Orvieto: De Duomo

Duomo van Orvieto.

De Duomo van Orvieto is zonder enige twijfel het mooiste en beroemdste gebouw van de stad. Orvieto bezoeken maar de kathedraal overslaan is onmogelijk. Iedere bezoeker neemt voor lief dat het gebouw alleen tegen betaling betreden kan worden, want het is werkelijk schitterend. Dat begint al aan de buitenkant. De magnifieke Gotische gevel met mozaïeken en beeldhouwwerk trekt direct de aandacht. Zeker zo mooi is het exterieur van de kathedraal daarachter, dat is opgebouwd uit elkaar afwisselende banden blauwgrijze basaltsteen en witte travertijn. De vergelijking met de Duomo van Siena is snel gemaakt. Gelet op de herkomst van de belangrijkste architect van het gebouw, Lorenzo Maitani, is die vergelijking ook terecht.

Wat zeer opvallend is, is dat de kathedraal van Orvieto geen klokkentoren heeft. De reden is mij niet duidelijk. Als u de Duomo vanaf de 42 meter hoge Torre del Moro bekijkt, zult u zien dat er wel een aantal klokkenkamers achter het dwarsschip staat, maar het ontbreken van een echte toren blijft merkwaardig. Het interieur van de Duomo is vergeleken met de buitenkant opmerkelijk eenvoudig. Dat was in het verleden wel anders. Het veel uitbundigere interieur in de stijl van het Maniërisme en de vroege Barok dat het gebouw in de zestiende eeuw kreeg, is eind negentiende eeuw weer grotendeels verwijderd. Het artistieke hoogtepunt van de Duomo is toch wel de Cappella di San Brizio aan het einde van het rechter dwarsschip. Daar vinden we een beroemde frescocyclus van de Toscaanse schilder Luca Signorelli (ca. 1450-1523), zijn meesterwerk. Maar de kathedraal heeft bezoekers nog veel meer te bieden.

De Duomo gezien vanaf de Torre del Moro.

Geschiedenis

Interieur van de Duomo.

De bouw van de Duomo, formeel de kathedraal van Santa Maria Assunta, begon in 1290. Daarvoor had Orvieto ook al een kathedraal, maar deze verkeerde in zeer slechte staat. Andere kerken in de stad waren daarom in die tijd in religieus opzicht belangrijker. Dat gold bijvoorbeeld voor de San Domenico, waar zelfs belangrijke kardinalen werden begraven, en de Sant’Andrea, waar Paus Martinus IV (1281-1284) nog werd gekroond. Orvieto was in de tweede helft van de dertiende eeuw regelmatig een toevluchtsoord voor pausen. Hun verblijf daar zal de bouw van een nieuwe kathedraal hebben aangemoedigd, zodat Paus Nicolaas IV (1288-1292) op 13 november 1290 de eerste steen kon leggen. Dit was de feestdag van Sint Brixius van Tours, die in 397 de overleden Sint Martinus of Sint Maarten als bisschop was opgevolgd. De oude kathedraal was mede gewijd aan een Sint Brixius (San Brizio) en later zou een kapel in de nieuwe Duomo naar deze heilige worden vernoemd. De vraag is daarbij wel of het inderdaad om Sint Brixius van Tours gaat. Mogelijk was er ook een Umbrische heilige met deze naam die bisschop van een onbekende stad was. Dit is een kwestie waar de academici zich het hoofd over mogen breken.

Paus Nicolaas, geboren als Girolamo Masci, was de eerste Franciscaanse paus in de geschiedenis. Als eerste hoofdarchitect van de Duomo werd echter een Benedictijn aangesteld, een zekere Fra Bevignate. Omstreeks 1300 werd deze echter naar Perugia ontboden om daar aan de Duomo daar te werken. Inmiddels waren er twijfels gerezen over de stabiliteit van de kathedraal in aanbouw in Orvieto, en het was aan de opvolger van de vertrokken Benedictijn om die weg te nemen. Van deze Giovanni di Uguccione weten we weinig, eigenlijk niet meer dan dat wordt aangenomen dat hij het oorspronkelijke ontwerp voor een Romaanse kathedraal veranderde in een ontwerp voor een Gotisch gebouw. Ergens rond 1308 werd Lorenzo Maitani aangesteld, een architect en beeldhouwer uit Siena. Met hem nam de bouw van de kathedraal een hoge vlucht.

Sint Antonius-Abt en Sint Jakobus, fresco uit 1449.

Maitani zorgde met de bouw van steunbogen voor extra stabiliteit, al zou later blijken dat het gebouw ook prima zonder deze bogen kon. Omstreeks 1325 was de Duomo vrijwel gereed, maar ook daarna was er nog volop werk te doen. Maitani bouwde voordat hij in 1330 stierf nog een nieuwe rechthoekige apsis (1328) en aan het dwarsschip werden later nog twee belangrijke kapellen toegevoegd (waarin de steunbogen zijn opgegaan). Dit waren achtereenvolgens de Cappella del Corporale in de periode 1350-1356 en de Cappella Nuova tussen 1408 en 1444. De laatstgenoemde kapel is ook bekend onder de naam Cappella di San Brizio, waarbij dus niet geheel duidelijk is om welke Sint Brixius het hier gaat. Vanaf de zestiende eeuw werd het interieur van de Duomo grondig verbouwd onder getalenteerde architecten en beeldhouwers als Raffaello da Montelupo (ca. 1505-1566), een leerling van de grote Michelangelo, en Ippolito Scalza (1532-1617). Hun interventies zijn in de periode 1877-1891 weer grotendeels ongedaan gemaakt. Bij de bespreking van het interieur van de Duomo hieronder zal de nadruk dan ook op de middeleeuwse kunst liggen.

Gevel

De Gotische gevel van de Duomo is echt het visitekaartje van het gebouw. Prachtig beeldhouwwerk en al even fraaie mozaïeken strijden om de aandacht van de bezoeker. Wat die bezoeker zich wellicht niet realiseert, is dat het eeuwen kostte voordat de gevel voltooid was. Ook is niet alles wat we zien origineel. Dat geldt vooral voor de mozaïeken, waarvan de steentjes helaas nu eenmaal de neiging hebben na verloop van tijd los te laten. Een uitvoerige bespreking van de gevel zal duidelijk maken welke elementen wanneer vervaardigd werden. Daarbij begin ik beneden en eindig ik bovenin.

Fraai beeldhouwwerk op een van de pijlers.

De gevel heeft onderaan drie prachtige portalen waarvan de buitenste twee Gotische spitsbogen hebben en de middelste, met de hoofdingang, een Romaanse rondboog. In de hoofdingang zitten moderne bronzen deuren, gemaakt door de Siciliaanse beeldhouwer Emilio Greco (1913-1995). In het Palazzo Soliano naast de Duomo is meer van zijn werk te zien.

De vier grote pijlers van het onderste gedeelte van de gevel zijn met prachtig beeldhouwwerk gedecoreerd. Het ontwerp hiervan wordt doorgaans aan Lorenzo Maitani toegeschreven. Van links naar rechts zien we Bijbelse voorstellingen over de Schepping, verhalen uit het Oude Testament, het leven van Christus (afbeelding rechts) en het Laatste Oordeel.  Op de pijlers staan de bekende symbolen van de vier evangelisten: van links naar rechts een mens voor Mattheus, een leeuw voor Marcus, een adelaar voor Johannes en een stier voor Lukas. Met wat slagen om de arm worden ook deze beelden aan Maitani toegeschreven en kennelijk zijn het nog de originele exemplaren. Dat geldt niet voor de Madonna met het Kind in een tent boven de hoofdingang. Het origineel van dit fraaie werk – waarvan in elk geval het bronzen gedeelte weer aan Maitani wordt toegeschreven – staat sinds 1982 in het Museo dell’Opera del Duomo.

Close-up van de gevel.

Negen kleurrijke mozaïeken sieren het middelste gedeelte van de gevel. De oudste voorstelling is die van de doop van Christus in de frontaal boven de linker ingang. Het leggen daarvan begon in 1359. Tussen dat jaar en ca. 1390 werden vervolgens alle andere mozaïeken gemaakt, behalve dat in de grote puntgevel die als kroon van de kathedraal kan worden beschouwd. Daar komen we zo over te spreken, eerst de lagere mozaïeken, die helaas nauwelijks nog origineel te noemen zijn. Het ontwerp van de doop van Christus wordt toegeschreven aan Andrea Orcagna (ca. 1310-1368) uit Florence, die enige jaren hoofdarchitect van het werk aan de gevel was, en Giovanni di Buccio di Leonardello uit Orvieto zelf. Het mozaïek werd in de zestiende eeuw opnieuw gelegd naar een ontwerp van Cesare Nebbia (ca. 1536-1622), een lokale schilder naar wie de straat achter de Duomo is vernoemd. Eromheen is een Annunciatie in twee delen te zien. Het origineel dateert van 1362 en wordt toegeschreven aan de tamelijk obscure Nello da Roma, maar wat we nu zien is een versie uit 1649.

Mozaïek van de Tenhemelopneming. Daaronder het beeld van de Madonna met het Kind in een tent (replica).

Het mozaïek in de frontaal boven de hoofdingang stelt de Tenhemelopneming van de Maagd voor, wat wel passend is omdat de kathedraal immers aan Santa Maria Assunta is gewijd. Linksonder vangt de apostel Thomas de gordel (cintola) van de Maagd op. Op de mozaïeken aan weerszijden van de driehoek kijken de andere apostelen toe. Giovanni di Buccio di Leonardello maakte dit mozaïek in 1366, maar wat we nu zien is zwaar gerestaureerd. Boven de rechter ingang zien we in de frontaal de geboorte van de Maagd, althans een kopie uit 1786. Ugolino di Prete Ilario, die zo meteen nog uitgebreid aan de orde komt, ontwierp het origineel in 1365, Giovanni di Buccio di Leonardello legde het. Aan weerszijden zien we de Annunciatie aan de vader van de Maagd, Joachim, en aan haar moeder, Anna. Jacopo Ripanda uit Bologna (gestorven in 1516) was verantwoordelijk voor Joachim, Gabriele Mercanti maakte in de eerste helft van de zeventiende eeuw het mozaïek met Anna.

Dan komen we bij het bovenste gedeelte. Aan de onderkant daarvan loopt een prachtige kleine zuilengalerij met in totaal 38 bogen (9 links, 20 in het midden en 9 rechts). Daarboven valt direct het schitterende roosvenster van Andrea Orcagna uit 1359-1360 op. Het hoofd van Christus is zichtbaar in het midden ervan. Rondom het roosvenster zien we allereerst mozaïeken van de vier kerkvaders: Gregorius de Grote (linksboven), Hiëronymus (rechtsboven), Augustinus (linksonder) en Ambrosius (rechtsonder). Pietro di Puccio maakte de originelen omstreeks 1388, maar nu zien we alleen kopieën uit de negentiende eeuw. Hiëronymus en Ambrosius zijn nog wel in het Museo dell’Opera del Duomo te bewonderen. In de lijst rondom het roosvenster zijn 52 gebeeldhouwde hoofden in kleine nissen geplaatst. Ik heb niet kunnen achterhalen wie deze figuren zijn, maar het zijn in elk geval geen profeten of apostelen.

Roosvenster van Andrea Orcagna, met daaromheen mozaïeken en beelden van profeten en apostelen.

Mozaïeken van de Doop van Christus en de Annunciatie. Bovenop de aartsengel Michaël.

Profeten en apostelen vinden we namelijk elders rondom het roosvenster. In de zestiende eeuw werd er nog volop aan de gevel gewerkt. Michele Sanmicheli (1484-1559) en Antonio da Sangallo de Jongere (1484-1546) speelden een belangrijke rol bij de voltooiing ervan. Zij werkten aan de vier torenspitsen en het centrale puntstuk. Aan weerszijden van het roosvenster werden volgens een van mijn bronnen in de periode 1555-1556 twaalf profeten in grote nissen geplaatst. Francesco Mosca (ca. 1531-1578) leidde het team van beeldhouwers dat de profeten vervaardigde. Vreemd genoeg is alleen bij Nahum en Habakuk ook een naam geplaatst. Gelet op het gebruikte lettertype en de stijl van de beelden ben ik geneigd een andere bron te volgen die de beelden op de late veertiende eeuw dateert. Dat betekent dat het verhaal over Mosca niet juist kan zijn. Ten slotte werden in de periode 1560-1570 beelden van de twaalf apostelen gemaakt voor de grote nissen boven het roosvenster. Raffaello da Montelupo (ca. 1505-1566) leidde hier de werkzaamheden, die pas na zijn dood werden afgerond. Als u overigens naar het roosvenster kijkt, dan zult u ook het beeld van het Lam Gods zien dat op de frontaal boven de hoofdingang staat. Het beeld dateert van 1352 en wordt toegeschreven aan Matteo di Ugolino da Bologna, die waarschijnlijk ook enige tijd hoofdarchitect was. Hij maakte ook het beeld van de aartsengel Michaël en de draak op de linker frontaal. Het origineel daarvan staat nu in het Museo dell’Opera del Duomo.

In het puntstuk links van het roosvenster zien we een mozaïek van het huwelijk van de Maagd. Het origineel (1381-1386) was van de hand van Ugolino di Prete Ilario en Pietro di Puccio, maar wat we nu zien is een zwaar gerestaureerd werk naar een ontwerp van Antonio Circignani (1560–1620). Het mozaïek in het puntstuk rechts van het roosvenster stelt de Presentatie van de Maagd in de Tempel voor. Pietro di Puccio maakte het origineel in 1376, maar het huidige mozaïek dateert van het midden van de zeventiende eeuw.

Kroning van de Maagd.

Ten slotte de puntgevel bovenop de Duomo, de kroon van de kathedraal. Deze bevat het topstuk: een mozaïek van de Kroning van de Maagd. Het verhaal achter de puntgevel is gecompliceerd. Deze werd pas in 1532 voltooid en in 1584 mocht Cesare Nebbia aan het mozaïek beginnen. Hoewel al in de veertiende eeuw aan het thema van de Kroning van de Maagd was gedacht, luidde de opdracht van de Opera del Duomo nu dat een mozaïek van de Wederopstanding van Christus moest worden gemaakt. Nebbia was in 1587 klaar, maar zijn mozaïek werd in 1713 vervangen door een mozaïek van Ludovico Mazzanti (1686-1775) dat alsnog de Kroning van de Maagd voorstelde. Dit mozaïek viel al snel uit elkaar en werd op zijn beurt in de periode 1842-1847 vervangen door het huidige mozaïek. Het mozaïek werd klaarblijkelijk gebaseerd op een werk van Sano di Pietro (1405-1481), waarschijnlijk deze paneelschildering. De stijl is dan ook duidelijk middeleeuws.

De vraag die na het voorgaande resteert, is wanneer de gevel nu eigenlijk gereed was. Een mooi eindpunt is wellicht 1591, het jaar waarin Ippolito Scalza (1532-1617) de buitenste torentjes voltooide. Dat was dus 301 jaar na het leggen van de eerste steen. Daarna, maar ook al daarvoor, was het vooral een kwestie van restauratie, waarbij als gezegd vooral de mozaïeken uit de veertiende eeuw veel aandacht vergden. De beroemde architect Giuseppe Valadier (1762-1839) voerde eind achttiende, begin negentiende eeuw nog een omvangrijke restauratie aan de gevel uit. Ook daarna moet het onderhoud zijn doorgegaan, want de gevel ziet er werkelijk piekfijn uit.

Interieur

Madonna met Kind – Gentile da Fabriano.

Wie de Duomo binnengaat, komt in een enorme lege ruimte (zie de afbeelding hierboven). Ook binnen ziet men de bekende witte en blauwgrijze banden, zowel op de muren (deels geschilderd overigens) als op de tien zuilen, vijf aan elke kant. De zuilen delen de kathedraal op in een middenschip en twee zijbeuken. Omdat er geen plafond is, is de houten dakconstructie goed te zien als men omhoog kijkt. De kathedraal heeft vijf kapellen aan elke kant, al gaat het eerder om ondiepe halfronde nissen dan om echte kapellen. Veel van deze kapellen hebben nog wat resten van laatmiddeleeuwse fresco’s. Zo vinden we in de tweede kapel rechts redelijk goed bewaard gebleven fresco’s van Sint Antonius-Abt en Sint Jakobus, gemaakt in 1449 (zie de afbeelding hierboven). Veel beroemder is echter het fresco op de muur direct aan het begin van de linker zijbeuk. Deze schildering van de Madonna met het Kind werd gemaakt door Gentile da Fabriano (ca. 1370-1427) een getalenteerde schilder uit het stadje Fabriano in de Marche. Het fresco dateert van 1425 en was dusdanig belangrijk dat het, anders dan de meeste andere fresco’s, niet met een laag pleisterwerk werd bedekt toen het interieur van de kathedraal in de zestiende eeuw grondig op de schop ging.

Deze verbouwing was ingegeven door de eisen gedicteerd door de Contrareformatie. Simone Mosca (1492-1554) en de al genoemde Raffaello da Montelupo (ca. 1505-1566) en Ippolito Scalza (1532-1617) werkten allen enige tijd als hoofdarchitect van dit grote project. Toch is van hun ingrepen niet veel meer terug te zien. In de negentiende eeuw kwam de filosofie in zwang dat middeleeuwse kerken hun middeleeuwse uiterlijk weer terug moesten krijgen, met als gevolg dat in de periode 1877-1891 vrijwel alles wat naar Maniërisme of Barok riekte uit de Duomo werd verwijderd. Wie kunst uit juist deze periode interessant vindt, vindt gelukkig in de kathedraal nog wel iets van zijn gading. Zo staan er links en rechts van het koor twee mooie altaren die qua stijl sterk op elkaar lijken. Het oudste altaar, het Altare dei Magi, staat rechts en dateert van 1514-1546. Tussen 1514 en 1526 werkte Michele Sanmicheli eraan, maar veel wist hij niet te voltooien. Antonio da Sangallo de Jongere maakte vervolgens een nieuw ontwerp en de uitvoering daarvan lag vanaf 1535 bij Simone Mosca, die hulp kreeg van Raffaello da Montelupo en zijn eigen zoon Francesco. Toen het altaar klaar was, werd aan de andere kant het Altare della Visitazione gemaakt (1547-1554). Vader en zoon Mosca, Raffaello da Montelupo en ook Ippolito Scalza waren hierbij betrokken. De laatste twee namen moeten ook genoemd worden in verband met een beeldhouwwerk dat achter de laatste zuil links staat: een prachtige Pietà. Raffaello kreeg de opdracht, maar stierf voordat hij kon begonnen. Deze Pietà (1570-1579) is dus van Ippolito Scalza. Een zeer goede foto vindt u hier.

Fresco’s van Ugolino di Prete Ilario

Presentatie van de Maagd in de tempel (onder) en presentatie van Christus in de tempel (boven) – Ugolino di Prete Ilario.

De prachtige fresco’s in de apsis werden tussen 1370 en 1384 gemaakt door een team van schilders onder leiding van Ugolino di Prete Ilario. Over deze Ugolino is helaas maar weinig bekend. Zijn naam is in elk geval intrigerend: Ugolinus, zoon van de priester Ilarius. Een kind van een geestelijke die het celibaat niet serieus nam? Vaak wordt gesteld dat Ugolino afkomstig was uit Siena, maar hij kan evengoed in Orvieto zijn geboren. Zijn team bestond in elk geval uit lokale kunstenaars. Samen schilderden ze op drie muren voorstellingen uit het leven van de Maagd. Die op de linker muur zijn nog in uitstekende staat en ook die op de achtermuur zien er nog goed uit. Op de rechter muur zijn helaas duidelijk grote beschadigingen te zien en ook het gewelf heeft de tand des tijds niet geheel doorstaan. Een aantal van de fresco’s op de rechter muur is eind vijftiende eeuw bijgewerkt.

Al met al is de frescocyclus een schitterend stukje veertiende-eeuwse religieuze kunst. Misschien hebben Ugolino en zijn medewerkers daarvoor wel niet genoeg lof toegezwaaid gekregen. Het hielp natuurlijk niet dat een invloedrijke schilder, architect en kunsthistoricus als Giorgio Vasari in de zestiende eeuw de cyclus toeschreef aan Ambrogio Lorenzetti,wiens werk duidelijk wel als inspiratiebron voor Ugolino diende. Om de echte schilders de eer te geven waar ze recht op hebben, volgt hieronder een uitgebreide toelichting op de fresco’s.

Op de achtermuur zien we van onder naar boven en van links naar rechts[1]:

  • De presentatie van de Maagd Maria in de tempel en het onderricht van de Maagd;
  • Het huwelijk van Maria en Jozef;
  • De presentatie van Jezus in de tempel;
  • (beschadigd) de vlucht naar Egypte, Jozef in zijn atelier, Maria onderwijst Jezus;
  • Aankondiging van de dood van de Maagd;
  • Ontslapenis van de Maagd;
  • Uitvaart van de Maagd;
  • Christus schenkt de Maagd het eeuwige leven.

Impressie van de fresco’s in de apsis.

Gebrandschilderd raam van Giovanni di Bonino.

Daarboven volgt dan, boven het gebrandschilderde raam, traditiegetrouw de Tenhemelopneming. Op de zijmuren staan ook verhalen uit de levens van de ouders van Maria, Joachim en Anna, en daarnaast nog meer voorstellingen over Maria, Jozef en de geboorte en het leven van Christus. Zelfs een scène met de besnijdenis van Jezus ontbreekt niet (linker muur, tweede strook, derde fresco van links). Rondom de ronde ramen zien we dan steeds twee kerkvaders (onder) en twee evangelisten boven. Aan de rechterkant zijn kerkvader Ambrosius en evangelist Lukas helaas niet meer te zien.

In de apsis zijn nog meer fraaie kunstwerken te zien. Ik noem er drie. Allereerst het gebrandschilderde raam van Giovanni di Bonino uit Assisi uit 1334. Het is het enige overgebleven middeleeuwse raam in de hele kathedraal. De overige ramen dateren van het einde van de negentiende eeuw en zijn voorzien van stukken albast, die voor mooi zacht licht zorgen. Ook het crucifix in de apsis uit ongeveer 1320 is zeer de moeite waard. Het wordt toegeschreven aan Lorenzo Maitani. Ten slotte nog de koorbanken uit de periode 1330-1370. Ze werden gemaakt door kunstenaars uit Siena en stonden oorspronkelijk, in overeenstemming met de religieuze gebruiken van die tijd, vóór het hoogaltaar en dus in het middenschip. Het is een opstelling die men nog steeds ziet in kerken als de San Clemente in Rome. In lijn met de beginselen van de Contrareformatie werden koorbanken in de zestiende eeuw doorgaans verplaatst, in dit geval naar de apsis. De gelovigen hadden zo meer ruimte en een beter zicht op de heilige hostie die door de priester omhoog werd gehouden.

En met de heilige hostie komen we bij de Cappella del Corporale. Een corporale is een altaarkleed waarop tijdens de mis het brood en de wijn, dus het lichaam en het bloed van Jezus worden geplaatst. Katholieken gaan ervan uit dat tijdens de mis het brood echt in het lichaam van Christus verandert en de wijn echt in diens bloed. Een priester uit Bolsena had in 1263 echter zo zijn twijfels bij deze zogenaamde Transsubstantiatie, maar die werden weggenomen toen de hostie die hij omhooghield begon te bloeden en het altaarkleed bevlekte. Het bebloede corporale was niet alleen het definitieve bewijs van de Transsubstantiatie, het was ook meteen een kostbaar relikwie. Hoe dit relikwie zijn weg van Bolsena naar Orvieto heeft gevonden, een reisje van slechts 20 kilometer, is niet helemaal duidelijk. Niettemin werd voor het corporale in de periode 1350-1356 een eigen kapel gebouwd, die verrees aan het uiteinde van het linker dwarsschip. Tegenwoordig is de kapel in principe alleen toegankelijk voor mensen die willen bidden. Dat is een tegenvaller voor wie de kunst wil bekijken, maar gelukkig is er dan nog Google Street View. Het altaarstuk van de Siënese schilder Lippo Memmi ziet u hier.

Fresco’s op het gewelf van de Cappella del Corporale.

Bij het schilderen van de fresco’s in de kapel speelde de al genoemde Ugolino di Prete Ilario een grote rol. De fresco’s verschenen tussen 1357 en 1364 op de muren, dus Ugolino en zijn team waren hier eerder actief dan in de apsis. Een deel van de fresco’s heeft uiteraard betrekking op het Mirakel van Bolsena. De fresco’s op het gewelf zijn ook vrij goed te zien als u de kapel niet in kunt of mag. Zo fotografeerde ik bovenstaand fresco van de ruiter op het witte paard, gewapend met een boog, uit Openbaring 6:2. Hij heeft een demon met een pijl getroffen en daarmee een schaars geklede dame gered. Boven hem zweeft een blonde Christus in een wit gewaad. Naast hem staan de zeven kandelaars uit hetzelfde Bijbelboek en onder zijn linkerhand zien we een hostie. Die hostie keert terug op de andere drie fresco’s. Zo bijvoorbeeld op het fresco met de apostel Paulus, waarop de hostie boven de miskelk zweeft. Op het altaar ligt een corporale, zodat u nu precies weet hoe zo’n kleed eruit ziet. De lastig leesbare Latijnse tekst komt uit 1 Korintiërs 11:28-29: “Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf” (NBV). Helaas heb ik niet kunnen achterhalen wie de twee figuren links van het altaar zijn.

Cappella di San Brizio

Christus als Rechter – Fra Angelico.

De kapel die tegenwoordig alom bekendstaat als de Cappella di San Brizio heette oorspronkelijk gewoon de Cappella Nuovo, de nieuwe kapel. De bouw ervan begon omstreeks 1408 en in 1444 was het werk klaar. Het verhaal van de decoratie van de Cappella Nuovo begint dan drie jaar later, in 1447. In juni van dat jaar begonnen Fra Angelico (1395-1455) en zijn assistent Benozzo Gozzoli (ca. 1421-1497) met het beschilderen van het gewelf van de kapel. In drie maanden schilderden zij fresco’s van Christus als Rechter en van de profeten. Daarna vertrok Fra Angelico naar Rome, waar Paus Nicolaas V (1447-1455) een dusdanig zwaar beroep op hem deed dat hij nooit meer naar Orvieto terugkeerde. Met slechts twee fresco’s heeft de grote schilder dan ook bepaald geen stempel op de kapel kunnen drukken. De geschiedenis van de kapel vertoont vervolgens grote gelijkenissen met die van de Brancacci-kapel in Florence, waar ook meer dan 50 jaar lang geen schilder kon worden gevonden om de fresco’s te voltooien. Ging het daar om Filippino Lippi die de door Masolino en Masaccio begonnen wandschilderingen afmaakte, in Orvieto zou Luca Signorelli (ca. 1450-1523) uit Cortona de reddende engel blijken te zijn.

Signorelli was niet de eerste die benaderd werd. Pier Matteo d’Amelia (ca. 1445-1508) en Perugino (ca. 1448-1523) werden naar Orvieto ontbonden om de kapel te verfraaien, maar zij hebben weinig tot helemaal niets achtergelaten. In april 1499 was het vervolgens de beurt aan Signorelli. Eerst voltooide hij de schilderingen op het gewelf waaraan Fra Angelico en Benozzo Gozzoli waren begonnen en daarna beschilderde hij ook het tweede gewelf in de kapel. Zijn beste werk verscheen echter in de periode 1500-1504 op de muren van de kapel: een reeks werkelijk fantastische fresco’s met het Laatste Oordeel als thema. Signorelli was zeer geïnteresseerd in de menselijke anatomie en het gerucht deed de ronde dat hij ’s nachts lichaamsdelen verzamelde op begraafplaatsen.[2] Of het gerucht nu op waarheid berust of niet, duidelijk is dat Signorelli en zijn medewerkers zich in de kapel volledig konden uitleven op de menselijke vormen. Daarbij valt de grote hoeveelheid naakt direct op. Borsten, billen en zelfs een enkele piemel sieren de wanden van de Cappella di San Brizio.

Prediking van de Antichrist. Links vooraan staan Luca Signorelli en Fra Angelico.

Ingang naar de kapel.

Het eerste fresco in de cyclus vinden we op de linker muur. Het stelt de Prediking van de Antichrist voor (zie hierboven). De Antichrist staat op een verhoging. Hij lijkt op Christus, maar krijgt van de duivel die achter hem staat allerhande slechte woorden ingefluisterd. Vrij algemeen wordt aangenomen dat in de Antichrist de Dominicaanse prediker Girolamo Savonarola (1452-1498) moet worden gezien. Deze pleitte voor kerkhervormingen, maar was tevens verantwoordelijk voor de vernietiging van kostbare kunstwerken tijdens het zogenaamde ‘Vreugdevuur van de ijdelheden’. Kunstenaars als Sandro Botticelli verkeerden enige tijd onder zijn invloed, maar Luca Signorelli moest juist niets van hem weten. In 1498 werd Savonarola in Florence op de brandstapel gezet. Het fresco in Orvieto diende als waarschuwing tegen mensen die met hun woorden anderen aanzetten tot slechte daden. Linksboven zien we dat het met de Antichrist slecht afloopt. Hij wordt door de aartsengel Michaël in de lucht verslagen en op de grond sneuvelen zijn aanhangers bij bosjes.

In de figuren rondom de prekende Antichrist herkenden tijdgenoten vele bekende figuren. Zo wordt van de pompeus geklede jongeman met de handen in de zij gezegd dat het wel eens de schilder Rafaël (1483-1520) zou kunnen zijn. De vrouw links die geld aanneemt van een man is waarschijnlijk een prostituee. Zij komt op andere fresco’s terug. Uiterst links schilderde Signorelli zichzelf, met achter hem Fra Angelico (overigens een Dominicaner monnik, net als Savonarola). Op de achtergrond gebeurt van alles. Er wordt iemand tot leven gewekt, er staat een groepje geestelijken en er worden mensen onthoofd. Opvallend is ook het grote gebouw, een soort kruising tussen een klassieke tempel uit de Oudheid een christelijke basiliek.

De cyclus gaat verder op de boog boven de ingang van de kapel. Hier had Signorelli niet veel ruimte om zijn Ondergang van de Wereld te schilderen, maar hij kweet zich voortreffelijk van zijn taak. Op de rechter muur staan vervolgens de doden op om het Laatste Oordeel te ontvangen. Ze lijken wel uit een soort ijsvlakte op te rijzen en zijn allemaal naakt of vrijwel naakt. Boven hen blazen twee engelen op bazuinen om de doden te wekken.

Wederopstanding van de doden.

Dan de twee achterste zijmuren. Tegenover elkaar zien we hoe links (aan de rechterhand van Christus de Rechter op het gewelf) de rechtvaardigen een plek in de Hemel toegewezen krijgen, terwijl rechts (aan de linkerhand van Christus) de onrechtvaardigen tot de Hel worden veroordeeld. Het laatstgenoemde fresco is veel spectaculairder dan het eerste. In de lucht zien we de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël. Signorelli schilderde zichzelf als een blauwe demon met een hoorn die een naakte vrouw vastgrijpt. Boven hem vallen mensen uit de lucht en vliegt een naakte vrouw op de rug van een demon met vleugels. Moet ze de Hoer van Babylon uit Openbaring 17 voorstellen? Opvallend is dat ze vrijwel zeker dezelfde vrouw is als degene die Signorelli vastgrijpt en ook als de prostituee op het fresco van de Antichrist. Ze zal ongetwijfeld gebaseerd zijn op een vrouw met wie de schilder nog een appeltje te schillen had.

Onrechtvaardigen veroordeeld tot de Hel.

Onrechtvaardigen veroordeeld tot de Hel (detail).

De complete chaos van de hele scène met de onrechtvaardigen contrasteert scherp met de serene rust die op het fresco van de rechtvaardigen heerst. In de lucht zorgt een orkest van engelen voor de muzikale begeleiding. De fresco’s van de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen komen samen op de muur achter het altaar. Onder Christus de Rechter is hier links de hemel en rechts de hel geschilderd. Op het altaar staat, in een frame uit de tijd van de Barok, een paneelschildering uit de dertiende eeuw die mogelijk al in de oude kathedraal stond. Deze Madonna di San Brizio werd gemaakt door een onbekende schilder en werd hier in 1622 geplaatst. Erg mooi is het werk niet, maar de religieuze waarde ervan is enorm.

De website Key to Umbria bevat zeer veel uitstekende informatie over de Duomo. Een echte aanrader! Aanvullende informatie kwam uit mijn Capitool reisgids voor Umbrië en de relevante pagina’s op het Italiaanse en Engelse Wikipedia. Meer informatie over de fresco’s van Luca Signorelli vindt u in dit artikel. Een goed artikel over de fresco’s van Ugolino di Prete Ilario is ten slotte Sara Nair James, The Exceptional Role of St. Joseph in Ugolino di Prete Ilario’s Life of the Virgin at Orvieto.

Noten

[1] Gegevens ontleend aan Sara Nair James, The Exceptional Role of St. Joseph in Ugolino di Prete Ilario’s Life of the Virgin at Orvieto.

[2] Ross King, De Hemel van de Paus, p. 182.

One Comment:

  1. Pingback:Orvieto: Rocca dell’Albornoz en Pozzo di San Patrizio – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.