Septimius Severus: Het Jaar 200

De colossi van Memnon, Egypte (foto: Olaf Tausch, CC BY 3.0 license).

Wederom is de chronologie van ons verhaal wat wazig. Mijn aanname is dat Severus in 200 een reis door Egypte maakte. Egypte was een buitengewoon belangrijke provincie. De provincie besloeg een groot gebied met een lange en rijke geschiedenis. Er was zeer veel te zien, dus het is aannemelijk dat de keizer de tijd nam. Uit de Historia Augusta blijkt dat de Severus erg genoot van zijn tour door Egypte: “Severus verklaarde zelf later herhaaldelijk dat hij deze reis plezierig had gevonden vanwege de eredienst van de god Serapis, de kennismaking met de oudheden en de bijzondere dieren en plaatsen”.[1] De genoemde cultus van Serapis was echt een product van het Ptolemaeïsche Egypte. Het ging om een door en door “Hellenistische” cultus die zowel inheems-Egyptische als Griekse elementen bevatte. De Tempel van Serapis was het zogenaamde Serapaeum, een prachtig gebouw dat tijdens de regering van Ptolemaios III Euergetes (246-222 BCE) was neergezet. In een deel van de tempel werd een indrukwekkende boekenverzameling bewaard.

In Alexandrië sloot Severus de Graftombe van Alexander de Grote. Die was tot dan toe kennelijk opengesteld geweest voor het publiek en werd door hordes toeristen bezocht. Vervolgens voer Severus de Nijl af en bezocht hij alle bezienswaardigheden die Egypte te bieden had. De Historia Augusta beweert dat hij tripjes maakte naar de stad Memphis, naar ‘Memnon’, naar de piramides en naar ‘het Labyrint’. De term ‘Memnon’ verwijst naar de twee kolossale beelden van farao Amenhotep III (14e eeuw BCE). Deze beelden zijn onderdeel van de Thebaanse necropolis (in het Romeinse Egypte stond Thebe bekend als Diospolis Megale of Diospolis Magna). Een van de beelden zou iedere ochtend ‘zingen’ of ‘fluiten’. De geograaf Strabo schreef hierover het volgende:

“Hier staan twee kolossen, dicht bij elkaar en elk gemaakt van een enkel stuk steen; één van de kolossen is bewaard gebleven, maar het bovenste gedeelte van de andere, dat boven de zetel uitstak, is naar verluidt omgevallen tijdens een aardbeving. Men meent dat iedere dag een geluid, als het ware een licht gefluit, te horen is, afkomstig van het beeld dat op zijn troon is blijven zitten en de sokkel daarvan. Ik was hier zelf aanwezig met Aelius Gallus en zijn gezelschap, zowel vrienden als soldaten, en ook ik heb het geluid omstreeks het eerste uur gehoord. Maar of het afkomstig was van de sokkel of de kolos zelf, of dat het geluid expres werd gemaakt door een van de mannen die rondom en in de buurt van de sokkel stonden, dat kan ik niet met zekerheid vaststellen. Omdat ik niet zeker ben van de oorsprong van het geluid, ben ik geneigd alles liever te geloven dat dan het afkomstig is van opgestelde stenen.”[2]

Isis en Serapis.

‘Het Labyrint’ verwijst naar een groep gebouwen bij de piramide en de tempel van Amenemhat III (19e eeuw BCE). Deze staan in de buurt van Crocodilopolis in de Fajoem.

Bronnen

Primaire bronnen

Noten

[1] Severus 17 (vertaling: John Nagelkerken).

[2] Boek XVII.46.

One Comment:

  1. Pingback:Caracalla: Het Jaar 215 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.