Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 3)

San Cesareo in Palatio.

Dit is deel 3 van het verslag van mijn wandeling langs de Via Appia, van het Circus Maximus naar de Villa van de Quintilii zo’n 8 kilometer verder naar het zuidoosten. De delen 1 en 2 vindt u hier.

Vanaf de Piazzale Numa Pompilio volgde ik de Via di Porta San Sebastiano, de moderne naam van de oude Via Appia. Ik hield er halt bij de kerk van San Cesareo in Palatio. Hoewel de huidige kerk grotendeels aan de kardinaal en kerkhistoricus Caesar Baronius (1538-1607) kan worden toegeschreven, werd de eerste kerk op deze plek al in de achtste eeuw gebouwd. De kerk verrees bovenop twee ruimtes uit de Oudheid. Mogelijk waren dit eetzalen in een particuliere woning of domus, maar de ruimtes kunnen ook onderdeel zijn geweest van een badhuis.[1] De aanwezigheid van mozaïekvloeren met zeemotieven wekt inderdaad de indruk dat de ruimtes werden gebruikt om te baden. Toen de nabijgelegen Baden van Caracalla, besproken in deel 2 van deze serie, in 216 hun deuren openden, werd het oudere badhuis wellicht overbodig. De San Cesareo in Palatio is alleen al vanwege haar uitzonderlijke Cosmatenversieringen een bezoek waard. U dient wel rekening te houden met het gegeven dat de kerk maar zeer beperkt open is voor het publiek.

Naast de kerk vinden we de residentie van kardinaal Basilios Bessarion (ca. 1403-1472). Het gebouw kan niet meer bezocht worden en is vanaf de Via di Porta San Sebastiano nauwelijks te zien. Ik raad daarom aan om even om de kerk heen te lopen, door het Parco San Sebastiano. Vanuit dit park kan men zowel de kerk als de voormalige kardinaalswoning van achteren bewonderen. Wie meer wil weten over Bessarion kan diens herontdekte grafkapel in de kerk van Santi Apostoli elders in Rome bezoeken.

Residentie van Kardinaal Bessarion.

De Graftombe van de Scipiones

Toegang tot de Graftombe van de Scipiones langs de Via Appia.

Ik liep verder langs de Via Appia totdat ik bij de poort van de Sepolcro degli Scipioni kwam. Dit was de familietombe van de illustere familie van de Cornelii Scipiones, een oud patricisch geslacht. Tegenwoordig ziet de graftombe er aan de buitenkant weinig indrukwekkend uit, maar in de Oudheid moet ze een prachtige gevel hebben gehad.[2] Volgens de Romeinse geschiedschrijver Livius was deze gevel voorzien van standbeelden van Scipio Africanus (ca. 235-183 BCE), diens broer Lucius Cornelius Scipio Asiaticus en de dichter Quintus Ennius (ca. 239-169 BCE), een vriend van de familie.[3] Ondanks de aanwezigheid van zijn standbeeld werd Scipio Africanus hier waarschijnlijk niet bijgezet. Om een politiek gemotiveerd proces te vermijden had de grote generaal zich teruggetrokken op zijn landgoed bij Liternum, waar hij in 183 BCE overleed. Daar in Liternum stond zeker een monument voor hem, met daarop de bittere woorden ingrata patria, ne ossa mea quidem habes – “ondankbaar vaderland, jij hebt zelfs mijn gebeente niet”.

De Graftombe van de Scipiones (Sepulcrum Scipionum) werd gemaakt in opdracht van Lucius Cornelius Scipio Barbatus. Hij was consul in 298 BCE en censor in 280 BCE. Tevens was hij de overgrootvader van Scipio Africanus. We weten niet precies wanneer hij stierf, maar het moet ergens tussen 280 en 270 BCE zijn geweest. Zijn sarcofaag is bewaard gebleven en kan tegenwoordig bewonderd worden in de Vaticaanse Musea (waar de meeste mensen het object negeren of door het beeld lopen als u een foto wilt nemen). Ook het grafschrift op de sarcofaag is bewaard gebleven; het somt alle ambten die de overledene heeft bekleed op, alsmede zijn overwinningen op het slagveld. De spelling is erg interessant. Zo lezen we ‘consol’ in plaats van ‘consul’ en ‘aidilis’ in plaats van ‘aedilis’. Toen Scipio Barbatus erin werd bijgezet, was het Sepulcrum Scipionum nog niet verfraaid. De monumentale gevel werd pas halverwege de tweede eeuw BCE toegevoegd. Rond die tijd werd ook een tweede grafkamer uitgegraven omdat de eerste vol was.[4]

De Graftombe van Scipio Barbatus.

Het lijkt erop dat de Graftombe van de Scipiones tot ongeveer 100 CE in gebruik is geweest, al moet daarbij worden aangetekend dat ze in de eerste eeuw door vererving in handen van een andere tak van de gens Cornelia was gekomen, die van de Lentuli. Een van de mensen die hier begraven werden, was Cornelia Gaetulica, dochter van Gnaeus Cornelius Lentulus Gaetulicus, consul ordinarius in het jaar 26. Uiteindelijk vonden rond de veertig leden van de uitgebreide familie hun laatste rustplaats in een van beide grafkamers. Het is mogelijk de overblijfselen van de graftombe te bezoeken, maar dat kan alleen onder leiding van een gids (de poort die naar de graftombe leidt, zit op slot).

De Boog van Drusus en de Porta San Sebastiano

Ik liep langs de Graftombe van de Scipiones en vervolgde mijn wandeling langs de Via Appia. De weg buigt nu steeds meer naar het zuiden af. Vervolgens bereikte ik de Boog van Drusus, een bouwwerk dat zeer interessant is, maar geen enkele relatie heeft met Nero Claudius Drusus (38-9 BCE), de broer van keizer Tiberius en tevens de vader van keizer Claudius. Drusus was een uitstekende generaal, die veel roem vergaarde met zijn veldtochten tegen de stammen van Germania. Onder Drusus werd in ca. 12 BCE een Romeinse aanwezigheid in ons eigen Nederland gevestigd. Helaas voor de Romeinen stierf hij al op jonge leeftijd: hij was pas 29. Zijn dood was kennelijk het gevolg van een val van zijn paard.

De zogenaamde Boog van Drusus.

Drusus werd bijgezet in het Mausoleum van Augustus en werd afgebeeld als een van de deelnemers aan de beroemde processie van het Ara Pacis. Dit Altaar van de Vrede was slechts enkele maanden voor zijn dood ingezegend. Nadat zijn lichaam naar Rome was overgebracht, liet de Senaat een ereboog voor Drusus oprichten. Waar die precies gestaan heeft is niet bekend.[5] We mogen er echter vanuit gaan dat de échte Boog van Drusus al lang geleden verloren is gegaan en dat de zogenaamde Boog van Drusus bij de Porta San Sebastiano een stuk van de Aqua Antoniniana is, het aquaduct dat water naar de nabijgelegen Baden van Caracalla bracht. Van dat aquaduct is alleen de boog over de Via Appia bewaard gebleven. Mogelijk stond deze boog er al voordat de Aqua Antoniniana werd aangelegd.[6]

Slechts 25 meter ten zuiden van de zogenaamde Boog van Drusus verrijst de trotse Porta San Sebastiano, de oude Porta Appia. De Porta San Sebastiano is zonder meer de indrukwekkendste poort in de derde-eeuwse Aureliaanse Muren, door keizer Aurelianus (270-275) gebouwd tussen 271 en 275. De muren hebben een totale lengte van meer dan 18 kilometer en er zijn flinke stukken van bewaard gebleven.[7] De Porta Appia had oorspronkelijk twee doorgangen, vermoedelijk met als doel tweerichtingsverkeer mogelijk te maken. Beide doorgangen waren zes meter hoog. Onder keizer Honorius (395-423) werden ze vervangen door één enkele doorgang. Deze keizer liet tussen 401 en 402 de Aureliaanse Muren versterken. Het lijkt erop dat Honorius tevens verantwoordelijk was voor het toevoegen van grotere en hogere halfronde torens aan de poort. Later in de vijfde eeuw werden de torens omgebouwd tot vierkante bastions, waarvan de bovenste delen nog altijd halfrond zijn.[8]

De Porta San Sebastiano.

In deel 1 van deze serie heb ik al gewezen op het Museo delle Mura, een museum gewijd aan de stadsmuren van Rome. Ik raad iedereen aan dit museum te bezoeken, niet alleen omdat het gratis is, maar vooral omdat vanuit het museum de Aureliaanse Muren zelf heel goed te zien zijn. Sterker nog, men kan er overheen lopen. Op een heldere dag kan men vanaf de muren verschillende Romeinse bezienswaardigheden in de verte zien liggen, bijvoorbeeld de enorme trommel van het Mausoleum van Caecilia Metella (besproken in deel 7), de kerk van Santi Pietro e Paulo uit de Fascistische tijd en het Palazzo della Civiltà Italiana, ook wel het vierkante Colosseum genoemd (zie Rome: A Fascist Past).

Uitzicht vanaf de Aureliaanse Muren op een bewolkte dag.

Naar deel 4


[1] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 381.

[2] Zie voor een reconstructie The Atlas of Ancient Rome, part 2, Tab. 146-147.

[3] Livius 38.56.

[4] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 362-363.

[5] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 364.

[6] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 366 met noot 201.

[7] Deze alinea is gedeeltelijk gebaseerd op Fik Meijer, Via Appia, p. 110.

[8] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 366.

One Comment:

  1. Pingback:Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 7) – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.