Verona: De Duomo

Duomo van Verona.

Er is veel te zien in het Duomo-complex van Verona. Het complex bestaat naast de kathedraal van Santa Maria Assunta uit het baptisterium van San Giovanni in Fonte, de kerk van Sant’Elena en de kloostergang van de kanunniken (Chiostro dei Canonici). Bij de Duomo werkt het intelligentste personeel van heel de stad. Toen ik in de rij stond bij de ingang kreeg ik een folder in het Nederlands in handen gedrukt van een van de toezichthouders. Toen ik haar vroeg hoe ze wist dat ik een Nederlander was, wees ze naar mijn Capitool reisgids. Het is duidelijk: bij de Duomo worden medewerkers geselecteerd op hun observatievermogen.

Vroege geschiedenis

De eerste kathedraal van Verona stond op de plek waar nu de kerk van Sant’Elena staat, dus net ten noorden van de huidige kathedraal. Het gebouw stond in een rijk gedeelte van het centrum van de stad en kwam mogelijk in de plaats van een tempel voor de Romeinse godin Minerva. De kathedraal werd gewijd tijdens het episcopaat van bisschop Zeno (362-372/380), de latere beschermheilige van Verona. Restanten van het vierde-eeuwse gebouw zijn te zien in de Sant’Elena, waar nog een stuk mozaïekvloer te bewonderen is. De eerste kathedraal was niet erg groot, 16,9 bij 37,5 meter, en ze was dan ook al snel te klein voor de snel groeiende christelijke gemeenschap van de stad. Waarschijnlijk werd al in de vijfde eeuw besloten een grotere kathedraal te bouwen. Om de bouw mogelijk te maken werd de oude kathedraal deels afgebroken, maar het achterste gedeelte werd in verschillende ruimtes opgedeeld, die in gebruik bleven.

Vloer van de tweede kathedraal uit de vijfde eeuw.

De tweede kathedraal werd aldus deels ten westen van de oude en deels op de plaats van de oude kathedraal gebouwd. De afmetingen van het nieuwe gebouw waren 29,2 bij 72,8 meter. Vermoedelijk is de tweede kathedraal in de achtste eeuw door brand of een aardbeving verloren gegaan. Restanten ervan zijn nog te zien in de kloostergang, waar we wederom een blik kunnen werpen op een stuk mozaïekvloer. Deze bevat naast een afbeelding van een grote vaas met duiven ook de mededeling dat Stercorius en Decentius cum suis 300 voet aan vloer hebben gelegd, dat wil zeggen gesponsord. In de achtste en negende eeuw werd een nieuwe kathedraal gebouwd, nu op de plek van de huidige kathedraal. De bouw werd begonnen onder bisschop Annone (ca. 750-780) en voltooid tijdens het episcopaat van bisschop Ratoldo (ca. 799-840). Voortaan werd gesproken van de kathedraal van Santa Maria Matricolare, een naam die ook vandaag de dag nog wel gebruikt wordt.

De Romaanse kathedraal

In 1117 werd Verona getroffen door een zware aardbeving. De schade aan het Duomo-complex was groot. Gelukkig konden de restauratiewerkzaamheden snel ter hand genomen worden en rond 1139 was de nieuwe Romaanse kathedraal van de stad voltooid. In 1185 stierf Paus Lucius III (1181-1185) in Verona en werd hij, als enige paus in de geschiedenis, in de kathedraal van de stad begraven. Zijn grafmonument is helaas niet bewaard gebleven, maar aan het einde van de rechter zijbeuk is wel zijn grafsteen aan de muur bevestigd. Lucius werd opgevolgd door Uberto Crivelli, die de naam Urbanus III aannam. In 1187 wijdde hij de herbouwde kathedraal van Verona. Nog hetzelfde jaar kwam hij te overlijden in Ferrara en hij werd dan ook in de kathedraal aldaar bijgezet (ook hier is het grafmonument verloren gegaan).

Chiostro dei Canonici.

Interieur van de Duomo.

De Romaanse kathedraal van Verona is in de basis behouden gebleven. Wel heeft het gebouw in de loop der eeuwen nog belangrijke wijzigingen ondergaan. Deze werden hoofdzakelijk tussen de tweede helft van de vijftiende en het einde van de zestiende eeuw doorgevoerd. Vooral het interieur van de Duomo is in die tijd flink verbouwd. Het gebouw kreeg toen de pijlers van rood Veronamarmer met de witte kapitelen, de arcades met spitsbogen en de hoge kruisgewelven, allemaal in de laatgotische stijl. De werkzaamheden vonden plaats in de overgangsfase van Gotiek naar Renaissance en dat verklaart waarom we ook verschillende Renaissance-elementen in het interieur aantreffen, met name in en rondom de zijkapellen en zeker in het koor van de kathedraal. Het koor werd tijdens het episcopaat van bisschop Gian Matteo Giberti (1524-1543) verbouwd. Tevens kreeg het gebouw toen een nieuwe vloer (1527). Aan de buitenzijde werd de gevel verhoogd in opdracht van bisschop Agostino Valier (1565-1606). In het driehoekige fronton zien we dan ook zijn wapenschild met de kardinaalshoed en de tekst AVG VAL CARD EPISC VERON. De Venetiaan Valier was in 1583 tot kardinaal benoemd.

De huidige vloer van de kathedraal werd in 1880 gelegd en het laatste grote project betrof de (mislukte) poging de klokkentoren af te bouwen. Het verhaal van de campanile is eigenlijk heel merkwaardig. De toren heeft een Romaanse basis uit de twaalfde eeuw, die om onbekende redenen nooit is uitgebouwd tot een volwaardige toren. Het middelste segment dateert van de zestiende eeuw. Het werd oorspronkelijk ontworpen door Michele Sanmicheli (1484-1559), maar uiteindelijk gebouwd onder leiding van zijn neef Bernardino Brugnoli (1539-1584). Die was ook betrokken bij de bouw van de klokkentoren van de kerk van San Giorgio in Braida, die tegenover de Duomo aan de andere kant van de rivier de Adige staat. Brugnoli wist uiteindelijk geen van beide torens te voltooien en mogelijk was gebrek aan geld de voornaamste reden. Het bovenste gedeelte van de toren is de klokkenkamer, gebouwd tussen 1913 en 1925 naar een ontwerp van Ettore Fagiuoli (1884-1961). De klokkentoren is nu 75 meter hoog, maar had veel hoger kunnen zijn als ook de beoogde spits was gerealiseerd. Quod non.

Duomo en Ponte Pietra.

Portaal van Niccolò.

Exterieur

Zonder meer het mooiste element van de gevel is het portaal of pròtiro uit ca. 1139-1140. Het werd gemaakt door de beeldhouwer Niccolò (Nicholaus). Zijn naam is ook terug te vinden op het onderste gedeelte van het portaal, net links van het Lam Gods op de boog. Aan weerszijden van de boog zijn Johannes de Evangelist en Johannes de Doper te zien. De laatstgenoemde wijst naar het Lam en spreekt de woorden ECCE AGNVS DEI uit. In de lunette boven de hoofdingang zien we een beschilderd reliëf met in het midden de Madonna met het Kind. Links zijn de herders afgebeeld en rechts de drie Wijzen uit het Oosten. Het reliëf gaat vergezeld van de Latijnse tekst HIC DOMINVS MAGNVS LEO CRISTUS CERNITVR AGNVS. Dit betekent zoiets als: “Hier ziet men de Heer, de grote leeuw Christus, in de gedaante van een lam”. Onder de lunette zijn de drie theologische deugden gebeeldhouwd, met hun Latijnse namen FIDES, CARITAS en SPES, dus Geloof, Naastenliefde en Hoop.

Zeer indrukwekkend zijn de deurposten van het portaal. Ze worden bewaakt door twee krijgsmannen, Roeland en Olivier uit het befaamde Roelandslied. Roeland is herkenbaar aan de tekst op zijn zwaard (er staat waarschijnlijk DVRINDARDA, een variant op Durendal). Hij draagt een maliënkolder, een helm en een groot vliegervormig schild. Olivier is aanzienlijk lichter gepantserd: hij moet het doen zonder harnas en helm. De andere figuren op de deurposten zijn profeten. Ze zijn herkenbaar aan de Latijnse teksten op de boekrollen en boeken die ze vasthouden. Links zien we in elk geval Maleachi, koning David of Salomo, Baruch en Jesaja. De vijfde profeet, het dichtst bij de deur, kon ik niet identificeren, maar kennelijk gaat het om Daniel. De profeten rechts zouden Habakuk, Haggai, Zacharia, Micha en Joël zijn. De meesten zijn zogenaamde kleine profeten. Baruch was de secretaris van de grote profeet Jeremia.

Madonna met Kind boven de ingang.

Roeland en profeten.

Olivier en profeten.

Vergeet niet ook het zijportaal van de kathedraal te bekijken. Ook dat is zeker de moeite waard. Het beeldhouwwerk hier werd niet door Niccolò, maar door een zekere Peregrinus verzorgd. Over hem is niets bekend, maar hij maakte tevens een reliëf met Christus tussen Petrus en Paulus dat zich thans in het Castelvecchio bevindt. De zuil aan de linkerkant heeft een element met een zeer aparte voorstelling van Jonas die wordt opgeslokt door een zeemonster. Het beest is een pistrix, een monster bekend van voorstellingen uit de klassieke Oudheid. Christenen zagen de drie dagen die Jonas in de buik van het zeemonster moest doorbrengen uiteraard als een voorbode voor de wederopstanding van Jezus Christus op de derde dag.

Jonas opgeslokt door een zeemonster.

Romaanse fries.

Interieur

De fresco’s in het koor zijn van de hand van Francesco Torbido (ca. 1482-1562) en dateren van 1534. De voorbereidende schetsen werden overigens gemaakt door Giulio Romano (1499-1546). Torbido schilderde in de schelp van de apsis een voorstelling van de tenhemelopneming van de Maagd Maria, een verwijzing naar de naam van de kathedraal (Santa Maria Assunta). Op het tongewelf zien we andere voorstellingen uit het leven van de Maagd, te weten haar geboorte en de introductie in de Tempel. Daar weer boven is een Annunciatie geschilderd, waarvan de profeten Jesaja en Ezechiël getuige zijn. Het koor wordt afgesloten door een halfronde colonnade (tornacoro) van Michele Sanmicheli, eveneens uit 1534. Deze vormde de inspiratie voor een soortgelijke colonnade in de kerk van San Fermo Maggiore.

Fresco’s van Francesco Torbido.

De kathedraal heeft aan beide zijden drie ondiepe kapellen (niet meer dan nissen) en twee grote kapellen. Ook aan het einde van iedere zijbeuk bevindt zich een (wederom ondiepe) kapel. Ik kan niet alles bespreken, dus ik beperk me tot enige hoogtepunten. In de eerste kapel links hangt misschien wel het bekendste kunstwerk van de kathedraal, een Tenhemelopneming van Titiaan (ca. 1488-1576). Het werk dateert van 1535 en is daarmee flink wat jonger dan Titiaans Tenhemelopneming in de kerk van de Frari in Venetië. Persoonlijk vind ik het ook wat minder spectaculair. Sterker nog, ik was tijdens mijn bezoek aan de Duomo niet zo goed voorbereid en ben er dus straal aan voorbij gelopen. Liefhebbers kunnen in het aan de Tenhemelopneming gewijde artikel op Wikipedia een afbeelding vinden (alleen Italiaans).

Grafmonument voor bisschop Galesio Nichesola – Jacopo Sansovino.

Arca di Sant’Agata.

Misschien was ik ook wel afgeleid door de mooie graftombe die zich links van de kapel met de Titiaan bevindt. De graftombe is een monument voor Galeso Nichesola, tussen 1509 en 1527 bisschop van Belluno. De verantwoordelijke beeldhouwer was Jacopo Sansovino (1486-1570). We zien de liggende gestalte van de overledene terwijl hij met zijn rechterhand zijn hoofd ondersteunt. Boven hem zijn beelden geplaatst van de Madonna met het Kind, Johannes de Doper en Sint Sebastiaan.

De Cappella Mazzanti is de kapel aan het einde van de rechter zijbeuk. Deze is gewijd aan Sint Franciscus van Assisi en Sint Agatha. Agatha van Sicilië was een maagd die in de derde eeuw de marteldood stierf en van wie volgens de overlevering de borsten werden afgezet met een tang. In de kapel staat de zogenaamde Arca di Sant’Agata, een graftombe uit 1353 van een onbekende meester. Boven op het monument zien we hoe twee beulen de gekruisigde Agatha bewerken met hun martelwerktuigen. In het midden ligt ze op haar doodsbed en in de sarcofaag onder haar liggende gestalte zijn de overblijfselen bijgezet van Maria, de zuster van de al genoemde bisschop Annone. Het beeld op het altaar stelt ten slotte Jakobus de Meerdere voor.

Cappella Calcasoli.

In de tweede kapel rechts, de Cappella Calcasoli, valt vooral het samengestelde altaarstuk op. Het middelste gedeelte ervan stelt de Aanbidding der Wijzen voor en is een werk van Liberale da Verona (ca. 1445-1530). De Aanbidding wordt geflankeerd door vier heiligen. Links zijn dat Rochus en Antonius-Abt en rechts Bartholomeus en Sebastiaan. Verantwoordelijk voor deze werken was Niccolò Giolfino (1476-1555). Hij schilderde ook het bovenste gedeelte van het altaarstuk, dat de Beweging van Christus voorstelt. De mooie fresco’s rondom de kapel zijn van Giovanni Maria Falconetto (ca. 1468-1535). Zie bijvoorbeeld deze afbeelding.

Baptisterium

Het baptisterium van San Giovanni in Fonte is in feite een volwaardige kerk met een middenschip en zijbeuken. Het heeft dus niet de kenmerkende ronde of ovale vorm van veel andere doopkapellen. Het huidige baptisterium dateert van 1123. Het had in elk geval één, maar mogelijk zelfs twee voorgangers, ervan uitgaande dat niet alleen de kathedraal uit de negende eeuw, maar ook de kathedraal uit de Late Oudheid al een doopkapel had. Het baptisterium heeft kleine ramen en is dan ook een nogal donker gebouw.

Het baptisterium.

Het belangrijkste voorwerp in het baptisterium is natuurlijk het doopvont, gemaakt uit een enkel blok marmer en toegeschreven aan de beeldhouwer Brioloto de Balneo, die ook verantwoordelijk was voor het roosvenster van de San Zeno in Verona. Het doopvont bestaat uit een achthoekig bassin met daarin een tweede bassin in de vorm van een klavertje vier. Mensen werden hierin gedoopt door onderdompeling, de klassieke manier van dopen. Het doopvont is versierd met acht reliëfs met voorstellingen uit het leven van Christus. Wie binnenkomt ziet meteen de doop van Christus zelf in de Jordaan. Op de wanden van het baptisterium zien we nog wat fresco’s uit de dertiende en veertiende eeuw. Het grote crucifix uit de vroege vijftiende eeuw wordt toegeschreven aan Giovanni Badile (ca. 1379-1451).

Sant’Elena

De kerk van Sant’Elena werd in de negende eeuw gebouwd op de plek waar de eerste kathedraal van Verona stond (zie hierboven). Ze was gewijd aan Sint Joris en Sint Zeno, en werd gebruikt door de kanunniken van het naastgelegen klooster, die niet onder de bisschop van Verona, maar onder de patriarch van Aquileia vielen. Het was dan ook deze patriarch die de kerk in de negende eeuw wijdde. Nadat ze bij de aardbeving van 1117 zwaar was beschadigd en vervolgens was herbouwd, was het in 1140 opnieuw de patriarch van Aquileia die de wijdingsceremonie verrichte. Helaas heb ik nergens kunnen vinden waarom een kerk die is gewijd aan de heilige Joris en Zeno de Sant’Elena wordt genoemd. Elena is neem ik aan Helena, de moeder van de eerste christelijke keizer van het Romeinse Rijk, Constantijn de Grote (306-337). Hij veroverde in 312 Verona (zie Verona: Overblijfselen van een Romeinse stad).

Sant’Elena.

Net als het baptisterium is de Sant’Elena een tamelijk donkere kerk. Het altaarstuk in de vierkante apsis is van Felice Brusasorzi (1539-1605). Op het schilderij zien we onder meer de al genoemde Sint Helena met het door haar gevonden Ware Kruis. Ook vinden we in de kerk nog een beeldhouwwerk van Giovanni di Rigino (veertiende eeuw). Het interessantst zijn de vloermozaïeken van de eerste kathedraal. Die zijn weliswaar niet van grote schoonheid, maar wel buitengewoon oud.

Bronnen: Capitool Reisgids Venetië & Veneto (2012), Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), het Italiaanse Wikipedia, Churches of Venice, Chiese Verona website en folder.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.