Gubbio: Palazzo dei Consoli

Het Palazzo dei Consoli.

In Gubbio hebt u vanaf de Piazza Grande, een gigantisch platform gedragen door muren en arcades, een panoramisch uitzicht over het omliggende gebied. Vanaf dit plein kan men bijvoorbeeld de kerken van San Giovanni Battista en San Francesco in het lager gelegen gedeelte van het stadje zien, alsook de Duomo die hoger tegen de helling van de Monte Ingino staat. Op de Piazza Grande staan twee palazzo’s uit de veertiende eeuw. Waar het Palazzo Pretorio erg eenvoudig is, is het Palazzo dei Consoli werkelijk schitterend. Dit paleis van de consuls huisvest verschillende musea, die allemaal op hetzelfde kaartje bezocht kunnen worden. Bij het Palazzo dei Consoli krijg je dus zeker waar voor je geld. Tot de musea behoren het Museo Civico met de Iguvinische Tafelen en een interessante keramieksectie, de schilderijengalerij (Pinacoteca Comunale) en een archeologisch museum.

Met de bouw van het palazzo werd in 1332 begonnen. Waarschijnlijk werd het zo’n tien jaar later voltooid. In 1342 werd namelijk de kunstenaar Guido Palmerucci ingehuurd om een reeks fresco’s te schilderen voor het interieur van het gebouw. Zoals de naam van het palazzo al aangeeft, was het bedoeld voor gebruik door de consuls, de lokale magistraten van Gubbio. Boven de ingang zien we een architraaf met daarop de wapens van Gubbio, de Pauselijke Staat en Robert van Anjou, bijgenaamd de Wijze, die tussen 1309 en 1343 Koning van Napels was. Wellicht vraagt u zich af waarom hij er tussen staat. Het antwoord is dat Gubbio het grootste gedeelte van de Middeleeuwen een stad van de Welfen was, hetgeen inhoudt dat zij de Paus steunde tegen de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Koning Robert was de belangrijkste voorvechter van de zaak van de Welfen, en dat verklaart weer zijn prominente plek boven de ingang van het Palazzo dei Consoli.

Zicht op het Palazzo dei Consoli en de Piazza Grande vanuit de vallei. Rechts het Palazzo Pretorio. Achter de Piazza staan het Palazzo Ducale (links) en de Duomo (rechts).

Maestà met Sant’Ubaldo.

Als we het gebouw binnenlopen, komen we in de enorme Sala del’Arengo, de zaal waar in de Middeleeuwen de volksvergadering bijeenkwam. Als we naar links kijken, zien we een groot fresco van een Madonna met Kind en Johannes de Doper en Sint Ubaldus van Gubbio (ca. 1084-1160), de beschermheilige van het stadje. De schilder is onbekend, maar het is niet ondenkbaar dat hij dezelfde Guido Palmerucci was die in 1342 in het palazzo actief was. Het museum is daar overigens allerminst zeker van en schrijft het werk toe aan een anonieme schilder uit Gubbio uit het vierde decennium van de veertiende eeuw.

Een tweede fresco dat interessant is, staat bekend als de Maestà dei Consoli. Het werd omstreeks 1350 geschilderd. Voorheen werd het toegeschreven aan Guido Palmerucci, maar tegenwoordig wordt aangenomen dat de echte maker Mello da Gubbio was, een navolger van de gebroeders Lorenzetti uit Siena (zie Gubbio: Palazzo Ducale & Gubbio in de tijd van Giotto). Het fresco was ooit onderdeel van de kapel van het Palazzo. Het stelt de Madonna met het Kind voor, samen met vier mannelijke heiligen en een knielende sponsor. Die laatste is geïdentificeerd als Giovanni di Cantuccio Gabrielli. Hij was een usurpator die door een staatsgreep in 1350 in Gubbio aan de macht kwam en tot 1354 over de stad heerste. De vier mannelijke heiligen op het fresco zijn Donatus van Arezzo, Cyriacus, Largus en Smaragdus. Zij zijn gekozen omdat Giovanni zijn staatsgreep op 7 en 8 augustus uitvoerde, wat toevallig de feestdagen van deze heiligen zijn.

Maestà dei Consoli / Gonfalon met Sint Ubaldus.

Drieluik toegeschreven aan Orlando Merlini.

Tot de hoogtepunten in de schilderijengalerij behoort een drieluik uit de late vijftiende eeuw dat wordt toegeschreven aan Orlando Merlini (gestorven in 1510). Het museum beschrijft hem als een ‘minor painter from Perugia’ en een ‘a wandering, irregular, discontinuous painter’. Op het licht beschadigde schilderij zien we in het midden een Madonna met Kind en naast hen twee heiligen. De linker heilige is waarschijnlijk weer Sint Ubaldus, de rechter is Sint Dominicus. De heiligen op de zijpanelen zijn Sint Rochus, beschermheilige tegen de pest (let op het stuk brood in zijn hand en de hond aan zijn voeten), en Sint Sebastiaan, wiens lichaam met pijlen doorzeefd is.

In de schilderijengalerij vinden we tevens een processiebanier of gonfalon geschilderd door Sinibaldo Ibi (ca. 1475-na 1548; zie Gubbio: De Duomo). De banier werd in 1503 vervaardigd en heeft een afbeelding van Sint Ubaldus, bij wie we de tekst PATER VBALDE zien. Hij houdt een boek vast met de tekst SACERDOS ET PONTIFEX, ET VIRTVTVM OPIFEX, PASTOR BONE IN POPVLO, ORA PRO NOBIS DOMINVM (zie de afbeelding hierboven).

Tipario.

De beroemdste en daarmee tevens meest waardevolle voorwerpen in het museum zijn natuurlijk de Iguvinische Tafelen, zeven bronzen platen met daarop zo’n 4.300 woorden in het Oud-Umbrisch, geschreven in het Etruskische en Latijnse schrift. Ik zal een aparte bijdrage aan Gubbio in de Romeinse tijd wijden en dan tevens de Iguvinische Tafelen uitgebreider bespreken. Het laatste voorwerp dat in deze bijdrage aan de orde komt, is derhalve de tipario, het zegel van de commune van Gubbio. Zoals hierboven reeds was vermeld, was Gubbio een stad van de Welfen. Op het zegel zien we Petrus en Paulus, waarmee de nauwe band van het stadje met de pausen wordt aangegeven (waarschijnlijk niet met de stad Rome, want de pausen verbleven in die tijd in Avignon). De twee heiligen verdedigen de muren van het stadje, waarbij de rotsblokken op de achtergrond de Monte Ingino voorstellen.

Belangrijke bronnen voor deze bijdrage waren mijn reisgidsen van Dorling Kindersley en de ANWB, alsmede de website Key to Umbria. De informatieborden in het Palazzo dei Consoli verschaften waardevolle aanvullende informatie.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.