Het praalgraf van de gebroeders Evertsen

De kerk van het Abdijcomplex in de Zeeuwse hoofdstad Middelburg is een opmerkelijk gebouw. Eigenlijk bestaat het uit drie aparte kerken. Het voorste gedeelte is de Nieuwe Kerk, het achterste de Koorkerk. Daar tussenin bevindt zich dan de zogenaamde Wandelkerk. Daar staat ook het praalgraaf van de Zeeuwse admiraals en broers Johan en Cornelis Evertsen, die in 1666 kort na elkaar sneuvelden in de strijd tegen de Engelsen. Het is het eerste en enige praalgraf dat ooit voor Zeeuwse admiraals is opgericht, en die oprichting ging met de nodige problemen gepaard. Het bezoeken van de Wandelkerk is ook niet onproblematisch, want protestantse kerken zijn lang niet altijd open voor bezoekers die niet voor de dienst, maar voor de kunst komen. In de zomer van 2021 was dit gelukkig anders. Ik heb toen meteen mijn kans en mijn nieuwe camera gegrepen en ben naar Middelburg afgereisd.

De broers

Johan (1600-1666) en Cornelis Evertsen (1610-1666) werden beiden in Vlissingen geboren. Ze waren onderdeel van een groot gezin dat bestond uit een vader, een moeder, vijf zoons en zes dochters. De familie Evertsen was een echte zeemansfamilie: zowel de vader als al zijn zoons verdienden hun geld op zee. Dat was niet zonder gevaar. Vader Johan Evertsen – ‘Jan de Kapitein’ – sneuvelde in 1617 tegen een Franse kaper, in 1625 sneuvelden de broers Evert en Pieter Evertsen tegen de Duinkerkers en in 1627 werd broer Geleyn Evertsen gedood in een confrontatie met de Portugezen. Aldus bleven alleen de oudste zoon Johan en de jongste zoon Cornelis in leven. Ook hun zonen gingen naar zee en bereikten de rang van admiraal. Het ging om Johans zoon Cornelis Evertsen de Jonge (1628-1679) en Cornelis’ zoons Cornelis Evertsen de Jongste (1642-1706) en Geleyn Evertsen (1655-1721). Interessant is dat de naam ‘Evertsen’, oorspronkelijk een patroniem (‘zoon van Evert’), zich kennelijk eind zestiende eeuw al had ontwikkeld tot achternaam. Verder is interessant dat binnen de familie Evertsen de voornaam Geleyn populair was. Deze naam, afgeleid van Ghislain, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor.

Johan Evertsen.

De hier besproken Johan Evertsen behaalde in 1636 grote roem toen hij met zijn kleine vloot de beruchte Duinkerker kaper Jacques Colaert gevangen wist te nemen. Tien jaar later nam het leger van de Franse koning Lodewijk XIII Duinkerken in. Voor zijn hulp bij de verovering werd Evertsen door de koning beloond met de prestigieuze Orde van Sint-Michiel, een eer die eerder al Maarten Tromp te beurt was gevallen. Johan vocht moedig tijdens de eerste zeeoorlog met de Engelsen (1652-1654), maar werd na het sneuvelen van Tromp in 1653 niet als een serieuze kandidaat voor het opperbevelhebberschap gezien. Dat had niet zozeer met zijn kwaliteiten te maken als wel met het feit dat hij een Zeeuw was, en ook nog eens bijzonder Oranjegezind. Dat maakte hem voor de rijke provincie Holland onacceptabel. Uiteindelijk ging het opperbevelhebberschap naar de weinig competente cavalerieofficier Jacob van Wassenaer Obdam (1610-1665). Wel werd Johan in 1664, op zijn 64e, bevorderd tot luitenant-admiraal van Zeeland, destijds een nieuwe rang.

De Koorkerk te Middelburg.

Johan vocht tijdens de tweede zeeoorlog tegen Engeland mee in de rampzalig verlopen zeeslag bij Lowestoft op 13 juni 1665. Daarin sneuvelden zowel Van Wassenaer Obdam als diens plaatsvervanger Egbert Kortenaer, de luitenant-admiraal van Rotterdam. Als derde in rang moest Johan Evertsen de aftocht van de Nederlandse schepen leiden, maar in de verwarring nam ook Cornelis Tromp die taak op zich. Het schip van Evertsen was bovendien dusdanig beschadigd dat hij de strijd al snel had moeten verlaten. Dit werd door velen als een vlucht gezien, en dat Evertsen tijdens de eerste zeeoorlog door Witte de With van lafheid was beschuldigd hielp niet bepaald mee. Johan Evertsen moest zich melden bij de Staten-Generaal in Den Haag, maar werd onderweg in het Hollandse Brielle bijna gelyncht door een menigte die vooral uit zeemansvrouwen bestond. De 65-jarige en dus hoogbejaarde luitenant-admiraal werd mishandeld, over straat gesleurd en geboeid in het water gegooid. Hij kon nog maar net gered worden door enkele soldaten. Later werd hij van alle blaam gezuiverd, maar Johan Evertsen had er nu even tabak van. Zijn broertje Cornelis Evertsen werd de nieuwe Zeeuwse luitenant-admiraal.

Cornelis Evertsen had een minder indrukwekkend CV dan zijn grote broer. Toch had hij zeker niet stilgezeten. Onder opperbevelhebber Maarten Tromp had hij in 1639 tegen de Spanjaarden gevochten bij Duins en ook in de eerste zeeoorlog tegen Engeland had hij zich kranig geweerd. In de zeeslag bij Ter Heide, waarin Tromp sneuvelde, werd hij zelfs krijgsgevangen gemaakt. Na zijn vrijlating volgde een bevordering tot schout-bij-nacht. In die hoedanigheid diende hij onder meer onder Michiel de Ruyter tijdens diens kruistochten in 1661-1664 tegen de Barbarijse zeerovers, beruchte kapers en slavenhandelaren uit Noord-Afrika (zie deze bijdrage). Tijdens de tweede zeeoorlog tegen Engeland voer hij uit op de Walcheren. Op 11 juni 1666 begon de Vierdaagse zeeslag, waarin Cornelis Evertsen zich direct onderscheidde, maar ook meteen op de eerste dag sneuvelde. Johan Evertsen keerde daarop terug en nam op de Walcheren deel aan de Tweedaagse zeeslag (4-5 augustus 1666). Op de eerste dag raakte hij zwaargewond en op de tweede dag gaf hij de geest, 66 jaar oud.

Het praalgraf

De Staten van Zeeland besloten al snel dat de gesneuvelde broers een schitterend praalgraf in de  Noordmonsterkerk (of Sint-Pieterskerk) in Middelburg zouden krijgen.[1] De daad bij het woord voegen bleek echter lastig. De Staten beschikten niet over de benodigde financiële middelen, en in 1679 was er nog helemaal niets verwezenlijkt. De nazaten van de broers drongen er in dat jaar bij de Staten op aan hun belofte na te komen. Dit had succes, want in 1680 werd de opdracht voor het praalgraf gegund aan Rombout Verhulst (1624-1698). Geld was echter nog steeds een probleem, zodat de nazaten uiteindelijk 6.000 gulden moesten voorschieten. Schandalig genoeg zou dit geld nooit worden terugbetaald aan de familie, zodat een door de overheid toegezegd praalgraf uiteindelijk door de nazaten van de gesneuvelde admiraals werd gefinancierd.

Cornelis Evertsen.

Het praalgraf kwam in 1685 gereed. Het bijzondere eraan is dat het een dubbel praalgraf is, het enige in de imposante reeks zeeheldengraven. Bovendien gaat het als gezegd om het enige praalgraf voor Zeeuwse zeehelden. Helemaal af was het praalgraf in 1685 overigens niet. Tussen de Staten en de familie ontstond een geschil over de op het monument te plaatsen tekst. Decennialang bleef het graf daarom tekstloos, een situatie die pas veranderde toen het monument in 1818 op bevel van koning Willem I vanuit de bouwvallige Noordmonsterkerk (gesloopt in 1834) werd overgebracht naar het abdijcomplex. De late toevoeging van de tekst verklaart ook waarom deze in het Nederlands is opgesteld in plaats van in het gebruikelijke Latijn. De eenvoudige en korte tekst verwijst slechts naar de ‘onsterfelijke zeehelden’ die beiden in 1666 strijdend voor het vaderland sneuvelden.

Het praalgraf overleefde het bombardement op Middelburg van 17 mei 1940. De fraaiste onderdelen ervan zijn toch wel de liggende gestalten van de broers (zie de afbeeldingen hierboven). De figuur links is Johan en de figuur rechts Cornelis. Beiden liggen in volle wapenrusting met de rechterhand op de admiraalsstaf. Naast hen ligt een helm met vizier en grote pluim. Op het reliëf tussen de broers in is een zeeslag afgebeeld. Doorgaans is daarmee de zeeslag bedoeld waarin de overledene het leven liet, maar in het geval van de gebroeders Evertsen ging het natuurlijk om twee verschillende zeeslagen. Het onderhoud van het praalgraf is kostbaar. Wie de instandhouding van het monument wil steunen, kan in de Wandelkerk snackwafeltjes van Evertsen & Evertsen kopen, ‘vaste gasten bij de borrel sinds 1818’. Daar drink ik op!

Dit is deel 8 in de serie ‘Grafmonumenten’.

Noot

[1] Zie voor het navolgende Ronald Prud’homme van Reine, Zeehelden, p. 93-94.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.