Met net iets meer dan 20.000 inwoners is Beaune maar een kleine stad. Toch staat hier een werkelijk spectaculair monument uit de Late Middeleeuwen, de Hospices de Beaune, ook bekend als het Hôtel-Dieu. De Hospices zijn een ziekenhuis en armenhuis, gesticht in 1443 door Nicolas Rolin (1376-1462), kanselier van hertog Filips de Goede, en zijn vrouw Guigone de Salins (1403-1470). Het ziekenhuis heeft meer dan vijf eeuwen als zodanig gefunctioneerd. Pas toen in 1971 een nieuw en modern ziekenhuis werd geopend in Beaune, werd het hospitaal van Nicolas en Guigone gesloten. Tegenwoordig is het een fraai museum, met als onbetwist hoogtepunt het altaarstuk van het Laatste Oordeel, geschilderd door de Vlaamse meester Rogier van der Weyden (ca. 1400-1464).
Nicolas en Guigone
Nicolas Rolin werd omstreeks 1376 geboren in een rijke familie in Autun. Hij studeerde rechten en werkte zich op tot juridisch raadgever van hertog Filips de Stoute en later advocaat van Bourgondië. In 1422 werd hij benoemd tot kanselier van hertog Filips de Goede, die in 1419 aan de macht was gekomen na de moord op zijn vader Jan zonder Vrees. Rolin zou tot aan zijn dood in 1462 in functie blijven. De Belgische auteur Bart van Loo noemt hem “de Richelieu van Bourgondië, de man die zijn meester langs de gevaarlijkste obstakels gidste”.[1] Tot zijn belangrijkste diplomatieke prestaties behoorde de Vrede van Atrecht, die op 21 september 1435 werd gesloten tussen Frankrijk en Bourgondië. Het hertogdom was een Franse apanage, die na de moord op hertog Jan zonder Vrees de kant van Engeland had gekozen in de Honderdjarige oorlog en de Engelse koning als legitieme koning van Frankrijk beschouwde. Met de Vrede van Atrecht werd Bourgondië weer uit het Engelse kamp losgeweekt. Hertog Filips de Goede erkende de Fransman Karel VII als koning van Frankrijk, terwijl Karel de onafhankelijkheid van de Bourgondische hertog erkende en hem (maar niet zijn opvolgers) ontsloeg van zijn verplichtingen als leenman. De Franse koning beloofde ook de moordenaars van Jan zonder Vrees te straffen, wat hij overigens niet deed.
Nicolas Rolin was al bijna zestig jaar oud toen de Vrede van Atrecht getekend werd. Voor de Late Middeleeuwen was dat hoogbejaard, maar aan met pensioen gaan dacht hij geen seconde. Daarvoor was de functie van kanselier gewoon ook te lucratief, want dat Rolin zichzelf schaamteloos verrijkte, wist iedereen. Om iets goeds te doen voor de armen en de zieken, zwaar getroffen door de Honderdjarige oorlog, besloot hij in 1443 samen met zijn vrouw Guigone de Salins een ziekenhuis te stichten in Beaune. De stichtingsakte vermeldt als datum 4 augustus 1443. Als architect werd vermoedelijk Jacques Wiscrère aangesteld, een Vlaming over wie verder weinig bekend is. De Hospices de Beaune worden beschouwd als een meesterwerk van de Bourgondisch-Vlaamse architectuur. Begin 1452 konden de eerste patiënten worden opgenomen. De kanselier had toen nog tien jaar te leven. Enkele jaren later belandde hij politiek op een zijspoor na een conflict met de machtige familie Van Croy, die eveneens bij hertog Filips de Goede in het gevlei probeerde te komen. Na zijn dood op 18 januari 1462 kwam Guigone op haar beurt in conflict met kardinaal Jean Rolin (1408-1483), een zoon van Nicolas uit diens eerdere huwelijk met Marie des Landes. Het conflict leidde tot een rechtszaak, die Guigone na zes jaar procederen won. Tot aan haar eigen dood in 1470 kon ze het ziekenhuis blijven beheren.
De Hospices de Beaune verkennen
Bezoekers verkennen de Hospices de Beaune het beste met een audiotour, die beschikbaar is in 10 talen, waaronder het Nederlands. De tour begint op de grote binnenplaats, de Cour d’honneur, waar direct de prachtige geglazuurde dakpannen van de gebouwen opvallen. Ze zijn overigens niet origineel vijftiende-eeuws. Vanaf de binnenplaats betreden we de grote ziekenzaal, de Grande salle des pôvres (foto hierboven). Hier werden de zieken verpleegd door de zusters. Omdat in Beaune geen kloosterorden actief waren, stichtten Nicolas en Guigone zelf een kloosterorde, die van de soeurs hospitalières de Beaune. Nicolas en Guigone hadden vader en dochter kunnen zijn. Hij was al een jaar of 47 en zij nog maar een jaar of 20 toen ze in 1423 trouwden. Voor Nicolas was het dan ook al zijn derde huwelijk. De familie De Salins was rijk en machtig, dus er waren beslist politieke motieven om te trouwen, maar tussen de echtelieden ontstond ook ware liefde. Dat blijkt alleen al uit de vloertegels in de grote ziekenzaal, waarop de letters N en G – Nicolas en Guigone – worden gecombineerd met het woord seule[2], ‘alleen’, een woord dat aangeeft dat de kanselier en zijn vrouw de enigen voor elkaar waren. We komen de letters en het woord ook op andere plekken in het Hôtel-Dieu tegen.
De grote ziekenzaal heeft een opvallend dak in de vorm van een omgekeerde scheepsromp. De balken komen voort uit vuurspuwende drakenbekken en zijn versierd met geschilderde mensenhoofden. Op de balken zien we eveneens het woord seule, het is werkelijk alomtegenwoordig. Hoewel de patiënten naar verhouding goede zorg kregen, was de kans op overlijden aanzienlijk. Aan het einde van de ziekenzaal bevond zich dan ook een kapel voor de geestelijke ziekenzorg. In deze kapel werd Guigone de Salins na haar dood begraven; een gedenkplaat markeert de plek van haar graf. Hier stond ook het in de inleiding reeds genoemde altaarstuk van het Laatste Oordeel. Dat werd echter alleen opengeklapt op zon- en feestdagen. Op andere dagen zagen de patiënten alleen de luiken met daarop de portretten van Nicolas en Guigone, een Annunciatie en de heiligen Sint Sebastiaan en Sint Antonius-Abt. Beiden waren nauw verbonden met ziekte en genezing. Sint Sebastiaan werd met pijlen doorzeefd, maar genezen door Sint Irene van Rome. Hij geldt ook als pestheilige. Monniken van de in 1095 gestichte Orde van Sint-Antonius richtten zich eveneens op de verzorging van de zieken en waren beroemd om hun behandeling van de ziekte die het Sint-Antoniusvuur werd genoemd (ergotisme, een ziekte veroorzaakt door een schimmel).

Portretten van Nicolas en Guigone, een Annunciatie en de heiligen Sint Sebastiaan en Sint Antonius-Abt.
Het originele altaarstuk – waarover meer in de volgende paragraaf – is verplaatst naar een ruimte met klimaatbeheersing. In de kapel vinden we thans een fotografische reproductie van het werk. Ook de wandtapijten – met de letters N en G en het woord seulle – zijn kopieën. Dat geldt niet voor de twee kalkstenen beelden van Nicolas en Guigone, die van de tweede helft van de vijftiende eeuw dateren. De echtelieden knielen en kijken omhoog. Er is een theorie dat de beelden ooit deel uitmaakten van een Kruisigingsscène die tijdens de Franse Revolutie werd vernield.
Naast de Grande salle des pôvres heeft het Hôtel-Dieu nog vier andere ziekenzalen. De fraaiste vond ik persoonlijk de Salle Saint-Hugues, gewijd aan Hugo van Rouen, een bisschop en abt uit de achtste eeuw. In deze zeventiende-eeuwse ziekenzaal werden de rijkere patiënten verpleegd. In alle zalen leren we meer over de geschiedenis van de Hospices de Beaune en over de geschiedenis van de geneeskunde. Hierbij is er ook aandacht voor de wijngaarden die het hospitaal dankzij vele schenkingen en erfenissen bezit. Nog steeds wordt ieder jaar op de derde zondag van november een wijnveiling gehouden, de befaamde Vente des Hospices de Beaune. De opbrengsten komen ten goede aan liefdadigheid. Na de ziekenzalen volgen nog de keuken en de apotheek. Eenmaal weer buiten ziet de bezoeker op de tweede binnenplaats, de cour des fondateurs, weer mooie geglazuurde dakpannen en beelden van Nicolas en Guigone.
Het Laatste Oordeel
Rogier van der Weyden (ca. 1400-1464) schilderde het Laatste Oordeel in Brussel, de stad waar hij woonde en werkte. Vermoedelijk verstrekte Nicolas Rolin hem de opdracht kort na de stichting van de Hospices de Beaune in 1443. Het werk moet zeker eind 1451 klaar zijn geweest, toen het in de kapel van het zojuist voltooide hospitaal werd geplaatst. Als gezegd waren de luiken meestal dichtgeklapt en zagen de patiënten alleen de beeltenissen van Nicolas en Guigone, alsook – in grisaille – die van Sint Sebastiaan, Sint Antonius-Abt, de Maagd Maria en de aartsengel Gabriel (zie de afbeelding hierboven). Hoewel minder spectaculair dan het binnenwerk, hebben de luiken zeer fraaie details. Let bijvoorbeeld op de familiewapens van Nicolas en Guigone, de duif (Heilige Geest) bij Maria en de attributen van Sint Antonius, de kruk, het varken en de bel. De monniken van Sint Antonius behandelden hun patiënten met een balsem op basis van varkensvet. Hun varkens, nodig voor het maken van het geneesmiddel, werden voorzien van een bel en mochten vrij rondlopen. Zo werden het varken en de bel de vaste attributen van de heilige Antonius.
Opengeklapt is het altaarstuk natuurlijk nog veel mooier. Het bestaat uit negen panelen. Op het centrale paneel zit Christus de Rechter op een regenboog, terwijl zijn voeten op een globe rusten. Christus draagt een rode mantel en wordt geflankeerd door een witte lelie en een zwaard. Onder hem weegt een androgyne aartsengel Michael de zielen, het proces dat psychostasia wordt genoemd en dat we eerder bij de kathedraal van Autun hebben gezien. De rechtvaardigen worden naar links gedirigeerd (rechts van Christus). Op het meest linkse paneel zien we ook de hemelpoort. Voor de verdoemden wacht uiteraard de hel. Gelet op de gezichten van de verdoemden is dat een verschrikkelijke plek, maar Van der Weyden liet de wrede behandeling die zij in de hel moesten ondergaan weg.
De aartsengel Michael wordt geflankeerd door de Maagd Maria (links) en Johannes de Doper. Achter Maria en Johannes zitten steeds zes apostelen, dus twaalf in totaal. Alleen Petrus (op een stoel in een rode mantel) en Paulus (op een stoel in een groene mantel) zijn direct herkenbaar. Intrigerend zijn de zeven figuren die Van der Weyden achter de apostelen schilderde, vier mannen en drie vrouwen. Volgens een bordje zijn de vier mannen achtereenvolgens Paus Eugenius IV (1431-1447), hertog Filips de Goede, kardinaal Jean Rolin en wellicht Van der Weyden zelf. De keuze voor Paus Eugenius was logisch, want de Goede Vader had in 1441 zijn goedkeuring aan de stichting van het Hôtel-Dieu gehecht. Hertog Filips draagt een koningskroon. Inderdaad was het zijn vurige wens om koning van Bourgondië te worden, maar daar wensten de Duitse keizer en de Franse koning niet aan mee te werken.

Paus Eugenius IV, kardinaal Jean Rolin, hertog Filips de Goede, zelfportret Van der Weyden, Petrus en een onbekende apostel.
Als de man met de bisschopsmijter inderdaad Jean Rolin (1408-1483) is, dan moet dat voor Guigone de Salins bijzonder zuur zijn geweest. In de kapel van het Hôtel-Dieu moest ze dan immers kijken naar het portret van de man die had geprobeerd haar het beheer van het hospitaal af te nemen. Gelukkig waren de luiken van het altaarstuk doorgaans gesloten… Een van de vrouwen aan de andere zijde zou dan Philipotte Rolin (1409-1483) zijn, een dochter van de kanselier en een zus van Jean Rolin. Hun moeder Marie des Landes zou eveneens zijn afgebeeld. De vrouw in het midden, met de kroon, is dan Isabella van Portugal (1397-1472), de echtgenote van hertog Filips de Goede. Ook in haar geval is de kroon een geval van wishful thinking, al kon zij tenminste claimen dat ze van koninklijken bloede was: ze was de dochter van de Portugese koning João (Johan) I en Filippa van Lancaster (zie Portugal: Batalha).
Noten
[1] Bart van Loo, De Bourgondiërs, p. 229.
[2] Of seulle, met twee keer een ‘l’. Er was nog geen uniforme spelling in die tijd.












Pingback:Notre-Dame de Beaune – – Corvinus –
Pingback:Hospices de Beaune – – Corvinus –