Het praalgraf van Willem Joseph van Ghent

De Gelderse edelman Willem Joseph baron van Ghent (1626-1672) geldt als de eerste commandant van het Korps Mariniers, dat volgens de traditie op 10 december 1665 werd opgericht tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667). Toen hij eind 1665 tot kolonel van een regiment zeesoldaten werd benoemd, had de 39-jarige Van Ghent al meer dan 20 jaar bij het landleger gediend. Op de vloot kreeg hij tevens de rang van kapitein en nam hij deel aan de Vierdaagse en Tweedaagse Zeeslag. Beide zeeslagen hadden gevolgd moeten worden door een amfibische landing van de mariniers, maar deze vond nooit plaats. De vloot van de Republiek won weliswaar de Vierdaagse Zeeslag, maar liep zoveel schade op dat een landing niet meer tot de mogelijkheden behoorde. De Tweedaagse Zeeslag was een Nederlandse nederlaag, waarvan de drieste Cornelis Tromp de schuld kreeg. Hij werd ontslagen en Van Ghent nam zijn positie van luitenant-admiraal van de Amsterdamse admiraliteit over.

Van Ghent verwierf zijn grootste faam tijdens de beroemde Tocht naar Chatham (19-24 juni 1667), waarin hij met zijn mariniers een veel groter aandeel had dan de zieke opperbevelhebber Michiel de Ruyter. Tijdens de Tocht werd het Engelse vlaggenschip de Royal Charles buitgemaakt en werden andere grote Engelse schepen verbrand. Iets meer dan een maand later kon de Vrede van Breda worden gesloten. In 1670 leidde Van Ghent acties tegen de Barbarijse zeerovers. Zijn voorganger Willem van der Zaan (1621-1669) was een jaar eerder gesneuveld tegen deze beruchte kapers en slavenhandelaren. In 1672, het befaamde Rampjaar, brak er een nieuwe oorlog op zee met Engeland uit. Tegelijkertijd raakte de Republiek op het land in conflict met Frankrijk, Münster en Keulen. Op 7 juni 1672 leverde een Nederlandse vloot onder leiding van De Ruyter slag met een grotere Engelse vloot bij Solebay. Van Ghent werd tijdens de slag getroffen door een schrootkogel, die zijn romp doorboorde en zijn linkerbeen afrukte. De luitenant-admiraal was meteen dood. Hij was 46 jaar oud.

Gisant van de overledene.

Als gesneuvelde zeeheld had Van Ghent recht op een praalgraf.[1] Net als in het geval van de in 1665 gesneuvelde admiraal Jacob van Wassenaer Obdam moest het monument in de woonplaats van de overledene worden opgericht, in dit geval Utrecht. Dat leverde echter een praktisch probleem op, want die stad had zich op 13 juni 1672 aan het Franse leger overgegeven en was bezet. Pas in november 1673 vertrokken de Franse soldaten weer. Een tweede probleem deed zich voor in augustus 1674, toen als gevolg van een zware zomerstorm het middenschip van de Utrechtse Dom instortte. Het koor van de kerk bleef gelukkig staan, en daar zou het praalgraf van Van Ghent worden geplaatst. Aan de bouw ervan werd nog in augustus 1674 begonnen. Het monument werd ontworpen en uitgevoerd door de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst (1624-1698). In juni 1676 was het klaar, maar mogelijk werd Van Ghent pas in 1680 herbegraven in de Dom, nadat zijn lichaam eerder in Arnhem ter aarde was besteld.

Reliëf van de zeeslag bij Solebay.

Signatuur van Rombout Verhulst.

Het praalgraf dat Verhulst maakte, heeft de klassieke opbouw van een zeeheldentombe. We zien een reliëf van de zeeslag waarin Van Ghent sneuvelde (Solebay dus), een liggende gestalte of gisant van de overleden held in volle wapenrusting, een lange Latijnse tekst waarin zijn daden worden bezongen en elementen als wapenschilden, verzamelingen wapens en buitgemaakte vaandels. Van Ghent houdt met zijn rechterhand de admiraalsstaf vast. Met zijn linkerhand beroert hij het gevest van zijn zwaard. Verhulst had de gewoonte zijn werken te signeren en deed dat soms nogal opzichtig (zie het praalgraf van Maarten Tromp in Delft). Voor het praalgraf van Van Ghent koos hij gelukkig een minder opvallende plek: het hoofdeinde van de matras waarop de overledene ligt.

Dit is deel 10 in de serie ‘Grafmonumenten’.

Noot

[1] Zie voor het navolgende Ronald Prud’homme van Reine, Zeehelden, p. 112-113.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.