Rome: San Cesareo in Palatio

San Cesareo in Palatio.

Een korte versie van de geschiedenis van deze kerk zou ongeveer als volgt kunnen luiden: “In het verleden kon ze blijven staan omdat ze voor een andere kerk werd aangezien en ze staat er nog steeds omdat de kerk een populaire trouwlocatie is”. Die versie doet de San Cesareo in Palatio echter bij lange na geen recht. Het gaat hier om een van de vele interessante Romeinse kerken die vanwege beperkte openingstijden moeilijk te bezoeken zijn. Doorgaans is een zaterdagochtend een goed moment om de kerk te bezichtigen. Zorg er dan wel voor dat u dan niet de voorbereidingen verstoort van de trouwerij die vrijwel zeker later die dag zal plaatsvinden.

Geschiedenis

De naam van de kerk betekent ‘Sint Caesarius in het Paleis’. Dat paleis – Palatium in het Latijn – stond natuurlijk op de Palatijn, de heuvel waar de Romeinse keizers leefden (ons woord ‘paleis’ is uiteindelijk van de naam van deze heuvel afgeleid). De San Cesareo in Palatio staat evident niet op de Palatijn. Sterker nog, de kerk staat niet eens in de buurt: de Palatijn ligt ongeveer een kilometer verder naar het noordwesten. Dat roept de vraag op waarom de kerk dan de San Cesareo in Palatio heet. Het antwoord is dat ze eind zestiende eeuw verward werd met een andere kerk die begin vijftiende eeuw uit de geschiedenisboeken was verdwenen. Die andere kerk wordt doorgaans het Oratorio di San Cesareo in Palatio genoemd. Dit oratorium stond wél op de Palatijn en was gewijd aan een tamelijk obscure martelaar uit Terracina. We weten helemaal niets over de ondergang van dit oratorium, maar dat het grondig vergeten werd, staat vast.

Interieur van de kerk.

Iets minder dan 200 jaar later meende de kardinaal en kerkhistoricus Caesar Baronius (1538-1607) dat hij het oratorium herontdekt had. Hij zat er natuurlijk naast, want de hier besproken San Cesareo in Palatio staat aan de Via Appia bij de Baden van Caracalla. Niettemin redde deze vergissing het gebouw dat de kardinaal ten onrechte aanmerkte als het oude oratorium van de sloop. Wat was het gebouw aan de Via Appia dan precies? De Atlas of Ancient Rome schrijft dat er zich twee triclinia of eetzalen onder de huidige kerk bevinden en concludeert dat deze onderdeel waren van een domus of particuliere woning uit de Oudheid.[1] De zalen hadden mozaïekvloeren met zeemotieven. Het is daarom ook mogelijk dat deze ruimtes uit de tweede eeuw niet tot een woning, maar tot een badhuis behoorden. Als dat inderdaad zo is, dan moet dit badhuis overbodig zijn geworden toen de veel grotere Baden van Caracalla in het jaar 216 hun deuren openden.

In de achtste eeuw werd een eerste kerk over de ruïnes van de twee zalen heen gebouwd. Later werd deze kerk herbouwd, maar tegen het jaar 1302 verkeerde ze in vervallen staat. Paus Bonifatius VIII (1294-1303) besloot daarop haar op te nemen in een gasthuis voor pelgrims. De locatie was daarvoor ideaal, want de kerk stond aan de weg naar de catacomben van Sint Sebastiaan die verderop aan de Via Appia liggen. Het lijkt er echter niet op dat het gasthuis een groot succes is geworden. Het terrein werd vervolgens overgedragen aan een groep nonnen, maar hun klooster werd in 1439 ontbonden door Paus Eugenius IV (1431-1447).

Casina del Cardinale Bessarione naast de kerk.

Een volgende stap was dat kardinaal Basilios Bessarion (ca. 1403-1472) een gedeelte van het voormalige gasthuis liet ombouwen tot een particuliere residentie, waar hij omstreeks 1460 zelf ging wonen. Bessarion was een Griek die had deelgenomen aan de Concilies van Ferrara en Florence en zich daarna had bekeerd tot het katholicisme en tot kardinaal was benoemd (zie Ferrara: De Duomo). Het Casina del Cardinale Bessarione staat er nog steeds. Het loont de moeite om even om de San Cesareo heen te lopen om zowel de kerk als het Casina van achteren te bekijken. Voorheen was de voormalige residentie van de kardinaal open voor het publiek, maar helaas is dat niet langer het geval. Sinds 2010 kunt u echter wel de prachtige grafkapel van de kardinaal in de kerk van de Santi Apostoli bezoeken.

De San Cesareo in Palatio, bezien van achteren.

Plafond van de kerk.

Eind zestiende eeuw was Caesar Baronius de titulaire kardinaal van de nabijgelegen kerk van Santi Nereo e Achilleo. Hij geloofde oprecht dat de vervallen kerk naast het Casina de verloren kerk van San Cesareo in Palatio was. Na toestemming te hebben verkregen van Paus Clemens VIII (1592-1605), liet Baronius de kerk grondig restaureren. Deze restauratie werd tussen 1602 en 1603 uitgevoerd. De kerk werd vervolgens verheven tot titelkerk en omgedoopt tot de San Cesareo in Palatio. Nu weten we natuurlijk dat deze naam niet correct is, maar ze is blijven hangen. Een van de beroemdste kardinaal-priesters van de kerk was Karol Józef Wojtyła, de toekomstige Paus Johannes Paulus II (1978-2005), inmiddels heilig verklaard. De kerk die we tegenwoordig zien, is hoofdzakelijk het resultaat van de interventie van Baronius, al waren er natuurlijk in de eeuwen daarna nog verschillende andere restauraties nodig.

De kerk nader bekeken

De eenvoudige gevel van de kerk is een ontwerp van Giacomo della Porta (1532-1602). Hij was de man die de Chiesa Nuova elders in Rome voltooide, de kerk waar kardinaal Baronius zijn laatste rustplaats vond. De fresco’s die ooit de gevel sierden, zijn helaas verdwenen. Rechts van de kerk ziet men een eenvoudig bakstenen gebouwtje. Dat is een priesterswoning.

Het interieur van de kerk is erg interessant, en wederom mogen we kardinaal Baronius daarvoor bedanken. De beste kunstwerken zijn de voorwerpen met Cosmatenversieringen. Deze dateren natuurlijk niet van de late zestiende of de vroege zeventiende eeuw. Het gaat om middeleeuwse voorwerpen (dertiende of veertiende eeuw?) afkomstig uit andere Romeinse kerken. Tijdens de restauratie van Baronius werden ze hierheen verplaatst. Sommige zouden uit de San Giovanni in Laterano komen; in het klooster daarvan wordt nog een aantal originele dertiende- en veertiende-eeuwse Cosmatendecoraties bewaard. Vooral de voorkant van het altaar is prachtig. We zien er verschillende dieren, bijvoorbeeld twee duiven aan weerszijden van een kleine kerk met daarop een kruis. Daaronder zijn nog meer vogels afgebeeld. Deze zijn felgekleurd en mogelijk zijn het paradijsvogels. Links en rechts van de duiven zien we respectievelijk een koppel paarden en een koppel schapen.

Rijkversierde voorkant van het altaar in Cosmatenstijl.

Achter het grote baldakijn uit de zeventiende eeuw staat een Cosmatentroon, met daarop nogmaals de eerdergenoemde paradijsvogels. Daarboven zijn een haan en een leeuw (of misschien een griffioen) afgebeeld. Twee schermen met Cosmatenversieringen die het sanctuarium van het schip scheiden, dienen nu als lessenaars. En dan is er nog de ambo of preekstoel. Naast het gebruikelijke Cosmatenwerk kunnen we hier ook kleine beeldjes van de evangelisten en Adam en Eva bewonderen.

Apsismozaïek.

Van de modernere decoraties moeten we als eerste het plafond noemen (zie de afbeelding hierboven). Dit werd tijdens de restauratie van kardinaal Baronius toegevoegd. Op het plafond zijn Sint Caesarius, twee engelen en het wapen van Paus Clemens VIII afgebeeld. Clemens was de paus die zijn goedkeuring hechtte aan de restauratie van de kerk. De kerk werd van fresco’s voorzien door Giuseppe Cesari, beter bekend als de Cavalier d’Arpino (1568-1640), en zijn leerling Cesare Rossetti (ca. 1565-1626/27). De San Cesareo heeft een apsismozaïek in plaats van een apsisfresco, wat enigszins curieus is voor een kerk uit de zeventiende eeuw. Het werd ontworpen door de Cavalier d’Arpino, die vaak voor Paus Clemens werkte, maar het werd door iemand anders gelegd, te weten de Florentijn Francesco Zucchi (1562-1622). Het mozaïek stelt God de Vader voor met twee grote engelen. Boven God zijn zeven putti (of hoofden van putti) afgebeeld. Mogelijk verbeelden zij de zeven dagen die God nodig had voor de schepping van de aarde. Bij de voeten van God zien we nog eens twee putti.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 194;
  • San Cesareo in Palatio op Churches of Rome Wiki;
  • The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 381.

Noot

[1] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 381.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.