Rome: Santa Sabina

De Santa Sabina.

Het mooiste zicht op de Santa Sabina, een kerk op de Aventijn, hebt u vanuit de Giardino degli Aranci (Sinaasappeltuin), een aangenaam park net ten noorden van de kerk. Het park heeft een uitkijkpunt aan de rand van de heuvel dat een panoramisch uitzicht biedt op de stad, en vooral op de wijk Trastevere aan de andere kant van de Tiber. In de verte kan men ook heel scherp de koepel van de Sint Pieter zien.

De Santa Sabina heeft veel weg van een gigantische ark die hoog boven de muren van het park uitrijst en zich een weg over de Aventijn lijkt te ploegen. De kerk dateert van de vijfde eeuw en heeft altijd haar originele structuur behouden, i.e. die van een klassieke basilica zonder dwarsschip. De kerk is gewijd aan de tweede-eeuwse martelares Sint Sabina, die mogelijk nooit bestaan heeft.

Geschiedenis

Een epigraaf over de stichting van de kerk is bewaard gebleven, dus we weten dat de basiliek werd gebouwd tijdens het pontificaat van Paus Celestinus I (422-432). De bouw begon vermoedelijk in 425 en werd afgerond in 433, het jaar waarin de kerk werd gewijd door de opvolger van Celestinus, Paus Sixtus III (432-440). Noch Celestinus, noch Sixtus hadden echter opdracht gegeven voor de bouw van deze grote basiliek; volgens de overlevering was een priester genaamd Petrus van Illyrië, genoemd in de epigraaf, hiervoor verantwoordelijk. De Piazza Pietro d’Illiria naast de kerk is naar hem vernoemd, maar afgezien van zijn naam en rang (‘presbyter’ volgens de epigraaf) weten we helemaal niets over zijn leven.

Epigraaf over de stichting van de kerk.

Gedurende een groot deel van de Middeleeuwen was Rome een stad die geteisterd werd door geweld. Verschillende belangrijke Romeinse families vochten onderlinge vetes uit en terroriseerden de bevolking. Een van deze families waren de Savelli’s, een familie waaruit twee pausen voortkwamen, beiden genaamd Honorius. Paus Honorius III (1216-1227) heette oorspronkelijk Cencio Savelli.[1] Een van zijn belangrijkste daden was het goedkeuren van de nieuwe Dominicaanse Orde in 1216. De Dominicanen kregen eerst de kerk van San Sisto Vecchio toegewezen (voor wie deze kerk wil bezoeken: ze is al jaren gesloten vanwege een restauratie). Honorius gaf ze vervolgens, in 1218, de Santa Sabina. Daar verblijven ze nog steeds, ook al is hun hoofdkwartier in Rome sinds 1370 de Santa Maria sopra Minerva.

De Clivo di Rocca Savella, alleen toegankelijk voor voetgangers.

Paus Honorius IV (1285-1287), geboren als Giacomo Savelli, was verantwoordelijk voor de bouw van een burcht naast de Santa Sabina, de zogenaamde Rocca Savella. Dit gebouw verving een eerdere burcht, gebouwd door de al even notoire familie Crescenzi. De Rocca stond op de plek waar we nu de reeds genoemde Giardino degli Aranci vinden. Het gebouw werd in de zestiende eeuw afgebroken, maar een aantal van de muren staan er nog en deze omringen nu het park. Deze kunnen het beste bekeken worden vanuit de oude Clivo di Rocca Savella, wat ook de leukste manier is om op de Aventijn te komen. Maar let op: de weg is erg steil.

In 1586 huurde Paus Sixtus V (1586-1590) de architect Domenico Fontana (1543-1607) in om de kerk grondig te verbouwen. Fontana liet onder meer de schola cantorum of kooromheining verwijderen die nog was opgericht door Paus Eugenius II (824-827) in de negende eeuw. Zo’n twintig jaar eerder was het afbrokkelende apsismozaïek al vervangen door een weinig indrukwekkend fresco van de hand van Taddeo Zuccari (1529-1566). Deze Zuccari stierf op vrij jonge leeftijd en dat zou de reden kunnen zijn dat hij niet zo bekend is als zijn jongere broer Federico Zuccari (ca. 1540-1609). Die beschilderde – samen met Giorgio Vasari – de binnenkant van de koepel van de Duomo in Florence. Federico was eveneens actief in de Santa Sabina: hij schilderde fresco’s voor de Kapel van Sint Hyacinthus.

Interieur van de kerk.

In de eerste helft van de twintigste eeuw werden twee ingrijpendere verbouwingen van de basiliek doorgevoerd. Het idee was om de Santa Sabina haar oorspronkelijke middeleeuwse uitstraling terug te geven. De verbouwing van 1914-1919 werden geleid door Antonio Muñoz (1884-1960)[2], die van 1936-1938 door een obscure architect genaamd P. Berthier. Tegenwoordig staat de Santa Sabina bekend om haar grote ramen in de apsis en in de lichtbeuk die veel licht binnenlaten. Andere Romeinse kerken zijn vaak veel donkerder van binnen, maar de Santa Sabina is echt een oase van licht. De oorspronkelijke basiliek uit de vijfde eeuw had al zulke grote ramen, en deze zijn ook wel vergeleken met die van kerken in Ravenna, bijvoorbeeld de Sant’Apollinare in Classe. Omwille van de stabiliteit van het gebouw maakte Fontana de ramen kleiner. Muñoz maakte deze nogal malle interventie weer ongedaan en verdient daarvoor een compliment.

De Santa Sabina verkennen

Zoals hierboven reeds werd vermeld, is de Santa Sabina een zeer grote en lichte kerk. De 24 zuilen in het middenschip, gemaakt van Proconnesisch marmer, zijn erg bijzonder. Meestal zijn de zuilen in Romeinse kerken een samengeraapt zooitje, maar deze zuilen behoren tot een en dezelfde set. Misschien werden ze geroofd uit de Tempel van Juno die vermoedelijk in de Oudheid hier in de buurt op de Aventijn stond. De schola cantorum, ontmanteld door Fontana, werd heropgericht door Muñoz (of door Berthier, ik weet het niet). In feite is de omheining twintigste-eeuws, maar er zijn elementen van de negende-eeuwse omheining van Paus Eugenius in verwerkt. Het fresco van Zuccari in de apsis werd in 1836 overgeschilderd door de invloedrijke Neoclassicistische schilder Vincenzo Camuccini (1771-1844). Het fresco van Christus in Glorie was al niet erg bijzonder, maar de retouches van Camuccini hebben niet voor verbetering gezorgd. Ook de sepiakleurige tondi met de gezichten van heiligen op de triomfboog zijn nauwelijks de moeite waard. Deze werden in 1920 geschilderd ter vervanging van mozaïeken die al lang daarvoor verloren waren gegaan.

Linkerzijde van de epigraaf.

Probeert u zich eens voor te stellen hoe mooi het kerkinterieur moet zijn geweest toen alle mozaïeken nog intact waren! De apsis en de triomfboog hadden zeker mozaïekdecoraties en wellicht de muren ook (de enige Romeinse kerk waarvan de wandmozaïeken bewaard zijn gebleven is de Santa Maria Maggiore). De epigraaf over de kerkstichting werd eveneens in de vorm van een mozaïek uitgevoerd en deze is er gelukkig nog (zie de afbeelding hierboven). Men vindt het mozaïek op de binnengevel en daar valt meteen op hoe groot het is. Ook al staat het vermeld in mijn reisgids, ik moet toegeven dat ik het bij AL mijn bezoeken aan de Santa Sabina compleet over het hoofd heb gezien. En ik heb die kerk toch vaak bezocht! Pas tijdens mijn laatste trip naar Rome in januari 2017 heb ik gehandeld conform een van de basisprincipes voor het bezoeken van kerken: als je eenmaal binnen bent, vergeet dan niet ook achter je te kijken.

Rechterzijde van de epigraaf.

De epigraaf is erg groot en beslaat de gehele breedte van het middenschip. Het mozaïek bestaat vooral uit tekst, maar de afbeeldingen van de twee vrouwen links en rechts zijn erg interessant. De tekst onder de vrouw links luidt ECLESIA EX CIRCVMCISIONE, die onder de vrouw rechts ECLESIA EX GENTIBVS. Hoogstwaarschijnlijk verwijzen de afbeeldingen naar de joodse en niet-joodse elementen van de jonge christelijke kerk. Men kan deze vrouwen dan ook wel vergelijken met de vrouwen op het iets oudere apsismozaïek van de Santa Pudenziana elders in Rome.

Grafzerk van Munio de Zamora

Een van de interessantste decoraties in de kerk is een grafzerk. Deze is onderdeel van de vloer en men kan hem vinden net vóór de kooromheining. De Latijnse tekst op de dekplaat luidt:

HIC JACET FRATER MUNIO ZAMORENSIS NATIONE HISPANUS QUONDAM ORDINIS FRATRUM PREDICATORUM MAGISTER SEPTIMUS QUI OBIIT SEPTIMA DIE MENSIS MARTII ANNO DOMINI MILLESIMO TRECENTESIMO PONTIFICATUS BONIFATII PP. VIII ANNO VI.

Graftombe van Munio de Zamora.

De overledene is dus broeder Munio de Zamora (ca. 1237-1300) uit Spanje. Hij was de zevende magister-generaal van de Orde der Predikheren, i.e. de Dominicaanse Orde, en hij stierf op de zevende dag van maart in het jaar 1300, het zesde jaar van het pontificaat van Paus Bonifatius VIII (1294-1303). Munio had geen academische achtergrond, maar was een begenadigd bestuurder. In 1285 werd hij tot magister-generaal gekozen en hij lijkt in die functie goed gepresteerd te hebben. Alles werd echter anders toen in 1288 een zekere Girolamo Masci tot Paus Nicolaas IV werd gekozen. Nicolaas was de eerste Franciscaanse paus in de geschiedenis, en het feit dat er van oudsher een rivaliteit bestond tussen Franciscanen en Dominicanen lijkt de relatie tussen de twee mannen vanaf het begin onder druk te hebben gezet. Munio’s beschermheer, Koning Sancho IV van Castilië, werd ervan beschuldigd dat hij grote geldsommen had betaald aan de kiesmannen en daarmee in feite het leiderschap van de Dominicanen had gekocht voor zijn cliënt. Munio weigerde echter af te treden, waarop Nicolaas uiteindelijk een pauselijke bul uitvaardigde en hem ontsloeg.

Na de dood van Nicolaas in 1292 werd Munio spoedig gerehabiliteerd, maar zijn positie als magister-generaal van de Orde der Predikheren was al ingenomen door Steven van Besançon. Hij werd daarop benoemd tot bisschop van Palencia, maar nam twee jaar later al ontslag en trok zich terug in het klooster van de Santa Sabina. Daar stierf hij in 1300. Zijn grafzerk is prachtig en ook erg bijzonder. Het gaat om de enig overgebleven grafzerk in Rome waarop de overledene in mozaïekvorm is afgebeeld. Het mozaïek wordt traditioneel aan Jacopo Torriti toegeschreven, maar zonder enig concreet bewijs. Het zou overigens wel ironisch zijn als Torriti de maker was, want hij werkte ook veelvuldig voor Paus Nicolaas IV. De schitterende apsismozaïeken in de San Giovanni in Laterano en de Santa Maria Maggiore zijn bijvoorbeeld van zijn hand.

Deur uit de vijfde eeuw

Het bijzondere aan de Santa Sabina is dat de gevel van de basiliek niet zichtbaar is vanaf de straat. Het zicht wordt geblokkeerd doordat het naburige Dominicaanse klooster er rechtstreeks tegenaan is gebouwd. Bezoekers kunnen via een zijdeur de kerk betreden, maar de hoofdingang bevindt zich in de narthex. Daar treft men een volgend meesterwerk aan, een houten deur uit de vijfde eeuw. Waarschijnlijk is dit de originele deur, dus deze moet zo oud zijn als de basiliek zelf. De deur heeft plaats voor 28 panelen, waarvan er 18 bewaard zijn gebleven. Die van het onderste gedeelte van de deur ontbreken, maar het is niet ondenkbaar dat de overgebleven panelen wat door elkaar zijn gehusseld. Voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament staan door elkaar heen. Men krijgt niet het idee dat een doorlopend verhaal wordt verteld.

Houten deur uit de vijfde eeuw.

Paneel met de Kruisiging.

Het is wel verstandig het licht in de narthex aan te zetten door een muntje in de machine te gooien. Dat maakt het gemakkelijker alle details te bewonderen. Omdat de deur zo bijzonder is, heb ik hierboven een extra grote afbeelding van de gehele bovenkant ingevoegd. Ik zal nu ingaan op enkele van de interessantste panelen.

Het paneel linksboven stelt de Kruisiging voor. Dit zou wel eens een van de vroegste afbeeldingen van Christus gekruisigd tussen twee criminelen kunnen zijn (zie de afbeelding links). Het grote paneel rechtsonder toont ons Elia in zijn vurige wagen en Elisa die zijn mantel vangt. Het is een bekende voorstelling. We hebben haar eerder gezien in de Cappella di Sant’Aquilino in de San Lorenzo Maggiore in Milaan.[3]

Scènes uit het Boek Exodus.

Het laatste paneel waarop ik in wil gaan is gebaseerd op het Bijbelboek Exodus. Er staan drie aparte, maar onderling verbonden scènes op. De eerste en bovenste scène betreft de uittocht uit Egypte van de Israëlieten onder leiding van Mozes. Men ziet de Hand van God aan de rechterkant in de lucht. Bij de hand zien we een vuurzuil (Exodus 13:22), wat aangeeft dat de Israëlieten ‘s nachts reizen. In de middelste scène verdrinkt de Farao in de Rode Zee tijdens de achtervolging. Zijn gezicht werd bewerkt tijdens een restauratie in 1836, zodat het nu Napoleon Bonaparte is die ten onder gaat! De laatste scène gaat over Mozes’ broer Aäron, wiens staf in een slang verandert.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 204;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 27;
  • Santa Sabina on Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Hij is afgebeeld op het apsismozaïek van de San Paolo fuori le Mura.

[2] Tevens actief in de Santi Quattro Coronati en de San Giorgio in Velabro.

[3] Volgens een alternatieve theorie is de figuur van de voorstelling in Milaan niet Elia, maar Christus-Zon. Of deze theorie nu plausibel is of niet, de scène op de deur van de Santa Sabina gaat duidelijk over Elia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.