Rome: Santa Maria del Popolo

De Santa Maria del Popolo, met links de Porta del Popolo. Rechts de klokkentoren en de koepel van de Cappella Cybo.

De Santa Maria del Popolo staat aan de rand van het historische stadscentrum van Rome (centro storico) en nog net binnen de Aureliaanse Muren uit de derde eeuw. De kerk bevindt zich direct naast de Porta del Popolo, de voormalige Porta Flaminia. De huidige kerk werd in de vijftiende eeuw gebouwd en verving toen een gebouw uit de late elfde eeuw. Ze kan met recht worden gezien als een schatkamer van kunst uit de Renaissance en de tijd van de Barok. We vinden er namelijk werken van veel belangrijke Italiaanse kunstenaars. Het vroege werk in de kerk werd uitgevoerd door Andrea Bregno, Pinturicchio en hun respectieve scholen. Later namen kunstenaars als Bramante, Rafaël, Gian Lorenzo Bernini en Carlo Fontana het kerkinterieur en de kapellen onder handen. Annibale Carracci en Caravaggio waren ten slotte verantwoordelijk voor beroemde schilderijen voor wat aantoonbaar de populairste kapel in de kerk is, de Cappella Cerasi. Mensen die het Bernini Mysterie van Dan Brown hebben gelezen zullen de Santa Maria del Popolo goed kennen, en zeker de Chigi-kapel in de kerk met haar beeldhouwwerk van Bernini.

Geschiedenis

Van alle kerken in Rome heeft de Santa Maria del Popolo toch wel een van de vreemdste stichtingslegenden. Op 9 juni van het jaar 68 pleegde de Romeinse keizer Nero zelfmoord. De Spaanse gouverneur Servius Sulpicius Galba was tegen hem in opstand gekomen en de keizer was gevlucht naar een villa van een van zijn vrijgelatenen buiten Rome. Toen ruiters de villa naderden, gaf Nero zijn secretaris Epaphroditus de opdracht hem te doden. Aangezien de keizer oorspronkelijk Lucius Domitius Ahenobarbus heette, werd hij begraven in het familiemausoleum van de Domitii Ahenobarbi. De Romeinse geschiedschrijver Suetonius beweert hierover het volgende: “Zijn stoffelijke resten werden door zijn voedsters Egloge en Alexandria tezamen met die van zijn maîtresse Acte bijgezet in het familiegraf van de Domitii, dat men vanaf het Marsveld op de top van de Heuvel met de Tuinen kan zien liggen”.[1] De Heuvel met de Tuinen heet nu de Pincio.

Interieur van de kerk.

Nero was zoals bekend berucht vanwege zijn christenvervolgingen. Kennelijk bleef zijn ziel ook meer dan duizend jaar na zijn dood nog rondspoken in de omgeving van het mausoleum. In 1099 moest de nieuwgekozen Paus Paschalis II (1099-1118) ingrijpen toen burgers die in de buurt woonden doodsangsten uitstonden vanwege nachtelijke geluiden uit een eenzame walnootboom. Men leefde in de veronderstelling dat dit de geest van Nero was. Paschalis besloot de boom om te laten hakken. Ook liet hij Nero’s as uit zijn urn halen en in de Tiber gooien. Vervolgens werd een kapel gewijd aan de Maagd Maria over het mausoleum heen gebouwd. Deze kapel werd rond 1235 door Paus Gregorius IX (1227-1241) tot een echte kerk opgewaardeerd.

Bijna twee-en-een-halve eeuw later werd Francesco della Rovere tot paus gekozen. Hij naam de naam Sixtus IV (1471-1484) aan en is vooral bekend vanwege de bouw van de Sixtijnse Kapel. Hij was echter eveneens verantwoordelijk voor de bouw van twee kerken in Rome: de Santa Maria della Pace en een nieuwe Santa Maria del Popolo. Het is de kerk van Sixtus, gebouwd tussen 1472 en 1478, die we ook vandaag de dag nog kunnen bewonderen. Net als bij de Santa Maria della Pace weten we niet wie de architect was. De Renaissancegevel wordt op stilistische gronden toegeschreven aan Andrea Bregno (ca. 1418-1503), maar voor deze toeschrijving bestaat geen schriftelijk bewijs. Op de gevel zien we het wapenschild van Paus Sixtus IV boven de hoofdingang en dat van een andere paus, Alexander VII (1655-1667), bovenop het driehoekige fronton. Deze Alexander huurde in de zeventiende eeuw Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) in om de kerk te restaureren en te moderniseren. Bernini voltooide zijn opdracht in 1660.

Madonna del Popolo.

Toen Paus Gregorius IX in de dertiende eeuw de kapel van Paschalis inzegende als een echte kerk, liet hij een beroemd icoon genaamd de Madonna del Popolo boven het hoogaltaar plaatsen. In de huidige kerk kunnen we dit icoon nog steeds bewonderen. Volgens de overlevering werd het geschilderd door de Evangelist Lucas, maar net zoals bij veel andere tradities het geval is, is dit verhaal een typisch voorbeeld van vrome nonsens. Het icoon, uitgevoerd in de Byzantijnse stijl, is waarschijnlijk een kunstwerk uit de late twaalfde of vroege dertiende eeuw. Het huidige hoogaltaar werd ontworpen en uitgevoerd door Bernini, maar het koor en de triomfboog zijn van de hand van Donato Bramante (1444-1514). De opdracht voor het koor kwam van Paus Julius II (1503-1513), een neef van Paus Sixtus IV en daarmee ook een telg uit de familie Della Rovere. Helaas lijkt het erop dat het koor niet toegankelijk is voor het publiek (het was afgesloten toen ik de kerk voor het laatst bezocht). Dat maakt het bijna onmogelijk om de originele gebrandschilderde ramen te bewonderen die in 1509 door de Fransman Guillaume de Marcillat werden gemaakt (zijn werk in Arezzo is al eerder besproken). In de zeventiende eeuw werden reliëfs van verguld pleisterwerk aan de triomfboog toegevoegd. De reliëfs op de archivolt vertellen de stichtingslegende van de kerk.

Er zijn veertien kapellen in de Santa Maria del Popolo. Veel van deze kapellen werden gehuurd door belangrijke Romeinse families om als grafkapel gebruikt te worden. Het zou tamelijk saai zijn om ze allemaal tot in detail te bespreken. Ik zal me hieronder daarom richten op de meest interessante kapellen.

Habakuk en de Engel.

Cappella Chigi

Agostino Chigi (1466-1520) was een rijke bankier en mecenas uit Siena die een prachtige villa elders in Rome bezat. Hij gaf zijn vriend Rafaël (1483-1520) de opdracht een kapel voor hem te ontwerpen in de Santa Maria del Popolo. Zowel Agostino als zijn broer liggen hier begraven. Omdat echter Rafaël – net als Agostino – al in 1520 stierf, kon de kapel lange tijd niet voltooid worden. Fabio Chigi, eveneens een telg uit het Chigi-geslacht en kardinaal-priester van de Santa Maria del Popolo, deed in 1652 een poging de kapel af te bouwen. Drie jaar later werd hij tot Paus Alexander VII gekozen. Chigi maakte gebruik van de diensten van Gian Lorenzo Bernini, die het werk aan de kapel omstreeks 1656 afrondde.

De Cappella Chigi.

Ik denk dat we de bouw van de Chigi-kapel rustig als een Sisyfusarbeid mogen aanmerken. Rafaël ontwierp de twee piramidevormige graftombes voor Agostino Chigi en zijn broer, maar deze werden uitgevoerd door Lorenzo Lotti (1490-1541), beter bekend als Lorenzetto. Lorenzetto was eveneens verantwoordelijk voor de beelden van Jona en Elia in de kapel. Rafaël ontwierp zelf de koepelmozaïeken, maar huurde een relatief onbekende kunstenaar uit Venetië, ene Luigi de Pace, in om ze daadwerkelijk te maken (de Venetianen stonden bekend om hun vaardigheden op dat gebied). De mozaïeken kunnen worden gedateerd op 1516. De dood van zowel Rafaël als Agostino in 1520 en die van Agostino’s broer Sigismondo in 1526 gooiden het hele project in de war. De Venetiaanse schilder Sebastiano del Piombo (ca. 1485-1547) begon in 1530 aan het enorme altaarstuk van de Geboorte van de Maagd, maar liet het in 1534 onvoltooid achter. Del Piombo lag al in zijn graf toen het schilderij in de jaren 1550 werd afgemaakt door Francesco de’ Rossi (1510-1563), bijgenaamd Il Salviati.

Knielend skelet.

De beroemdste toevoegingen aan de kapel zijn van de hand van Gian Lorenzo Bernini. Hij verzorgde nog eens twee beelden en de vloer. De beelden zijn van Daniël (links bij binnenkomst) en van Habakuk en de Engel (rechtsachter). De vloer is verfraaid met een ingelegd rond stuk marmer in het midden van de kapel. Daarop is een gevleugeld, knielend skelet afgebeeld samen met het wapenschild van Paus Alexander VII (een reeks bergen gecombineerd met de eik van de familie Della Rovere waartoe de pausen Sixtus IV en Julius II behoorden). Op het ronde stuk marmer staat de tekst Mors aD CaeLos (“Dood naar de Hemelen”), en het gebruik van hoofdletters heeft hier een diepere betekenis: deze vormen het jaar MDCL, oftewel 1650 (wellicht het jaar waarin Bernini zijn opdracht van Fabio Chigi ontving). Zowel het beeld van Habakuk als het gevleugelde skelet spelen een prominente rol in het boek van Dan Brown.

Cappella Cybo

De Cappella Cybo.

Deze kapel bevindt zich direct tegenover de Cappella Chigi. Ze heeft net als de Chigi-kapel een eigen koepel en vormt in feite een zelfstandige kerk. Buiten vanaf de Piazza del Popolo kan men de koepel tamelijk goed zien (zie de eerste afbeelding in deze bijdrage). De oorspronkelijke versieringen in de kapel waren van de hand van Pinturicchio (1452-1513) en Andrea Bregno, maar al hun werk ging verloren toen de kapel in de zeventiende eeuw helemaal opnieuw werd ingericht in Barokstijl door Carlo Fontana (1634/38-1714). Het resultaat is door de overvloed aan kleurrijk marmer behoorlijk indrukwekkend. Niettemin, ook al weten we niet hoe de decoraties van Pinturicchio en Bregno eruitzagen, het blijft jammer dat hun werk niet bewaard is gebleven. Het altaarstuk van Carlo Maratta (1625-1713) toont de Onbevlekte Ontvangenis en vier Kerkleraren. De kapel werd gehuurd door de familie Cybo, die oorspronkelijk uit Genua kwam (de naam heeft vermoedelijk Griekse wortels). Toen Paus Sixtus IV in 1484 stierf, werd hij opgevolgd door ene Giovanni Battista Cybo, die zou regeren als Paus Innocentius VIII (1484-1492).

Cappella Della Rovere

Geboorte van Christus – Pinturicchio.

Rechts van de Cybo-kapel vinden we de Della Rovere-kapel. De naam Della Rovere is hierboven al een aantal maal gevallen. Zowel Paus Sixtus IV als Paus Julius II (oom en neef) waren telgen van deze prominente familie. De Cappella Della Rovere diende als grafkapel van de familie. Het hoogtepunt is hier het altaarstuk van de Geboorte van Christus van Pinturicchio. De kapel moet niet worden verward met de Cappella Basso della Rovere links van de Cybo-kapel. Deze kapel werd gedecoreerd door (anonieme) kunstenaars die naar men aanneemt afkomstig waren uit de school van Pinturicchio. Het altaarstuk in deze kapel toont de Maagd Maria met Heiligen.

Cappella Cerasi

Deze kapel is de belangrijkste reden waarom toeristen de Santa Maria del Popolo bezoeken. U kunt er hordes mensen verwachten. Neem vooral wat muntjes mee om voor de verlichting te kunnen betalen. De naam van de kapel is afgeleid van ene Tiberio Cerasi, de man die de kapel in 1600 verwierf en vervolgens Caravaggio (1571-1610) en Annibale Carracci (1560-1609) inhuurde om haar te decoreren. Carracci’s Tenhemelopneming met Petrus en Paulus is kleurrijk en contrasteert daardoor scherp met de veel donkerdere schilderijen van Caravaggio op de zijmuren. Het is moeilijk om goede foto’s te maken van deze laatste twee schilderijen; het grootste gedeelte van de kapel is met touwen afgezet en bezoekers mogen daar dus niet langs. Niettemin is direct duidelijk dat de schilderijen echte meesterwerken zijn. Het schilderij links toont ons de Kruisiging van Petrus. Drie mannen proberen de heilige ondersteboven te kruisigen, conform zijn eigen wens (volgens de overlevering achtte hij zichzelf niet waardig om op dezelfde manier te sterven als Christus). Het schilderij rechts betreft de Bekering van Paulus, die op de weg naar Damascus met blindheid geslagen wordt.

De Cappella Cerasi.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 138-139;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 201-204;
  • Santa Maria del Popolo op Churches of Rome Wiki.

Noot

[1] Nero 50 (Vertaling: D. den Hengst).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.