Hoewel de naam Certosa di Pavia wellicht doet vermoeden dat dit imposante kloostercomplex zich in Pavia bevindt, is dit zeer zeker niet het geval. Vanaf het kasteel van Pavia is het, in een rechte lijn naar het noorden, zeker zeven kilometer naar het klooster. Te ver om te lopen, dus wij besloten er met de auto heen te rijden. De auto lieten we achter op het betaalde parkeerterrein even te westen van het complex. Voor bezoekers is het goed om te weten dat je alleen in het museum op het terrein vrij rond kunt lopen. Voor de andere delen van de Certosa geldt dat je je bij een rondleiding aan moet sluiten. Dat is heel eenvoudig: betreed de kerk, loop door het middenschip richting het hek in het dwarsschip en wacht totdat er een groepje geïnteresseerden wordt meegenomen door een monnik. De rondleiding is gratis, maar er wordt wel een donatie verwacht en onze ervaring is dat er gul wordt gegeven. Nadeel voor degenen die het Italiaans niet machtig zijn, is dat er geen rondleidingen in andere talen dan Italiaans worden gegeven. Het maken van foto’s in de kerk is niet toegestaan. Buiten in de twee grote kloostergangen en in het museum is fotograferen echter geen probleem.
Geschiedenis
Pavia kwam in 1359 onder gezag van het Milaan van de familie Visconti te staan. Het was Gian Galeazzo Visconti, heer van Milaan sinds 1385 en hertog vanaf 1395 tot aan zijn dood in 1402, die de opdracht voor de bouw van het klooster gaf. De bouw vloeide voort uit een gelofte die zijn vrouw (en nichtje) Caterina Visconti (ca. 1362-1404) had gedaan. Zij had gezworen dat ze een klooster gewijd aan Onze Lieve Vrouwe van Genade (Santa Maria delle Grazie) zou laten bouwen als ze een afschuwelijke zwangerschap zou overleven. Toen dat ook gebeurde, hielden Gian Galeazzo en Caterina woord. De kerk bij het klooster werd bestemd als mausoleum voor de familie Visconti en het klooster zelf zou worden bewoond en beheerd door Kartuizers uit Siena, leden van een kloosterorde die bekendstond als streng, sober, contemplatief en ascetisch. Allemaal adjectieven die moeilijk te geloven zijn als je de immense rijkdom en prachtige kleuren van de Certosa di Pavia ziet. De theorie dat Gian Galeazzo en Caterina waren geïnspireerd door het Kartuizerklooster van Champmol in Frankrijk, waarvan de bouw in 1383 was begonnen in opdracht van de Bourgondische hertog Filips de Stoute, is heel aannemelijk.
Het kloostercomplex verrees aan de noordkant van het Parco Visconteo, een groot park dat de familie gebruikte voor jagen en andere vormen van vermaak. De eerste steen werd op 27 augustus 1396 gelegd en iets meer dan honderd jaar later, op 3 mei 1497, werd de Certosa di Pavia gewijd. Dat wil niet zeggen dat alle werkzaamheden toen voltooid waren. Integendeel, aan de gevel van de kerk is bijvoorbeeld tot ver in de zestiende eeuw doorgebouwd. Gelet op de lange duur van de bouw is het niet verwonderlijk dat er vele architecten bij het project betrokken waren. Opvallend is dat velen van hen tegelijkertijd ook aan de Duomo van Milaan werkten, waarvan de herbouw in 1386 was gestart. De eerste fase van de bouw liep tot aan de dood van Gian Galeazzo in 1402. Tot de deelnemende architecten behoren Bernardo da Venezia, Giacomo da Campione, Cristoforo da Conigo, Giovannino de’ Grassi (1350-1398) en Marco Solari (ca. 1355-1405). Het werk werd in 1412 hervat, toen Filippo Maria Visconti hertog van Milaan werd. Vanaf 1428 was de Certosa di Pavia niet alleen een project van de familie Visconti, maar ook van de familie Solari, afkomstig uit Ticino in het huidige Zwitserland. Marco Solari’s zoon Giovanni Solari (1400-1482) werd in dat jaar aangesteld als architect en zou die functie tot 1462 uitoefenen, toen hij werd opgevolgd door zijn zoon Guiniforte Solari (ca. 1429-1481). De zoon van Guiniforte, Pietro Antonio Solari (ca. 1445-1493), werkte als beeldhouwer aan het project mee.
Na de dood van Guiniforte Solari werd de bouw van het complex toevertrouwd aan de architecten Giovanni Antonio Amadeo (ca. 1447-1522) en Gian Giacomo Dolcebuono (ca. 1445-1510). Hun voortgang maakte de wijding van het complex in 1497 mogelijk. Het werk aan de gevel zou toen nog vele decennia in beslag nemen. Naast Amadeo zelf werkten hieraan onder meer Cristoforo Mantegazza (ca. 1429-1479 of 1482) en Benedetto Briosco (ca. 1460-1517). Het onderste gedeelte van de gevel werd in 1507 voltooid, voor het bovenste gedeelte werd de architect Cristoforo Lombardo (gestorven 1555) ingehuurd. Als u zich afvraagt waarom de gevel zo plat overkomt, dan is dat omdat deze feitelijk nooit is afgebouwd. Er had nog iets van een driehoekig fronton op gezet moeten worden, maar kennelijk vonden de Kartuizers het wel prima zo. Zij bleven hier tot 1782, toen ze uit hun klooster werden gezet. Zoals zoveel gebouwen in Italië werd de Certosa di Pavia geplunderd door Franse troepen tijdens de Napoleontische tijd. De Kartuizers keerden in 1843 terug naar het complex en bleven er tot 1879. Het complex was inmiddels staatseigendom geworden, hetgeen een grote restauratie in 1912 onder leiding van Luca Beltrami (1854-1933) mogelijk maakte.
In 1930 werd er weer Kartuizers in het klooster toegelaten. Ditmaal bleven ze er tot 1947. Het jaar ervoor was het klooster onderdeel van een schandaal rondom het lichaam van Benito Mussolini geweest. Il Duce was op 28 april 1945 gefusilleerd door partizanen en uiteindelijk begraven in een naamloos graf in Milaan. Daar werd het lijk bijna een jaar later opgegraven en gestolen door jonge fascisten. Het lichaam werd wekenlang door Italië gesleept en in augustus 1946 in de Certosa di Pavia aangetroffen. De vondst zal het vertrek van de toch al zieltogende Kartuizers hebben bespoedigd. In 1968 trokken Cisterciënzers in het klooster in en zij verblijven er nog steeds. Tot hun taken behoort het rondleiden van bezoekers. De Cisterciënzer monnik die onze rondleiding verzorgde, verraste ons aangenaam door zijn enthousiasme en humor. Hij legde onder meer uit hoe het wapen van de Visconti’s – met daarin een slang – onderdeel werd van het logo van het bekende Italiaanse automerk Alfa Romeo.
Bezienswaardigheden in de kerk
De Certosa di Pavia is een mengelmoes van Gotische en Renaissance-elementen. Ook al ontbreekt als gezegd het bovenste gedeelte, de gevel van de kerk is prachtig door de kleuren, de vele beelden en de gedetailleerde reliëfs. Er is maar één ingang, die wordt omgegeven door een prachtig portaal uit 1501 met beeldhouwwerk van Benedetto Briosco. In de lunette zien we de Madonna met het Kind geflankeerd door knielende monniken.
Tot de hoogtepunten van het interieur behoren de fresco’s van Ambrogio Bergognone (gestorven ca. 1524) in het dwarsschip. In het rechter uiteinde schilderde hij eind vijftiende eeuw hoe Gian Galeazzo Visconti de kerk van de Certosa aanbiedt aan de Madonna en het Kind. De knielende man achter hem is zijn zoon Filippo Maria Visconti, hertog van Milaan tussen 1412 en 1447. De knielende mannen aan de andere kant zijn geïdentificeerd als Galeazzo Maria Sforza (hertog tussen 1466 en 1476) en diens zoon en opvolger Gian Galeazzo Sforza (hertog tussen 1476 en 1494). Het fresco correspondeert met dat in het linker uiteinde, waarop de kroning van de Maagd te zien is met Francesco Sforza (hertog tussen 1450 en 1466) en Ludovico il Moro (hertog tussen 1494 en 1499). De fresco’s symboliseren daarmee gezamenlijk de overgang van de dynastie van de Visconti’s naar die van de Sforza’s.
In 1447 stierf Filippo Maria Visconti, het laatste mannelijke lid van de Visconti’s. Na zijn dood riepen de burgers van Milaan de Ambrosiaanse Republiek uit. Die was maar een kort leven beschoren. Filippo Maria had nog een dochter, Bianca Maria (1425-1468), die was getrouwd met de machtige huurlingenaanvoerder (condottiero) Francesco Sforza (1401-1466). Sforza – van het Italiaanse sforzare, ‘dwingen’ – was een talentvol politicus en militair. In de loop van drie jaar slaagde hij erin de Republiek te verslaan en te ontbinden, waarna hij zelf de titel van hertog van Milaan aannam. Francesco’s tweede zoon Ludovico Sforza, bijgenaamd Il Moro vanwege zijn donkere huid, zou vermoedelijk nooit hertog zijn geworden als zijn oudere broer Galeazzo Maria niet in 1476 was vermoord. Vanaf 1480 trad hij op als regent voor zijn minderjarige neefje Gian Galeazzo, die al op 25-jarige leeftijd kwam te overlijden. Boze tongen beweerden dat Ludovico achter zijn dood zat. Reeds tijdens zijn regentschap berustte de macht in het hertogdom Milaan bij Ludovico, die zich vanaf 1494 ook formeel hertog mocht noemen. Hij was een belangrijke beschermheer van de kunsten, maar zijn buitenlands beleid was weinig succesvol. In 1499 werd hij door de Franse koning Lodewijk XII uit Milaan verdreven.
In de kerk vinden we het grafmonument van Gian Galeazzo Visconti, een werk van Giovanni Cristoforo Romano (1456-1512) en Benedetto Briosco (ca. 1460-1517). Zij moesten allemaal nog geboren worden toen de stichter van de Certosa di Pavia in 1402 overleed. Ook Ludovico Sforza (die in 1508 in Franse gevangenschap stierf) en zijn vrouw Beatrice d’Este (1475-1497) kregen in de kerk een grafmonument, al was dit eigenlijk bedoeld voor de kerk van Santa Maria delle Grazie in Milaan. De prachtige gisanten van de overledenen werden gemaakt door Cristoforo Solari (ca. 1460-1527), bijgenaamd Il Gobbo, de gebochelde. Ook hij behoorde tot de Solari-familie, net als zijn broer Andrea (gestorven 1524), die als schilder in de sacristie van de kerk actief was (helaas geen onderdeel van onze rondleiding). Een van de beroemdste schilderijen in het gebouw is, ten slotte, een altaarstuk van Pietro Perugino (ca. 1446-1523). Deze schilderde zijn Polittico della Certosa di Pavia in opdracht van Ludovico Sforza. Helaas is alleen het bovenste gedeelte van het werk (met God de Vader) origineel. De drie andere panelen bevinden zich al sinds 1856 in de National Gallery te Londen.
Kloostergangen en museum
In de kleine kloostergang – Chiostro Piccolo of Chiostro della Preghiera – vallen vooral de terracottaversieringen op. Deze zijn het werk van de vijftiende-eeuwse beeldhouwer Rinaldo de Stauris uit Cremona. We zien op de door de monniken gebruikte wasbak onder meer een Annunciatie en het verhaal van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de put. Ten zuiden van de kleine kloostergang ligt de grote kloostergang of Chiostro Grande. Dit is ook echt groot: de zijden van de kloostergang meten zo’n 124 meter. Hier vinden we de 24 cellen of huisjes waarin de monniken leven. Ieder huisje lijkt door toevoeging van een torentje net op een kleine kerk. Hoewel de broeders zeker niet baden in luxe, leek het leven in de Certosa di Pavia ons niet onaangenaam te zijn. Zeker niet voor de abt, die een iets grotere woning heeft.
Het museum van de Certosa is het geesteskind van de al genoemde Luca Beltrami. Het opende al in 1911 zijn deuren, om het volgende jaar alweer te sluiten. Pas in 2008 (!) werd het heropend voor het publiek. Het museum bestaat uit twee lange galerijen in het Palazzo Ducale, het zomerverblijf van de hertogen op het complex. De galerij op de begane grond is de Gipsoteca. Hier vinden we diverse gipsen afgietsels van de reliëfs van de gevel en de kloostergangen die twee Milanezen, Pietro en Edoardo Pierotti, in de negentiende eeuw maakten. Dankzij de afgietsels konden we van dichtbij de beroemde voorstelling zien van Gian Galeazzo Visconti – onmiddellijk herkenbaar aan zijn gezichtsbeharing – die de eerste steen van het complex legt (afbeelding hierboven). Ook van de reliëfs van het grafmonument van de hertog maakten de Pierotti’s een afgietsel. Dat monument mochten we niet fotograferen (het staat immers in de kerk), maar de kopie gelukkig wel. Zie de afbeelding hierboven. Van het grafmonument van Ludovico Sforza en Beatrice d’Este vinden we eveneens een replica in het museum.
Natuurlijk heeft het museum niet alleen maar kopieën. We vinden op de eerste verdieping de originele schilderijen en origineel beeldhouwwerk. Tot de hoogtepunten rekent het museum – terecht – panelen van Ambrogio Bergognone en Bernardino Luini (ca. 1480-1532), en een altaarstuk van Bartolomeo Montagna (ca. 1449-1523) uit Vicenza. Daarnaast kunnen we werk bewonderen van onder meer de al genoemde beeldhouwers Cristoforo Mantegazza en Cristoforo Solari. Heel fraai zijn ten slotte de bewaard gebleven onderdelen van een marmeren veelluik van onbekende beeldhouwers uit Lombardije. De blauwe lucht van de voorstelling van de Kruisiging uit ca. 1475 geeft aan dat het altaarstuk (deels) beschilderd was.
In het dorp naast de Certosa di Pavia zijn verschillende restaurants te vinden om te lunchen of dineren. Wij kozen voor restaurant Amare, dat praktisch naast het complex staat. Zoals de naam al aangeeft, is Amare gespecialiseerd in vis. Bijzondere gerechten serveren ze daar. Tonnarelli cacio e pepe met tonijn ben ik in andere restaurants nog niet tegengekomen. De smaak van het gerecht was werkelijk fenomenaal.
Bronnen: Capitool Reisgids Italië (2014), p. 204-205, Trotter Reisgids Noordwest-Italië (2016), p. 402, folder Museo Certosa di Pavia en Certosa di Pavia – Wikipedia.








Pingback:Certosa di Pavia – – Corvinus –
Pingback:Milaan: San Maurizio – – Corvinus –