Hel dateert van ca. 1435. Het is geschilderd door een onbekende meester die kennelijk als de Maestro dell’Avicenna wordt aangeduid. Persoonlijk had ik nog nooit van deze schilder gehoord, en waarom hij is vernoemd naar de Perzische arts Avicenna (Ibn Sina) heb ik helaas niet kunnen achterhalen. Mijn zoektocht online leverde wel op dat de Maestro dell’Avicenna mogelijk in het echt Giovanni di Nicolò Bellini il Vecchio heette. Deze Giovanni was een broer van Jacopo Bellini, de vader van de beroemde Venetiaanse schilders Giovanni (ca. 1430-1516) en Gentile Bellini (ca. 1429-1507). Of de identificatie correct is, durf ik niet te zeggen. In het museum wordt in elk geval nog steeds van de Maestro dell’Avicenna gesproken. De schilder moet goed bekend zijn geweest met de Cappella dei Re Magi in de basiliek van San Petronio in Bologna. Tussen 1408 en 1420 schilderde Giovanni da Modena (ca. 1379-1455) hier prachtige fresco’s, waaronder een voorstelling van Hemel en Hel. Het werk van de Maestro dell’Avicenna is in feite een vrije kopie van deze voorstelling.

6. Huilende Maria Magdalena – Ercole de’ Roberti

Volgens zijn biograaf Giorgio Vasari was Ercole de’ Roberti (ca. 1451-1496) uit Ferrara een notoire dronkenlap. Mede door zijn alcoholisme zou hij jong gestorven zijn. Het verhaal is vermoedelijk een roddel, want de biografie die Vasari schreef rammelt nogal. Zo zou Ercole een leerling zijn geweest van Lorenzo Costa (1460-1535), maar die was een aantal jaar jonger dan hij, dus dat is nogal onwaarschijnlijk. Voor de kathedraal van San Pietro schilderde Ercole de’ Roberti een reeks fresco’s in opdracht van de zoon van ene Domenico Garganelli. Een van de fresco’s stelde een Kruisiging van Christus voor, geschilderd op de rechter muur. Daarvan is alleen een fragmentje van het hoofd van Maria Magdalena bewaard gebleven. Het is niettemin een intens portret. Zie alleen al de opengesperde mond en de tranen onder Maria’s ogen. Vasari beweert dat Ercole in totaal twaalf jaar lang aan de fresco’s in de Cappella Garganelli werkte, zeven jaar voor de fresco’s zelf en nog eens vijf jaar voor het toevoegen van de details a secco. Ook dit is een niet erg geloofwaardig verhaal, maar het lijdt geen twijfel dat Ercole de’ Roberti veel tijd en inspanning in zijn werk heeft gestoken.

Huilende Maria Magdalena – Ercole de’Roberti.

7. Sint Cecilia – Rafaël

Sint Cecilia – Rafaël.

Dit werk in zaal 15 trok nogal wat bezoekers, dus het duurde even voordat ik het goed kon bekijken en fotograferen. Rafaël of Raffaello Sanzio (1483-1520) was natuurlijk niet afkomstig uit Bologna. Zijn thuisstad was Urbino in de Marche en uiteindelijk stierf hij in Rome. Rafaël schilderde zijn altaarstuk met Sint Cecilia voor de kerk van San Giovanni in Monte in Bologna. Dit deed hij zeer waarschijnlijk in opdracht van Elena Duglioli (1472-1520), een rijke, vrome en uitzonderlijk kuise adellijke dame uit die stad. Vermoedelijk werd het werk rond 1517 voltooid. Oorspronkelijk was sprake van een paneelschildering, die in 1798 door de Fransen werd meegenomen naar Parijs. Daar werd het werk enkele jaren later op canvasdoek overgezet. In 1815 keerde Sint Cecilia terug naar Bologna en kon het schilderij in de Pinacoteca Nazionale worden tentoongesteld.

Cecilia wordt beschouwd als de beschermheilige van de muziek, al is nogal onduidelijk waarom eigenlijk. Ze houdt een draagbaar pijporgel vast en er liggen verschillende muziekinstrumenten aan haar voeten. Op haar feestdag (22 november) worden er in de kerk van Santa Cecilia in Rome, waar haar relikwieën worden bewaard, muziekuitvoeringen gegeven. Op het schilderij van Rafaël is Cecilia omringd door vier andere heiligen. Uiterst links staat Paulus met een zwaard en – zeer opmerkelijk – een volle bos haar. Doorgaans wordt hij kalend afgebeeld. Naast hem zien we Johannes de Evangelist met een adelaar. De kerk van San Giovanni in Monte is aan hem gewijd. Rechts van Cecilia staan Sint Augustinus en Maria Magdalena. Het schilderij heeft enkele zeer fraaie details. Let bijvoorbeeld op de patronen op de jurk van Cecilia.

8. De familie Gozzadini – Lavinia Fontana

De een zal het betreuren, de ander zal er zijn schouders over ophalen, maar het is een feit dat de Pinacoteca Nazionale wordt gedomineerd door werken van mannen. Gelukkig vinden we in het museum ook een werk van een van de bekendste vrouwelijke schilders uit Bologna, Lavinia Fontana (1552-1614). Haar vader Prospero Fontana (1512-1597) was ook een schilder en vond het goed dat zijn dochter de kwast opnam, wat in de zestiende eeuw bepaald niet vanzelfsprekend was. Maar Prospero gaf Lavinia zelfs schilderles, waarna ze een reputatie verwierf als een uitstekende portretschilder. In de Pinacoteca Nazionale hangt van haar hand een portret van de familie Gozzadini. Het werd geschilderd in 1584.

Portret van de familie Gozzadini – Lavinia Fontana.

Op het familieportret zien we de zusters Laudomia en Ginevra Gozzadini met hun vader en hun echtgenoten. Het kleine hondje op tafel symboliseert fidelitas, trouw. Op de achtergrond loopt overigens nog een hondje door het beeld. De familieleden kunnen niet voor het portret hebben geposeerd. Vader Ulisse was namelijk allang dood toen Lavinia Fontana in opdracht van dochter Laudomia aan het werk begon, terwijl ook Ginevra Gozzadini al het tijdelijke met het eeuwige verwisseld had. Niettemin is het familieportret een schitterend werk, van zeer hoge kwaliteit, met mooie details. Het enige minpunt is dat het zeer moeilijk goed te fotograferen is vanwege het reflecterende vernis.

9. Zegevierende Samson – Guido Reni

Wie Bologna zegt, zegt Guido Reni. Guido Reni (1575-1642) was de bekendste Barokschilder uit deze stad. Hij was ook zeer productief. Van al zijn werken in de Pinacoteca Nazionale vond ik zijn schilderij van de zegevierende Samson het mooist. De Bijbelse held heeft net met een ezelskaak duizend Filistijnen doodgeslagen. De plek waar dat gebeurde noemde hij Ramat-Lechi (Rechters 15:17), wat ‘kaakheuvel’ betekent. Van al dat moorden had hij vreselijke dorst gekregen. God liet daarop de aarde openbarsten, waarop een bron ontstond. Samson dronk daar vervolgens van. Dat is niet wat we op het schilderij zien: de held drinkt uit de ezelskaak. Volgens deze bron komt dat door een vertaalfout uit het Hebreeuws. Omdat de plek van de slachtpartij ‘kaakheuvel’ werd genoemd, veronderstelde de vertaler dat het water uit de ezelskaak gutste.

Zegevierende Samson – Guido Reni.

Guido Reni schilderde zijn Samson in 1614-1616 voor graaf Luigi Zambeccari. De merkwaardige vorm van het doek kan worden verklaard door het feit dat het was bedoeld voor boven de schoorsteen in het huis van de graaf. Het werk werd later gekocht door kardinaal Girolamo Boncompagni (1622-1684) en kwam na diens dood in 1684 in handen van de Senaat van Bologna. Liefhebbers vinden het tegenwoordig in zaal 24 van het museum. Daar hangt ook een ander indrukwekkend werk van Guido Reni, een Moord op de Onschuldige Kinderen uit 1611, afkomstig uit de kerk van San Domenico in Bologna.

10. Sint Rochus en de engel – Matteo Loves

Sint Rochus en de engel – Matteo Loves.

Als laatste werk in deze bijdrage noem ik een schilderij waarop de pestheilige Sint Rochus is afgebeeld met een engel. Het werk dateert van 1625-1630. De maker was Matteo Loves, een van oorsprong Engelse schilder die werkzaam was in Italië, maar over wie zeer weinig bekend is. Loves geldt als een leerling van Giovanni Francesco Barbieri, beter bekend als Guercino. Ik had eerder werk van Loves gezien in Modena, namelijk een portret van de voormalige hertog Alfonso III d’Este. Het schilderij van Sint Rochus en de engel valt vooral op door de prachtige kleuren.

Website van het museum: Pinacoteca Nazionale di Bologna – Home (beniculturali.it)

Noot

[1] Zie Francesca Flores d’Arcais, Giotto, p. 354-357.

One Comment:

  1. Pingback:Bologna: Museo Civico Medievale – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.