Kreta: Knossos

Buste van Sir Arthur Evans.

Een trip naar Kreta kan nooit compleet zijn zonder een bezoek aan het Minoïsche paleiscomplex van Knossos. Het eerste paleis op deze plek werd gebouwd tijdens de Protopalatiale periode of Oude Paleistijd (1900-1700 BCE). Dit paleis werd rond 1700 BCE verwoest, vermoedelijk door een aardbeving. Kort daarna werd het herbouwd. De ruïnes die we vandaag de dag zien, dateren hoofdzakelijk van deze tweede periode. Ik heb eerder al aangegeven dat we het woord ‘paleis’ niet in de moderne zin van het woord moeten gebruiken. Een Minoïsch paleis was een immens complex met centrale binnenplaatsen en honderden kamers. Sommige daarvan werden gebruikt als woonvertrekken, andere voor religieuze ceremonies en weer andere voor het verwerken en opslaan van goederen in grote vazen die pithoi genoemd worden. Knossos was verreweg het grootste en machtigste Minoïsche paleis. Volgens schattingen leefden er mogelijk meer dan 100.000 mensen in en rondom het complex, dat een oppervlakte van zo’n 21.000 vierkante meter had en meer dan 1.300 kamers.

Opgravingen en renovaties

De eerste pogingen om op deze plek met opgravingen te beginnen werden in 1878 ondernomen door de zeepfabrikant en amateurarcheoloog Minos Kalokairinos. Hoewel hij enkele Minoïsche voorwerpen wist op te graven, is hij relatief onbekend gebleven. Dat is wel een beetje ironisch, want Kalokairinos had dezelfde voornaam als de legendarische koning Minos, wiens naam Sir Arthur Evans gebruikte om een hele beschaving aan te duiden. Er is ook nog een verhaal – ik weet niet of het waar is – dat de Duitse schattenjager Heinrich Schliemann, de man die Troje ontdekte, overwoog om met opgravingen bij Knossos te beginnen. Na enkele testopgravingen zou hij echter besloten hebben om elders zijn geluk te beproeven omdat hij niet verwachtte iets van waarde te kunnen vinden bij Knossos.

Koninklijke weg bij Knossos.

Heilige stierenhorens.

Pas onder leiding van Sir Arthur Evans (1851-1941) vonden de eerste systematische opgravingen plaats, en wel in maart 1900. Deze Britse archeoloog groef niet slechts delen van het enorme paleiscomplex op, hij voelde ook een sterke aandrang om delen ervan te reconstrueren. Evans is hierom bekritiseerd, en de kritiek is soms niet mals. Archeologen die niets van zijn werk moeten hebben, hebben Knossos wel een “Minoïsch Disneyland” genoemd. En inderdaad, sommige van Evans’ reconstructies, interpretaties en ideeën over hoe de Minoïsche beschaving eruit moet hebben gezien zijn wel erg fantasierijk. Ze zijn gebaseerd op weinig meer dan speculatie en Evans’ eigen gezag en ideologie.

Tegenover het voorgaande staat dat het werk van Evans het voor een moderne bezoeker mogelijk maakt om een voorstelling te krijgen van hoe Knossos er 3500 jaar geleden uit zou kúnnen hebben gezien. Op andere plekken, zoals bij Phaistos, is dat veel moeilijker, omdat daar vrijwel geen reconstructies zijn gemaakt. Mensen die het computerspel Indiana Jones and the Fate of Atlantis (1992) hebben gespeeld, dat zich voor een deel op Kreta afspeelt, zullen veel elementen van de locatie onmiddellijk herkennen, bijvoorbeeld de rode en witte zuilen en de heilige stierenhorens. Het is heel aangenaam om door het complex te kuieren, maar kom wel vroeg. Bijna iedere toerist op Kreta wil een bezoek aan Knossos brengen en het kan er dus erg druk worden.

Knossos verkennen

In de buurt van de ingang vinden we een buste van Sir Arthur Evans (zie hierboven). Als u het complex vervolgens binnengaat, komt u al snel bij het zuidelijke propylon, dat wil zeggen de monumentale zuidelijke poort van het paleis. Deze is versierd met twee fresco’s van mensen die vazen dragen. Zij maken waarschijnlijk deel uit van een religieuze processie en 3500 jaar geleden moeten er nog veel meer fresco’s zijn geweest. Overigens zijn dit ook niet de originele fresco’s. Het gaat om replica’s; wat er nog over is van de originele afbeeldingen kan men in het Archeologisch Museum van Heraklion gaan bekijken. De enorme zuilen zijn gemaakt van beton. De oorspronkelijke zuilen waren gemaakt van hout.

Het zuidelijke propylon.

Prins van de Lelies (origineel).

Niet ver van het zuidelijke propylon vinden we een replica van een ander beroemd fresco, de zogenaamde Prins van de Lelies. We zien een langharige jongeman die slechts een lendendoek draagt en een opzichtige hoofdtooi met lelies en veren. Hij lijkt te lopen in een tuin met grote bloemen. Men komt de afbeelding van de Prins van de Lelies overal op Kreta tegen, soms in gestileerde vorm. De jongeman is ook het officiële symbool van de reder Minoan Lines. Maar wie was deze Prins van de Lelies, die – net als de vaasdragers – duidelijk onderdeel was een reeks fresco’s met een processie? Soms wordt aangenomen dat hij de Priester-Koning van Knossos was, maar een andere mogelijkheid is een atleet (al lijkt dat slecht te passen bij de hoofdtooi).

Net ten noorden van de Prins van de Lelies bevindt zich de grote centrale binnenplaats. Deze moet gebruikt zijn voor religieuze ceremonies en wellicht ook voor atletiekwedstrijden. Onze reisgids suggereerde dat hier ook wedstrijden ‘stierspringen’ gehouden kunnen zijn. Dit lijkt de nationale sport van de Minoërs te zijn geweest. Bij het stierspringen moesten jongemannen – en misschien ook vrouwen – hun moed tonen door over een aanstormende stier een salto te maken. Op een fragmentarisch fresco in het Archeologisch Museum van Heraklion kunnen we zien hoe dit in z’n werk ging.

Stierspringen.

Op het fresco zien we een jongeman (geschilderd in roodbruin) die de gevaarlijke sprong maakt. Links en rechts van de stier staan twee vrouwen. Dat het om vrouwen gaat, blijkt uit het feit dat ze wit geschilderd zijn. De vrouw links lijkt de stier bij de horens vast te houden. De andere vrouw lijkt klaar te staan om de dappere jongeman na voltooiing van zijn sprong in haar armen op te vangen. Afgaande op het fresco hadden vrouwen dus een rol bij het stierspringen en het is mogelijk dat ze zelf ook aan dit spel deelnamen.

Muur met fresco van een aanstormende stier.

Stieren, griffioenen en dolfijnen

Iets ten noorden van de centrale binnenplaats komen we bij de noordelijke ingang van het paleis. Hier zien we een ander beroemd fresco, dat van een aanstormende stier. Uiteraard zijn de muren en rode zuilen hier reconstructies van Evans, en het fresco is een replica. Het origineel bevindt zich in het Archeologisch Museum van Heraklion. Ik moet zeggen dat de details van de schildering erg indrukwekkend zijn. Het dier is duidelijk kwaad en het hijgt. Zijn neusgaten staan wijd open en we kunnen zelfs zijn tong zien.

Laten we nu terugkeren naar de centrale binnenplaats. Deze bood toegang tot veel van de kamers van het complex. De belangrijkste van deze kamers werd door Evans de Troonzaal gedoopt. De naam suggereert dat de koningen en koninginnen van Knossos de zaal voor audiënties gebruikten. Daar klopt niets van. Het vertrek lijkt eerder te zijn gebruikt voor religieuze doeleinden.

Troonzaal.

Evans vond hier tegen de noordelijke muur een stoel van albast ten noemde die een troon. Langs de muren lopen banken en voor de troon staat een ritueel bassin. De muren zijn versierd met (gerestaureerde) afbeeldingen van griffioenen. Het is niet gemakkelijk om te bepalen hoe de ruimte precies werd gebruikt. Mogelijk zaten priesters of priesteressen op de banken en werd de troon gebruikt door de hogepriester of hogepriesteres. De troon kan tijdens de ceremonies overigens ook leeg gebleven zijn. We weten het gewoon niet.

De koninklijke vertrekken bevinden zich in het zuidoostelijke gedeelte van het paleiscomplex. Uiteraard staat hier niet “dit is de kamer van de koning” op de muren, maar vanwege de grootte en elegantie van de kamers wordt waarschijnlijk terecht aangenomen dat het hier om de koninklijke vertrekken (megara) gaat. Helaas waren de vertrekken van de koning gesloten toen ik Knossos in oktober 2014 bezocht, waardoor ik de beroemde Zaal van de Dubbele Bijlen moest missen. Mogelijk hield de koning hier zittingen en ontving hij buitenlandse delegaties.

Megaron van de koningin.

Gelukkig waren de vertrekken van de koningin wel toegankelijk. De koningin had een privé badkamer met een toilet en haar vertrekken waren versierd met fresco’s van dolfijnen. De originele fresco’s – of wat daar nog van over is – kan men wederom in het Archeologisch Museum van Heraklion terugvinden.

Knossos is een prachtige locatie en het is heerlijk om hier rond te wandelen en te genieten van de complexiteit van het paleis, de vele pithoi, de reconstructies van Evans en de vele, vele trappen die de verschillende delen van het complex met elkaar verbinden. Als u de veelheid aan trappen in ogenschouw neemt, dan kunt u zich wel voorstellen hoe Evans op het idee kwam dat er zich een labyrint onder het paleis moest bevinden (zijnde het legendarische labyrint van koning Minos waar de Minotaurus werd opgesloten). Uiteraard heeft hij nooit een dergelijk gangenstelsel gevonden.

Trappen die verschillende gedeelten van het complex met elkaar verbinden.

Het is wel interessant dat het woord ‘labyrint’ mogelijk is afgeleid van het Griekse woord labrys, wat ‘dubbele bijl’ betekent. De dubbele bijl was niet slechts een werktuig, maar ook een met de Moedergodin verbonden religieus symbool, en waarschijnlijk ook een symbool van macht (zoals de fasces – roedenbundels met bijlen – van de Romeinse magistraten). Ik noemde hiervoor al de Zaal van de Dubbele Bijlen (het megaron van de koning), en in het Archeologisch Museum van Heraklion vinden we vele vazen met dubbele bijlen, alsook votiefbijlen. Het museum is misschien wel het beste op heel Kreta en het is zeker een bezoek waard.

3 Comments:

  1. Pingback:Kreta: Phaistos – – Corvinus –

  2. Pingback:Kreta: Gortys – – Corvinus –

  3. Pingback:Een kleine geschiedenis van het Oude Egypte: het Middenrijk en de Tweede Tussenperiode – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.