Portugal: Batalha

Het complex van Batalha met het standbeeld van Nuno Álvares Pereira, held van de Slag bij Aljubarrota.

Op 22 oktober 1383 kwam Koning Fernando I van Portugal (Ferdinand I) na een regering van zestien jaar te overlijden. Met zijn dood kwam ook een einde aan het Bourgondische Huis dat sinds de vroege twaalfde eeuw over Portugal had geheerst. De koning had geen mannelijke troonopvolger, alleen een dochter, Infanta Beatriz (1372-1408). Zij was uitgehuwelijkt aan Koning Juan (Johan) van Castilië, waardoor het ernaar uitzag dat Portugal en Castilië in een personele unie verenigd zouden worden. Nu de Portugese onafhankelijkheid werd bedreigd, eiste Fernando’s halfbroer João (Johan) de troon op. Hij was de natuurlijke zoon van Koning Pedro (Peter) I en Teresa Lourenço. Vele edellieden steunden de aanspraak van João op de troon. De Castilianen waren daar uiteraard niet blij mee en deden een inval in Portugal. De oorlog werd op 14 augustus 1385 beslist. Op die dag behaalde een door de maarschalk Nuno Álvares Pereira geleid Portugees leger, dat zwaar in de minderheid was, bij Aljubarrota een klinkende zege op een veel grotere Castiliaanse strijdmacht. Ter nagedachtenis aan de overwinning besloot Koning João een groot kloostercomplex te laten bouwen, de Dominicaanse abdij van Santa Maria da Vitória. Het complex wordt doorgaans het klooster van Batalha genoemd, waarbij batalha het Portugese woord voor veldslag is.

Geschiedenis

Het klooster van Batalha is een schoolvoorbeeld van Portugese Gotische architectuur. De bouw van het klooster begon in 1386, slechts een jaar na de overwinning bij Aljubarrota, dat zo’n drie kilometer ten zuiden van het klooster ligt. Het complex werd nooit helemaal afgebouwd. Dat zien we vooral aan de zogenaamde Capelas Imperfeitas – onvoltooide kapellen –, een achthoekig bouwwerk ten oosten van het koor van de kerk. De Capelas komen zo dadelijk aan de orde.

Voorkant van het kloostercomplex. Het verlaten gebouw links is de refter.

Beelden van de Apostelen bij de hoofdingang.

Koning João I van Portugal (1385-1433) was de eerste koning uit het Huis van Aviz (1385-1580). Zijn opvolgers Duarte I (1433-1438), Afonso V (1438-1481), João II (1481-1495) en Manuel I (1495-1521) leverden allemaal een bijdrage aan het klooster, totdat Manuel in 1501 besloot zijn prioriteiten te verleggen naar andere projecten. In dat jaar gaf hij opdracht voor de bouw van het Jerónimos-klooster in Belém, Lissabon. Tijdens de regering van Koning João III (1521-1557) kwam het werk aan het complex van Batalha waarschijnlijk definitief stil te liggen. Vele architecten hebben aan het complex gebouwd. Tot de belangrijkste kunnen Afonso Domingues en Huguet worden gerekend, de eerste en tweede architect van Batalha. Andere architecten waren Fernão de Évora, Mateus Fernandes – wiens graftombe zich nabij de ingang van de kerk bevindt – en Diogo de Boitaca.

De beruchte aardbeving van 1755 veroorzaakte geen ernstige schade, maar in 1810 plunderden Franse troepen onder leiding van André Masséna het complex en staken het in brand. Toen in 1834 alle kloosterorden, inclusief die van de Dominicanen, werden ontbonden, was van het klooster van Batalha niet veel meer over dan een ruïne. Enkele jaren later werd met de restauratie begonnen en aan het begin van de twintigste eeuw werd het complex tot nationaal monument uitgeroepen. Tegenwoordig staat het op de UNESCO-lijst van werelderfgoed, net als Alcobaça en Tomar.

Exterieur

Het loont de moeite om het portaal van de hoofdingang aan een nadere inspectie te onderwerpen. Links en rechts van de deur zien we (kopieën van) beelden van de apostelen. Een aardig detail is dat de apostel Sint Bartholomeus, van wie de rechterhand ontbreekt, een duivel of monster aan een ketting vasthoudt. Het timpaan boven de ingang is een indrukwekkend stuk beeldhouwwerk, al is het lastig te zeggen of het origineel is of niet. Het toont ons Christus Koning, gezeten op zijn troon, met boven hem een schaalmodel van het complex van Batalha. Aan weerszijden van de troon zien we de vier evangelisten, elk met een eigen symbool. Het gaat om (met de klok mee): een mens voor Mattheüs, een leeuw voor Marcus, een stier voor Lucas en een adelaar voor Johannes. Hier zijn zowel de evangelist als zijn persoonlijke symbool afgebeeld, anders dan in bijvoorbeeld veel Romeinse kerken, waar alleen de symbolen worden gebruikt (cf. Santa Maria in Trastevere, Santa Prassede, San Marco en Santa Pudenziana).

Timpaan boven de hoofdingang.

Interieur

Het schip van de kerk van Batalha lijkt sterk op dat van de kerk van Alcobaça. Het is smal en hoog en de bezoeker voelt zich eenmaal binnen al snel nietig. Een andere overeenkomst met Alcobaça is dat er vrijwel geen decoraties te vinden zijn. Direct rechts is de Capela do Fundador, Portugees voor Kapel van de Stichter. Nog tijdens zijn leven gaf Koning João I opdracht voor de bouw ervan en de kapel werd ongeveer een jaar na zijn dood in 1433 voltooid. Hoewel veel van de koningen uit het Bourgondische Huis in Alcobaça werden bijgezet, en een enkeling – zoals João’s halfbroer Koning Fernando I – in Santarém, had João de uitdrukkelijke bedoeling van zijn kapel een nieuw Koninklijk Pantheon te maken. In het midden van de kapel vinden we, onder het achthoekige gewelf, de gezamenlijke graftombe van de koning en zijn Engelse echtgenote Philippa van Lancaster (1360-1415). Koning en koningin houden elkaars hand vast, zowel een symbool van hun wederzijdse liefde als van de uitstekende betrekkingen tussen Portugal en Engeland. João en Philippa liggen in vol ornaat onder prachtig gedecoreerde baldakijnen. Hun lijfspreuken zijn in de graftombe gegraveerd, Por bem (“voor het goede”) voor de koning en Yl me plet (“het bevalt me”) voor de koningin, die een kleindochter van Koning Edward III van Engeland was.

Graftombe van Koning João.

In de zuidelijke muur bevinden zich de graftomben van de zonen van het echtpaar. Hun beroemdste zoon was Hendrik de Zeevaarder (1394-1460), Grootmeester van de Orde van Christus in Tomar, die verkenningsexpedities over zee stimuleerde en zijn land het tijdperk van de ontdekkingsreizen binnenleidde. Op de graftombe van Hendrik ligt een beeltenis van de overledene, maar dat geldt niet voor de andere drie tomben. In de westelijke muur vinden we kopieën van de graftomben van de koningen Afonso V en João II. De oorspronkelijke tomben werden door de soldaten van Masséna onteerd en beschadigd.

Graftombe van Hendrik de Zeevaarder.

Capelas Imperfeitas

João’s eerste zoon en opvolger Duarte (of Eduard) werd niet in de Capela do Fundador begraven. We vinden zijn graf in de Capelas Imperfeitas ten oosten van het koor, waar hij is bijgezet in een gezamenlijke tombe met zijn vrouw Eleonora van Aragon (1402-1445). Om bij de Capelas te komen moet men het complex verlaten, de bordjes volgen en ten slotte via een aparte ingang weer naar binnen gaan. De tombe van Duarte is veel eenvoudiger dan die van zijn vader. Hier zien we maar weinig decoraties en helemaal geen baldakijnen. De koning en zijn vrouw houden elkaars rechterhand vast. Eleanora houdt haar vrije hand op de Bijbel, Duarte die van hem op zijn zwaard. Hoewel de koning duidelijk van plan was van de Capelas een tweede Koninklijk Pantheon in het complex te maken, zijn de echtelieden de enige personen van koninklijken bloede die hier uiteindelijk zijn bijgezet.

Graftombe van Koning Duarte.

Capelas Imperfeitas.

Claustro Real.

Het is niet moeilijk vast te stellen waarom de Capelas – er zijn er zeven – ‘onvoltooid’ worden genoemd. Er is geen dak of plafond, dus als u omhoog kijkt, ziet u een heldere blauwe hemel (toen ik het complex in augustus 2015 bezocht, was het een beetje bewolkt, dus de lucht was eerder grijs). De enorme onvoltooide luchtbogen die het gewelf hadden moeten ondersteunen vallen direct op. U komt de Capelas binnen via een prachtig versierd portaal van de hand van Mateus Fernandes dat is uitgesneden in Manuelstijl.

Kapittelzaal en kloosters

De kapittelzaal bevat de graftomben van twee onbekende soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Van het complex maken ook twee kloostergangen deel uit. Het Claustro Real is de interessantste van de twee. Fernão de Évora was verantwoordelijk voor de bouw ervan, die in de tweede helft van de vijftiende eeuw plaatsvond. Mateus Fernandes voegde later versieringen in Manuelstijl toe. De tweede kloostergang staat bekend als het klooster van Koning Afonso en is eveneens het werk van Fernão de Évora. Het is uitgevoerd in een simpele Gotische stijl en is veel soberder dan het Claustro Real. Niettemin is de sfeer hier uitermate vredig en sereen, dus een bezoek aan dit deel van het complex is beslist een aanrader.

One Comment:

  1. Pingback:Portugal: Padrão dos Descobrimentos – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.