Het was tamelijk druk bij de kerk van San Maurizio al Monastero Maggiore. Niet alleen liepen er veel toeristen rond, er waren ook veel vrijwilligers van de Touring Club Italiano aanwezig om uitleg te geven over het gebouw en de kunstwerken. San Maurizio is dan ook een buitengewoon interessante kerk, van een type dat ik eigenlijk nog niet eerder had gezien. De kerk is namelijk ingedeeld in twee ruimten. Bezoekers komen binnen in de ruimte die bestemd was voor de gewone gelovigen, de Aula dei Fedeli. Deze wordt door een wand (met daarin een traliewerk) gescheiden van het andere gedeelte van het gebouw, de ruimte bestemd voor de Benedictijner nonnen. Dit is de Aula delle Monache, die vandaag de dag gelukkig ook voor het publiek toegankelijk is. Beide ruimten zijn prachtig gedecoreerd met kleurrijke zestiende-eeuwse fresco’s. Compleet verdwenen is echter het klooster waarin de Benedictinessen leefden, het Monastero Maggiore. Zoals de naam al aangeeft, was het ooit een van de rijkste en belangrijkste van Milaan. De twee kloostergangen werden echter al in de negentiende en twintigste eeuw grotendeels afgebroken, al is het restant van de oostelijke kloostergang thans in gebruik bij het archeologisch museum van de stad.
Geschiedenis
In de Oudheid stond op deze plek de noordzijde van het circus van Mediolanum. Hiervan is nog een heel klein deel bewaard gebleven, namelijk de vierkante toren achter de kerk. Iets ten westen daarvan staat nog een andere toren, de enig overgebleven toren van de stadsmuren van Romeins Milaan. Wanneer de kerk en het bijbehorende klooster precies gesticht zijn, is niet meer vast te stellen. Waarschijnlijk stond er al in de Longobardische tijd of in de daaropvolgende Karolingische tijd een kerk gewijd aan de Maagd Maria. In de twaalfde eeuw werd deze gewijd aan Sint Mauritius, de Egyptische aanvoerder van het (waarschijnlijk fictieve) Thebaanse legioen die in het jaar 287 samen met zijn manschappen in het naar hem vernoemde Saint-Maurice in Zwitserland de marteldood zou zijn gestorven.
De bouw van de huidige kerk begon in 1503 en werd afgerond met de voltooiing van de niet al te sprankelende gevel in 1574. De San Maurizio wordt met de nodige slagen om de arm toegeschreven aan twee architecten, Gian Giacomo Dolcebuono (ca. 1445-1510) en Giovanni Antonio Amadeo (ca. 1447-1522). Zij werkten ook bij andere projecten samen, bijvoorbeeld bij de befaamde Certosa di Pavia. Vanaf het begin was er een scherpe tweedeling tussen de Aula dei Fedeli en de Aula delle Monache. De Benedictinessen leefden volstrekt afgezonderd en werden geacht nimmer in het gedeelte van de gewone gelovigen te komen. In de scheidingswand waren wel twee openingen gemaakt die hen in staat stelden het opheffen van de heilige hostie te zien (linker opening) en deze vervolgens in ontvangst te nemen (rechter opening). Aan deze afzondering kwam pas een einde toen het klooster in 1798 werd opgedoekt.
Bezienswaardigheden: Aula dei Fedeli
De belangrijkste kunstenaar actief in de Aula dei Fedeli was de schilder Bernardino Luini (ca. 1480-1532). Alle fresco’s op de scheidingswand, geschilderd tussen de jaren 1510 en de vroege jaren 1520, zijn van zijn hand (en die van zijn assistenten). Helemaal bovenin zien we, van links naar rechts, het martelaarschap van Sint Mauritius, de Tenhemelopneming van de Maagd en Sint Sigismund die Mauritius een model van de abdij van Agaunum aanbiedt, de Latijnse naam van Saint-Maurice. Sigismund was een Bourgondische koning die in 524 stierf. Zelf ruilde hij zijn ketterse Ariaanse geloof in voor het orthodoxe of katholieke christendom. In 515 werd hij beschermheer van de abdij van Saint-Maurice.
Een niveau lager zien we, in twee lunetten, een knielend echtpaar omringd door heiligen. Omdat bijschriften ontbreken, is niet helemaal zeker wie de man en de vrouw zijn. Doorgaans wordt echter aangenomen dat het gaat om Alessandro Bentivoglio (1474-1532) en Ippolita Sforza (1481-1521). Eerstgenoemde was een condottiero (huurlingenaanvoerder) uit Bologna die dienstdeed in het Milanese leger, terwijl laatstgenoemde een kleindochter was van Galeazzo Maria Sforza, hertog van Milaan tussen 1466 en 1476 (haar vader Carlo was een buitenechtelijke zoon van de hertog). Niet alleen leverde de familie Bentivoglio een belangrijke bijdrage aan de financiering van de decoratie van de kerk, een aantal dochters van het echtpaar trad ook als non in het klooster in. Dochter Bianca (‘zuster Alessandra’) schopte het zelfs tot abdis. Alessandro Bentivoglio is links afgebeeld met drie mannelijke heiligen. Het zijn Sint Stefanus (let op de stapel stenen aan zijn voeten), Sint Benedictus (die in een klooster van Benedictinessen natuurlijk niet mocht ontbreken) en Johannes de Doper (met het Lam Gods). Ippolita Sforza wordt aan de rechterzijde geflankeerd door Sint Agnes (met een lammetje), Sint Scholastica (zuster van Benedictus) en Sint Catharina van Alexandrië (met een rad).
Onder de voorstellingen met Alessandro en Ippolita zien we de openingen bedoeld voor het tonen en overhandigen van de hosties. Hier zijn vier vrouwelijke heiligen geschilderd, namelijk Cecilia en Ursula (links) en Apollonia en Lucia (rechts). Het altaarstuk met de Aanbidding der Wijzen werd niet door Bernardino Luini geschilderd, maar door Antonio Campi (1524-1587). Omdat Luini in 1532 overleed, kon hij ook niet de decoratie van alle zijkapellen ter hand nemen. Verschillende ervan werden met fresco’s verfraaid door zijn zonen, van wie Aurelio Luini (ca. 1530-1593) verreweg de bekendste zou worden. Hoewel hij jonger was dan zijn broers Giovan Pietro en Evangelista, en hoewel hij pas een jaar of twee was toen zijn vader stierf, had hij duidelijk het talent van Bernardino geërfd.
De enige kapel die Bernardino Luini nog wel persoonlijk kon decoreren, is de Cappella Besozzi, gewijd aan de al genoemde Sint Catharina van Alexandrië. Op de zijmuren zien we verhalen uit het leven van de heilige, terwijl op de achterwand de marteling van Christus tegen de zuil is afgebeeld. Van de marteling zijn Sint Catharina (wederom met een rad) en Sint Stefanus getuige. De knielende figuur is Francesco Besozzi (ca. 1460-1539), opdrachtgever van de fresco’s en naamgever van de kapel. Deze notaris werd na zijn dood in 1539 in de kapel begraven. De fresco’s dateren van 1530 en behoren daarmee tot de laatste werken van Luini. Van veel latere datum zijn de fresco’s tegen de binnengevel, die in 1572-1573 werden geschilderd door Simone Peterzano (1535-1599). Hij is vooral bekend omdat hij de leermeester van Caravaggio was. Zelf was hij misschien geen geniale schilder, maar hij leverde beslist verdienstelijk werk af. Zijn Jezus verdrijft de geldwisselaars uit de tempel is in elk geval echt helemaal niet slecht.
Bezienswaardigheden: Aula delle Monache
Een doorgang aan de linkerzijde van de scheidingswand geeft bezoekers toegang tot het voormalige nonnenkoor. De Aula delle Monache lijkt iets groter te zijn dan de Aula dei Fedeli, maar misschien is dat alleen maar optisch bedrog. De prachtige koorbanken en het grote orgel springen direct in het oog. Het voorste gedeelte van de Aula delle Monache is overdekt en wordt de pontile genoemd. Het gewelf ervan is mooi beschilderd met een fresco van God de Vader met engelen en evangelisten. Het fresco is geschilderd in de stijl van Vincenzo Foppa (ca. 1427-1515) en is waarschijnlijk het werk van een navolger.
De fresco’s over het Lijden van Christus zijn wederom het werk van Bernardino Luini en zijn zoons. Bernardino schilderde zelf de heiligen op de scheidingswand. Apollonia en Lucia keren aan de linkerzijde terug en worden dan gevolgd door Sint Sebastiaan en Sint Rochus (midden) en Sint Catharina van Alexandrië en Sint Agatha (rechts). De zoons schilderden naast enkele lijdenscènes de drie voorstellingen boven de pontile, waarin we de Aanbidding der Wijzen, het Laatste Avondmaal en de Doop van Christus herkennen. Achterin vinden we ook nog wat verhalen uit het Oude Testament, bijvoorbeeld over de Ark van Noach in de laatste kapel aan de linkerzijde. Het beste werk lijkt wederom te zijn geleverd door de Benjamin van de familie, Aurelio Luini.
Bronnen: Dorling Kindersley reisgids voor Milaan en de Meren (2010), p. 75, Trotter Reisgids Noordwest-Italië (2016), p. 378-379 en Chiesa di San Maurizio al Monastero Maggiore – Wikipedia.





Pingback:Milaan: Museo Archeologico – – Corvinus –
Pingback:Milan: San Maurizio – – Corvinus –