In de woonkamer van ons appartement in Fratte Rosa lagen enkele folders met informatie over bezienswaardigheden in de buurt. Eén folder trok direct mijn aandacht vanwege een prachtig kleurrijk fresco van een prekende Johannes de Doper op de voorkant. Onmiddellijk namen we de beslissing dat we dit fresco in het echt wilden zien. Het bleek zich te bevinden in een oratorium in Urbino, een stad die we toch al van plan waren te bezoeken. Het oratorium van San Giovanni Battista wordt nog altijd gebruikt door een lekenbroederschap gewijd aan Johannes de Doper. Achter de neogotische gevel die begin twintigste eeuw werd ontworpen door Diomede Catalucci (1859-1943) gaat een middeleeuws pareltje schuil dat in 1393 werd voltooid. Daarna werden de wanden van het oratorium voorzien van schitterende fresco’s. In Urbino spreekt men daarom graag van de “Sixtijnse Kapel van de Marche”. Ook worden wel vergelijkingen getrokken met de Cappella degli Scrovegni in Padova.
Kruisiging
Verantwoordelijk voor de mooiste fresco’s waren Lorenzo en Jacopo Salimbeni, twee broers uit San Severino Marche, een stadje zo’n 70 kilometer ten zuidoosten van Urbino. Van hun hand zijn het grote fresco van de Kruisiging op de achterwand en de fresco’s met voorstellingen uit het leven van Johannes de Doper op de rechterwand. De linkerwand werd hoofdzakelijk door andere, minder getalenteerde schilders gedecoreerd, van wie de identiteit onzeker is. Over het leven van de broers is helaas ook niet heel veel bekend. Zeker is dat Lorenzo de oudste van de twee was, dat de broers schilderden in de stijl van de Internationale Gotiek en dat ze hun fresco’s in het Oratorio di San Giovanni Battista rond 1416 voltooiden. Dat jaartal kom ik overal tegen, maar waar het precies op gebaseerd is, durf ik niet te zeggen. Onder het fresco van de Kruisiging is nog een lacuneuze tekst te lezen waaruit blijkt dat het in elk geval van na 1400 dateert. Er staat namelijk, als ik het goed lees, ANNO DOMINI MCCCC[…] LAVRENTVS DA SANTO S[…] IACOBVS, oftewel “In het jaar onzes Heren 14XX Lorenzo uit San S[everino], Jacopo”.
De Kruisigingsscène is fantastisch gedetailleerd. Er gebeurt werkelijk van alles. Helemaal bovenin groeit uit het kruis de Levensboom, waarin een moederpelikaan haar nest heeft gemaakt. Ze pikt zichzelf in de borst om de vijf kuikens in het nest met haar eigen bloed te voeden. Ondertussen wordt het nest bedreigd door een slang. Rondom de gekruisigde Christus vliegen grievende engelen rond, waarvan er drie proberen het bloed van de Heiland in een kelk op te vangen. Samen met Christus zijn de goede en de slechte misdadiger gekruisigd. Ze zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden, want de ziel van de goede misdadiger wordt meegenomen door een engel, terwijl een duiveltje er met de ziel van de slechte misdadiger vandoor gaat.
Twee soldaten slaan met stokken of knuppels op de misdadigers in om hun benen te breken. Een soldaat te paard met een dolk op de heup heeft Christus in zijn zij geprikt met een lans, terwijl een andere soldaat hem een spons gedrenkt in azijn aanbiedt. De soldaat te paard rechts roept de Latijnse woorden VERE FILIVS DEI ERAT ISTE. Deze woorden komen uit Mattheus 27:54 en betekenen “hij was waarlijk de Zoon van God!”. In Mattheus worden ze uitgesproken door een naamloze Romeinse centurio. De passage met de soldaat die Christus in de zij prikt, komt uit Johannes 19:34. Soms worden de passages gecombineerd en wordt ervan uitgegaan dat de centurio en de soldaat een en dezelfde persoon waren, een man met de naam Longinus, die zich later zelf tot het christendom bekeerd zou hebben.
De meest dramatische gebeurtenissen spelen zich aan de voet van het kruis af. Maria Magdalena is werkelijk hysterisch en dat geldt ook voor Johannes. De Maagd Maria, moeder van Jezus, is flauwgevallen en wordt ondersteund door drie vrouwen, onder wie ongetwijfeld Maria van Klopas en Maria Salomé. In de ruimte tussen deze figuren zien we een curieus detail: twee vechtende kinderen. Het ene kind beschermt zijn gezicht terwijl het andere een trap uitdeelt. Boven het agressieve jongetje is een kapotte schedel geschilderd, een verwijzing naar de plaats van de Kruisiging: Golgotha, ‘schedelplaats’. Helemaal links nog meer prachtige details: een wit paard met een Romeinse ruiter (met de letters SPQR op zijn tuniek) trapt naar achteren, een moeder trekt haar kind weg en een hond krabt zich. En wat doen de mannen rechts van de Maagd Maria? Het is niet heel goed zichtbaar, maar doorgaans worden hier de soldaten afgebeeld die ruziemaken of dobbelen om de mantel van Christus.

Gebeurtenissen aan de voet van het kruis. Tussen Maria Magdalena en Johannes zien we vechtende kinderen.
Het leven van Johannes de Doper
Het is bijna niet te geloven, maar de fresco’s op de rechterwand zijn nog mooier. In negen voorstellingen wordt het leven van Johannes de Doper uit de doeken gedaan. Zijn vader Zacharias is een priester in de tempel in Jeruzalem. Hij is al op leeftijd en zijn vrouw Elizabeth ook. Kinderen hebben ze niet, want Elizabeth is onvruchtbaar. Tijdens het reukoffer verschijnt, volgens het Evangelie volgens Lukas, plotseling de aartsengel Gabriel aan Zacharias en vertelt hem dat hij een zoon zal krijgen die Johannes zal heten. Zacharias kan de voorspelling niet geloven, waarop Gabriel hem zijn spraakvermogen afneemt. Hij kan de boodschap daarom niet mondeling aan zijn vrouw overbrengen en moet deze opschrijven. De tweede voorstelling is de Visitatie, het bezoek van de Maagd Maria aan haar bloedverwant Elizabeth, die inmiddels enkele maanden zwanger is. We zien ook hoe Maria bij Zacharias wordt geïntroduceerd. Op het derde fresco is Elizabeth net bevallen. Maria houdt het jongetje vast. Zacharias kan nog steeds niet spreken en schrijft dus de naam van zijn zoon op. Tegen de traditie in, maar in lijn met de woorden van Gabriel, noemt hij de jongen Johannes. Johannes wordt vervolgens conform de Joodse rite na acht dagen besneden.
In de vierde voorstelling gaat Maria weer terug naar Nazareth. Ze neemt afscheid van Zacharias en Elizabeth, terwijl links een jonge vrouw het kind Johannes voor het bejaarde echtpaar vasthoudt. Van de vijfde voorstelling is weinig over, maar Maria en de jonge Jezus en Johannes zijn nog goed zichtbaar. Let ook op de ezel achter Maria en de verschillende dieren in de struiken en op de rotsen. De broers Salimbeni slaan dan een decennium of twee over. In de zesde voorstelling is Johannes volwassen en een succesvol prediker. In zijn tuniek van kamelenhaar staat hij ten midden van een grote massa mensen die allemaal gekleed zijn volgens de mode van de vroege vijftiende eeuw. Johannes wordt in de zevende voorstelling Johannes de Doper: inmiddels bebaard doopt hij vele volgelingen in de rivier de Jordaan. Deze rivier zit vol vis, en uiterst links heeft een vogel een vis gegrepen, een prachtig detail. Terwijl op de voorgrond de doop centraal staat, wordt op de achtergrond vrolijk gedronken. Het hoogtepunt volgt dan in de achtste voorstelling: daar doopt Johannes zijn opvolger Jezus Christus in de Jordaan. God de Vader slaat het tafereel gade vanuit de hemel, terwijl de duif van de Heilige Geest op Christus neerdaalt. De tekst op de straal die Jezus met zijn Vader verbindt, lijkt afkomstig te zijn uit Mattheus 3:17: HIC EST FILIVS MEVS DILECTVS IN QVO MIHI CONPLACVI, “Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde”.
In de negende en laatste voorstelling verschijnt koning Herodes Antipas ten tonele. Johannes bekritiseert hem, want de koning is getrouwd met Herodias, de ex-vrouw van zijn broer. Hier stopt het verhaal helaas. Om onbekende redenen werd het leven van Johannes op de linkerwand voortgezet door een andere schilder of andere schilders. Een van hen was waarschijnlijk Antonio Alberti da Ferrara. Van de voorstellingen op deze wand is weinig bewaard gebleven. We zien alleen hoe het hoofdeloze lichaam van Johannes wordt weggedragen en opgebaard. Wat er daarvoor gebeurd is, is natuurlijk wel bekend uit de Bijbel. Herodes Antipas gaf een groot feest en tijdens dit feest danste Salomé, de dochter van Herodias, voor hem. Op haar verzoek liet Herodes Johannes de Doper vervolgens onthoofden door een gardist. De voorstellingen op de linkerwand zijn duidelijk van mindere kwaliteit, zowel qua uitvoering als qua kleurgebruik. Gelukkig vinden we op deze wand ook nog twee fresco’s die wel door de broers Salimbeni zijn geschilderd, te weten een Madonna dell’Umiltà (Madonna van de Nederigheid) met Johannes de Doper en Johannes de Evangelist, en een tronende Madonna met Kind en Sint Sebastiaan en Johannes de Doper.
Bronnen: Bradt travel guide Umbria & the Marche (2021), p. 271; Guide Turistiche Urbino – Oratorio San Giovanni Battista a Urbino; Il ciclo pittorico dell’oratorio di San Giovanni Battista; L’oratorio san Giovanni Battista di Urbino: la “Cappella Sistina delle Marche” | il Ducato


















Pingback:Urbino: San Francesco – – Corvinus –