Montefalco: Complesso Museale di San Francesco

Het Complesso Museale met links de kerk van San Francesco.

De kerk van San Francesco in Montefalco werd tussen 1335 en 1338 gebouwd. Naast de kerk verrees een klooster. Aan meer dan vijf eeuwen Franciscaanse aanwezigheid in het stadje kwam in 1863 een einde toen het complex aan de gemeente werd overgedragen. Die vestigde er in 1895 het gemeentemuseum in. Tegenwoordig bestaat dat museum uit een aantal zalen met schilderijen (de pinacoteca), de voormalige kerk met haar kunstwerken en een kelder met een bescheiden aantal archeologische vondsten. Het hoogtepunt van het museum is zonder meer de door de Florentijnse schilder Benozzo Gozzoli gedecoreerde apsis van de kerk. Aan Gozzoli’s frescocyclus over het leven van Sint Franciscus van Assisi wijd ik een aparte bijdrage. In deze bijdrage staat de overige kunst in het museum centraal, waaronder ook werk van… Benozzo Gozzoli!

Pinacoteca

De schilderijencollectie van de pinacoteca is niet bijzonder groot, maar er hangen en staan verschillende interessante werken tussen, veelal afkomstig uit kerken in en rondom Montefalco. Als liefhebber van de laatmiddeleeuwse schilderkunst kon ik vooral de werken uit de vijftiende eeuw waarderen. Een kleurrijke Kroning van de Maagd met een traditionele gouden achtergrond wordt toegeschreven aan de vrij onbekende Umbrische schilder Cristoforo di Jacopo da Foligno. De heiligen die aan weerszijden van Christus en de Maagd knielen, zijn Johannes de Doper (links) en Severus (rechts). Die laatste is niet bisschop Severus van Ravenna of diens ambtsgenoot Severus van Napels, maar een veel minder bekende lokale heilige die een rol speelt in de verhalen rondom Sint Fortunatus (zie hieronder). De paneelschildering komt oorspronkelijk uit de kerk van Sant’Agostino elders in Montefalco.

Kroning van de Maagd – Cristoforo di Jacopo da Foligno / Drie heiligen – Antoniazzo Romano.

Kopie Madonna del Popolo.

Een van de mooiste en meeste intrigerende werken in de collectie is een paneelschildering met drie heiligen van de hand van Antoniazzo Romano (1430-1508). Deze schilder, die eigenlijk Antonio Aquili heette, was afkomstig uit Rome. De schildering met de drie heiligen stond in de kerk van Sant’Illuminata in Montefalco, maar het is aannemelijk dat ze oorspronkelijk voor een andere kerk is geschilderd, en wel voor de Santa Maria del Popolo in Rome. In die kerk vinden we een Cappella Costa, die is gewijd aan Catharina van Alexandrië. Tijdens een restauratie van de paneelschildering is ontdekt dat de vrouw in het midden, die volgens het bijschrift Sint Illuminata moet voorstellen, oorspronkelijk genoemde Catharina van Alexandrië moest voorstellen. De restauratie bracht namelijk een rad aan het licht, het gebruikelijke attribuut van Catharina. En niet alleen Catharina werd overgeschilderd, ook de heilige rechts. Dat is nu Sint Nicolaas van Tolentijn, een Augustijner monnik, maar was oorspronkelijk waarschijnlijk Sint Antonius van Padova. Alleen de linker heilige, Vincentius van Zaragoza, is helemaal origineel. Zowel Antonius als Vincentius hebben een duidelijke link met Portugal, in het bijzonder met Lissabon. Wellicht dat de paneelschildering na de dood van de Portugese kardinaal Costa, die aartsbisschop van Lissabon was geweest, onverkoopbaar was geworden. Na enige aanpassingen kon Antoniazzo Romano het nog aan een kerk in Montefalco kwijt.

In de galerij hangt nog een ander werk dat een link met de Santa Maria del Popolo heeft, namelijk een kopie van de Madonna del Popolo uit die kerk. Het origineel werd volgens de overlevering geschilderd door de Evangelist Lucas, maar dat is natuurlijk een schoolvoorbeeld van vrome nonsens. In werkelijkheid gaat het om een icoon in Byzantijnse stijl dat van de late twaalfde of vroege dertiende eeuw dateert. De kopie in het museum dateert van ca. 1470 en is net als het werk van Antoniazzo Romano afkomstig uit de kerk van Sant’Illuminata, maar waarschijnlijk oorspronkelijk gemaakt voor de Santa Maria del Popolo. Het museum schrijft de (ongesigneerde) kopie toe aan Melozzo da Forli (ca. 1438-1494), maar het kan ook een werk van een anonieme medewerker uit het atelier van deze schilder zijn. Zelfs de naam van Antoniazzo Romano wordt genoemd. Dat is niet zo vreemd, want ook in verband met een fresco in het Pantheon in Rome worden beide namen wel genoemd, terwijl Melozzo Antoniazzo Romano assisteerde bij diens werk in de Santi Apostoli in de Eeuwige Stad.

Madonna met Kind en heiligen – Francesco Melanzio.

De pinacoteca bezit verder een aantal werken van Francesco Melanzio (ca. 1465-1526). Hij moet in deze bijdrage alleen al genoemd worden omdat hij uit Montefalco zelf afkomstig was. Melanzio leverde werk af voor verschillende kerken en kloosters in en rondom het stadje, en daarvan bespreek ik in deze bijdrage een doek uit 1498, afkomstig uit de kerk van San Fortunato net buiten Montefalco. Het schilderij is eigenlijk een banier dat tijdens processies werd meegedragen en er is veel op te zien. Centraal staan de Madonna en het Kind, en zij worden geflankeerd door zes mannelijke heiligen. Links zijn dat Antonius van Padova, Bernardinus van Siena en Franciscus van Assisi, allemaal Franciscaanse heiligen dus. Dat hoeft niet te verbazen, want kerk en klooster van San Fortunato werden door Franciscanen beheerd. Rechts staat de naamgever van het complex, Sint Fortunatus, een omstreeks het jaar 400 gestorven priester. Hij houdt een schaalmodel van Montefalco vast. Naast hem staan Sint Lodewijk van Toulouse en de al genoemde Severus. Ook Lodewijk van Toulouse (1274-1297) heeft een nauwe band met de Franciscanen. De achtergrond van het doek is bijzonder fraai. We zien steden, water en schepen.

Kerk van San Francesco

Via de laatste zaal van de pinacoteca komen we in de Cappella dell’Assunta van de kerk van San Francesco. Deze werd beschilderd door Giovanni di Corraduccio uit Foligno en medewerkers van zijn atelier. Hun fresco’s dateren van de eerste helft van de vijftiende eeuw. Vooral de kleurrijke schilderingen van het gewelf zijn zeer de moeite waard. We zien steeds een evangelist gekoppeld aan een kerkvader. Als we bovenaan beginnen en met de klok meegaan, dan zien we de evangelist Lucas (te herkennen aan zijn os) met Paus Gregorius de Grote, de evangelist Marcus (met leeuw) en Sint Hiëronymus, de evangelist Mattheüs (met mens of engel) en Sint Ambrosius, en ten slotte de evangelist Johannes (met adelaar) en Sint Augustinus. Rondom de evangelisten en kerkvaders zijn verschillende profeten afgebeeld.

Plafond van de Cappella dell’Assunta – Giovanni di Corraduccio.

Crucifix – Maestro Espressionista di Santa Chiara.

Iets verderop komen we bij een fraaie crucifix die wordt toegeschreven aan de mysterieuze Maestro Espressionista di Santa Chiara. Hij schilderde ook in en voor andere Franciscaanse kerken. We zijn hem eerder tegengekomen in de San Francesco in Gubbio en natuurlijk in de kerk van Santa Chiara in Assisi. Vaak wordt hij, met de nodige slagen om de arm, gelijkgesteld aan Palmerino di Guido. Over diens leven is vrijwel niets bekend, maar het is heel goed mogelijk dat hij een van Giotto’s assistenten was toen die de Basilica di San Francesco in Assisi decoreerde. De schilder Guido of Guiduccio Palmerucci was wellicht zijn zoon, maar zelfs dat weten we niet zeker. Het crucifix in Montefalco dateert van begin veertiende eeuw. Het is afkomstig uit een Franciscaanse kerk buiten Montefalco – de afgebroken Santi Filippo e Giacomo – en werd door de monniken meegenomen toen ze naar de recent voltooide San Francesco verhuisden. De Lijdende Christus is op indrukwekkende wijze geschilderd. Aan zijn bebloede voeten knielt Sint Franciscus. Verder zijn de Maagd Maria, Johannes de Evangelist en (boven de gekruisigde Christus) Christus de Verlosser afgebeeld.

De Cappella di San Bernardino da Siena is gewijd aan de Franciscaanse heilige Bernardinus van Siena (1380-1444), die we op het doek van Francesco Melanzio al waren tegengekomen. De fresco’s dateren van 1461 – elf jaar na de heiligverklaring van Bernardinus – en werden gemaakt door Jacopo Vincioli di Spoleto, die wel wordt getypeerd als een navolger van Benozzo Gozzoli. Hoewel de fresco’s interessant zijn, is het wel direct duidelijk dat deze schilder niet zo getalenteerd was als Gozzoli. Qua details, vormen en kleuren is het werk van Jacopo Vincioli evident van mindere kwaliteit. Op het gewelf zien we Sint Hiëronymus met zijn leeuw. Oorspronkelijk waren alle vier de kerkvaders op het gewelf afgebeeld (zoals in de Cappella dell’Assunta), maar alleen Hiëronymus is bewaard gebleven. Iets lager schilderde Jacopo Vincioli een kruisiging. De knielende figuren zijn de Maagd Maria, Johannes de Evangelist en Sint Fortunatus.

Fresco’s van Jacopo Vincioli di Spoleto in de Cappella di San Bernardino.

De onderste fresco’s zijn geheel aan Sint Bernardinus gewijd. Het ‘altaarstuk’ met de heilige is geen echt altaarstuk, maar een fresco op de achtermuur (een idee dat waarschijnlijk ontleend is aan Benozzo Gozzoli; zie hieronder). Links daarvan zien we hoe de heilige een ontmoeting heeft met Paus Celestinus V, die overigens in 1296 was gestorven, 84 jaar voor de geboorte van Bernardinus. Er is dan ook geen sprake van een echte ontmoeting, maar van een verschijning die in 1444 zou hebben plaatsgevonden toen Bernardinus op weg was naar L’Aquila, waar Celestinus begraven is. Celestinus geniet vooral bekendheid omdat hij in 1294 aftrad als paus, iets wat tot aan het pontificaat van Benedictus XVI, die in 2013 aftrad, niet meer voor zou komen. Aan de rechterkant verricht Bernardinus een tweetal wonderbaarlijke genezingen.

De kerk van San Francesco heeft aan de rechterzijde een extra beuk waarin de hiervoor besproken kapellen te vinden zijn. Aan de linkerzijde heeft het gebouw alleen enkele nissen, maar dat wil niet zeggen dat deze zijde geen interessante kunst heeft. Integendeel, we vinden hier bijvoorbeeld een mooi fresco van Tiberio d’Assisi (ca. 1470-1524) dat van 1510 dateert. De naam van de schilder en het jaartal staan in de tekst onderin het fresco expliciet vermeld. Daar lezen we ook wie het fresco liet maken: OPVS FECIT FIERI FAMILIA AGVSTI DE MONTE FALCO, ‘de familie Agusti uit Montefalco liet dit werk schilderen’. De nis is gewijd aan Sint Andreas, en deze heilige is dan ook links van de Madonna en het Kind afgebeeld. Hij houdt een groot kruis en een bundeltje gevangen vissen vast. Net als zijn broer Petrus was Andreas immers van huis uit een visser uit Betsaïda aan het Meer van Galilea. De heilige rechts is Giovanni di Fidanza (ca. 1221-1274), beter bekend als Sint Bonaventura. Hij was de zevende generaal-overste van de Franciscanen en schreef de Legenda Maior, de ‘officiële’ biografie van Sint Franciscus van Assisi. Wellicht is dat ook het boek dat hij vasthoudt.

Madonna met Kind en heiligen – Tiberio d’Assisi.

Geboorte van Christus – Perugino.

Tot de hoogtepunten in de kerk behoort verder een fresco uit 1503 van de geboorte van Christus in een nis in de binnengevel. Het is geschilderd door Pietro Vannucci, beter bekend als Perugino (ca. 1446-1523). Boven het geboortefresco schilderde Perugino God de Vader en daarboven weer een Annunciatie. Vooral de frisse kleuren van de fresco’s vallen op.

Toen wij het Complesso Museale di San Francesco in 2018 bezochten, stond op het hoogaltaar van de kerk een indrukwekkend veelluik dat wordt toegeschreven aan de Maestro di Fossa. Van hem hebben we eerder werk gezien in Spoleto. Het veelluik dateert van 1336 en valt op vanwege de tien zeer gedetailleerde voorstellingen uit het leven van Christus. Helaas zult u het werk waarschijnlijk niet meer aantreffen als u het museum anno 2020 bezoekt: het stond er tijdelijk in het kader van een tentoonstelling en zal inmiddels zijn teruggebracht naar het Vaticaan, waar het vandaan kwam.

Hier in deze bijdrage blijft onderstaande foto gelukkig nog decennialang staan:

Veelluik van de Maestro di Fossa.

Fresco’s in de Cappella di San Girolamo

Cappella di San Girolamo – Benozzo Gozzoli.

Nadat hij in 1452 zijn frescocyclus over Franciscus van Assisi in de apsis had afgerond, beschilderde Benozzo Gozzoli ook nog de muren en het gewelf van de Cappella di San Girolamo. Deze aan Sint Hiëronymus gewijde kapel heeft uiteraard fresco’s over het leven van deze heilige. Zo zien we links op de achtermuur hoe Hiëronymus de stad Rome verlaat. Op de grond ligt de rode kardinaalshoed waarmee deze heilige vaak wordt afgebeeld. Een anachronisme natuurlijk, want in zijn tijd – Hiëronymus leefde van ca. 347 tot 420 – bestonden die nog helemaal niet. Rechts verwijdert de heilige een doorn uit de poot van een leeuw. De schrikreactie van de monnik rechts is erg goed geschilderd, maar over het algemeen zijn Benozzo’s fresco’s in de Cappella di San Girolamo toch minder indrukwekkend dan die in de apsis. Daar heeft hij duidelijk zijn ziel en zaligheid in gestopt, die in de kapel zijn wat plichtmatiger.

Toch bevat de kapel nog een origineel hoogstandje: tussen de twee genoemde fresco’s over Hiëronymus zien we een fictief, want geschilderd veelluik. De Madonna en het Kind in het midden worden geflankeerd door Antonius van Padova en Hiëronymus aan de linkerkant en Johannes de Doper en Lodewijk van Toulouse rechts. In de puntstukken daarboven zijn de volwassen Christus en de vier kerkvaders geschilderd, met onder hen natuurlijk weer Hiëronymus. Het fictieve altaarstuk heeft zelfs een predella, waarop we uiterst rechts de lokale heilige Clara van Montefalco (1268-1308) zien. Benozzo Gozzoli signeerde zijn werk in de kapel op de rand van het veelluik: OPVS BENOZII DE FLORENZIA. Boven het veelluik zien we een kruisiging met de heiligen Dominicus en Franciscus (links) en Romualdus en Sylvester (rechts). De eerste twee behoeven geen nadere introductie, maar de andere twee wellicht wel. Romualdus (ca. 951-1027) was de stichter van de Orde van de Camaldulenzers, een tak van de Benedictijnen. Sylvester is niet de paus die leefde tijdens de regering van keizer Constantijn de Grote, maar Silvestro Guzzolini (ca. 1177-1267). Hij stichtte een ander tak van de Benedictijnen, de Silvestrijnen. Alle vier de mannen zijn dus stichter van een kloosterorde.

Cappella di San Girolamo – Benozzo Gozzoli.

Een werk van Benozzo Gozzoli dat niet in het museum staat, maar er eigenlijk wel thuishoort, is zijn Madonna della Cintola, de Madonna van de Gordel. Dit altaarstuk uit 1450 stond oorspronkelijk in de reeds genoemde kerk van San Fortunato in Montefalco, maar werd in 1848 aan Paus Pius IX (1846-1878) geschonken. Het bevindt zich thans in de pinacoteca van de Vaticaanse Musea. Omdat ik voorlopig toch niet over Rome zal schrijven, neem ik het altaarstuk mee in deze bijdrage. Volgens de overlevering overhandigde de Maagd Maria bij haar Tenhemelopneming haar gordel aan de apostel Thomas. Die gebeurtenis is dan ook de centrale voorstelling op de paneelschildering. De drie heiligen links zijn Franciscus, Fortunatus en Antonius. Rechts zien we Lodewijk van Toulouse, Severus en Bernardinus. Het is dus duidelijk dat ook de kerk van San Fortunato door Franciscanen werd beheerd. Op de predella zien we nog zes scènes uit het leven van de Maagd, van haar geboorte tot aan haar Ontslapenis.

Madonna della Cintola – Benozzo Gozzoli (in de Vaticaanse Musea).

Deze bijdrage is gebaseerd op informatie (bordjes en een brochure) van het Complesso Museale di San Francesco in Montefalco. Aanvullende informatie kwam van de uitstekende Key to Umbria website, hoofdzakelijk uit deze drie artikelen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.