Portugal: Sintra

Palácio da Pena.

We hebben tweemaal een bezoek gebracht aan Sintra, een stad ten westen van Lissabon aan de rand van het Parque Natural de Sintra-Cascais. De eerste keer was in mei 2011, toen we vanaf station Rossio in Lissabon de trein namen voor een rit van zo’n 45 minuten. De tweede keer was in augustus 2015. Bij die gelegenheid gingen we met de auto en hadden we een totaal andere ervaring.

Castelo dos Mouros

In mei 2011 was onze bestemming het Castelo dos Mouros uit de achtste of negende eeuw, het Kasteel van de Moren. Portugese troepen namen het kasteel in nadat Koning Afonso Henriques (Alfons I) in 1147 Lissabon op de Moren had veroverd. Latere koningen, zoals Sancho I (1185-1212) en Fernando I (1367-1383), liet het kasteel herbouwen en versterken, maar naarmate de oorlog tegen de Moren meer en meer haar einde naderde werd het strategische belang van de vesting voor de Reconquista steeds kleiner. Tijdens de regering van Koning Manuel I (1495-1521) werd het kasteel verlaten.

Castelo dos Mouros.

In 1755 werd het kasteel, op dat moment al praktisch een ruïne, nog verder beschadigd door de beruchte aardbeving van dat jaar. Pas in 1840 werden de eerste pogingen gedaan om delen van dit ooit zo trotse bolwerk te redden. Ferdinand, een Duitse prins uit het Huis van Saksen-Coburg en Gotha en echtgenoot van Koningin Maria II van Portugal, gaf zijn landgenoot Baron Von Eschwege opdracht om de staat van het kasteel te verbeteren. Het resultaat van het herstelwerk is een gerenoveerde ruïne vlak bij de top van een heuvel in het Sintragebergte. Het uitzicht is schitterend en het Castelo dos Mouros trekt ieder jaar dan ook vele toeristen.

Toen we het kasteel in 2011 bezochten, liepen we vanaf het treinstation aan de rand van de oude stad naar het stadscentrum. Als u deze route neemt, komt u eerst langs een Neo-Moorse fontein (Fonte Mourisca) en vervolgens bij het Palácio Nacional de Sintra, dat onmiddellijk herkenbaar is aan de indrukwekkende witte schoorstenen. We lunchten bij een leuk restaurant met de naam Tulhas en begonnen vervolgens aan de klim om bij het kasteel te komen. Wie niet wil lopen kan de bus nemen, maar ik raad echt aan om te voet te gaan. Dan ziet u ook het huisje waar de Deense auteur van sprookjes Hans Christian Andersen in 1866 verbleef. U vindt dit huisje in de buurt van de Igreja de Santa Maria.

Palácio Nacional de Sintra, gezien van boven.

Hoewel er dus herstelwerk heeft plaatsgevonden, is het kasteel nog steeds in essentie een ruïne. Voor kunst en architectonische hoogstandjes hoeft u het dus niet te bezoeken. Wel is het een geweldige ervaring om over de kasteelmuren te lopen. Nu eens gaat u omhoog, dan weer omlaag, en ondertussen is het uitzicht fantastisch. Op een zonnige dag zou u zelfs de zee moeten kunnen zien. Wat u zeker zult zien is het in Romantische stijl gebouwde Palácio da Pena, dat op een heuvel ten zuiden van het kasteel staat. Het Palácio da Pena zag er intrigerend uit, als een soort roze en geel Disneypaleis uit een fantasiewereld. Hoewel ik het zeker niet ‘mooi’ zou willen noemen, was het paleis wel de voornaamste reden dat ik vier jaar later naar Sintra terug wilde keren.

Palácio da Pena

In augustus 2015 verbleven we in het kleine dorpje Vila Nova, ongeveer een uur ten noorden van Lissabon. Op een van de laatste dagen van onze vakantie namen we de auto en reden zuidwaarts richting Sintra. Het eerste gedeelte van de rit was gemakkelijk. Portugals tolwegen verkeren in uitstekend staat en al snel waren we in de buurt van Sintra. Daar werd het verkeer spoedig veel drukker. De infrastructuur van het historische centrum van Sintra is nooit gemoderniseerd en is dan ook totaal niet berekend op grote hoeveelheden modern verkeer. Tijdens ons eerste bezoek in 2011 was dat geen probleem. Toen gingen we immers met de trein en bovendien niet tijdens het hoogseizoen. In augustus 2015 bleek de situatie dramatisch anders te zijn. Al snel stonden we muurvast tussen het overige verkeer, en de opstoppingen waren zo erg dat het ons meer dan een uur kostte om het paleis te bereiken. Het grootste gedeelte van de rest van de tocht zat er een bus vol toeristen achter ons en uiteindelijk wisten we een van de laatste vrije plekjes op het parkeerterrein te bemachtigen. Onderweg naar boven moesten enkele dames ook nog een eend redden. Het beest had besloten tussen het drukke verkeer door de weg over te steken.

Fontein van de Kleine Vogels.

We kochten ons toegangskaartje bij het Poortwachtershuisje, een secundaire ingang. Vanaf dat punt was het nog een kilometer of wat verder heuvelopwaarts, want het is niet mogelijk met de auto bij het paleis zelf te komen. Een toerist die zich er bij een toezichthouder over kwam beklagen dat hij moest gaan lopen kreeg het perfecte antwoord: “This is a castle on a rock, Sir, what did you expect?” Overigens was het eigenlijk heel aangenaam om te lopen, want we hadden net meer dan twee uur in de auto gezeten. De klim is niet erg steil, en het Park van Pena, waarin het paleis staat, is prachtig. De paden worden goed onderhouden en de bezoeker komt onderweg interessante objecten tegen, zoals een paviljoen met een grote sferische koepel in Neo-Arabische stijl, de zogenaamde Fontein van de Kleine Vogels. Verder kunt u exotische vegetatie, eendenhuisjes, kapelletjes en een waterrad verwachten. Als u de tijd hebt, kunt u urenlang rondzwerven en het Cruz Alta opzoeken, een stenen kruis op het hoogste punt in de bergen.

Het paleis is gebouwd op een plek in het Sintragebergte waar al sinds de Middeleeuwen (12e eeuw) een kapel gewijd aan Nossa Senhora da Pena staat. Koning Manuel I, hierboven reeds genoemd, voegde in 1503 een klooster van de Orde van de Heilige Hiëronymus aan de kapel toe. Dit was zo’n twee jaar nadat de koning was begonnen met de bouw van het beroemde Jerónimos-klooster in Belém, Lissabon, dat eveneens door de genoemde Orde werd beheerd. Van het klooster in Sintra bleef na de aardbeving in 1755 vrijwel niets over, hoewel de kapel en veel van de kunst daarin gespaard bleven. Ferdinand II, de Duitse prins en Koning-Gemaal die hierboven reeds werd genoemd, kocht het oude klooster in 1838 en besloot het om te laten bouwen tot een zomerverblijf voor de Portugese koninklijke familie. De zomers in Lissabon kunnen verschrikkelijk heet zijn, dus men begrijpt waarom de royals in dat seizoen naar het Sintragebergte wilden uitwijken: daar is het lekker koel, en soms zelfs een beetje fris.

Palácio da Pena.

Ferdinand droeg de bouw van het paleis op aan Von Eschwege, de man die ook het Castelo dos Mouros onder handen nam. Von Eschwege ging in 1842 aan het werk en in 1854 was het paleis klaar. Dit paleis was in alle opzichten een modern gebouw, want het was een van de eerste gebouwen met een waterleiding, doorspoelbare toiletten en een telegraaf. De architect van het paleis bediende zich tegelijkertijd van verschillende oudere stijlen, met als gevolg dat we in het Palácio da Pena Neo-Arabische, Neo-Manuelijnse en andere Neo-elementen tegenkomen. Ferdinand kwam bekend te staan als de ‘kunstenaarskoning’ en dat was wel terecht. Hij was echter niet op eigen kracht koning, maar louter omdat zijn vrouw koningin van Portugal was. Toen deze Maria II in 1853 stierf, ging de troon naar hun zoon Pedro (Peter), die als Pedro V (1853-1861) het land zou regeren. In 1869 trouwde Ferdinand opnieuw, ditmaal met de Gravin van Edla, een Zwitsers-Amerikaanse zangeres en actrice. De voormalige koning liet het Palácio da Pena aan haar na in zijn testament, maar slechts vier jaar na zijn dood in 1885 kwamen paleis en park in handen van de Staat. Nadat in 1910 de monarchie was afgeschaft, werd het Palácio da Pena een museum.

Tritonpoort.

Het paleis verkennen

Er waren die dag in augustus nog flink wat andere bezoekers bij het kasteel, dus nadat we buiten wat muren en torens hadden bekeken, gingen we in de rij staan en wachtten we tot het onze beurt was om naar binnen te gaan. We bezochten allereerst het noordelijke gedeelte van het paleis, dat wil zeggen het gedeelte dat in aardbeienroze is uitgevoerd. We kregen de indruk dat het gebouw een lik verf had gehad en in veel betere staat verkeerde dan in 2011, toen we het vanaf het Castelo dos Mouros hadden bewonderd. Een van de hoogtepunten die u ziet voordat u het paleis zelf binnengaat, is de Tritonpoort. Boven deze poort kijkt een Triton in Manuelstijl – half mens, half zeewezen – op u neer.

Eenmaal binnen zagen we eerst een buste van de man met wie het allemaal begon, Ferdinand van Saksen-Coburg en Gotha. Daarna bekeken we de eetzaal (Sala de Jantar) en konden we een blik werpen in het atelier van Koning Carlos I. Carlos (Karel) was Koning van Portugal van 1889 tot 1908, toen hij in Lissabon werd vermoord door leden van een revolutionaire organisatie. De koning was een beschermheer van de kunsten en hield er ook van om zelf te schilderen, waarbij hij kennelijk vooral plezier beleefde aan het schilderen van schaars geklede dames. In het paleis hangt een interessante verzameling schilderijen. Zo zag ik werken van enkele minder bekende Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw, zoals Aert van der Neer (1603-1677) en Adriaen van de Venne (1589-1662).

Koning Carlos I; achter hem een deel van zijn “werk”.

Het noordelijke gedeelte van het paleis is de plek waar vroeger het klooster stond, en de kruisgang uit de zestiende eeuw is in het nieuwe gebouw opgenomen. In de nissen kunnen we nog een deel van de oorspronkelijke decoraties zien. We liepen verder door het paleis en zagen verschillende slaapkamers, de badkamer en de prachtige Sala Arabe met haar schitterende trompe-l’oeil-versieringen. Een ander hoogtepunt is beslist het Koninginnenterras. Dit biedt een panoramisch uitzicht over het omliggende gebied. Op een heldere dag kan men zelfs gemakkelijk enkele kenmerkende bouwwerken in Lissabon zien, zoals de Cristo Rei – een groot beeld van Christus de Verlosser – nabij de Ponte 25 de Abril.

Het zuidelijke gedeelte van het paleis heeft een narcissenkleurtje (geel dus). Ook hier vinden we een aantal interessante kamers. Een voorbeeld is de slaapkamer van Koning Manuel II, de laatste koning van Portugal. Hij werd in 1910 tijdens een revolutie afgezet. Portugal werd vervolgens een republiek. De ruime hal is eveneens bezoek waard, vooral vanwege het rijke interieur. En de grote keuken ziet eruit alsof ze elk moment opnieuw in gebruik kan worden genomen.

De Sala Arabe.

Altaarrretabel van Nicolau Chanterene.

Vergeet niet om de kapel te bezoeken, die een eigen ingang heeft. Dit is de plek waar het in de twaalfde eeuw allemaal begon. De kapel overleefde de aardbeving van 1755 en ook alle kunstschatten in het gebouw werden gespaard. Het topstuk in de kapel is een schitterend altaarretabel uit de zestiende eeuw. Het werd gemaakt door de Franse beeldhouwer Nicolau Chanterene (1485-1551), ook bekend van zijn werk in de Igreja de Santa Maria in Óbidos. Het indrukwekkende retabel, gemaakt van albast en marmer, heeft verschillende nissen met daarin voorstellingen uit het leven van Christus, van diens geboorte tot diens dood.

Al met al hebben we ook aan onze tweede trip naar Sintra veel plezier beleefd. Ooit komen we terug om ook het Palácio Nacional de Sintra te bekijken.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.