Ferrara: De Duomo

Gevel van de Duomo (foto: Laura Cantero, CC BY-SA 3.0 license).

We parkeerden onze auto op een groot parkeerterrein in de Via Darsena in Ferrara. Dit terrein heeft een naam die Nederlanders wat vreemd in de oren klinkt: het heet namelijk Ex Mof. Met de Duitsers of de Tweede Wereldoorlog heeft het echter niets te maken. Parkeren was hier gratis, dus we lieten onze auto op Ex Mof achter en wandelden naar het historische centrum van de stad. We benaderden het centro storico vanuit het zuiden en liepen langs de Porta Paola, een poort uit de zeventiende eeuw die is vernoemd naar Paus Paulus V (1605-1621). Via de mooie Via San Romano kwamen we uiteindelijk op de Piazza Trento-Trieste uit. En daar stond hij dan, de Duomo van Ferrara, een enorm gebouw dat lijkt op een vliegdekschip dobberend op een rustige zee. Deze kathedraal uit de twaalfde eeuw is terecht beroemd vanwege zijn prachtige gevel, een opmerkelijke combinatie van Romaanse en Gotische architectuur. Helaas werd de gevel op dat moment gerestaureerd, en vermoedelijk is dit project nog steeds niet afgerond. Wat we zagen, was dit:

De Duomo.

Geschiedenis en uiterlijk

Klokkentoren.

De kathedraal van San Giorgio werd in 1135 gewijd. Opmerkelijk is dat er in Ferrara nog een andere kerk gewijd aan San Giorgio staat. Deze vindt men ten zuiden van de rivier de Po. Dit gebouw was de oorspronkelijke kathedraal van de stad. Toen echter de nederzetting op de noordelijke oever in omvang toenam en veel belangrijker werd, werd de kathedraal naar de andere kant van de rivier verplaatst. Die kathedraal is ook de huidige kathedraal. De voormalige kathedraal heet nu de kerk van San Giorgio fuori le mura aangezien ze buiten de muren van de stad staat. In de Duomo is één paus begraven: Paus Urbanus III (1185-1187), die in 1187 in Ferrara was overleden. Helaas bestaat zijn oorspronkelijke graftombe niet meer; deze is vervangen door een cenotaaf uit de vijftiende eeuw, die men aan de linker muur van het koor vindt.

Er is maar weinig bewaard gebleven van de oorspronkelijke kathedraal uit de twaalfde eeuw. Het meest authentieke gedeelte is de gevel, die nu helaas door steigers aan het zicht onttrokken wordt. Het onderste gedeelte, uitgevoerd in roze en wit marmer, is duidelijk Romaans, terwijl het middelste en het bovenste gedeelte voorbeelden van Gotische architectuur zijn (let op de puntbogen). Boven de centrale ingang zien we een lunette met een reliëf van Sint Joris die de draak verslaat, toegeschreven aan een beeldhouwer genaamd Nicholaus of Niccolò. Daarboven is rond 1250 een portiek of loggia aangebracht. Hierin staat een Madonna met Kind. De fries en het fronton zijn versierd met scènes uit het Laatste Oordeel.

De maand september (Museum van de Kathedraal).

De zuidzijde van de Duomo is erg interessant. Hier treffen we de Loggia dei Merciai aan, de Loggia van de Kooplieden. Deze loggia wordt al sinds de Middeleeuwen gebruikt voor een keur aan winkeltjes, ook nu nog. De zuidzijde van de kathedraal had oorspronkelijk ook een portaal, de Porta dei Mesi of Poort van de Maanden. Deze wordt toegeschreven aan de genoemde Nicholaus samen met Benedetto Antelami (ca. 1150-1230). Het portaal was verfraaid met beelden van de hand van een onbekende meester die de maanden voorstellen. Helaas werd de Porta dei Mesi in de achttiende eeuw afgebroken toen de Duomo grondig gerenoveerd werd. Men kan de beelden van de maanden nu bewonderen in het Museum van de Kathedraal aan de overkant van het plein (zie hieronder).

Achter de Duomo treffen we de weinig imposante klokkentoren aan. Deze werd uitgevoerd in roze en wit marmer en ziet er aardig uit, maar de toren is evident veel te laag voor een kathedraal van deze omvang. De klokkentoren werd in de tweede helft van de vijftiende eeuw gebouwd en wordt toegeschreven aan de Renaissance-architect en duizendpoot Leon Battista Alberti (1404-1472). Om de een of andere reden – mogelijk een gebrek aan geld – werd de toren nooit voltooid, hetgeen verklaart waarom hij zo laag is. Achter de Duomo kunnen we nog een blik werpen op de immense apsis van het gebouw, die werd ontworpen door Biagio Rossetti (ca. 1447-1516), de architect die eveneens verantwoordelijk was voor het Palazzo dei Diamanti elders in Ferrara.

Interieur in Barokstijl.

Van het oorspronkelijke middeleeuwse interieur van de Duomo is vrijwel niets meer over. In de achttiende eeuw kreeg het gebouw een make-over in de stijl van de Barok. Als gevolg hiervan ziet de Duomo er van binnen erg modern uit. Om de een of andere reden zijn er netten gespannen tussen de zuilen van het middenschip. Het is me een raadsel welk doel ze dienen. Wellicht hebben ze te maken met de restauratiewerkzaamheden, misschien laat het stucwerk van het plafond los – Ferrara werd in 2012 door een aardbeving getroffen – maar misschien zijn de netten ook wel gewoon bedoeld om de duiven te weren die de kathedraal binnendringen. Omdat ik niet zo’n fan ben van Barokkunst vond ik het interieur van de Duomo, hoewel rijkelijk versierd, niet zo indrukwekkend. Het schilderij van het Martelaarschap van Sint Laurentius door Guercino (1591-1666) was echter erg mooi.

Het beste deel van de Duomo is natuurlijk het immense fresco van het Laatste Oordeel in de schelp van de apsis. Dit werd tussen 1577 en 1581 geschilderd door de lokale kunstenaar Sebastiano Filippi, bijgenaamd Bastianino (ca. 1528-1602). Om optimaal van het fresco te kunnen genieten, moet u wel even het licht aanzetten, wat twee euro kost. Bastianino’s fresco is zeker niet briljant, maar wel erg interessant, niet in de laatste plaats omdat het duidelijk is dat de schilder veel inspiratie ontleende aan het Laatste Oordeel van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel in Rome (geschilderd tussen 1536 en 1541).

Bastianino’s Laatste Oordeel.

Museum van de Kathedraal

Het Museum van de Kathedraal is gehuisvest in de voormalige kerk van San Romano die aan de andere kant van de Piazza Trento-Trieste staat. Een deel van het museum is gevestigd in de voormalige kloostergang, een ander deel in de geseculariseerde kerk zelf. Verschillende voorwerpen uit de middeleeuwse kathedraal kunnen hier bezichtigd worden, bijvoorbeeld de beelden van de maanden van de Porta dei Mesi. Deze beelden uit de vroege dertiende eeuw (ca. 1225-1230) zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Kijk maar een naar het beeld dat september voorstelt (zie de afbeelding hierboven), de traditionele maand van de druivenoogst en het maken van wijn. We zien een man die druiven plukt en in een rieten mand deponeert. Hij heeft zijn tuniek opgebonden en daardoor zijn benen ontbloot. Wellicht heeft hij dat gedaan om vrijer te kunnen bewegen of om de druiven te kunnen stampen met zijn voeten. De kleine details zijn in elk geval fantastisch: het reliëf van de rieten mand, de nerven van de bladeren van de wijnstok, de tuniek van de man en de muts die hij draagt. De beeldhouwer – die de Meester van de Maanden van Ferrara wordt genoemd – moet flink de tijd hebben genomen.

Beelden van de maanden.

Madonna del Melograno – Jacopo della Quercia.

Nog mooier dan de beelden van de maanden is een Madonna met Kind van Jacopo della Quercia (ca. 1374-1438) die bekendstaat als de Madonna del melograno (of della melagrana), de Madonna van de Granaatappel. De opdracht voor het beeld werd in 1403 verstrekt. In september 1406 werd het geplaatst op het altaar in de Duomo dat werd gehuurd door de familie Silvestri (op de voet van het beeld staat “1408”, maar dat jaartal is later toegevoegd en klopt niet). Het beeld is van uitzonderlijke kwaliteit en op het informatiebordje in het museum lezen we:

“The sculpture has always been the object of great devotion by the people of Ferrara, who since the 18th century called it “White Madonna” or, more affectionately, “Madonna of the Bread”, since in the scroll of the law that the Child is clutching in his hand, the characteristic shape of Ferrara’s typical bread [i.e. Coppia ferrarese] can be recognised.”

In 1438 werd in Ferrara een belangrijke kerkvergadering gehouden om een verzoening te bewerkstelligen tussen de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe Kerken. De organisator was Paus Eugenius IV (1431-1447) en de delegatie uit het Oosten bestond uit de Oost-Romeinse keizer Johannes VIII Palaiologos, de patriarch van Constantinopel en zo’n 700 anderen. Nadat verschillende sessies maar weinig resultaat hadden opgeleverd, moest het concilie in 1439 noodgedwongen naar Florence verhuizen. De officiële reden was een uitbraak van de pest in Ferrara, maar de werkelijke reden lijkt van financiële aard geweest te zijn. De discussies sleepten zich nu al acht maanden voort en de Paus had er genoeg van dat hij voor alle kosten opdraaide. De Florentijnse heerser Cosimo de Oudere (1389-1464) toonde zich bereid deze kosten voor zijn rekening te nemen en deze factor gaf waarschijnlijk de doorslag bij de beslissing het concilie naar Florence te verplaatsen.

Reliëf van Kardinaal Bessarion.

Een van de gedelegeerden van de Oosters-Orthodoxe Kerk was een briljante geleerde genaamd Basilios Bessarion (ca. 1403-1472). Hij was de metropoliet van Nicaea en speelde in die hoedanigheid een belangrijke rol tijdens het Concilie van Ferrara en het daaropvolgende Concilie van Florence. Op 5 juli 1439 werd in de Duomo van Florence een Herenigingsdecreet getekend en vervolgens voorgelezen. Het was Bessarion die het Decreet in het Grieks voorlas. De Kerken van het Westen en het Oosten waren nu formeel weer verenigd, maar het hele project klapte het volgende jaar weer in elkaar omdat het Decreet toen in Constantinopel werd verworpen. Bessarion besloot in Italië te blijven. Hij bekeerde zich tot het katholicisme en werd uiteindelijk kardinaal. Hij had het zelfs tot paus kunnen schoppen, maar zijn Griekse achtergrond was daarbij een handicap. Dankzij de kardinaal maakte Italië weer kennis met de Griekse taal, de Griekse literatuur en de Griekse filosofie, en dan vooral met Plato. Bessarion had een uitgebreide bibliotheek vol Griekse manuscripten die hij in 1468 aan de Venetiaanse staat doneerde. Het Museum van de Kathedraal in Ferrara bezit een reliëf met zijn portret. De Latijnse tekst verwijst naar zijn verblijf in de stad tijdens het Concilie van Ferrara (Ferrariae concilium).

Ten slotte heeft het Museum van de Kathedraal een interessante set orgelluiken die werden beschilderd door een van de beroemdste schilders uit Ferrara, Cosmè Tura (ca. 1433-1495). Op de twee middelste luiken staat een voorstelling van de legende van Sint Joris en de draak. Sint Joris – San Giorgio – is de beschermheilige van Ferrara en de Duomo van de stad is, zoals we reeds hebben gezien, aan hem gewijd. De luiken links en rechts vormen samen een voorstelling van de Annunciatie. Links is de aartsengel Gabriel afgebeeld, rechts de Maagd Maria.

Orgelluiken van Cosmè Tura.

Meer informatie over de Duomo en het Museum van de Kathedraal vindt u op de officiële website van Ferrara (hier, hier, hier en hier). Ook het Italiaanse Wikipedia heeft een goed artikel over de Duomo.

4 Comments:

  1. Pingback:Rome: San Cesareo in Palatio – – Corvinus –

  2. Pingback:Ferrara: Palazzo Schifanoia – – Corvinus –

  3. Pingback:Ferrara: Castello Estense – – Corvinus –

  4. Pingback:Ferrara: Santa Maria in Vado – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.