Na mijn bezoek aan de kathedraal van Urbino weet ik zeker dat er voor mij een mooi plekje in de hemel is gereserveerd. Ik bezorgde namelijk een onfortuinlijke Italiaan zijn portemonnee terug. Dat ging als volgt. Terwijl ik door het middenschip van het immense gebouw liep, zag ik plotseling op een van de kerkbanken een voorwerp liggen. Het bleek een goedgevulde leren portefeuille te zijn. Direct liep ik de hele Duomo door om de rechtmatige eigenaar te vinden. Veel mensen waren er niet op dat moment, en geen van hen gaf aan dat de portefeuille van hen was. Eén vrouw meende zich te herinneren dat een man met een roze shirt (una camicia rosa) in de betreffende kerkbank had gezeten. Samen renden we naar buiten om te kijken of de man zich nog in de omgeving bevond. Helaas. Inmiddels waren ook de echtgenoot en de zoon van de vrouw erbij gekomen en met z’n vieren doorzochten we de portefeuille op persoonsgegevens. Een hotelrekening bood uitkomst: daar stond zijn naam op. Het hotel was zo vriendelijk de man – die Dante bleek te heten – op te bellen en vijf minuten later stond hij weer voor de Duomo. Ik heb zelden iemand gezien die zo dankbaar was.
Geschiedenis
De eerste kathedraal van Urbino was San Sergio, een nog steeds bestaande kleine kerk buiten de stadsmuren die praktisch naast het geboortehuis van de schilder Rafaël staat. In 1021 besloot bisschop Teodorico de Duomo een centralere plek te geven. Hij liet een nieuwe kathedraal bouwen op de huidige locatie, maar wel kleiner en met een andere oriëntatie. In de tweede helft van de elfde eeuw liet bisschop Mainardo de nieuwe Duomo vergroten en wijden aan Santa Maria Assunta. Enkele eeuwen later beleefde Urbino een bloeiperiode onder hertog Federico da Montefeltro, die van 1444 tot aan zijn dood in 1482 regeerde. De hertog gaf zijn hofarchitect Francesco di Giorgio Martini (1439-1501) de opdracht de kathedraal te herbouwen in Renaissancestijl. In 1480 of 1481 ging het werk van start, waarna in 1534 de nieuwe kathedraal gewijd kon worden. De koepel werd echter pas in de zeventiende eeuw toegevoegd. Deze is een ontwerp van de lokale architect Muzio Oddi (1569-1639).
Aardbevingen in 1781 en 1789 richtten zware schade aan het gebouw aan. De koepel stortte in en ingrijpende herstelwerkzaamheden waren noodzakelijk. Hiervoor werd de architect Giuseppe Valadier (1762-1839) ingehuurd, die de Duomo voorzag van een gloednieuw neoclassicistisch interieur. In 1801 was de restauratie voltooid. Bovendien had de Duomo een nieuwe gevel gekregen, die was ontworpen door Camillo Morigia (1743-1795), een architect uit Ravenna. De kathedraal van Urbino werd opnieuw het slachtoffer van een aardbeving in oktober 2016. Als gevolg hiervan was het gebouw tot eind 2020 gesloten wegens herstelwerkzaamheden. Hoewel mijn reisgids spreekt van “a big dull neoclassical church”, kan ik een bezoek aan de Duomo zeer aanbevelen. Het gebouw heeft namelijk een aantal interessante kunstvoorwerpen, die grotendeels van voor de herbouw door Valadier dateren. De Duomo is overigens de zetel van het samengestelde bisdom Urbino-Urbania-Sant’Angelo in Vado. Als gevolg hiervan hebben de Duomo’s in de laatstgenoemde stadjes de status van co-kathedraal.
Bezienswaardigheden
De bezoeker die de trap naar de Duomo beklimt, wordt verwelkomd door de beelden van Sint Crescentinus, een soldatenheilige die in 303 de marteldood zou zijn gestorven, en de Zalige Mainardo, de al genoemde bisschop van Urbino die rond 1088 overleed. Het was Mainardo die tijdens zijn episcopaat de overblijfselen van Sint Crescentinus uit Città di Castello liet overbrengen. Crescentinus geldt sindsdien als de beschermheilige van Urbino. Hij is afgebeeld met een draak aan zijn voeten, want volgens de legende zou hij zo’n monster hebben verslagen. Op de gevel zijn nog meer beelden geplaatst. In het midden zien we de drie theologische deugden, Geloof, Hoop en Naastenliefde. Zij worden geflankeerd door beelden van Sint Augustinus en Johannes Chrysostomos, een vijfde-eeuwse patriarch van Constantinopel. Ik heb niet kunnen achterhalen waarom voor beelden van deze heiligen is gekozen.
Binnen in de kathedraal vinden we aan de linkerzijde onder meer de fraai gedecoreerde doopkapel met stucwerk van Antonio Trentanove (1745-1812). Het derde altaar links heeft een schilderij van de Byzantijnse keizer Heraclius met het kruis, een werk van de Venetiaanse schilder Palma il Giovane (ca. 1548-1628). Eenmaal in het linker dwarsschip aangekomen stuiten we op een negentiende-eeuws beeldje van Rafaël, Urbino’s beroemdste zoon, die in 1520 op 37-jarige leeftijd overleed. Het beeldje dateert van 1847 en is een werk van Carlo Finelli (1782-1853). Links van het koor betreden we de prachtige Cappella del Santissimo Sacramento. Het hoogtepunt is hier het schilderij van het Laatste Avondmaal van Federico Barocci (ca. 1535-1612). Barocci, zelf afkomstig uit Urbino, schilderde het tussen 1592 en 1599. Het beroemde werk is meerdere malen gekopieerd, en we hadden al eerder een kopie gezien in de Duomo van Pergola. De plafondschilderingen in de kapel zijn van de hand van Antonio Viviani (1560-1620), bijgenaamd il Sordo di Urbino, hetgeen “de dove van Urbino” betekent. Hij was dus ook een lokale schilder, maar echt doof was hij niet. De bijnaam slaat erop dat hij onverstoorbaar aan zijn schilderijen werkte.
Rechts van het koor bevindt zich de Cappella della Concezione. Het altaarstuk is hier een sterk verweerde Madonna met Kind uit de late veertiende eeuw. De mooiste werken zijn echter de beide doeken aan de wanden, de Geboorte van de Maagd van Carlo Cignani (1628-1719) uit 1709 en de Tenhemelopneming van de Maagd van Carlo Maratta (1625-1713) uit 1707. De werken waren geschenken van Paus Clemens XI (1700-1721), die in 1649 in Urbino was geboren als Giovanni Francesco Albani. De schilderijen worden geflankeerd door meer dan twee meter hoge beelden van Zacharias en Jozef (links) en van Isaï (Jesse; de vader van koning David) en Abraham (rechts) die in de periode 1660-1669 werden gemaakt door Alessio Pellegrini. Deze was ook verantwoordelijk voor het stucwerk van het plafond, terwijl de plafondschilderingen met voorstellingen uit het leven van de Maagd en de sibillen (pre-christelijke profetessen) door minder bekende schilders werden vervaardigd.
Meer werken van Federico Barocci vinden we in de kapellen aan de rechterzijde. Ik kan me niet herinneren dat ik diens Sint Cecilia te midden van andere heiligen daar heb gezien. Het is een vroeg werk, duidelijk geïnspireerd door een soortgelijk werk van Rafaël dat thans in de Pinacoteca Nazionale in Bologna te bewonderen is. Misschien is Barocci’s Sint Cecilia verplaatst naar het Museo Diocesano Albani, het museum naast de kathedraal. Zeker wel nog aanwezig is Barocci’s Martelaarschap van Sint Sebastiaan uit 1557-1558. Het werd geschilderd in opdracht van de plaatselijke familie Bonaventura en werd in 1982 het slachtoffer van een wel heel kras staaltje vandalisme (una terribile mutilazione, aldus een informatiebordje). Onbekenden sneden op 16 maart van dat jaar het portret uit van het jongetje aan de onderkant van het schilderij – mogelijk het zoontje van de opdrachtgever – en namen het mee. Pas in 2017 werd het fragment teruggevonden op een antiekmarkt, in beslag genomen en teruggegeven. De teruggave werd gevolgd door een grondige restauratie in 2018-2019. Thans is het schilderij weer in volle glorie te bewonderen en is van de beschadiging nauwelijks nog iets te zien.
Bronnen: Bradt travel guide Umbria & the Marche (2021), p. 270, informatieborden in de kathedraal en Duomo di Urbino – Wikipedia.





Pingback:De kerken van Pergola – – Corvinus –
Pingback:Urbino: Palazzo Ducale en Galleria Nazionale delle Marche (deel 1) – – Corvinus –