Fabriano: De Duomo

Duomo van Fabriano.

De enthousiaste vrijwilliger in de kathedraal van Fabriano was duidelijk blij dat er buitenlandse bezoekers in zijn gebouw rondliepen. We werden direct in de armen gesloten en meegenomen langs alle hoogtepunten. Dat waren er nogal wat volgens onze vriendelijke gids. Eigenlijk noemde hij alles in de Duomo een capolavoro, een meesterwerk. We waren zelf vooral gekomen voor het werk van de lokale schilder Allegretto Nuzi (ca. 1315-1373). Diens veertiende-eeuwse fresco’s zijn gelukkig deels bewaard gebleven, ook al werd de kathedraal zelf in de zeventiende eeuw vrijwel geheel herbouwd.

Geschiedenis

De geschiedenis van de Duomo gaat in elk geval terug tot de elfde eeuw. In de veertiende eeuw werd het gebouw sterk uitgebreid. De apsis en delen van het dwarsschip dateren nog van deze tijd. Begin zeventiende eeuw verkeerde de Duomo in dusdanig slechte staat dat besloten werd tot een nagenoeg complete herbouw. Deze werd tussen 1607 en 1617 uitgevoerd door de architect Muzio Oddi (1569-1639), afkomstig uit Urbino. Aan de buitenkant kreeg de Duomo een tamelijk saaie bakstenen gevel met weinig decoraties, maar binnen werd het gebouw voorzien van prachtige decoraties van verguld stucwerk. Hiervoor werd de beeldhouwer Francesco Silva (1560-1643) aangetrokken, afkomstig uit Ticino in het huidige Zwitserland. De herbouwde Duomo werd in 1663 gewijd.

Interieur van de Duomo.

Pas sinds 1728 heeft de Duomo de status van kathedraal. In dat jaar werd het bisdom Fabriano opgericht. Voorheen viel de stad onder het bisdom Camerino, wat waarschijnlijk ook verklaart waarom de Duomo is gewijd aan Sint Venantius van Camerino (San Venanzio), een tamelijk obscure vijftienjarige martelaar uit de tijd van de Romeinse keizer Decius (249-251). In 1825 werd de bouwvallige klokkentoren van de Duomo afgebroken en later vervangen door een nieuwe toren, ontworpen door een vrijwel onbekend gebleven architect met de prachtige naam Ermogaste Bonfili. Wie de kathedraal vandaag de dag bezoekt, komt binnen in een licht gebouw waarin toeristen meer dan welkom zijn. Nog afgezien van de enthousiaste gids zijn de bordjes in meerdere talen en gaat het licht in de kapellen automatisch aan als je ze betreedt.

Middeleeuwse fresco’s

De oudste kunstwerken bevinden zich in de kapellen van de veertiende-eeuwse apsis. Ze zijn aan het zicht onttrokken door het nieuwe, zeventiende-eeuwse koor, maar ze kunnen zeker nog bezocht worden en in de Duomo hangen duidelijke aanwijzingen hoe er te komen. Links in het koor is in de houten koorbanken een doorgang naar het middeleeuwse dwarsschip gemaakt en zo komt men in de eerste kapel, de Cappella della Santa Croce. Hier vinden we de restanten van fresco’s van de Kruisiging en van Sint Helena, geschilderd in 1415-1416 door Giovanni di Corraduccio uit Foligno. De volgende ruimte is de Cappella di San Giovanni Evangelista, met twee frescofragmenten van de zogenoemde Maestro di San Verecondo. Hij schilderde een portret van Sint Franciscus van Assisi en de evangelist Johannes die in een ketel met hele olie wordt gekookt. Dit was een poging van de Romeinse keizer Domitianus om de evangelist te executeren, maar volgens de overlevering kwam Johannes er zonder een schrammetje vanaf. De keizer verbande hem vervolgens naar Patmos, waar hij zijn Openbaring schreef. De mislukte executie zou hebben plaatsgevonden in Rome, bij de Latijnse Poort (zie Rome: San Giovanni a Porta Latina).

Een ander veertiende-eeuws fresco in de Cappella di San Giovanni Evangelista stelt een geboorte van Christus voor, terwijl we op de rechterwand een Kruisiging van Allegretto Nuzi zien. De kapellen zijn bijzonder ondiep, zodat je als bezoeker met je neus boven op de fresco’s staat. De details kun je dus goed zien, maar het maken van foto’s is nogal lastig. Dat geldt ook in de Cappella di San Lorenzo, waar Allegretto Nuzi een grote frescocyclus schilderde over het leven van Sint Laurentius, de diaken die in het jaar 258 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen van de Romeinse keizer Valerianus (253-260). De fresco’s van Nuzi dateren van ca. 1365. We zien onder meer hoe de heilige voor de keizer wordt geleid, de schatten van de kerk aan de armen uitdeelt, zijn medegevangene Lucillus en de cipier Hippolytus doopt (zie Rome: San Lorenzo in Fonte) en uiteindelijk op een ijzeren rooster wordt gebraden. Onderdeel van de cyclus is een Madonna met Kind die wordt geflankeerd door Sint Venantius, die dus een tijdgenoot van Laurentius was (men veronderstelde destijds ten onrechte dat ook Laurentius onder de regering van keizer Decius de marteldood was gestorven). Flinke delen van de fresco’s zijn helaas verloren gegaan, maar de kleuren zijn nog altijd helder en prachtig.

Moderner werk

Cappellone del Santissimo Sacramento, met een Laatste Avondmaal van Giuseppe Bastiani.

De Duomo heeft aan weerszijden van het schip vijf kapellen. In het dwarsschip vinden we vervolgens nog twee extra grote kapellen (cappelloni). Gelet op de herbouw van de Duomo in de zeventiende eeuw is het logisch dat de meeste kunst in de kapellen van deze eeuw dateert. We vinden er onder meer werken van Lazzaro Baldi (1624-1703), Claudio Ridolfi (ca. 1570-1644), Giovanni Francesco Guerrieri (1589-1657) en Antonio Viviani (1560-1620). Laatstgenoemde kunstenaar had de bijnaam il Sordo di Urbino, ‘de dove van Urbino’. Blijkbaar was hij niet echt doof, maar werkte hij onverstoorbaar aan zijn schilderijen en reageerde hij niet als mensen hem aanspraken (onze gids beeldde dit uit door zijn vingers in zijn oren te stoppen). De fresco’s in de twee grote kapellen zijn van Giuseppe Bastiani uit Macerata.

Verreweg de beste zeventiende-eeuwse werken vinden we echter in de eerste kapel rechts en de tweede en vierde kapel links. In de eerste kapel links staat een zeventiende-eeuwse kopie in kleur van Michelangelo’s Pietà, maar onze aandacht wordt toch vooral getrokken door de twee grote doeken aan de wanden. Deze doeken zijn het werk van Salvator Rosa (1615-1673), een schilder uit Napels. Links zien we Hieronymus, rechts Sint Nicolaas van Tolentino. Nog interessanter zijn de twee genoemde kapellen aan de linkerzijde, beide gedecoreerd door Orazio Gentileschi (1563-1639). Hij is vooral bekend als de vader van de schilderes Artemisia Gentileschi (ca. 1593-1656), maar was zelf ook een uitmuntende schilder. In de jaren 1610 verbleef hij in Fabriano, waar hij in de Duomo werk in de Cappella di San Carlo Borromeo en de Cappella del Santissimo Crocifisso uitvoerde. Vooral de laatstgenoemde kapel is bijzonder indrukwekkend, met een krachtig altaarstuk van de Kruisiging en fresco’s met voorstellingen uit het leven van Christus.

Bronnen: Bradt travel guide Umbria & the Marche (2021), p. 251, de informatieborden in de kerk en Allegretto Nuzi e il ciclo pittorico di San Lorenzo – Radio Gold

One Comment:

  1. Pingback:Fabriano: The Duomo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.