Orvieto: Sant’Andrea

Kerk van Sant’Andrea.

Het lijdt geen twijfel dat de kerk van Sant’Andrea vroeger heel belangrijk was. Daarom is het jammer dat we op een (oude?) plaquette in de zuilengang aan de linkerzijde van het gebouw voornamelijk desinformatie vinden. Of Paus Innocentius III hier in 1201 de Vierde Kruistocht predikte, weet ik niet, maar dat deed hij op wel meer plekken en deze kruistocht was door de verovering van het christelijke Constantinopel sowieso niet bepaald iets om trots op te zijn. Zonder meer onwaar is dat Paus Honorius III hier de in 1199 vermoorde podestà Pietro Parenzo heilig verklaarde. Dat deed Honorius namelijk zeker niet. Ook de bewering dat dezelfde Honorius in deze kerk in 1217 Peter II van Courtenay kroonde, de Latijnse keizer van Constantinopel, klopt van geen kanten. Dit gebeuren vond namelijk plaats in de kerk van San Lorenzo fuori le Mura in Rome. Wat ten slotte wél klopt, is dat Paus Martinus IV (1281-1284) in 1281 in deze kerk gekroond werd in aanwezigheid van Karel van Anjou. In de tweede helft van de dertiende eeuw waren verschillende pausen niet welkom in Rome, zodat ze moesten uitwijken naar andere steden. Het goed verdedigbare Orvieto op haar hoge tufsteenplateau was een zo’n stad.

Interieur van de kerk.

De voorloper van de Sant’Andrea werd mogelijk al in de zevende eeuw gebouwd. De overblijfselen van deze kerk werden in 1926 teruggevonden, samen met overblijfselen van andere gebouwen die helemaal teruggaan naar de Etruskische tijd, toen Orvieto nog Velzna of Volsinii heette. De huidige kerk zou in de elfde eeuw zijn gebouwd en in 1013 zijn gewijd door Paus Benedictus VIII (1012-1024). Vrij algemeen wordt echter aangenomen dat de kerk in de twaalfde eeuw werd herbouwd en de gevel in 1487. De kerk stortte vervolgens in 1512 compleet in en de klokkentoren ernaast volgde twee jaar later. De weer opgebouwde kerk stortte in 1926 opnieuw in. Tussen 1926 en 1928 vond vervolgens de herbouw plaats, die werd geleid door de architect Gustavo Giovannoni (1873-1947). Links onder het roosvenster staat daarom de Latijnse tekst INSTAURATA AD MCMXXVIII.

De gevel van de Sant’Andrea heeft de typische kleuren van Orvieto: lichte en donkere stenen contrasteren met elkaar en met de zandkleurige overige stenen. Rondom het roosvenster en het portaal is roze steen gebruikt. In het moderne timpaan boven de ingang zijn Andreas en Bartholomeus afgebeeld. De kerk is mede aan de laatstgenoemde heilige gewijd. Een zeer opvallend element van de kerk is haar twaalfhoekige klokkentoren. Deze heeft veel weg van een watertoren. Verder valt het enorme dak van het dwarsschip op. Dit zadeldak ziet men het beste vanaf de 42 meter hoge Torre del Moro, die minder dan 200 meter ten oosten van de kerk staat. Het interieur van de Sant’Andrea is zeer eenvoudig. Volgens mijn reisgids zijn de granieten zuilen die de kerk opdelen in een middenschip en twee zijbeuken waarschijnlijk Romeins. Er is geen plafond; de houten balken en dakspanten zijn direct zichtbaar.

De Sant’Andrea gezien vanaf de Torre del Moro. Let op de klokkentoren en het dak van het dwarsschip.

In deze kerk zult u geen grote kunst vinden, maar wel enkele interessante fresco’s. Het meest bijzondere fresco stelt de legende van Sint Julianus voor. Hij heeft net per ongeluk zijn ouders vermoord die in zijn bed lagen te slapen. Julianus dacht namelijk dat het zijn vrouw was die overspel pleegde. Helaas heeft de geschilderde Julianus geen gezicht en benen meer, maar dat het om zijn legende gaat is overduidelijk. De ouders in het bed zijn nog goed zichtbaar, en naast de moordenaar staat zijn vrouw. Om boete te doen gingen Julianus en zij goede daden verrichten, zoals het verzorgen van zieken en het geven van onderdak aan reizigers. Christus zelf schonk de oudermoordenaar uiteindelijk genade. De fresco’s naast Sint Julianus stellen Sint Joris en Sint Antonius-Abt voor. Alle fresco’s werden in de vijftiende eeuw gemaakt. Elders in de kerk kunnen we nog een fresco van de Franciscaanse missionaris Sint Bernardinus van Siena (1380-1444) bewonderen. Het wordt aan de lokale schilder Pietro di Nicola Baroni toegeschreven.

Fresco’s van de legende van Sint Julianus (links), Sint Joris en Sint Antonius-Abt.

Omdat het schilderwerk van Cesare Nebbia (ca. 1536-1622) in de kerk niet heel interessant is, wijd ik ten slotte een enkel woord aan het beeldhouwwerk in de Sant’Andrea. Van het Gotische grafmonument van de familie Magalotti uit veertiende eeuw (zie hieronder) is helaas niet veel bewaard gebleven. Over de familie is blijkbaar niet veel bekend, al is er vlak bij de kerk een Via Magalotti. Ik ben ooit in de kerk van Santa Cecilia in Trastevere in Rome de graftombe tegengekomen van de in 1537 gestorven bisschop Gregorio Magalotti. Een Lorenzo Magalotti was in de zeventiende eeuw bisschop van Ferrara. Misschien gaat het om dezelfde familie, misschien ook niet. In elk geval wordt het grafmonument toegeschreven aan een navolger van de Florentijnse beeldhouwer Arnolfo di Cambio. Op het vervaagde en wat beschadigde fresco herkennen we naast de Madonna met het Kind ook Petrus en Johannes de Doper.

Fresco van Sint Bernardinus van Siena / graftombe familie Magalotti.

Het hoogtepunt in de kerk was voor mij de preekstoel met Cosmatenversieringen. Volgens mijn reisgids dateert de preekstoel zelf van de tiende eeuw. De Cosmatenversieringen zijn – uiteraard – iets jonger. Ze werden in de dertiende eeuw toegevoegd en zien er nog redelijk compleet uit.

Preekstoel met Cosmatenversieringen.

Veel informatie over de kerk kwam van de Key to Umbria website en van het Italiaanse Wikipedia. Mijn Capitool Reisgids voor Umbrië verschafte aanvullende informatie.

3 Comments:

  1. Pingback:Orvieto: De Duomo – – Corvinus –

  2. Pingback:Orvieto: de musea van de Palazzi Papali – – Corvinus –

  3. Pingback:Orvieto: Sant’Andrea – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.