Ver buiten het toeristische centrum van Brugge staat de opmerkelijke Jeruzalemkapel, die in de vijftiende eeuw werd gebouwd door de familie Adornes. De kapel staat op het Adornesdomein dat tegenwoordig, vele generaties verder, nog steeds familiebezit is en wordt beheerd door de graaf en gravin Maximilien de Limburg Stirum. Het gaat dus om privéterrein, maar bezoekers zijn er welkom. In de kapel vinden we het indrukwekkende praalgraf van Anselm Adornes (1424-1483) en zijn vrouw Margaretha van der Banck (1427-1480). Het is gemaakt door de vijftiende-eeuwse meestersteenhouwer Cornelis Tielman en bestaat geheel uit Doornikse steen.
De voorouders van Anselm Adornes waren afkomstig uit Genua. Tijdens de regering van graaf Gwijde van Dampierre (1278-1305) kwamen ze naar Vlaanderen en rond 1300 vestigden ze zich in de bloeiende handelsstad Brugge. Al snel werden ze poorters (burgers) van de stad en sneden ze de banden met Genua door. In Brugge was ook een gemeenschap van Genuese kooplieden gevestigd, maar daar behoorde de familie Adornes niet toe: zij waren in de eerste plaats Bruggenaars. In het leven van de familie speelde de stad Jeruzalem een voorname rol. Vele familieleden maakten een bedevaart naar deze heilige stad. Zo ook Pieter II Adornes en zijn broer Jacob, die beiden hoge functies in het stadsbestuur vervulden. De twee broers begonnen in 1427 met de bouw van de Jeruzalemkapel, die qua vorm werd gebaseerd op de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Pieters zoon Anselm mocht de eerste steen leggen. In 1429 kon het gebouw gewijd worden door de bisschop van Doornik.
Anselm Adornes trouwde in 1443 met Margaretha van der Banck. Het paar kreeg maar liefst 16 kinderen. Net als veel van zijn voorouders was Anselm actief in de handel en de politiek. Daarnaast had hij diplomatieke gaven, die goed van pas kwamen toen Schotland in 1467 een boycot van Vlaamse waren afkondigde en Schotse kooplieden uit Brugge terugriep. Doordat Anselm aan de Verversdijk woonde, midden in het Schotse kwartier, had hij goede banden met de Schotse gemeenschap. Het was dan ook logisch dat hij in 1468 naar het hof van de jeugdige Schotse koning Jacobus III (koning tussen 1460 en 1488) werd gestuurd om de boycot te beëindigen. Anselm slaagde in zijn missie en Brugge profiteerde nog lang van zijn goede banden met Jacobus. De Schotse koning sloeg de Brugse poorter als dank voor bewezen diensten tot ridder.
Eenmaal terug in Vlaanderen ging Anselm Adornes op pelgrimstocht naar Jeruzalem en bezocht ook het beroemde Catharinaklooster in Egypte. Nadat hij al enkele jaren lagere functies in het stadsbestuur had vervuld, werd hij in 1475 aangesteld als burgemeester van Brugge. Ook was hij een belangrijke adviseur van de Bourgondische hertog Karel de Stoute. Nadat Karel begin 1477 op het slagveld was gesneuveld, viel ook Anselm Adornes in ongenade. Anti-Bourgondische Bruggenaren verweten hem zich ten koste van de stad verrijkt te hebben. Een hoge boete en een beroepsverbod volgden. Hoewel onder Karels opvolger Maria van Bourgondië eerherstel volgde, bekleedde Anselm geen bestuursfuncties meer. We bleef hij contacten onderhouden met het Schotse hof, en het was zijn goede band met koning Jacobus die hem fataal zou worden. In 1483 werd hij in het klooster van North Berwick door tegenstanders van de koning vermoord.
Anselm Adornes werd begraven in Schotland, maar zijn hart werd overgebracht naar Brugge en ter aarde besteld in de Jeruzalemkapel, waar al in 1480 zijn vrouw Margaretha was bijgezet. Cornelis Tielman beeldhouwde de twee echtelieden liggend op hun praalgraaf. Anselm is gekleed als ridder, in een plaatharnas en met riddersporen, helm, zwaard en dolk. De leeuw aan zijn voeten is het symbool van moed. Margaretha draagt een lange jurk en een opmerkelijke puntmuts, de zogenaamde hennin. Deze was eind vijftiende eeuw in de mode en ook Maria van Bourgondië is ermee afgebeeld. Aan haar voeten rust een hond, het symbool van trouw.
Dit is deel 18 in de serie ‘Grafmonumenten’. Het praalgraaf komt prominent in beeld in de Aspe-aflevering ‘Apocalyps’.


