Ravenna: Cappella Arcivescovile

Christus in de narthex van de kapel.

Het aartsbisschoppelijk museum van Ravenna (Museo Arcivescovile) bevindt zich direct achter de kathedraal van de stad. Hoewel het gebouw waarin het museum gehuisvest is tamelijk modern genoemd mag worden, gaat de geschiedenis ervan ver terug. De kathedraal zelf werd gebouwd door bisschop Ursus (ca. 370-396 of 405-431) en het is niet ondenkbaar dat hij ook de aanzet gaf voor de bouw van een bisschoppelijk paleis (episcopium) erachter. Hier stond en staat een oude Romeinse toren uit de tweede eeuw, de Torre Salustra. Mogelijk was dit een watertoren, verbonden met het plaatselijke aquaduct. Door latere (aarts)bisschoppen, te beginnen met bisschop Neon (ca. 450-473), werden rondom deze toren nieuwe gebouwen neergezet, zodat in de loop der eeuwen een bisschoppelijk complex ontstond.[1] Veel daarvan is later weer afgebroken, maar de voormalige privékapel van de aartsbisschop is gelukkig bewaard gebleven. Deze Cappella Arcivescovile is een waar juwelendoosje te noemen, met prachtige mozaïeken die een politiek-religieuze boodschap verkondigen.

Geschiedenis en narthex

De kapel werd gebouwd door bisschop Peter II (494-520). In zijn tijd werd Italië geregeerd door de Ostrogotische koning Theoderik (493-526), die het schiereiland in de periode 489-493 veroverd had en van Ravenna zijn hoofdstad had gemaakt. Theoderik was geen domme barbaar, maar een overwegend wijs en tolerant heerser. Ook op religieus gebied was hij tolerant. De Ostrogoten waren Ariaanse christenen, dat wil zeggen christenen die de goddelijke natuur van Christus ontkenden. Christus was volgens door God geschapen en kon dan ook onmogelijk van dezelfde substantie zijn als God, zoals orthodoxe christenen geloofden. Nu was de orthodoxe leer al tijdens het Concilie van Nicaea van 325 bevestigd en die van de Arianen verworpen, maar de Ostrogoten deelden nu eenmaal de lakens uit in Italië. Theoderik legde orthodoxe christenen en hun bisschoppen echter geen strobreed in de weg, zo lang ze hem en zijn Ariaanse bisschoppen maar niet tegenwerkten (zie Ravenna: Het Ariaanse Baptisterium).

Christus met de tekst uit Johannes 14:6.

Kritiek leveren op Ariaanse standpunten werd kennelijk geaccepteerd, want reeds in de narthex of vestibule van de kapel vinden we afbeeldingen die als pro-orthodox en anti-Ariaans zijn geïnterpreteerd. Wie de narthex binnenloopt en zich halverwege omdraait, ziet boven de ingang een prachtig mozaïek van Christus in krijgstenue. In feite is hij gekleed als een Romeinse keizer op veldtocht. Christus heeft een groot kruis over zijn rechter schouder geslagen en draagt in zijn linkerhand een boek met de Latijnse tekst EGO SVM VIA VERITAS ET VITA,“Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. Deze drieslag uit Johannes 14:6 werd door orthodoxe christenen gebruikt als argument voor de Heilige Drie-eenheid en tegen het Ariaanse standpunt. Op het mozaïek vertrappelt Christus een leeuw en een slang. Het is uiteraard verleidelijk hierin het Arianisme te zien. Het tongewelf van de narthex is eveneens voorzien van prachtige mozaïeken, bestaande uit een gouden hemel met vogels, lelies en schijven die wel wat weg hebben van heilige hosties. Uiteraard is er in 1.500 jaar wel het een en ander gerestaureerd aan de mozaïeken.  Van het mozaïek van Christus is het onderste gedeelte zelfs geheel vervangen.

Apsis van de kapel, met Christus en zes van de twaalf apostelen. Boven het kruis en onder Christus is het monogram van bisschop Peter II (494-520) te zien.

De kapel zelf

Interieur van de kapel.

De Cappella Arcivescovile is gewijd aan de apostel Andreas, maar het is niet duidelijk of dat reeds in de tijd van Peter II zelf het geval was. De vloer van de kapel in opus sectile is grotendeels origineel en dat geldt ook voor de marmeren wandbekleding en de mozaïeken van de gewelven. De decoraties in de lunettes van de zijarmen van de kapel zijn verloren gegaan en vervangen door fresco’s van matige kwaliteit die de Kruisafneming en de Hemelvaart van Christus voorstellen. De fresco’s zijn het werk van de lokale schilder Luca Longhi (1507-1580). In de lunette boven de ingang van de kapel hebben restaurateurs een verwijzing opgenomen naar de negende-eeuwse priester en geschiedschrijver Agnellus, die ook over de daden van bisschop Peter II schreef. Het mozaïek in de schelp van de apsis is niet origineel, maar een moderne reconstructie gebaseerd op de vondst van donkerblauwe en zilveren steentjes (tesserae). We zien tegenwoordig een blauwe hemel met gouden en zilveren sterren en een Latijns kruis, enigszins vergelijkbaar met wat in het enkele decennia oudere mausoleum van Galla Placidia in Ravenna te zien is. Boven de apsis is het monogram van bisschop Peter II zichtbaar.

We komen nu bij het mozaïek op het kruisgewelf van de kapel. Het bestaat uit vier engelen die een tondo vasthouden met daarin de Griekse letters jota (I) en chi (X). Deze letters staan natuurlijk voor de naam Iesous Christos. Het zogenaamde IX-monogram keert nog tweemaal terug in de kapel (zie hieronder). Tussen de vier engelen zien we verder een leeuw, een stier, een mens en een adelaar, oftewel de symbolen van de vier evangelisten. Alle vier houden ze een evangelie vast. Opvallend is dat het boek dat de leeuw vasthoudt, en dat dus het Evangelie volgens Marcus voorstelt, wel erg dik is. In werkelijkheid is dit evangelie juist het kortste van de vier.

Plafond van de kapel.

Ten slotte nog enige aandacht voor de tongewelven boven de armen van de kapel. Hierop zijn steeds zeven figuren in tondi afgebeeld. Op de gewelven bij de apsis en bij de ingang vinden we tweemaal een jonge Christus. De overige figuren zijn de twaalf apostelen, onder wie natuurlijk Petrus en Paulus, maar ook Andreas, aan wie als gezegd de kapel is gewijd. Op de gewelven boven de zijarmen keert het genoemde IX-monogram terug, ditmaal met de letters alfa en omega. Het monogram wordt aan de linkerzijde geflankeerd door de hoofden van zes vrouwelijke martelaren en aan de rechterzijde van de hoofden van zes mannelijke martelaren. In de literatuur wordt gesproken van “an oddly assorted bunch”.[2] Bij de vrouwen valt in elk geval de aanwezigheid op van EVFIMIA, oftewel Eufemia van Chalcedon, een martelares van begin vierde eeuw. In Chalcedon werd in 451 een belangrijk concilie gehouden, waarin het orthodoxe standpunt over de natuur van Christus triomfeerde. De aanwezigheid van Eufemia in deze orthodoxe privékapel kan dan ook eveneens als een anti-Ariaans statement worden beschouwd.[3]

Tongewelf met IX-monogram en zes martelaressen, onder wie Eufemia.

Bronnen

  • Deborah Mauskopf Deliyannis, Ravenna in Late Antiquity, p. 100-101 en p. 187-196;
  • Ravenna Turismo website.

Noten

[1] Ravenna kreeg in 553 een aartsbisschop.

[2] Deborah Mauskopf Deliyannis, Ravenna in Late Antiquity, p. 194.

[3] In de kerk van Sant’Apollinare Nuovo in Ravenna leidt Eufemia een processie van vrouwelijke heiligen. Dit mozaïek is het resultaat van een anti-Ariaanse zuivering die in de jaren 560 plaatsvond, nadat Ravenna twee decennia eerder op de Ostrogoten was heroverd.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.