Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 5)

Kapel van Reginald Pole.

Dit is deel 5 van het verslag van mijn wandeling langs de Via Appia, van het Circus Maximus naar de Villa van de Quintilii zo’n 8 kilometer verder naar het zuidoosten. De delen 1, 2, 3 en 4 vindt u hier.

Vanaf de kerk van Domine Quo Vadis? volgde ik weer de Via Appia en na ongeveer 150 meter kwam ik aan bij een splitsing. Op deze plek zien we een merkwaardig klein gebouwtje dat de Kapel van Reginald Pole wordt genoemd. Pole (1500-1558) was een Engelse geestelijke die in 1536 tot kardinaal werd benoemd. Eerder was hij bij zijn koning, Hendrik VIII, uit de gratie geraakt toen die brak met de Paus en zijn eigen Anglicaanse Kerk stichtte. Als balling in de Eeuwige Stad liet Pole in 1537 of 1539 een kleine kapel langs de Via Appia bouwen die nu zijn naam draagt. Waarom hij dat deed, is niet helemaal duidelijk (zie de link). In elk geval is het gebouwtje al lang geleden geseculariseerd. Het lijkt op zowel een oude Romeinse graftombe als een duivenkot, maar momenteel schijnt het als opvang voor vleermuizen in gebruik te zijn. Rondom de voormalige kapel staat een hek en het gebouw kan dus niet bezocht worden. Ik vervolgde daarom snel mijn wandeling.

Herodes Atticus en Annia Regilla

Staand bij de Kapel van Reginald Pole had ik in feite drie opties. Ik kon een stukje teruglopen en de privéweg naar de Catacomben van San Calisto nemen, of langs de Via Appia blijven lopen. Omdat ik echter de catacomben al eens bezocht had en er bovendien veel verkeer over de Via Appia reed, besloot ik voor optie 3 te gaan: ik sloeg linksaf en ging het archeologisch gebied binnen dat bekendstaat als het Parco della Caffarella. Deze grote groene zone, waar niet gebouwd mag worden, ligt tussen de Via Appia en de Via Latina in. Het park is genoemd naar de familie Caffarelli, die zich in de zestiende eeuw in de vallei van de Almone vestigde en deze omvormde tot een aaneengesloten landbouwgebied. In de Oudheid was het grootste gedeelte van het gebied onderdeel van een enorm landgoed tussen de tweede en derde mijlsteen dat eigendom was van de Griekse senator Herodes Atticus (101-177) en diens echtgenote Annia Regilla (ca. 125-160). Hun landhuis stond een stuk verderop langs de Via Appia en een groot gedeelte van hun enorme landgoed bestond uit boomgaarden, weiden en jachtgronden.

Schaapskudde in de vallei van de Almone.

Herodes werd geboren in Marathon en was van Atheense komaf. Zijn rijke en machtige familie bezat het Romeinse burgerrecht en droeg de nomen gentilicium Claudius. Omdat Herodes veel kennis had van retorica en filosofie ontbood keizer Antoninus Pius (138-161) hem naar Rome en stelde hem aan als leraar voor zijn geadopteerde zoons Marcus Aurelius en Lucius Verus. Als beloning voor zijn goede diensten zorgde de keizer ervoor dat hij in 143 het ambt van consul ordinarius kreeg. Eerder stond Pius Herodes al toe te trouwen met een meisje uit de illustere familie van de Annii Regilli. Deze Annia Regilla was een familielid van Faustina de Oudere, de vrouw van de keizer, dus het huwelijk leverde Herodes ook politiek voordeel op. Het feit dat er tussen de beide echtelieden een enorm leeftijdsverschil was – zij was nog een tiener, hij was eind dertig – deed er niet veel toe. Annia’s vader was zeer vermogend en gaf zijn dochter een genereuze bruidsschat mee, waartoe ook het landgoed aan de Via Appia behoorde (dat betekende overigens dat het eerder háár dan zijn landgoed was).

Graftombe van Annia Regilla.

Na zijn consulaat lijkt Herodes het grootste gedeelte van zijn leven weer in Griekenland te hebben doorgebracht. Uiteraard ging zijn Romeinse vrouw met hem mee en uiteindelijk slaagde ze erin om priesteres van Demeter Chamyne in Olympia te worden. Daardoor mocht ze aanwezig zijn bij de Olympische Spelen, wat normaal gesproken verboden was voor vrouwen. Helaas sloeg in 160 het noodlot toe. Annia – hoogzwanger van haar zesde kind – werd in haar buik getrapt door Alkimedon, een van de vrijgelatenen van haar echtgenoot. Ze overleefde het niet en liet haar echtgenoot ziek van verdriet achter. De omstandigheden van haar dood waren echter verdacht. Appius Annius Atilius Bradua, Annia’s broer en de consul ordinarius van 160, beschuldigde Herodes ervan dat hij zelf betrokken was geweest bij de misdaad. Volgens hem zou een vrijgelatene nooit zijn voormalige meesteres hebben aangevallen als die daad niet de instemming had van zijn voormalige meester. Herodes moest in Rome terechtstaan, maar werd uiteindelijk door zijn voormalige student Marcus Aurelius vrijgesproken.

Het is nu niet meer vast te stellen of Herodes schuldig of medeplichtig was aan de dood van Annia. Als hij erbij betrokken was, is volstrekt onduidelijk was zijn motief was. In elke geval speelde Herodes met verve de rol van rouwende echtgenoot. Hij liet een groot gedeelte van het landgoed aan de Via Appia aan de goden van de onderwereld wijden. Er werden verschillende heiligdommen gebouwd en het landgoed kreeg de nieuwe naam Triopius of Triopion. Deze naam verwijst naar Triopas, een figuur uit de Griekse mythologie die de stad Knidos in Karië stichtte. Daar stond een beroemde tempel van Demeter, en Demeter was weer nauw verbonden met Annia Regilla, die immers een priesteres van de godin was geweest. Aan de rand van het landgoed vinden we een gebouw dat doorgaans de Graftombe van Annia Regilla wordt genoemd. Als het gebouw al iets met haar te maken heeft, dan moet het om een cenotaaf gaan. Annia was immers in Griekenland gestorven en moet daar zijn bijgezet. Soms wordt nog naar het gebouw verwezen als de Tempel van Rediculus, een beschermgod tot wie reizigers vaak baden om een veilige terugkeer af te smeken. Zo’n tempel zou men echter eerder direct aan de weg verwachten; dit gebouw staat minstens 600 meter van de Via Appia en de Via Latina af. Het is veel waarschijnlijker dat het inderdaad om een graftombe gaat, maar het is niet duidelijk of het bouwwerk ooit als zodanig is gebruikt.

Andere bezienswaardigheden in het Parco della Caffarella

Vanaf de Graftombe van Annia Regilla volgde ik de Via della Caffarella en liep ik naar de Casale della Vaccareccia. Dit is een grote boerderij die in de zestiende eeuw werd gebouwd door de eerdergenoemde familie Caffarelli. Onderdeel van het gebouw is een dertiende-eeuwse toren, gemaakt van blokken tufsteen. Deze toren was één van de vijf wachttorens die in de Middeleeuwen en vroege Renaissance op strategische plaatsen in de vallei van de Almone werden neergezet. De Casale della Vaccareccia ziet er tegenwoordig nogal vervallen uit en het is me totaal niet duidelijk waarvoor het gebouw nu gebruikt wordt. Niettemin is het zeer aangenaam om hier over het platteland te lopen en te kijken naar de langstrekkende kuddes schapen (zie de afbeelding hierboven).

Casale della Vaccareccia.

Vanaf de Casale della Vaccareccia wandelde ik terug naar het zuiden totdat ik bij het zogenaamde Nymphaeum van Egeria aankwam. Egeria was een nimf die was getrouwd met de halflegendarische tweede koning van Rome, Numa Pompilius (vroege zevende eeuw BCE). Het bouwwerk heeft echter geen enkele relatie met Egeria; volgens het informatiebord dat ernaast staat, was het “probably part of the waterworks of a nearby villa dating back to the age of the Antonines (II century AD), belonging to Herodes Atticus, whose famous Triopion, an agricultural estate dedicated to the memory of his wife Annia Regilla, extended from the Appian way to the banks of the Almo river (currently Almone)”.

Het zogenaamde Nymphaeum van Egeria.

De vervuilde Almone kun je tegenwoordig nauwelijks nog een rivier noemen, maar in de Oudheid moet de stroom veel groter zijn geweest. Helemaal achterin het nymphaeum zien we een beeld van een liggende Almo, de personificatie van de rivier. Zijn hoofd is helaas verdwenen. Toen Herodes Atticus in 177 stierf, viel het landgoed mogelijk terug aan de Annii Regilli. Ook kan het in handen van de keizer zijn gekomen. De overledene had weliswaar een zoon, meestal Atticus Bradua genoemd (de consul ordinarius van 185), maar de twee kregen na de dood van Annia ruzie, met als gevolg dat Herodes hem niets zou hebben nagelaten. Aan het begin van de vierde eeuw werd het nymphaeum gerestaureerd. Vermoedelijk gebeurde dat in opdracht van de toenmalige keizer, de usurpator Maxentius (306-312).

Sant’Urbano alla Caffarella.

Ten zuiden van het Nymphaeum van Egeria staat de kleine kerk van Sant’Urbano alla Caffarella. We zien meteen dat dit gebouw niet altijd een kerk is geweest. Het maakte deel uit van het Triopion van Herodes en kan een tempel of een graftombe in de vorm van een tempel zijn geweest. Als het om een tempel ging, dan kunnen we niet met zekerheid vaststellen aan welke godheid het gebouw was gewijd, maar Ceres (i.e. Demeter) en Faustina de Oudere zijn plausibele opties. In de negende of tiende eeuw werd het gebouw uit de Oudheid omgevormd tot een kerk. We weten niet waarom dit gebeurde: de kerk staat nogal geïsoleerd, in de buurt woonden maar weinig mensen en reizen over het platteland was in die tijd erg gevaarlijk. Mogelijk was het hier relatief veilig voor pelgrims omdat de belangrijke kerk van San Sebastiano in de buurt staat. De kerk is gewijd aan Paus Sint Urbanus (222-230). Misschien was hij wel de bisschop Urbanus die een rol speelt in het verhaal van Sint Cecilia (zie Rome: Santa Cecilia in Trastevere).

De Sant’Urbano werd nog tijdens de Middeleeuwen verlaten, maar in de zeventiende eeuw gerestaureerd en in ere hersteld. Twee mannen waren verantwoordelijk voor de restauratie: Paus Urbanus VIII (1623-1644) – die natuurlijk een kerk gewijd aan zijn voorganger en naamgenoot niet kon negeren – en zijn neef Francesco Barberini (1597-1679). Zij lieten de ruimtes tussen de zuilen van de portiek dichtmetselen en voegden steunberen aan de zijkanten van het gebouw toe in verband met de stabiliteit. De kerk werd in de twintigste eeuw opnieuw verlaten, maar in 2005 nogmaals herwijd. Het lijkt erop dat het op dit moment helaas niet mogelijk is om het gebouw te bezoeken, zelfs niet met een gids. Rondom de Sant’Urbano staat een hoog hek en er is geen enkele mogelijkheid om daar om- of overheen te komen. Dat is heel jammer, want in de kerk vinden we belangrijke fresco’s uit de elfde eeuw. Wie echt wil (en ik wilde dat dus), die kan een steil pad ten oosten van de kerk nemen en dan door het hekwerk heen een foto van het gebouw nemen.

Naar deel 6

2 Comments:

  1. Pingback:Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 1) – – Corvinus –

  2. Pingback:Mijn wandeling langs de Via Appia (deel 9) – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.