Een kleine geschiedenis van het Oude Egypte: het Middenrijk en de Tweede Tussenperiode

Farao Amenemhat III (ca. 1860-1814 BCE; foto: ArchaiOptix, CC BY-SA 4.0).

Tijdens het Middenrijk beleefde Egypte een nieuwe bloeiperiode. Onder de farao’s van de Elfde Dynastie werd Thebe (Waset) officieel de koninklijke residentie, maar de eerste farao van de Twaalfde Dynastie besloot elders een nieuwe hoofdstad te stichten. Goden die oorspronkelijk hoofdzakelijk in de omgeving van Thebe vereerd werden, zoals Montu en vooral Amun, werden opgewaardeerd en gingen een rol in heel Egypte spelen. Amun zou tijdens het Nieuwe Rijk uiteindelijk zelfs samensmelten met de zonnegod Re en als Amun-Re verdergaan. Ook de cultus van Osiris in Abydos bloeide en verschillende farao’s uit met name de Dertiende Dynastie lieten er een symbolische graftombe bouwen. Eind achttiende eeuw BCE was het echter over en uit voor het Middenrijk en volgde een Tweede Tussenperiode.

De Bloeitijd: de Elfde en de Twaalfde Dynastie

Met Mentoehotep II (ca. 2046-1995 BCE) zat een sterke farao op de troon, maar almachtig was hij niet. Zowel hij als zijn twee opvolgers uit de Elfde Dynastie – eveneens Mentoehotep geheten – lijken sterk van de provinciale gouverneurs (nomarchen) afhankelijk te zijn geweest. Niettemin leidden de drie Mentoehoteps een nieuwe bloeiperiode voor Egypte in. Nubië werd tot aan de derde cataract onder Egyptische controle gebracht, de handel met het mysterieuze Poent werd hervat en de mijnen in de Sinaï werden heropend. Ook de handel met Kanaän leefde weer op. Op enig moment zette een vizier genaamd Amenemhat echter de vierde Mentoehotep af. Waarschijnlijk is hij dezelfde Amenemhat die als farao Amenemhat I (ca. 1991-1962 BCE) heerste en de stamvader van de Twaalfde Dynastie werd. Onder hem werd een nieuwe hoofdstad gesticht in de buurt van de Fajoem. Deze werd Itj-tawy genoemd, ‘veroveraar van de twee landen’.[1] Bij Itj-tawy begon Amenemhat aan de bouw van zijn piramide. Zijn architecten begingen daarbij de schanddaad dat ze materialen van de complexen van eerdere farao’s bij Giza en Saqqara roofden.

Witte Kapel te Karnak (foto: Markh, CC BY-SA 3.0).

Amenemhat werd vermoord door zijn lijfwacht en opgevolgd door zijn zoon Senoeseret I, ook wel bekend onder zijn Griekse naam Sesostris. In Karnak, boven Thebe, herbouwde hij in grootse stijl het tempelcomplex van Amun en zijn Witte Kapel hier is een van de mooiste bewaard gebleven monumenten. Verder bouwde hij bij Heliopolis twee grote obelisken voor de tempel van Atum (waarvan er nog een over is) en bij Itj-tawy een piramide niet ver van die van zijn vader. De farao’s van de Twaalfde Dynastie – die allemaal Amenemhat of Senoeseret heetten – trachtten de provinciale gouverneurs weer in het gareel te krijgen en de macht van de centrale overheid te vergroten. Zij lijken daar ook tamelijk goed in geslaagd te zijn, want onder Senoeseret III (ca. 1878-1839 BCE) ontstond het gebruik om de zonen van belangrijke families naar het koninklijke hof in Itj-tawy te sturen. Zo konden ze onderricht krijgen en kon tegelijkertijd de loyaliteit van hun vaders en ooms worden verzekerd.

Amenemhat III was de zoon van Senoeseret III. Hij regeerde in de periode tussen ca. 1860 en 1814 waarschijnlijk eerst langere tijd samen met zijn vader en vervolgens zelfstandig. Onder zijn regering werd werk gemaakt van de kolonisatie van de oase van de Fajoem. Een natuurlijke verbinding tussen de Nijl en de oase werd omgevormd tot een kanaal, het Grote Kanaal of Mer-Wer. Dit kwam de vruchtbaarheid van de Fajoem zeer ten goede en het gebied kwam tot grote bloei. Bij Hawara liet hij de piramide (ca. 1820 BCE) bouwen, die echter vooral bekend is geworden vanwege het enorme complex van kapellen en binnenplaatsen dat eromheen verrees. De Griekse geschiedschrijver Herodotos (ca. 484-425 BCE) bezocht het complex – in de buurt van Krodillenstad of Krokodilopolis – persoonlijk. Hij was diep onder de indruk en noemde het een labyrint, omdat het hem kennelijk deed denken aan het mythische labyrint onder het paleis van koning Minos in Knossos op Kreta.[2] Omstreeks het jaar 200 CE zou ook de Romeinse keizer Septimius Severus tijdens zijn tour door Egypte het complex bezoeken.

Hoofd van een farao, mogelijk Sobekhotep I (Musée des Beaux-Arts et d’Archéologie, Besançon).

Verval, desintegratie en de Hyksos

Amenemhat III werd opgevolgd door Amenemhat IV, die waarschijnlijk kinderloos stierf na een relatief korte regering. Zijn opvolger was een vrouw: zijn zuster Sobekneferoe, de laatste heerser van de Twaalfde Dynastie. De overgang naar de Dertiende Dynastie is obscuur. Vermoedelijk was een zekere Sobekhotep de stichter hiervan, maar de connectie met de Twaalfde Dynastie is onduidelijk. Wel is het interessant te constateren dat de naam Sobekhotep populair was: verschillende farao’s uit de Dertiende Dynastie droegen deze naam, die ‘Sobek is tevreden’ betekent. Sobek was een oude god met krokodillenkop die sinds de regering van Amenemhat III en diens activiteiten in de Fajoem sterk aan populariteit had gewonnen. Hoewel het wellicht wat overdreven is om te stellen dat Egypte tijdens de Dertiende Dynastie in chaos verkeerde, was er onmiskenbaar sprake van verval. Dit hing sterk samen met de komst van Semitische volkeren die vanuit Kanaän, zeg maar het huidige Israël, Libanon en delen van Syrië, Egypte waren binnengetrokken en die bekend zouden komen te staan als de Heka-Khasut of – in het Grieks – de Hyksos, de ‘heersers van vreemde landen’.

Vaak wordt gesteld dat de Hyksos een militaire voorsprong op de Egyptenaren hadden. Ze beschikten over de in Egypte nog niet bekende door paarden getrokken strijdwagens en bovendien over betere bogen, waarmee pijlen veel verder weggeschoten konden worden. Ook het  kromzwaard kan door hen in Egypte zijn geïntroduceerd. Toch behoeft het beeld van een invasie waarbij Egypte onder de voet gelopen werd wel enige nuancering. Al tijdens de Twaalfde Dynastie was er sprake geweest van grootschalige immigratie van ‘Aziaten’ naar Egypte. Mogelijk was er in die tijd – begin negentiende eeuw BCE – sprake van onrust in Kanaän en raakten verschillende Semitische volkeren daardoor op drift. Ze trokken richting Egypte en vestigden zich in de Nijldelta, waar de stad Avaris het centrum van hun macht werd. Muurschilderingen in de graftombe van de gouverneur Khnumhotep II in Beni Hasan (ca. 1880 BCE) geven ons een idee van hoe deze ‘Aziaten’ eruitzagen. Op de schilderingen zien we onder meer mannen gewapend met recurvebogen, mogelijk de wapens die hun een technologische voorsprong op de Egyptenaren gaven.

Kaart van Egypte met belangrijke nederzettingen (bron: Ancient World Mapping Center. “À-la-carte”; CC BY 4.0).

Op enig moment moeten de Semieten in Avaris zich hebben afgescheiden. Er was dus eerder sprake van een secessie dan een invasie. Tegen deze achtergrond kan de Veertiende Dynastie geplaatst worden, waarvan een zekere Nehesi (ca. 1705 BCE) als de stichter wordt genoemd. Zijn naam is interessant, want in het Oud Egyptisch betekent Nehesi ‘de Nubiër’. Mogelijk was hij de zoon van een Kanaänitische heerser en diens Nubische vrouw. Dat zou kunnen betekenen dat er banden bestonden tussen de secessionisten in de Nijldelta in het noorden en het op dat moment machtige Nubische koninkrijk Kerma in het zuiden. De farao’s van de Dertiende Dynastie behielden waarschijnlijk de controle over het Egypte beneden de Nijldelta – i.e. Midden- en Opper-Egypte –, maar het is duidelijk dat het land uit elkaar gevallen was. Op enig moment eindigde daarmee het Middenrijk en begon de Tweede Tussenperiode. Tijdens de Vijftiende Dynastie wisten de Hyksos verder naar het zuiden op te rukken en veel grondgebied te veroveren, maar de farao’s van de inheemse Zestiende en Zeventiende Dynastie wisten stand te houden in Thebe. Overigens lijken de betrekkingen niet altijd slecht te zijn geweest. Regelmatig leefden de rivaliserende dynastieën in vrede met elkaar en werkten ze samen.

Strijd werd er echter ook geleverd. Een van de bekendste Hyksos-farao’s uit de Vijftiende Dynastie is Apepi, of Apophis in het Grieks. Hij voerde ergens in het midden van de zestiende eeuw BCE oorlog tegen farao Seknenre van de Zeventiende Dynastie. Dat liep slecht af voor de Egyptenaar, die de oorlog overigens zelf begonnen was in een poging de Hyksos uit Egypte te verdrijven. Uit onderzoek aan de schedel van Seknenre blijkt dat hij gewond is geraakt door een klap van een strijdbijl. Mogelijk sneuvelde de farao in de strijd of werd hij door zijn tegenstanders gevangen genomen en geëxecuteerd. Niettemin was de geest uit de fles. Kamose, de zoon en opvolger van Seknenre, lanceerde omstreeks 1550 BCE vanuit Thebe een offensief richting het noorden. De Hyksos werden in het defensief gedrongen, maar hun hoofdstad Avaris bleef behouden en Kamose kwam niet veel later te overlijden.

Stele met harpspeler, Twaalfde Dynastie (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

Enkele jaren later veroverde de broer van Kamose, Ahmose I (ca. 1549-1524 BCE), Avaris alsnog en maakte de stad met de grond gelijk. Daarna verdreef de farao de Semitische volkeren definitief uit Egypte. Deze verschansten zich in de nederzetting Sharuhen in Palestina. Ahmose I kwam echter achter hen aan en wist de stad na een beleg dat drie jaar geduurd zou hebben in te nemen. De rol van de Hyksos was daarmee uitgespeeld. De zegevierende farao ging de geschiedenis in als de stichter van de Achttiende Dynastie en met zijn regering begint de geschiedenis van het Nieuwe Rijk.

Bronnen

  • Abdel Ghaffar Shedid, ‘A House for Eternity – The Tombs of Governors and Officials’, in: Egypt. The World of the Pharaohs, p. 119-131;
  • Dieter Kessler, ‘The Political History of the Ninth to the Seventeenth Dynasties’, in: Egypt. The World of the Pharaohs, p. 105-107;
  • Eric H. Cline, 1177 v. Chr. Het Einde van de Beschaving, p. 34-37;
  • Rainer Stadelmann, ‘The Tombs of the Pharaohs – Between Tradition and Innovation’, in: Egypt. The World of the Pharaohs, p. 109-117;
  • Regine Schulz, ‘Between Heaven and Earth – Temples to the Gods in the Middle Kingdom’, in: Egypt. The World of the Pharaohs, p. 133-141.

Noten

[1] I.e. Neder- en Opper-Egypte; de veroveraar is Amenemhat zelf.

[2] Zie zijn verslag in Boek 2.148.

3 Comments:

  1. Pingback:Een kleine geschiedenis van het Oude Egypte: het Nieuwe Rijk (deel 1) – – Corvinus –

  2. Pingback:Een kleine geschiedenis van het Oude Egypte: het Nieuwe Rijk (deel 3) – – Corvinus –

  3. Pingback:A brief history of Ancient Egypt: the Middle Kingdom and Second Intermediate Period – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.