Piacenza: Palazzo Gotico en Piazza dei Cavalli

De Piazza dei Cavalli is het grote plein in het centrum van Piacenza. Doorgaans is het er waarschijnlijk gezellig druk, maar toen wij het in augustus 2020 bezochten was het nagenoeg uitgestorven. Ongetwijfeld waren er vanwege de COVID-19-crisis veel minder mensen op straat, maar gelukkig konden we nog wel genieten van een drankje op een terras met uitzicht op het plein. De Piazza dei Cavalli heette aanvankelijk gewoon de Piazza Grande. De aanleg ervan begon in 1281 samen met de bouw van het Palazzo Comunale, beter bekend als het Palazzo Gotico of gewoon Il Gotico. Ik zal deze bijdrage dan ook beginnen met de bespreking van dit stadspaleis.

Het Palazzo Gotico.

De opdracht voor de bouw van het Palazzo Gotico kwam van Alberto Scotti. Hij was een telg uit een vooraanstaand geslacht van bankiers en kooplieden en was tussen 1290 en 1313, met tussenpozen, alleenheerser in Piacenza. De bouw van het palazzo begon al voor die tijd, in 1281, en de namen van de architecten zijn bewaard gebleven. Voor de volledigheid, het waren Pietro da Cagnano, Negro de Negri, Gherardo Campanaro en Pietro da Borghetto, allemaal afkomstig uit Piacenza zelf. Het gebouw is echter nooit voltooid. In feite is alleen de noordzijde ervan gerealiseerd. Dat zien we goed als we onder de colonnade van de begane grond doorlopen en de binnenplaats betreden. Dan wordt duidelijk dat de gebouwen achter de noordzijde van een andere soort baksteen zijn gemaakt. Ook als men het palazzo van boven bekijkt met Google Maps wordt dit direct duidelijk. Als reden dat het Palazzo Gotico nooit werd afgebouwd wordt doorgaans aangevoerd dat Piacenza werd getroffen door een pestepidemie. Zulke epidemieën waren er in 1348, 1361 en 1374, dus die zullen we gezamenlijk maar verantwoordelijk houden.

Zijaanzicht van het Palazzo Gotico.

Madonna van de Piazza (origineel).

De colonnade van het palazzo is bekleed met prachtig Veronamarmer (marmo rosso di Verona). Hier vallen ook de grote Gotische puntbogen op waaraan het Palazzo Gotico zijn bijnaam dankt. De verdieping daarboven is in rode baksteen uitgevoerd. Hier zien we Romaanse rondbogen, zes vensters met deelzuiltjes en geometrische versieringen. In de oostzijde van het gebouw is een roosvenster aangebracht, maar in de westzijde een vierkant venster. De kantelen bovenop het palazzo hebben de vorm van een zwaluwstaart, waaruit we mogen afleiden dat Alberto Scotti aan de kant van de Ghibellijnen stond, de aanhangers van de keizer in Italië (zie Sirmione: Rocca Scaligera). Wie goed kijkt, ziet verder onder de dakrand, rechts van het midden, een beeld van een Madonna met Kind. Het origineel dateert van de dertiende eeuw en werd gemaakt door een beeldhouwer die werkte in de stijl van Benedetto Antelami (ca. 1150-1230). Sinds 1988 bevindt het originele beeld zich in de musea van het Palazzo Farnese. Het beeld was echter dusdanig belangrijk dat het palazzo er een kopie voor terugkreeg.

De grote zaal op de eerste verdieping van het Palazzo Gotico was oorspronkelijk bedoeld voor bijeenkomsten van het stadsbestuur. Erg lang lijkt het daar echter niet voor gebruikt te zijn. Het palazzo fungeerde eerst als opslagplaats en vervolgens, vanaf 1644, als theater. Ondanks het feit dat het nooit is afgebouwd blijft het palazzo een gebouw waar Piacenza trots op kant zijn en een schoolvoorbeeld van de pracht van de Lombardisch-Gotische stijl.

Ruiterstandbeeld van Alessandro Farnese – Francesco Mochi.

Dan nu de Piazza dei Cavalli, het ‘plein van de paarden’. Uiteraard verwijst deze naam naar de fraaie ruiterstandbeelden van de hertogen Alessandro Farnese en zijn zoon Ranuccio I. Deze werden in de periode 1612-1628 gemaakt door Francesco Mochi (1580-1654). De Toscaanse beeldhouwer zou alvorens aan het werk te gaan goed gekeken hebben naar de ruiterstandbeelden die Donatello en Verrocchio in Padova en Venetië hadden neergezet. Het beeld van Ranuccio was als eerste klaar, daarna volgde dat van Alessandro. De sokkels zijn voorzien van mooie bronzen reliëfs.

Alessandro Farnese was tussen 1586 en zijn dood in 1592 de derde hertog van Parma en Piacenza. Zijn moeder Margaretha van Oostenrijk (1522-1583) was tussen 1559 en 1567 landvoogdes van de Nederlanden geweest en had in 1566 het Smeekschrift van de Edelen in ontvangst genomen. Ook Alessandro zelf – vaak Alexander Farnese of de ‘hertog van Parma’ genoemd (wat hij dus pas sinds 1586 was) – is een bekende figuur in de geschiedenis van de Lage Landen. In 1577 werd hij naar de Nederlanden gestuurd om de door onder meer Willem van Oranje geleide Opstand neer te slaan. Een jaar later werd hij door de Spaanse koning Philips II tot bevelhebber van het Leger van Vlaanderen benoemd en tot landvoogd van de Nederlanden.

De nieuwe bevelhebber bleek een briljante generaal te zijn. Na vele overwinningen begon hij in juli 1584 met het beleg van Antwerpen. Het Antwerpen van die tijd was een belangrijke handelsstad. Er woonden zo’n 100.000 mensen, van wie de helft protestants (calvinistisch of lutheraans) was. De calvinisten hadden het stadsbestuur stevig in handen en zij hadden in 1579 zelfs een calvinistische republiek uitgeroepen. Als Alessandro die stad zou kunnen veroveren, zouden de opstandelingen een zware klap krijgen. Omdat een bestorming te veel slachtoffers onder zijn soldaten zou opleveren besloot de landvoogd om Antwerpen uit te hongeren. Daartoe sloten de Spanjaarden de Schelde af met een brug, waardoor de verdedigers geen voorraden of versterkingen meer over het water konden aanvoeren. De brug was 720 meter lang, werd aangelegd over 33 met elkaar verbonden schepen en werd vervaardigd uit 10.000 bomen en 1.500 scheepsmasten. Het bouwwerk verbond twee forten en telde ook nog eens 96 stukken geschut voor de verdediging. De hele constructie is te zien op een reliëf dat onderdeel is van de sokkel van het standbeeld van Alessandro. De schipburg en forten zijn zeer duidelijk in beeld gebracht, en in de verte zien we Antwerpen met de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.

Het beleg van Antwerpen.

Ruiterstandbeeld van Ranuccio I Farnese – Francesco Mochi.

Het Spaanse geschut bleek hard nodig. De Antwerpenaren probeerden namelijk enkele malen de brug te vernietigen met brandschepen. Bij één zo’n aanval kwamen 800 soldaten van de Spaanse belegeringsmacht om het leven, maar het bleek niet voldoende om de brug weg te vagen. Integendeel, de schade werd in een mum van tijd hersteld. Op 17 augustus 1585 moest de stad zich ten slotte overgeven. De landvoogd stond de verdedigers zeer gunstige voorwaarden toe. Protestanten mochten nog maximaal vier jaar in de stad blijven wonen, maar daarna moesten ze kiezen tussen terugkeer in de schoot van de Heilige Moederkerk of vertrek. Vrijwel allemaal besloten ze te vertrekken, de meeste richting het noorden, waar ze een belangrijke bijdrage zouden leveren aan de Nederlandse Gouden Eeuw.

Twee gebouwen aan het plein moeten in deze bijdrage nog genoemd worden. In de eerste plaats is dat het Palazzo dei Mercanti uit 1676-1697. Het palazzo staat praktisch naast het Palazzo Gotico. Het werd ooit gebouwd voor het genootschap van kooplieden, maar dient nu als stadhuis. Tegenover het Palazzo Gotico staat het Palazzo del Governatore, dat in 1787 door de architect Lotario Tomba (1749-1823) werd gebouwd. Nu biedt het onderdak aan de Kamer van Koophandel, maar ooit diende het dus, zoals de naam al aangeeft, als paleis van de gouverneur. Maar welke gouverneur was dat? Daarvoor moeten we een stukje geschiedenis vertellen.

Het Palazzo del Governatore.

In 1731 was Antonio Farnese, de achtste hertog van Parma en Piacenza, kinderloos gestorven. Het hertogdom kwam toen in handen van kroonprins Karel van Bourbon van Spanje (de toekomstige Karel III). Zijn moeder was namelijk een nicht van Antonio. Als gevolg van de Poolse Successieoorlog kwam het hertogdom in 1735 in handen van de Oostenrijkse Habsburgers, maar die hielden het maar dertien jaar in hun bezit. In 1748, aan het einde van de Oostenrijkse Successieoorlog, kwam het hertogdom weer terug bij de familie Bourbon-Parma. Het was hun gouverneur die vanuit het palazzo het bestuur over de stad uitoefende, totdat Piacenza in 1859 bij het koninkrijk Piëmont-Sardinië werd getrokken.[1]

De meeste informatie in deze bijdrage kwam van de website van de gemeente Piacenza en uit Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 14-15. Ik schreef eerder over Alessandro Farnese en het beleg van Antwerpen in deze bijdrage.

Noot

[1] Het hertogdom was tussen 1802 en 1814 in Franse handen. Daarna werd het tot 1847 geregeerd door Marie Louise, de tweede vrouw van Napoleon die in 1821 hertrouwde met Adam Albert von Neipperg. In 1847 kwam het hertogdom weer in handen van de familie Bourbon-Parma.

One Comment:

  1. Pingback:Piacenza: San Francesco – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.