Gubbio: Sant’Ubaldo

Kerk van Sant’Ubaldo.

Mensen die de hoog tegen de helling van de Monte Ingino gebouwde kerk van Sant’Ubaldo willen bezoeken, hebben in feite drie mogelijkheden. Wie lui is, kan de auto nemen. Vanuit het lager gelegen gedeelte van Gubbio is dat een tochtje van zo’n 10 minuten. Wie van een grotere uitdaging houdt, kan te voet gaan. Vanaf het Palazzo dei Consoli in het historische stadscentrum is dat een wandeltocht van ongeveer 2,5 kilometer. Als u voor deze optie kiest, moet u er rekening mee houden dat u zo’n 45 minuten lang al zigzaggend de berg beklimt. De derde mogelijkheid is waarschijnlijk ook de meest avontuurlijke: neem de Funivia, de kabelbaan die vlak bij de kerk van Sant’Agostino vertrekt. De Funivia heeft veel weg van een skilift. U koopt een kaartje en stapt vervolgens in een van de manden met hoge relingen, die moeten voorkomen dat mensen eruit vallen. Het uitzicht vanuit de mand is werkelijk schitterend. Tijdens mijn twee zes minuten durende ritjes bergop- en bergafwaarts nam ik dan ook enkele van mijn mooiste foto’s (zie de afbeeldingen hieronder). Al die tijd had ik het nummer ‘I believe I can fly’ van R. Kelly in mijn hoofd. Foei toch…

Geschiedenis van de kerk

Sint Ubaldus van Gubbio werd omstreeks 1084 geboren als Ubaldo Baldassini. In 1129 benoemde Paus Honorius II (1124-1130) hem tot bisschop van Gubbio, waarna een pontificaat van 31 jaar volgde dat algemeen als een enorm succes werd beschouwd. Toen Ubaldo in 1160 op 76-jarige leeftijd stierf, werd zijn lichaam eerst te ruste gelegd in de oorspronkelijke kathedraal van Gubbio, die dicht bij de kerk van San Giovanni Battista stond. Het lichaam werd na 1188 naar de nieuwe Duomo overgebracht, maar bleef daar niet lang. In 1192 werd Ubaldo Baldassini namelijk door Paus Celestinus III (1191-1198) heilig verklaard, waarna hij de beschermheilige van Gubbio werd. Slechts twee jaar later werden zijn overblijfselen weer opgegraven en overgebracht naar een klein oratorium op de helling van de Monte Ingino. Dit oratorium is de voorloper van de kerk van Sant’Ubaldo, die tussen 1513 en 1527 werd gebouwd.

De Funivia en Monte Ingino.

Uitzicht over Gubbio vanuit de Funivia.

Atrium en gevel.

Het lijkt erop dat de nieuwe en grotere basiliek niet alleen het oratorium gewijd aan Sint Ubaldus verving, maar ook een tweede oratorium dat ernaast stond en was gewijd aan de Milanese martelaren Protasius en Gervasius. Meer informatie over hen vindt u hier. Het was Guidobaldo da Montefeltro, Hertog van Urbino (1482-1508), die de beslissing nam om een nieuw heiligdom te bouwen, maar helaas overleed hij voordat hij zijn plannen ten uitvoer kon brengen. De Hertog had geen kinderen en werd opgevolgd door Francesco Maria I della Rovere, de zoon van zijn zuster. Guidobaldo was getrouwd geweest met Elisabetta Gonzaga uit Mantova, terwijl Francesco was getrouwd met Eleonora Gonzaga, de nicht van Elisabetta. De twee dames Gonzaga waren uiteindelijk verantwoordelijk voor de bouw van de Sant’Ubaldo. Verschillende kloosterorden hebben na elkaar het beheer van de kerk op zich genomen en tussen 1915 en 1923 werd het gebouw grondig gerestaureerd. In 1919 schonk Paus Benedictus XV (1914-1922) het de status van een basilica minor.

Bezienswaardigheden

De Sant’Ubaldo is bepaald niet de meest spectaculaire kerk in Gubbio. Vóór de basiliek staat een atrium met een simpele stenen gevel uit de tijd van de Renaissance. Het atrium zelf is mooi en stil, maar veel decoraties zijn er niet te vinden. Als we over de drempel van de hoofdingang zijn gestapt, kunnen we concluderen dat de soberheid zich binnen voortzet. We zien een tamelijk kleine kerk met een kort middenschip en vier zijbeuken. Het kerkinterieur wordt gedomineerd door de kleuren wit en geel. De mooiste decoraties zijn de glas-in-loodramen, die in 1922 gemaakt werden. Ze zijn gesigneerd door de Florentijnse kunstenaar Francesco Mossmeyer en vertellen verhalen uit het leven van Sint Ubaldus. De overige decoraties in de kerk zijn niet echt de moeite waard.

Interieur van de kerk.

Pelgrims komen natuurlijk vooral naar deze plek voor de overblijfselen van de heilige. Die vinden we in de apsis, achter het hoogaltaar. Het lichaam van Sint Ubaldus ligt daar opgebaard in een glazen kist die in 1860 werd gemaakt en werd geplaatst op een groot voetstuk met Neogotische versieringen. Vrome katholieken zullen deze opstelling ongetwijfeld indrukwekkend vinden, maar persoonlijk vond ik een en ander nogal luguber.

Rechts van het hoogaltaar is een kopie van de Madonna Greca of Griekse Madonna geplaatst. Het origineel bevindt zich in de kerk van Santa Maria in Porto in Ravenna. Toen Ubaldus in 1119 in Ravenna was, bad hij tot deze Madonna, en dat verklaart waarom we in zijn kerk hier in Gubbio een kopie vinden.

De Corsa dei Ceri

In deze kerk worden de ceri of kaarsen bewaard. Dat zijn zeer belangrijke objecten. Ieder jaar wordt op 15 mei in Gubbio de zogenaamde Corsa dei Ceri gehouden, een race tussen de leden van drie gilden, te weten die van de metselaars (muratori), de winkeliers (merciai) en de boeren (asinari; het woord betekent eigenlijk ‘ezeldrijvers’). De ceri zijn geen echte kaarsen, maar enorme en loodzware houten standaards waarop beelden van Sint Ubaldus, Sint Joris en Sint Antonius-Abt worden geplaatst. Deze beelden worden bewaard in de kerk van San Francesco della Pace, die net ten oosten van de Piazza Grande staat. Ubaldus is niet alleen de beschermheilige van Gubbio, maar tevens de beschermheer van de metselaars. Sint Joris beschermt de winkeliers en Sint Antonius-Abt de boeren. Een van mijn reisgidsen beweert dat de kaarsen tien meter hoog zijn, maar dat is ofwel een belachelijke bewering, ofwel een ernstige vertaalfout. De echte maten en gewichten van de kaarsen vindt men hier. De cero van Sint Antonius is zowel de hoogste als de zwaarste: hij is iets hoger dan vijf meter (inclusief het beeld) en weegt 287,3 kilo. De cero van Sint Ubaldus is met slechts 263 kilo de lichtste. Kennelijk is het de bedoeling dat hij als winnaar uit de bus komt en de deuren van de basiliek sluit voordat de anderen binnen kunnen komen!

Glas-in-loodraam / kopie van de Madonna Greca.

De Ceri.

De Corsa dei Ceri trekt ieder jaar hordes toeschouwers naar Gubbio en kan in zekere zin vergeleken worden met de Palio di Siena, de beroemde paardenrace van Siena in Toscane (zie Siena: Palazzo Pubblico en Museo Civico). Op de eerste zondag in mei worden de ceri van de kerk van Sant’Ubaldo naar het Palazzo dei Consoli op de Piazza Grande gebracht. Daar worden ze in de grote zaal op de begane grond geplaatst, de Sala del’Arengo. Het feest van de ceri begint op de 15e om 5:30 uur in de ochtend, maar de start van de race zelf is pas om 18:00 uur in de avond. Even voor het middaguur worden de beelden op de kaarsen gezet. De kaarsen worden vervolgens op draagbaren geplaatst. De dragers daarvan hebben witte broeken aan en respectievelijk gele (de metselaars), blauwe (de winkeliers) en zwarte shirts (de boeren). Deze mannen worden de ceraioli genoemd. De Corsa dei Ceri is een estafetterace: de metselaars, winkeliers en boeren hebben allemaal vier teams van tien mannen, die op vaste plekken langs de route de ceri overdragen aan een nieuwe groep. Tijdens de race wordt verschillende malen gepauzeerd en het moeilijkste stuk is, zoals wel te verwachten was, het steile pad van de Monte Ingino.

Ik kan wel een aantal pagina’s volschrijven over de kaarsenrace van Gubbio, maar u kunt veel beter zelf een kijkje gaan nemen. Als u niet persoonlijk naar Gubbio af kunt reizen, dan zijn er op YouTube meer dan genoeg goede filmpjes over het gebeuren te vinden. Zie bijvoorbeeld deze en deze. ‘Spectaculair’ is waarschijnlijk een understatement!

Belangrijke bronnen voor deze bijdrage waren mijn reisgidsen van Dorling Kindersley en de ANWB, evenals de website Key to Umbria.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.