Rome: Santa Balbina

De Santa Balbina.

De kerk van Santa Balbina is gemakkelijk te vinden. Ze staat op de oostelijke helling van de Kleine Aventijn en kijkt uit over de gigantische Baden van Caracalla. Het is echter veel moeilijker de kerk ook binnen te komen. Kennelijk hebben mensen al ruim een eeuw grote moeite om de Santa Balbina daadwerkelijk te bezoeken. De kerk is namelijk vrijwel nooit open en de openingstijden die online te vinden zijn, kunnen zeer onbetrouwbaar zijn.

Ik moet toegeven dat ook mijn eerste bezoek op een teleurstelling uitliep. Ook al kwam ik keurig op de aangegeven openingstijden aan, de kerk was gesloten. De hekken van de portiek zaten op slot, maar omdat ik had gelezen dat bezoekers meestal via de zijingang de kerk binnengaan, maakte ik me nog geen zorgen. De zijingang bleek echter ook op slot te zitten. Toen ik terugliep naar de voorkant van de kerk, zag ik een briefje in het Italiaans met de mededeling dat geïnteresseerde bezoekers op een bel in het klooster moesten drukken om toegang tot de kerk te krijgen. Het probleem was echter dat niet duidelijk wat op wélke bel men dan moest drukken. Daar waren er namelijk tien van. Bij de bel die mij het meest voor de hand leek te liggen hing een tweede briefje in het Italiaans. Er stond een mededeling op in de trant van “als u de kerk wilt bezoeken, moet u niet hier aanbellen”. Hoewel mijn voornaamste bron voor deze bijdrage me had gewaarschuwd om niet de orde te verstoren, was dat precies wat er vervolgens bijna gebeurde. Ik drukte namelijk op de verkeerde bel en dat had tot gevolg dat er plotseling een boos hoofd voor een raam verscheen dat mij op onbeleefde toon liet weten dat ik hier niets te zoeken had en dat de kerk gesloten was.

Restanten van de Baden van Caracalla.

Als u deze kerk wilt bezoeken, dan zou mijn advies zijn om ofwel van tevoren te bellen ofwel het op een zondag te proberen direct na de mis (die rond 10:30 uur afgelopen is). De laatstgenoemde strategie werkte perfect voor mij toen ik Rome in juli 2018 weer bezocht. Zelfs de hekken van de portiek stonden open. Toen de mis was afgelopen had ik nog zo’n 30 minuten om de Santa Balbina te verkennen, een kerk die van groot historisch belang is.

Geschiedenis

Interieur van de kerk.

De geschiedenis van de Santa Balbina is sterk verbonden met die van een groot Romeins huis (domus) uit de tweede eeuw. Keizer Septimius Severus (193-211) schonk dit huis aan zijn vriend en bondgenoot, een Romeinse edelman en politicus genaamd Lucius Fabius Cilo. Cilo was consul in 193 en 204, en werd vervolgens tot praefectus urbi benoemd. Toen Severus in 208 naar Britannia vertrok, bestuurde Cilo in feite de stad Rome in z’n eentje. Mogelijk was hij de gezagsdrager die verantwoordelijk was voor de Forma Urbis, een in marmer gebeitelde kaart van de stad Rome. De naam van Cilo en die van zijn veronderstelde echtgenote Celonia Fabia waren de enige namen van particulieren die genoemd werden op deze kaart[1], die was bevestigd aan een buitenmuur van de Bibliotheca Pacis (nu onderdeel van de kerk van Santi Cosma e Damiano). Na de dood van Severus in 211 raakte Cilo al snel uit de gratie bij diens zoon en opvolger Caracalla, die zelfs soldaten op hem afstuurde om hem te vermoorden. De voormalige consul werd vernederd en verminkt, en wist nog maar net het vege lijf te redden.

In de vierde eeuw werd een grote zaal met apsissen aan Cilo’s domus toegevoegd. De Atlas of Ancient Rome stelt dat deze zaal “may have been a colossal dining hall, in which sumptuous banquets for about forty people could have been held, complete with shows of various types (acroamata) that were staged in the central area and included performing musicians, acrobats, and actors”.[2] Ook nu zien we nog altijd vijf nissen aan elke kant, die afwisselend vierkant en halfrond zijn (vier zijn er vierkant en zes halfrond). Mogelijk werden hier de aanligbanken voor het diner in geplaatst, want de oude Romeinen lagen aan terwijl ze aten. In de grote apsis kan de eettafel hebben gestaan, met daaromheen de banken voor de belangrijkste gasten. Het was deze grote zaal die later tot een kerk werd omgevormd, de kerk van Santa Balbina. We weten niet wanneer dit precies is gebeurd. Het kan op ieder moment zijn geweest tussen de late vierde eeuw en het jaar 595, toen de kerk – de titulus Sanctae Balbinae – voor het eerst in historische documenten werd genoemd. De Atlas of Ancient Rome stelt dat, “[e]ntering the church today, one gets an idea, in a way unlike anywhere else in Rome, of the majesty of the residences of the wealthy in this period”.[3] Daar ben ik het zeer mee eens, maar zoals hierboven al vermeld werd: zie eerst maar eens binnen te komen.

Vloer van de Santa Balbina.

De kerk is gewijd aan een vrouwelijke heilige genaamd Balbina, die misschien niet eens bestaan heeft. De geschiedenis van de Santa Balbina is allesbehalve een vrolijk verhaal. Haar apsismozaïek, vermoedelijk uit de negende eeuw, is verdwenen, en gedurende haar hele bestaan is de Santa Balbina door de staf van steeds weer andere Romeinse kerken beheerd, bijvoorbeeld van de San Paolo fuori le Mura (in de vroege elfde eeuw) en de nabijgelegen Santa Maria in Cosmedin (in de vroege dertiende eeuw). De kerk en het naastgelegen klooster kwamen in de negentiende eeuw in handen van Franciscaanse zusters. Het klooster werd eerst gebruikt als huis waar prostituees werden heropgevoed en vervolgens als weeshuis. Tegenwoordig is het een rustoord voor bejaarden, wat verklaart waarom sommige van de kerkgangers die ik tijdens de zondagsmis zag echt stokoud waren. Hoewel de situatie nu heel anders is, was dit gedeelte van de Aventijn tot ver in de negentiende eeuw onderdeel van het platteland. De heuvel was toen zeer dunbevolkt en ook vandaag de dag is het nog maar de vraag of de Santa Balbina bestaansrecht heeft als parochiekerk. Klaarblijkelijk wordt de priester al geleend van de nabijgelegen kerk van San Saba.

De kerk die we tegenwoordig zien, lijkt nog steeds op de zaal uit de Oudheid, in elk geval qua structuur. Haar uiterlijk is echter grotendeels het resultaat van een restauratie die werd uitgevoerd door Antonio Muñoz (1884-1960). Ik heb al eerder stilgestaan bij zijn werk aan andere Romeinse kerken, zoals de Santa Sabina (eveneens op de Aventijn) en de San Giorgio in Velabro. Munõz gaf de kerk in feite het uiterlijk waarvan hij aannam dat ze dat in de Middeleeuwen moest hebben gehad. Hoewel het resultaat waarschijnlijk historisch bezien onjuist is, is het best aangenaam om te zien. De portiek met de drie portalen dateert van de twintigste eeuw, maar past vrij goed bij de rest van de kerk.

Artistieke hoogtepunten

Tekens van de dierenriem (foto is gedraaid).

De Santa Balbina is beslist een bezoek waard vanwege haar culturele schatten. Allereerst is daar de vloer. Wellicht dat men in een kerk als deze een Cosmatenvloer zou verwachten, maar de Santa Balbina heeft iets wat nog veel beter is: tussen de simpele gele tegels treffen we verschillende panelen met prachtige mozaïeken aan. Dit zijn originele Romeinse mozaïeken, maar dan net even anders. In de eerste plaats horen ze hier eigenlijk niet thuis. Munõz nam ze mee van de opgravingen die bij de Keizersfora werden verricht, waar archeologisch onderzoek werd gedaan voordat de huidige Via dei Fori Imperiali werd aangelegd. In de tweede plaats werden de mozaïeken gerestaureerd en opnieuw gelegd. Dat neemt niet weg dat ze werkelijk schitterend zijn. Vooral het mozaïek in het rechter gedeelte van het schip, met de twaalf tekens van de dierenriem, is adembenemend.

En nu het woord “Cosmaten” is gevallen: de kerk heeft wel degelijk Cosmatenversieringen. Direct rechts van de hoofdingang staat de graftombe van Stefano de Surdis. Vaak wordt hij ten onrechte als kardinaal aangeduid, maar hij was in werkelijkheid de cappellano del papa, de pauselijke kapelaan. De Surdis stierf omstreeks 1300 en zijn prachtige graftombe werd in 1303 gemaakt door Giovanni di Cosma. Diens naam wordt ook op het monument vermeld:

IOHS FILIUS MAGRI COSMATI FECIT HOC OPUS
(“Johannes, zoon van Meester Cosmas, heeft dit werk gemaakt”)

Graftombe van Stefano de Surdis.

De rest van de inscriptie noemt de naam van de overledene en zijn functie: DOMIN STEPHAN D SURD DNI PP CAPLLAN. De graftombe zelf is een echt meesterwerk. Het bovenste gedeelte bestaat uit een levensgrote beeltenis van de overledene en het onderste gedeelte wordt verfraaid door ingewikkelde Cosmatenversieringen. Alleen al vanwege deze graftombe zou u de kerk moeten bezoeken. Het lijkt me dat de staf van de kerk de bus voor donaties expres naast dít monument heeft gezet.

Als we het schip nader bekijken, zien we dat de kerk een open dak heeft. Een plafond is er nooit geweest. Het huidige dak kan worden toegeschreven aan kardinaal Marco Barbo (1420-1491), die in 1489, slechts twee jaar voor zijn dood, de opdracht gaf voor een nieuwe constructie. Barbo was een geboren Venetiaan. Hij was een bloedverwant van de beroemdere Pietro Barbo, de toekomstige Paus Paulus II (1464-1471; zie Rome: San Marco Evangelista al Campidoglio). Marco Barbo diende vanaf 1478 tot aan zijn dood als bisschop van Palestrina in Lazio en was tevens patriarch van Aquileia.

Fresco’s door de school van Pietro Cavallini.

Onder het dak, in de schelp van de apsis, zien we een fresco uit de late zestiende of vroege zeventiende eeuw dat diende ter vervanging van het lang geleden verdwenen mozaïek dat wellicht van de negende eeuw dateerde. Het fresco werd geschilderd door de Florentijnse kunstenaar Anastasio Fontebuoni (1571-1626). Fontebuoni leverde prima werk af, maar zijn fresco – dat helaas iets beschadigd is – toont wel een aantal heiligen die waarschijnlijk geen van allen ooit bestaan hebben. In het midden zien we Sint Balbina zelf, en ze wordt geflankeerd door haar vader Quirinus en een metgezel genaamd Felicissimus. Op de triomfboog zijn Petrus en Paulus afgebeeld. Het wapenschild dat het bovenste gedeelte van het fresco siert, behoort toe aan Paus Clemens VIII (1592-1605).

In een nis achter in de apsis treffen we een troon aan met nog meer Cosmatenversieringen. Deze dateert van de dertiende eeuw. Sommige nissen aan weerszijden van het schip hebben nog fresco’s, maar die zijn allemaal vervaagd, verweerd en beschadigd. Het fresco in de derde nis aan de linkerkant is echter relatief ongeschonden en kan ook als het beste in de kerk worden beschouwd. We zien bovenin een tondo met Jezus Christus en onderin een Madonna met Kind geflankeerd door vier heiligen. De heiligen zijn Johannes de Doper (zo vermoed ik), Paulus, Petrus en Jakobus (welke Jakobus is niet duidelijk, er waren er minstens twee, de Meerdere en de Mindere). Het fresco wordt toegeschreven aan de school van de grote Romeinse vernieuwer Pietro Cavallini (ca. 1259-1330).

Kruisiging van Petrus.

Ook in andere nissen vinden we interessante frescofragmenten. In de eerste nis aan de rechterkant zien we bijvoorbeeld de restanten van een fresco uit de veertiende eeuw. Het stelt een Madonna met Kind, vier heiligen en een knielende opdrachtgever voor. Een mooi detail is dat het Christuskind een miniatuurkruis vasthoudt. Een deel van het fresco ging verloren toen er een deur in de nis werd gemaakt. In de vijfde kapel links treffen we sporen aan van fresco’s die iets ouder zijn. Veel is er niet van over, maar het fresco van een ondersteboven gekruisigde Petrus is zeer interessant (zie Rome: San Pietro in Montorio).

Onder het hoofdaltaar staat een badkuip van rood marmer. Hierin zouden de overblijfselen van de eerdergenoemde Balbina, Quirinus en Felicissimus worden bewaard. Deze mogen dan geheel fictief zijn, de kerk van Santa Balbina is dat niet. Ik heb drie keer geprobeerd hier binnen te komen, waarvan twee keer zonder succes, maar het was beslist de moeite waard!

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 196;
  • Santa Balbina op Churches of Rome Wiki;
  • The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 381 and p. 383.

Noten

[1] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 381.

[2] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 383.

[3] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 383.

4 Comments:

  1. Pingback:Rome: Santa Balbina – – Corvinus –

  2. Pingback:Rome: San Giovanni a Porta Latina – – Corvinus –

  3. Pingback:Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 2) – – Corvinus –

  4. Pingback:Caracalla: Het Jaar 212 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.