Rome: San Clemente

De San Clemente.

Tot betrekkelijk kort geleden had ik een verhouding met de kerk van San Clemente die zich kenmerkte door zowel liefde als haat. De San Clemente behoort zonder enige twijfel tot de meest fascinerende kerken in Rome, een basiliek uit de twaalfde eeuw bovenop een basiliek uit de vierde eeuw die zelf weer over Romeinse gebouwen uit de eerste eeuw heen gebouwd is. Aan de andere kant had de kerk tot voor kort verreweg het strengste fotografieverbod van alle kerken in Rome. Overal stonden bordjes die duidelijk maakten dat het schieten van plaatjes niet was toegestaan. Er liep zelfs een overijverige bewaker rond die ervoor moet zorgen dat niemand het waagde een camera uit zijn of haar tas te halen. Dit beleid was duidelijk bedoeld om mensen te bewegen kaarten en posters in de winkel van de kerk te kopen, iets wat studenten kunstgeschiedenis en geschiedenisliefhebbers waarschijnlijk toch al zouden hebben gedaan vanwege de uitstekende kwaliteit van deze koopwaar (ik heb zelf het nodige gekocht). Fotograferen mocht alleen buiten in het atrium. Van hieruit kon ik door de voordeur heen nog een goede foto van het interieur maken.

Jarenlang was deze afbeelding het enige wat ik mijn lezers kon laten zien. Deze bijdrage over de San Clemente was voorheen dan ook vrij kort. Kennelijk zijn er echter zaken gaan schuiven. Toen ik de kerk in januari 2022 bezocht, waren de bordjes met het fotografieverbod aan de kant geschoven. De chagrijnige bewaker – nog altijd dezelfde man – had zich nu opgesteld bij de ingang van het atrium om coronapassen te controleren. Opeens was fotograferen binnen in de kerk geen probleem meer, en iedereen was dan ook naar hartenlust in de weer met camera’s en smartphones. Zelf schoot ik drie dozijn plaatjes van het schitterende apsismozaïek, Masolino’s fresco’s over het leven van Sint Catharina van Alexandrië en de schola cantorum uit de zesde eeuw. Na thuiskomst besloot ik mijn eerdere bijdrage uit 2018 te herschrijven en er een flink aantal nieuwe afbeeldingen aan toe te voegen.

Korte geschiedenis

Interieur van de kerk.

De onderste lagen van de kerk bestaan uit delen van twee Romeinse gebouwen uit de eerste eeuw. Archeologen hebben hier een altaar van Mithras gevonden, de lichtgod die erg populair was onder soldaten. Het altaar staat er nog, maar bezoekers kunnen er niet bij in de buurt komen. Het is mogelijk dat de gebouwen onderdeel waren van de keizerlijke munt (een eerder munthuis stond op de Capitolijn, op de plek waar nu de kerk van Santa Maria in Aracoeli staat), maar tot nu toe is er geen archeologisch bewijs gevonden dat hier munten werden geslagen. Evenmin zijn er hier beneden sporen gevonden van christelijke activiteiten. De eerste kerk op deze plek werd pas omstreeks 395 gesticht toen Paus Siricius (384-399) op de Troon van Petrus zat. De kerk was gewijd aan Sint Clemens, die volgens de overlevering de vierde paus in de geschiedenis was (ca. 88-99). Zijn overblijfselen werden hier in 867 bijgezet.

Lange tijd werd gedacht dat de kerk onherstelbaar werd beschadigd of zelfs werd verwoest tijdens de plundering van Rome door de Normandiërs in 1084. Bij die bewering kunnen echter vraagtekens worden geplaatst. Zelfs de kerk zelf schrijft nu dat “it was found that the building was unsafe and should be abandoned, possibly (mijn cursivering) because of destruction caused in the neighbourhood (idem) by the Normans under Robert Guiscard when coming to the rescue of Pope Gregory VII in 1084″. De Normandiërs richtten zeker vernielingen aan in dit deel van de stad, niet alleen bij de San Clemente, maar ook bij het complex van Santi Quattro Coronati in de buurt. De beslissing van Paus Paschalis II (1099-1118) om een nieuwe kerk te bouwen kan echter evengoed ingegeven zijn geweest door het feit dat de kerkvloer zich onder het straatniveau bevond, waardoor de kerk vatbaar was voor wateroverlast. Terzijde zij opgemerkt dat de Romeinen de Normandiërs lijken te hebben vergeven voor hun daden: de straat achter de kerk heet de Via dei Normanni.

Schola cantorum.

Atrium van de San Clemente.

Om een nieuwe kerk te kunnen bouwen werd de oude kerk gedeeltelijk afgebroken. Het dak werd eraf getrokken en van de muren bleef alleen de onderste vijf meter overeind staan. Wat er over was van de oude San Clemente werd opgevuld met aarde. Vervolgens werd de nieuwe kerk over de oude heen gebouwd. De nieuwe kerk werd in 1108 gewijd. Sinds de late zeventiende eeuw wordt de San Clemente beheerd door Ierse Dominicanen. Zij verhuisden in 1697 van de Santi Giovanni e Paolo naar deze kerk. De San Clemente kreeg haar huidige uiterlijk in de vroege jaren 1700. Paus Clemens XI (1700-1721) huurde de architect Carlo Stefano Fontana – vaak verward met zijn oom Carlo Fontana (1634/38-1714) – in om de kerk in Barokstijl te verbouwen. In 1857 werd begonnen met opgravingen onder de kerk en deze worden tot op de dag van vandaag voortgezet.

De San Clemente verkennen

De kerk heeft nog altijd haar atrium, wat vrij uniek is. Een atrium is typisch voor middeleeuwse kerken, maar dit kenmerk is elders in Rome grotendeels verdwenen. Binnen kunnen we een mooie originele Cosmatenvloer en een schola cantorum (kooromheining) bewonderen. Deze laatste dateert uit de zesde eeuw en stond dus al in de eerste kerk. Op de omheining zien we het monogram van Paus Johannes II (533-535). Voordat hij tot paus werd gekozen heette Johannes nog Mercurius, een opmerkelijk heidense naam voor een christen. Hij was priester van de kerk van San Clemente geweest en had kosten noch moeite gespaard om het gebouw te verfraaien. Het pontificaat van Paus Johannes II was tamelijk kort, maar een van zijn belangrijkste wapenfeiten was het ontslaan van een Franse bisschop die zich veelvuldig aan overspel bezondigde.

Monogram van Paus Johannes II.

De Kapel van Sint Catharina van Alexandrië behoort eveneens tot de hoogtepunten van de kerk. Deze heeft prachtige fresco’s die worden toegeschreven aan Masolino da Panicale (ca. 1383-ná 1440). We kennen hem vooral vanwege zijn samenwerking met zijn jongere collega Masaccio (1401-1428) in de Brancacci-kapel in Florence. Het was waarschijnlijk in die kapel dat kardinaal Branda Castiglioni (1350-1443) kennismaakte met het werk van Masolino, en het is mogelijk dat de kardinaal zelfs werd vereeuwigd in de voorstelling aldaar van de Opwekking van de Zoon van Theophilus en Petrus op zijn Troon, begonnen door Masaccio en voltooid door Filippino Lippi. Castiglioni schakelde Masolino in om te werken in de Kapel van Sint Catharina van Alexandrië in Rome, die soms ook naar hem de Cappella Castiglioni wordt genoemd.

Kruisiging – Masolino.

Masolino werkte in de kapel tussen 1428 en 1431. Op de achtermuur schilderde hij een grote voorstelling van de Kruisiging. De kruizen zijn zo hoog en Christus is zo hoog eraan vastgenageld dat Maria Magdalena niet eens bij de voeten van de Heiland kan. Ze houdt zo te zien wanhopig de voet van diens kruis vast. Op de voorgrond is de Maagd Maria flauwgevallen. De fresco’s op de linker muur tonen voorstellingen uit het leven van Sint Catharina. Uiteindelijk wordt zij onthoofd in opdracht van keizer Maxentius, maar niet voordat ze de vrouw van de keizer heeft bewogen zich tot het christendom te bekeren (waarvoor deze vrouw met haar leven betaalt), een dozijn heidense filosofen heeft verslagen in een debat en een terechtstelling op het rad heeft overleefd. Het rad werd vervolgens Catharina’s bekende attribuut. De fresco’s op de rechter muur gaan over het leven van Sint Ambrosius. Deze zijn veel minder interessant, al was het alleen maar omdat ze in veel minder bevredigende staat verkeren.

Voorstellingen uit het leven van Sint Catharina – Masolino.

Het mooiste gedeelte van de kerk is de apsis. De mozaïeken in de schelp en op de triomfboog dateren van de twaalfde eeuw en ze zijn werkelijk schitterend. De centrale voorstelling van de schelp van de apsis is een Kruisiging. Christus wordt geflankeerd door de Maagd Maria en Johannes de Evangelist. Op het kruis zien we twaalf witte duiven, die zonder enige twijfel symbool staan voor de twaalf apostelen. Aan de onderzijde van het mozaïek treedt Christus nogmaals op, nu als het Lam Gods. Aan weerszijden staan twaalf andere lammeren. Boven het Lam Gods staat een acanthusplant waaruit vijftig opgerolde takken voortspruiten. Tussen de takken zien we allerhande voorwerpen, vogels, engeltjes en heiligen. Sommige van de heiligen hebben bijschriften, waardoor we kunnen vaststellen dat het om Augustinus, Hiëronymus, Gregorius de Grote en Ambrosius gaat, dat wil zeggen de vier Kerkleraren. De kwaliteit van het mozaïek is exceptioneel.

Apsismozaïek.

Kruisiging.

Details van het apsismozaïek.

Vervolgens gaat de blik naar het mozaïek op de triomfboog, dat al even indrukwekkend is. Hier zien we bovenin Jezus Christus, met aan weerszijden de symbolen van de vier evangelisten. Links zijn drie figuren afgebeeld: Paulus, Laurentius en de profeet Jesaja. Laurentius herkent men gemakkelijk aan het rooster bij zijn voeten, het instrument waarop hij naar verluidt levend geroosterd werd (het verhaal is ronduit een mythe). Rechts staan Petrus en Clemens, de paus aan wie de kerk is gewijd, alsmede de profeet Jeremia. Clemens houdt een anker vast. Volgens de overlevering werd hij aan zo’n anker vastgebonden en in zeer gegooid. Let op de eigenaardige mix van Grieks en Latijn in de namen van Paulus en Petrus: zij hebben de bijschriften AGIOS PAVLVS en AGIOS PETRVS.

Paulus en Laurentius.

Petrus en Clemens.

Fresco’s, veertiende eeuw.

Fresco’s uit de veertiende eeuw sieren de muren van de apsis. We zien Christus, de Maagd Maria en elf apostelen. Judas is waarschijnlijk al uit de groep verwijderd. De schilder van de fresco’s is onbekend, maar de kwaliteit van zijn werk is erg goed.

Toeristen mogen de lagere niveaus bezoeken, dat wil zeggen de kerk uit de vierde eeuw en de Romeinse gebouwen. Ze moeten dan wel een toegangsprijs betalen. Bezoekers mogen vrij rondlopen, wat goed is, maar in dit gedeelte van de San Clemente is het waarschijnlijk nog steeds verboden te fotograferen (ik heb het niet gecheckt). Tot de hoogtepunten hier beneden behoort een fresco van een Madonna met Kind dat mogelijk van de negende eeuw dateert. Er zijn vrij overtuigende argumenten om aan te nemen dat het fresco oorspronkelijk een afbeelding van de Romeinse keizerin Theodora was, de vrouw van de beroemde Justinianus (527-565). De Madonna lijkt inderdaad sterk op de afbeelding van de keizerin in de San Vitale in Ravenna. Een ander interessant fresco kan men vinden in het centrale schip. Dit gaat over de legende van Sisinnius, een heidense man met een christelijke vrouw die ruziemaakte met Sint Clemens. Het fresco heeft een tekst waarvan men aanneemt dat het om het oudste geschreven Italiaans ooit gaat. Nog interessanter is dat in de tekst de woorden “fili dele pute” (hoerenzonen) gebruikt worden. Sisinnius schreeuwt deze woorden richting zijn bedienden, maar men zou ze niet in een kerk verwachten.

Herzien 10 maart 2022.

7 Comments:

  1. Pingback:Rome: Santa Prassede – – Corvinus –

  2. Pingback:Rome: Santa Maria in Via Lata – – Corvinus –

  3. Pingback:Rome: Santi Bonifacio e Alessio – – Corvinus –

  4. Pingback:Rome: San Clemente – – Corvinus –

  5. Pingback:Rome: De Friezenkerk – – Corvinus –

  6. Pingback:Orvieto: De Duomo – – Corvinus –

  7. Pingback:Quintillus en Aurelianus: De Jaren 270-271 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.