De Annalist: Het Jaar 213 BCE

Hannibal Barcas

Samenvatting

  • De Romeinen heroveren Arpi in Apulië;
  • Hannibal slaagt er niet in ook maar ergens in Italië een belangrijk succes te behalen;
  • De proconsul Marcus Claudius Marcellus valt gelijktijdig vanaf het land en de zee Syracuse aan;
  • Dankzij de inspanningen van de wiskundige en ingenieur Archimedes weten de Syracusanen de aanval af te slaan;
  • De Romeinen zetten het beleg van Syracuse voort terwijl Marcellus operaties uitvoert tegen andere Siciliaanse steden die in opstand zijn gekomen;
  • De Carthagers landen met een nieuw leger onder leiding van Himilco op Sicilië;
  • Het Romeinse garnizoen in Henna moordt de lokale bevolking uit.

De verkiezingen voor de consuls waren dit jaar wederom enigszins bijzonder. Quintus Fabius Maximus de Jongere werd gekozen terwijl zijn vader de verkiezingen leidde. De andere consul was Tiberius Sempronius Gracchus, die al consul was geweest in 215 BCE. Beide mannen werden in absentia verkozen en beiden werden belast met de oorlog tegen Hannibal in Zuid-Italië. Gracchus kreeg het gebied van de Lucani als zijn provincie terwijl Fabius naar Apulië werd gestuurd. Laatstgenoemde werd vergezeld door zijn vader, die een positie als legaat had gekregen.

Italië

Livius vat de acties van de consul Gracchus als volgt samen: “[Hij] leverde in Lucaans gebied een reeks korte gevechten die geen van alle vermelding verdienen en hij veroverde een aantal onbelangrijke stadjes van de Lucaniërs”.[1] De prestaties van de andere consul zijn iets meer het vermelden waard. Fabius de Jongere slaagde erin Arpi te heroveren, een belangrijke stad in Apulië die na de nederlaag bij Cannae was overgelopen. De Romeinen bestormden de stad gedurende de nacht, tijdens een hevige regenbui. Ze kozen er bewust voor het sterkste gedeelte van de muren aan te vallen, want dit gedeelte werd slechts licht bewaakt. Bovendien waren de schildwachten vertrokken om te schuilen voor de regen. De aanvallers slaagden erin de stadspoort open te breken en lieten de rest van het leger binnen. Korte tijd werd er gevochten in de smalle straten, maar de Arpini stuurden al snel hun voornaamste magistraat naar Fabius toe om te onderhandelen. De Arpini zwoeren een eed van trouw, hernieuwden hun bondgenootschap met Rome en vielen vervolgens het Punische garnizoen van de stad aan.

Romeinse triarius (bron: Europa Barbarorum).

Een eenheid Spanjaarden die deel uitmaakte van dit garnizoen liep naar de Romeinen over, waarna de rest van de Carthaagse troepen een overeenkomst sloot met Fabius en een vrije aftocht kreeg. Ze voegden zich weer bij Hannibal, die zich in Salapia bevond. Hannibal presteerde weinig dit jaar. Hij had wederom zijn zinnen gezet op Tarentum, maar weer werd de stad niet aan hem verraden, terwijl de omvangrijke verdedigingswerken een directe aanval onmogelijk maakten. Hannibal beperkte zich daarom tot het bewerken van de Sallentini – een volk dat in de hiel van Italië leefde – om zijn kant te kiezen. Daarin slaagde hij ook, maar Hannibal pakte geen grote prijzen dit jaar.

Sicilië

De belangrijkste acties vonden dit jaar plaats op Sicilië, waar de Romeinen het opnamen tegen de nieuwe heersers van Syracuse, de broers Epicydes en Hippocrates. De proconsul Marcus Claudius Marcellus – zijn commando was verlengd – viel Syracuse zelf aan. Al snel zou blijken dat de stad een zeer harde noot was.

Kaart van Syracuse (copyright: zie rechter benedenhoek).

Syracuse was in de achtste eeuw BCE gesticht door kolonisten uit Korinthe, die in eerste instantie waren neergestreken op het eiland Ortygia. Het eiland werd later met het vasteland verbonden door middel van een dam, waarna de kolonisten steeds meer gebied begonnen te bezetten en aan de stad toevoegden. In het oosten lag de wijk Achradina, het commerciële en bestuurlijke hart van de stad. Ten westen hiervan lagen de wijken Neapolis (‘nieuwe stad’) en Tyche (‘geluk’), respectievelijk het culturele centrum en een woonwijk. Het westelijkste gedeelte van de stad was een droog plateau dat Epipolai werd genoemd. Dit was om strategische redenen binnen de stadsmuren opgenomen en werd beschermd door het fort Euryalos. De stadsmuren waren formidabel en hadden een omtrek van zo’n 31 kilometer.

De Romeinen hadden hun kamp opgeslagen bij het Olympium, de tempel van Zeus die zo’n 2,5 kilometer ten zuiden van Syracuse stond. Marcellus besloot de stad meteen aan te vallen. Appius Claudius Pulcher kreeg het bevel de aanval over land te leiden en de Hexapylon[2] in te nemen, een groot poortgebouw met zes poorten in het noorden van de stad. Marcellus leidde zelf de aanval over zee met 60 quinqueremen op de wijk Achradina. Tijdens deze aanval probeerden de Romeinen een nieuwe tactiek uit. Acht van de quinqueremen waren per twee aan elkaar vastgebonden om zogenaamde sambucae naar de muren te brengen. Een sambuca was een muziekinstrument, een soort harp. Hier verwijst de term echter naar een nieuw type belegeringswerktuig. Polybius kan ons waarschijnlijk het beste vertellen hoe dit eruitzag en hoe het werd gebruikt:

“Men maakt een ladder van vier voet [1,2 meter] breed en zo lang dat hij, wanneer hij op de juiste afstand wordt opgericht, even hoog is als de muur waar het om gaat. Beide zijden ervan worden van hoge, sterkte relingen voorzien, die met hoge borstweringen worden beschermd. Ze leggen dit geheel zo horizontaal neer over de beide elkaar rakende dekken van de aan elkaar gekoppelde schepen dat de hele constructie ver voor de boegen van de twee schepen uitsteekt. Boven aan de masten zijn katrollen met trouwen bevestigd. Nadert men de plaats waar het om gaat, dan trekken mannen die op de achtersteven staan opgesteld met behulp van de touwen, die door de aan de mast bevestigde katrollen naar het uiteinde van de ladder lopen, het werktuig omhoog. Ter ondersteuning houden mannen op de voorsteven het werktuig in verticale stand met behulp van staken. Dan vaart het tweetal schepen, voortgeroeid door de roeiers aan de buitenzijden, naar het land en proberen ze het werktuig stevig tegen de muur neer te zetten. Aan het uiteinde van de ladder bevindt zich een platform, aan drie kanten door gevlochten hekwerk beschermd. Daarop bevinden zich vier mannen die de strijd moeten aanbinden tegen die verdedigers op de borstweringen die de bevestiging van de harp willen verhinderen. Wanneer ze de harp hebben vastgelegd en boven op de muur zijn terechtgekomen, maken die vier mannen de zijhekken open en gaan aan weerszijden de borstwering of de bolwerken op. De anderen komen via de harp achter hen aan, wanneer de ladder door middel van de touwen stevig op beide schepen is vastgemaakt. De benaming harp van dit werktuig ligt voor de hand. Wanneer het werktuig namelijk in de hoogte wordt gehesen, krijgt het schip samen met de ladder precies het uiterlijk van een driehoekige harp.”[3]

Veles (bron: Europa Barbarorum)

Andere schepen werden volgepakt met boogschutters, slingeraars en velites, die allemaal tot taak hadden de vijand met hun projectielen te bestoken. De Romeinse aanval was hevig, maar de Syracusanen vochten terug en werden geweldig geholpen door verschillende werktuigen die waren ontworpen door hun beroemdste inwoner, de wiskundige en ingenieur Archimedes. Zijn blijden en katapulten schoten zeer nauwkeurig, zelfs op grote afstand. Tevens had Archimedes schietgaten in de stadsmuren gemaakt, waardoor de verdedigers vanuit een veilige positie pijlen op de oprukkende Romeinen konden afvuren en hen konden bestoken met lichte artillerie (skorpidia). De sambucae werden al snel uitgeschakeld met behulp van machines die zware stenen of klompen lood lieten vallen en zo de Romeinse harpen aan gruzelementen sloegen.

Tegen de quinqueremen werd een ijzeren grijphand – of wellicht een haak – aan een ketting gebruikt. De hand werd neergelaten en greep op de een of andere manier de voorsteven van het schip vast. Vervolgens werd een zwaar contragewicht losgelaten, waardoor het schip aan zijn voorsteven uit het water werd gehesen, op zijn achtersteven werd gezet en vervolgens weer werd losgelaten. Het schip kwam dan hard op het water terecht, met als gevolg dat het kapseisde, water maakte of zonk. De Romeinen waren op een gegeven moment zo bang voor de machines van Archimedes dat ze zelfs bij het zien van gewone balken of palen op de muren al in paniek raakten. Na verschillende aanvalspogingen, vooral ’s nachts, gaf Marcellus de bestorming op. Ook de aanval over land werd afgeslagen. Hier hadden de verdedigers allerlei soorten artillerie gebruikt om de troepen van Claudius Pulcher op afstand te houden.[4]

Uitrusting van een krijgstribuun uit de tijd van de Republiek.

Nu een directe aanval op Syracuse was mislukt, besloten de Romeinen de stad te belegeren en alle toegangen via land en zee te blokkeren. Het was de bedoeling Syracuse uit te hongeren, maar dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Claudius Pulcher kreeg het bevel over tweederde van de strijdkrachten en moest de stad omsingelen. Marcellus rukte met de rest van de soldaten op naar Siciliaanse steden die waren overgelopen. Ongeveer tegelijkertijd landde de Carthaagse bevelhebber Himilco bij Heraclea Minoa met zo’n 25.000 infanteristen, 3.000 ruiters en 12 olifanten. Hij veroverde snel Heraclea en rukte vervolgens op naar Agrigentum, dat hij na een beleg van enkele dagen eveneens innam. Ook Marcellus had zich richting Agrigentum gehaast, maar hij was te laat gearriveerd om nog iets voor de stad te kunnen doen. Op de weg terug naar Syracuse behaalde de proconsul echter wel een succesje: bij toeval stuitte hij op een leger onder aanvoering van Hippocrates en dat hakte hij eenvoudig in de pan. Deze Hippocrates was eerder door de Romeinse blokkade van Syracuse gebroken, wat wel aangeeft dat de Romeinse linies in dit stadium van het beleg nog lang niet voltooid waren.

Nog meer steden op Sicilië kwamen in opstand en slachtten hun Romeinse garnizoenen af. In Henna moordde het Romeinse garnizoen juist de lokale bevolking uit omdat de garnizoenscommandant de burgers van ontrouw verdacht. Dit bloedbad leverde bepaald geen bijdrage aan het beëindigen van de opstanden op het eiland. Integendeel, veel van de inheemse Siculi en Sicani walgden ervan, want Henna was een beroemd centrum van de cultus van Demeter en Persephone (Ceres en Proserpina in het Latijn).[5] Aan het einde van het oorlogsseizoen nam Marcellus weer de leiding van het beleg van Syracuse op zich. Claudius Pulcher, die kandidaat was bij de verkiezingen voor de consuls voor het volgende jaar, werd terug naar Rome gestuurd. Titus Quinctius Crispinus kreeg nu het bevel over de vloot en het oude Romeinse kamp bij de tempel van Zeus, terwijl Marcellus zelf zijn winterkamp opsloeg op een afstand van zo’n acht kilometer van de Hexapylon.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of Carthage, p. 228-229 en p. 262-264.

Noten

[1] Livius 25.1 (vertaling: Hedwig van Rooijen-Dijkman).

[2] Of Hexapyla, ‘zes poorten’.

[3] Polybius 8.4 (vertaling: Wolther Kassies).

[4] Hoewel een populaire mythe ons anders wil doen geloven, gebruikten de Syracusanen geen door Archimedes vervaardigde spiegels om met behulp van het zonlicht de zeilen van de Romeinse schepen in brand te steken. Marcellus zou volgens Polybius 8.6 nog een grap hebben gemaakt: “Archimedes (…) gebruikt de Romeinse schepen om water uit de zee te lepelen en de wijn aan te lengen, maar mijn harpspelers zijn als binnendringers van het feest weggeranseld” (vertaling: Wolther Kassies).

[5] Persephone zou hier, bij Henna, zijn ontvoerd door Hades. Henna heet nu Enna, de ‘navel van Sicilië’.

One Comment:

  1. Pingback: De Annalist: Het Jaar 214 BCE – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.