Lachen met de rechter

(foto: flickr user maveric2003, CC BY 2.0 licentie)

(foto: flickr user maveric2003, CC BY 2.0 licentie)

Binnen iedere beroepsgroep heb je ze wel: mensen die zijn gezegend met een uitzonderlijk sterk gevoel voor humor. Rechter Fred Biery, chief judge van het United States District Court for the Western District of Texas, is zo iemand. Zijn humor blijft niet beperkt tot de kantine en de raadkamer, maar komt ook tot uitdrukking in zijn vonnissen. Recentelijk had Biery te oordelen over de klacht van een herenclub tegen de gemeente San Antonio. De gemeente had recentelijk de regels voor dergelijke clubs aangescherpt: clubs die niet als SOB (sexually oriented business – en toevallig ook de afkorting van son of a bitch…) wilden worden aangemerkt, met alle bijkomende verplichtingen van dien, dienden hun danseressen toch op z’n minst een bikinitopje aan te laten trekken. De tepellapjes (‘pasties’) van de klagers waren onvoldoende. Daarover beklaagden zij zich bij rechter Biery, met een beroep op het First Amendment. Of, zoals rechter Biery stelt:

“Plaintiffs clothe themselves in the First Amendment seeking to provide cover against another alleged naked grab of unconstitutional power.”

Biery heeft er dus zin in. Ook de rest van zijn vonnis is doordrenkt met toespelingen op naaktheid en seksualiteit. Dat zien we bijvoorbeeld bij de samenvatting van waar het in deze zaak nu eigenlijk om draait:

“The City of San Antonio (“City”) wants exotic dancers employed by Plantiffs to wear larger pieces of fabric to cover more of the female breast. Thus, the age old question before the Court, now with constitutional implications, is: Does size matter?”

Naast uitdrukkingen als ‘strip them of their profits’, ‘impacting their bottom line’, ‘erection of a constitutional wall’ en ‘constitutional prophylaxis’ valt op dat rechter Biery zelfs een plaatje van de geheel geklede exotische danseres Miss Wiggles in zijn vonnis heeft opgenomen. Zo kan het ook, moet hij gedacht hebben. Ook het begrip ‘gentlemen’s club’ wordt gedefinieerd, waarbij Biery snedig opmerkt dat het woord ‘gentlemen’ losjes gebruikt wordt in deze context. Diverse voetnoten komen voorbij, waaruit blijkt dat Fred Biery een belezen man is: het Evangelie van Marcus, Oscar Wilde, Shakespeare en Scout uit To Kill a Mocking Bird worden geciteerd.

De vordering wordt overigens afgewezen. Het gebod een bikinitopje te dragen is niet in strijd met de uitingsvrijheid van de danseressen. Een uitgebreidere motivering van de afwijzing is te vinden in een appendix, vooral bedoeld voor ‘those interested in a lengthy exposition, those who wish to appeal and those who suffer from insomnia’. Rechter Biery hoopt overigens dat een bodemprocedure uitblijft:

“Should the parties choose to string this case out to trial on the merits, the Court encourages reasonable discovery intercourse as they navigate the peaks and valleys of litigation, perhaps to reach a happy ending.”

Deze humoristische uitspraak deed me sterk denken aan een uitspraak van een Nederlandse kantonrechter van een aantal jaar geleden. Deze rechter van de Rechtbank Zwolle had te oordelen over een eveneens tamelijk absurde zaak. Het betrof een geschil over de publicatie van een naaktfoto in een naturistenblad. Eiseres beweerde dat het een foto van haar betrof, en dat zij voor publicatie geen toestemming had gegeven. Gedaagde stelde echter dat het een foto van zijn eigen vrouw betrof. Die was ook meegekomen naar de zitting, en stond klaarblijkelijk op het punt het ongelijk van eiseres aan te tonen door zich ten overstaan van de rechter uit te kleden:

“Zover heeft de kantonrechter het evenwel niet laten komen, alleen al niet omdat bewijslevering buiten aanwezigheid van [eiseres] in strijd zou komen met de goede procesorde. Daarnaast maakte de afwezigheid van [eiseres] een grondige vergelijking tussen de betrokken dames uiteraard onmogelijk.”

Het vervolg van het vonnis laat zich raden. De kantonrechter schrijft dat eiseres de naakte waarheid onder ogen heeft gezien, dat haar argumenten inzake de proceskosten weinig om het lijf hebben en dat het blote feit dat gedaagde ten onrechte is aangesproken nog niet betekent dat deze recht heeft op schadevergoeding. De kantonrechter zal zich ongetwijfeld verkneukeld hebben bij het schrijven van zijn uitspraak.

flag_of_the_netherlands_antilles_1986-2010-svgBij een bespreking van erudiete en humoristische vonnissen mag ook de uitspraak in kort geding van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen van 26 april 2004 niet ontbreken. Ook in deze zaak was de aanleiding even futiel als absurd. Minister-president van de Nederlandse Antillen Mirna Godett had tijdens een persconferentie ruzie gekregen met een journaliste van de krant Amigoe. Godett had tijdens deze persconferentie boos lopen zwaaien met een brief van minister Donner van Justitie, waarin zou staan dat een luchtvaartmaatschappij geen gegevens mocht doorgeven aan de Antilliaanse regering. Bij nadere beschouwing van kopieën van de brief door de aanwezige journalisten bleek er echter niet ‘regering’, maar ‘vestiging’ te staan. De boosheid van Godett sloeg dus nergens op. Toen de journaliste de minister-president hiermee confronteerde, werd deze boos en probeerde ze de brief af te pakken. Na flink wat getrek aan de brief van beide kanten besloot Godett dat de journaliste niet meer welkom was op persconferenties.

Rechter Wit ging er eens goed voor zitten. En met fraaie citaten van zowel Groucho Marx (“politics is the art of looking for trouble, finding it everywhere, diagnosing it incorrectly, and applying the wrong remedies”) als Felix Frankfurter van het US Supreme Court (“It is a fair summary of history to say that the safeguards of liberty have frequently been forged in cases involving not very nice people”) in de eerste inhoudelijke rechtsoverwegingen plaatst hij zich ook sterk in de Angelsaksische traditie van vonnissen schrijven, waarvan ook rechter Biery blijk had gegeven. Het geschil in kwestie is in wezen “een aanvaring tussen twee dames, die het kennelijk niet zo goed met elkaar kunnen vinden”, maar betreft ook fundamentele rechten. Onder verwijzing naar EVRM, IVBPR, de Declaration of Chapultepec en Nelson Mandela komt rechter Wit tot de conclusie dat het toegangsverbod aan het adres van de journaliste onrechtmatig is. Bij een persconferentie moeten in principe alle nieuwsmedia welkom zijn:

“Het standpunt dat een boom zo volbeladen (met nieuwsmedia), één, twee pruimpjes (zo men wil: zuurpruimpjes) niet zal missen, is onjuist.”

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Binnen de voormalige Rechtbank Almelo (thans: Rechtbank Overijssel) mixte politierechter mr. Berg menigmaal zijn grote dossier- en wetskennis met onversneden humor. Een verdachte die thuis hennep kweekte en beweerde dat dat voor zijn Shivaïstisch en Tantraïstisch georiënteerde levensbeschouwing was, en dus onder vrijheid van godsdienst viel, kreeg nul op het rekest van rechter Berg:

“Uit de foto’s in het dossier komt het de politierechter voor dat het lage zoldertje van verdachte, door hem ter zitting aangeduid als een plaats waar hij zijn geloofsovertuiging in het bijzonder beleeft, zich afgezien van de beeltenis van de godheid Shiva aan de wand bar weinig onderscheidt van andere door de politie ontmantelde hennepplantages die in de afgelopen jaren aan het oog van de politierechter voorbij zijn gekomen. Shiva is bepaald minder prominent aanwezig dan de ventilatoren, de lampen, het rondslingerend piepschuim en de plantjes. Zo op het oog van de niet in dezelfde levensovertuiging ingevoerde politierechter ziet de ruimte er meer uit als een eenvoudige thuiskwekerij dan als een plaats van godsdienstbeleving.”

Waarna, na een reeks andere overwegingen en enige weinig behulpzame getuigen, het beroep op artikel 9 EVRM verworpen wordt.

Rechters zijn soms ook onbedoeld grappig in hun uitspraken. De overweging van het Gerechtshof van Amsterdam, dat het een feit van algemene bekendheid is dat dat personen die vrouwen tot prostitutie aanzetten en op deze wijze hun geld verdienen “daarmee niet beogen die vrouwen te laten bevruchten en vervolgens te laten baren” bracht wel een glimlach op mijn gezicht. Ook het anonimiseren van een PAARD in een uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden uit 2006 was vermakelijk. Als er in plaats van [naam paard] overal ‘Black Beauty’ o.i.d. had gestaan, waren de eveneens geanonimiseerde procespartijen blijkbaar gemakkelijker – zij het waarschijnlijk nog steeds slechts in kleine kring – te herkennen geweest. Ook hier is de casus overigens niet van humor gespeend, want het betrof een zaak waarin de ene partij de andere beschuldigde van het zwart verven van witte plekken op de rug van een Friese sterhengst. Opmerkelijk is trouwens dat het mishandelde Maltezer Leeuwtje Sarah wel met naam en toenaam in een vonnis van de politierechter te Almelo uit 2004 voorkomt. Dat was overigens een uitspraak van Mr. Berg, waarin deze zich terecht eens niet humoristisch toonde jegens dierenbeulen.

itsy_bitsy_teenie_weenie_yellow_polkadot_bikini_-_brian_hylandEr is niets mis met rechters die hun uitspraken kruiden met een beetje humor. De grens ligt daar waar de rechter niet meer onpartijdig is, partijen respectloos behandelt en humor overgaat in regelrecht dedain. Ik dacht aanvankelijk dat rechter Biery, met wie ik deze bijdrage begon, wellicht iets te ver ging door de zaak van de herenclub om te dopen tot “The Case of The Itsy Bitsy Teeny Weeny Bikini Top v. the (More) Itsy Bitsy Teeny Weeny Pastie”. Bij nadere beschouwing blijkt dit echter een onschuldige verwijzing naar een populair liedje uit de jaren 60 te zijn. Ik vermoed dat zelfs de verliezende herenclub hier de humor nog wel van in kon zien.

Dit artikel verscheen in 2013 op het weblog Publiekrecht & Politiek. De Amerikaanse uitspraak heeft thans een pagina op Wikipedia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *