Ondergewaardeerd, weinig bezocht en genegeerd door reisgidsen. Dat zou een goede samenvatting van de kerk van San Francesco in Brescia kunnen zijn. Ik kwam er geen enkele andere bezoeker tegen. Zelfs de toezichthouder was even een sigaretje gaan roken. Ondertussen vermaakte ik me prima, want er is veel interessante kunst in het dertiende-eeuwse gebouw te zien. Het begint al bij de gevel. Die is weliswaar eenvoudig, maar heeft een indrukwekkend roosvenster. Binnen stuiten we op restanten van middeleeuwse fresco’s en werken van grote lokale schilders, zoals Girolamo Romani (ca. 1484-1566) en Alessandro Bonvicino (ca. 1498-1554), beter bekend als Romanino en Moretto. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk te fotograferen, maar helaas was op een gegeven moment de batterij van mijn camera leeg. Ik ben toen maar met mijn telefoon verdergegaan.
De kerk van San Francesco werd gebouwd tussen 1254 en 1265, en in de eeuwen die volgden regelmatig uitgebreid. Zo dateert de grote kloostergang naast de kerk (helaas gesloten tijdens mijn bezoek) van 1394 en werd het al genoemde roosvenster toegevoegd toen in de vijftiende eeuw het middenschip werd verhoogd. In de Franse tijd – eind achttiende, begin negentiende eeuw – werd de kerk geseculariseerd en werden de Franciscanen uit hun klooster gezet. De kerk werd later weer ingewijd en vanaf 1838 in neoclassicistische stijl verbouwd door Rodolfo Vantini (1792-1856), de man die ook de koepel van de Duomo Nuovo in Brescia bouwde. In 1926 werd het klooster teruggegeven aan de Franciscanen, die dit jaar ongetwijfeld zullen vieren dat ze honderd jaar geleden mochten terugkeren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk ernstig beschadigd bij een bombardement op 2 maart 1945. Bij de restauratiewerkzaamheden werd vervolgens de keuze gemaakt het gebouw haar middeleeuwse voorkomen terug te geven. Van Vantini’s neoclassicistische interieur is dus weinig meer te zien.
San Francesco is een tamelijk donkere kerk. Zuilen met gotische spitsbogen delen het interieur op in een middenschip en twee zijbeuken. Alleen in de linker zijbeuk vinden we echte kapellen; de rechter zijbeuk heeft wel altaren met soms interessante altaarstukken. Het is ook in de rechter zijbeuk dat we de restanten van middeleeuwse fresco’s aantreffen. Ooit moet het hele interieur van de kerk met fresco’s bedekt zijn geweest, en de restanten maken duidelijk dat dit fresco’s van goede kwaliteit waren, al kennen we helaas de identiteit van de schilders niet. De fresco’s dateren van de veertiende eeuw en imiteren de stijl van Giotto, de grote Florentijnse meester. We zien onder meer een Graflegging, met daarboven een samenkomst van verschillende monniken en leken. Daar weer boven is een restant te zien van wat ooit een Laatste Oordeel was. Even verderop vinden we nog meer veertiende-eeuwse fresco’s, onder meer een Madonna met Kind en de heiligen Antonius-Abt en Antonius van Padova. Zij introduceren een edelman met een zwaard op de heup bij Jezus en Maria.
Via een doorgang aan de rechterzijde kwam ik in de kleine kloostergang terecht, ook bekend als Chiostro della Madonnina. Van de fresco’s van de lokale schilder Pietro Marone (1548-1603) is helaas weinig bewaard gebleven. Ik liep dus al snel terug de kerk in en kwam bij de kapel rechts van het koor, de Cappella di San Pietro. De werken uit de zeventiende en achttiende eeuw die we hier vinden, zijn minder interessant dan het altaarstuk. Dat is een paneelschildering van Petrus met twee engelen. Het werk ademt nog sterk de Byzantijnse stijl, plat en rigide, en dateert dan ook van de dertiende eeuw. Moderner is een stukje fresco met daarop musicerende engelen, toegeschreven aan Andrea Bembo, een vijftiende-eeuwse schilder. Meer middeleeuws werk is vervolgens te zien in de Cappella del Crocifisso aan de linkerzijde. Het grote geschilderde crucifix van de Lijdende Christus (Christus Patiens) wordt op ca. 1310-1320 gedateerd.
Aan de linkerzijde vinden we ook de Kapel van de Onbevlekte Ontvangenis. Deze werd in 1477 gebouwd, maar de overdadige decoraties zijn Barok en dateren grotendeels van de achttiende eeuw. Een van de bekendste werken in de kerk is het altaarstuk van het hoogaltaar, de Pala di San Francesco di Brescia, rond 1517 geschilderd door Romanino. Hij beeldde de Madonna met het Kind af omringd door Franciscaanse heiligen. Eveneens afgebeeld is de Franciscaan die het werk bij Romanino bestelde, Francesco Sanson. Ten slotte wijs ik op het altaar van San Girolamo aan de rechterzijde, waar we een altaarstuk vinden van Moretto. Diens Margaretha van Antiochië met Hieronymus (San Girolamo) en Franciscus van Assisi dateert van 1530, zoals we op de grond voor Margaretha kunnen lezen (MDXXX).
