Rome: San Saba

De San Saba.

De kerk van San Saba kan gemakkelijk verward worden met de Santa Sabina. De namen zijn bijna identiek en beide kerken staan op de Aventijn, op zo’n 800 meter van elkaar. Ik haalde de twee zelf door elkaar toen ik een bijdrage schreef over de Siënese kardinaal Enea Silvio Piccolomini, de toekomstige Paus Pius II (1458-1464). Hij was kardinaal-priester van de Santa Sabina, maar ik schreef abusievelijk San Saba.[1] Er zijn enorme verschillen tussen de twee kerken, en ook tussen de twee heiligen waaraan deze kerken gewijd zijn. Waar Sint Sabina een obscure martelares uit de tweede eeuw is die misschien niet eens heeft bestaan, was Sint Sabbas (439-532) een historisch persoon en nog een belangrijke ook. Hij speelde een sleutelrol in het oosterse kloosterleven en was in 483 verantwoordelijk voor de stichting van de lavra van Mar Saba, een klooster ten oosten van Bethlehem.

Vroege geschiedenis

De kerk van San Saba staat op de Kleine Aventijn (Piccolo Aventino), een van de twee toppen van deze heuvel. Het godshuis staat net ten zuiden van de Viale Aventino en niet ver van het kantoor van de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties, een schoolvoorbeeld van Fascistische architectuur in Rome (ik schreef er hier meer over). Monniken afkomstig van Mar Saba vestigden zich in 645 op deze plek en stichtten er een kerk – meestal spreekt men van “een oratorium” – en een klooster. Deze mensen spraken Grieks en volgden de Byzantijnse rite. Waarom kwamen deze monniken dan naar Rome? Het meest plausibele antwoord is: angst. Volgens één bron vluchtten ze naar het westen toen de legers van de Perzische koning Khusro II in 614 Jeruzalem veroverden en het Ware Kruis meenamen (het verhaal wordt hier uitgebreider verteld). De Perzen werden geholpen door joodse bondgenoten. Deze waren erop gebrand wraak te nemen voor eerdere wreedheden die de christenen tegen hun volk hadden begaan. Vele christenen in de stad werden dan ook afgeslacht, al zijn de aantallen genoemd in christelijke bronnen ongetwijfeld overdreven.

Madonna met Kind en Sint Sabbas, fresco toegeschreven aan Jacopo Torriti.

Was dit dan de reden dat de monniken van Mar Saba naar Rome vluchtten? Dat is niet onmogelijk, maar tegelijkertijd geldt dat de Perzen weer uit het Heilige Land verdreven werden door keizer Heraclius. Het klinkt mij niet erg plausibel in de oren dat de monniken dertig jaar gewacht hebben alvorens een oratorium in Rome te stichten. Volgens andere bronnen sloegen de monniken op de vlucht voor de oprukkende legers van de Islam. In 637 namen troepen van het Kalifaat van de Rashidun Jeruzalem in. De stad kwam pas weer in christelijke handen toen de legers van de Eerste Kruistocht haar in 1099 veroverden. Als de monniken van Mar Saba – dat overigens bleef functioneren onder islamitische bezetting – in 637 wegvluchtten uit het klooster, dan past dat uitstekend bij het stichtingsjaar 645 voor het complex van San Saba in Rome.

De monniken hoefden bij de bouw van het complex niet helemaal bij nul te beginnen. Volgens de kerk zelf stond er reeds een grote zaal met een apsis uit ca. 400 op deze plek. Het bestaande gebouw werd omgevormd tot een oratorium. In het materiaal waarvan de huidige kerk is gebouwd zien we een deel van de grote zaal terug. Volgens een latere traditie was deze zaal een huis dat toebehoorde aan Sint Silvia (ca. 520-592), de moeder van Paus Gregorius de Grote. Zij zou dit huis zelf tot een kapel hebben omgevormd, maar er is geen archeologisch bewijs dat dit verhaal ondersteunt. Het is waarschijnlijk vrome flauwekul.

Latere geschiedenis

De San Saba, gezien van achteren.

De kerk en het naburige klooster waren in de zevende en achtste eeuw erg belangrijk. Toen echter de relatie tussen Rome en Constantinopel na 751 verzuurde, nam het belang van het complex gestaag af. Het jaar 751 was een keerpunt in de geschiedenis. De Longobarden of Lombarden liepen toen het Oost-Romeinse Exarchaat van Ravenna onder de voet. De keizer in Constantinopel kon geen hulp sturen, want hij was zelf verwikkeld in oorlogen tegen de Arabieren en de Bulgaren. Bovendien steunde de keizer het iconoclasme, waartegen in Rome grote afkeer bestond. Omdat de Longobarden nu ook Rome zelf bedreigden, wendde de Paus zich tot een nieuwe grootmacht in het westen, de Franken. In 800 werd een nieuw Romeins Rijk gesmeed in Europa: het Heilige Roomse Rijk. Constantinopel was haar greep op Rome voorgoed kwijt en dit had grote gevolgen voor de monniken op de Kleine Aventijn. Wat eens een bloeiend klooster en een diplomatiek centrum was, sukkelde nu langzaam maar onvermijdelijk de vergetelheid in.

In de tiende eeuw werden de kerk en het klooster geschonken aan de Benedictijnen van Monte Cassino. Zij herbouwden de kerk, en het is hun kerk die we – niettegenstaande alle veranderingen die in latere eeuwen nog zijn doorgevoerd – tegenwoordig kunnen bewonderen. Paus Lucius II (1144-1145) schonk het complex aan een andere congregatie van Benedictijnen, de zogenaamde Cluniacensers, vertegenwoordigers van een hervormingsbeweging. De Cluniacensers voerden in 1205 een grootschalig renovatieproject uit. Een volgende renovatie vond plaats in 1463 (of tussen 1464 en 1471, afhankelijk van de bron), onder auspiciën van kardinaal Francesco Piccolomini. Hij was zowel Enea Silvio Piccolomini’s neef als de toekomstige Paus Pius III.[2] De San Saba werd pas in 1931 een parochiekerk. Daar ging een grondige restauratie aan het begin van de twintigste eeuw aan vooraf, gevolgd door een tweede in 1932-1933. Het complex wordt tegenwoordig beheerd door Jezuïeten. Er lijkt sprake te zijn van een zeer actieve parochie, die vele activiteiten organiseert voor de burgers in dit deel van Rome. De kerk staat in wat tegenwoordig een rustige woonwijk is, maar daarbij moet men wel bedenken dat dit deel van de stad eeuwenlang vrijwel onbewoond is geweest.

Ingang vanaf de Via di San Saba.

De San Saba verkennen – exterieur

De kerk heeft een ingang aan de Via di San Saba, maar ook een aan de Piazza di Gian Lorenzo Bernini achter de kerk. Omdat de deur aan de voorkant nog dicht was, ging ik hier de San Saba binnen tijdens mijn bezoek in januari 2017. Ik zou iedereen willen aanraden een rondje om de kerk te lopen om een idee te krijgen van de proporties van het gebouw (zie de afbeelding hierboven). Wie aan de kant van de Via di San Saba naar binnen gaat, moet eerst een trap beklimmen en dan door een poort gaan (zie de afbeelding links). Men komt dan op een kleine binnenplaats.

De San Saba heeft nog haar oorspronkelijke middeleeuwse gevel, maar deze is nauwelijks zichtbaar. De reden: het zicht wordt geblokkeerd door een portiek die tijdens de restauratie van de vijftiende eeuw is aangebouwd. Boven de portiek zien we een loggia, eveneens in de vijftiende eeuw toegevoegd. Ik moet zeggen dat de portiek er niet erg elegant uitziet en ook niet bijster veel schoonheid uitstraalt. De zes nogal lelijke bakstenen zuilen werden hier door Paus Pius VI (1775-1799) geplaatst. Hij had de originele marmeren zuilen gestolen, een daad die van weinig vroomheid getuigde.[3]

Ridder en valk.

Het gebrek aan schoonheid wordt enigszins gecompenseerd door het feit dat de portiek wel wat weg heeft van een schatkamer. Veel archeologische vondsten uit de omgeving worden hier tentoongesteld. Sommige van de voorwerpen komen mogelijk uit het complex van San Saba uit de tijd dat het nog beheerd werd door de monniken van de Byzantijnse rite. Vooral een reliëf uit de achtste eeuw is in dit verband noemenswaardig. Het wordt omschreven als een “ridder met valk” en de stijl ervan is onmiskenbaar oosters.

De San Saba verkennen – interieur

De kerk is vierbeukig, wat tamelijk ongebruikelijk is. Basilicale kerken hebben doorgaans ofwel drie beuken – een middenschip en twee zijbeuken – ofwel slechts één, maar de San Saba heeft er vier. Een informatiebord buiten de kerk noemt de vierde beuk “misschien een vroege portiek”. Mogelijk verbond deze portiek de kerk met het vorige klooster, dat vermoedelijk links van de kerk stond (het huidige klooster staat er rechts van).

Interieur van de kerk.

De vierde beuk heeft de interessantste decoraties van de San Saba. Hier zijn drie fresco’s bewaard gebleven die worden toegeschreven aan Jacopo Torriti en werden gemaakt in 1296. Ze zijn helaas wel beschadigd. Het fresco aan het begin van de beuk toont een Madonna met Kind en Sint Sabbas (zie hierboven); de twee fresco’s op de zijmuur tonen links een paus (misschien Gregorius de Grote) en twee heiligen, en rechts Sint Nicolaas. Dit laatste fresco – zie hieronder – is intrigerend. Het stelt de heilige voor die drie jonge meisjes helpt die naakt in bed liggen. Het verhaal is dat ze te arm waren om te kunnen trouwen. Omdat ze zich niet eens kleren konden veroorloven, moesten ze gedwongen de hele dag in bed blijven. Op het fresco geeft Sint Nicolaas ze een zak met goud. Het lijkt er dus op dat de oude boef – die dol was op het verwoesten van heidense tempels en die Arius een klap in het gezicht verkocht tijdens het Concilie van Nicea – ook nog wel tot goede daden in staat was.

Sint Nicolaas helpt drie jonge meisjes in bed, fresco toegeschreven aan Jacopo Torriti.

De muren van het middenschip zijn niet versierd, maar de apsis heeft een fresco van een onbekende kunstenaar. Het fresco werd gemaakt ter gelegenheid van de Jubeljaar 1575 en mogelijk verving het een mozaïek dat al aan het afbrokkelen was. Op het fresco zien we een blonde Zegevierende Christus met Sint Sabbas en Sint Andreas. Onder de schelp van de apsis zijn nog meer fresco’s geschilderd. Deze dateren uit de veertiende eeuw. Iets interessanter is het fresco boven de schelp, net onder het dak. Het thema ervan is de Annunciatie en het is een werk van Antoniazzo Romano (1430-1508). Het fresco werd toegevoegd tijdens de restauratie van kardinaal Piccolomini in de jaren 1460.

De kerk heeft een mooie Cosmatenvloer, wellicht gemaakt toen de Cluniacensers de San Saba lieten restaureren aan het begin van de dertiende eeuw. Ook de troon in de apsis heeft Cosmatenversieringen. Ten slotte vinden we in de rechter zijbeuk nog een “ding” in Cosmatenstijl. Voor het geval u zich afvraagt wat het is: het is een deel van de voormalige schola cantorum, de kooromheining die voorheen in de kerk stond.

Gedeelte van de schola cantorum van Vassalletto.

Deze schola heeft een nogal bewogen geschiedenis. Ze werd gemaakt (en gesigneerd) door een zekere Magister Bassallectus, vermoedelijk dezelfde Pietro Vassalletto die een mooie Paaskandelaar maakte voor de basiliek van San Paolo fuori le Mura. Het onderdeel in de San Saba dateert waarschijnlijk van de late twaalfde of vroege dertiende eeuw. De kooromheining werd in de tijd van de Barok ontmanteld, maar aan het begin van de twintigste eeuw weer in elkaar gezet. Daarna werd de omheining opnieuw ontmanteld omdat ze te veel ruimte innam in deze parochiekerk (er was nauwelijks nog ruimte voor de parochianen zelf, zo lijkt het).

Mijn bezoek aan de San Saba was erg leuk. Het is een interessante kerk op een mooie locatie met veel geschiedenis. En niet onbelangrijk: van de suppoosten mogen bezoekers zelfs het toilet gebruiken!

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 205;
  • San Saba on Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Op dat moment niet eens een titelkerk. De San Saba heeft pas sinds 1959 een kardinaal-diaken (dus niet eens een kardinaal-priester)!

[2] Er was op deze plek dus wel degelijk een Piccolomini actief, wat wellicht verklaart waarom ik de Santa Sabina en de San Saba door elkaar haalde.

[3] Pius betekent ‘vroom’ in het Latijn. Deze paus liet ook de Hongaarse nationale kerk afbreken om ruimte te maken voor de nieuwe sacristie van de Sint Pieter. Het verhaal wordt hier verteld.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.