Afgelopen zomer beklom ik voor de tweede keer de klokkentoren van de kathedraal van Cremona, de machtige Torrazzo, meer dan 112 meter hoog. Eenmaal boven maakte ik een praatje met een Italiaan, die zich afvroeg of hij vanaf hier de rivier de Po kon zien. Een goede vraag. In de verte, richting het zuidwesten, zag ik water aan de horizon glinsteren. Ik wees de Italiaan erop (molto lontano!), die het met me eens was dat dit de Po moest zijn. Later zag ik op Google Maps dat de rivier op zo’n twee kilometer van de kathedraal stroomt. Ooit moet de Po echter veel dichter bij de stad zijn geweest. Dat blijkt alleen al uit de naam van de kerk van San Pietro al Po, die ook uitstekend vanaf de Torrazzo waar te nemen is. Toen de kerk in 1064 werd gebouwd, stond ze praktisch aan de oever van de rivier, maar sindsdien heeft die zich meer dan een kilometer teruggetrokken. Omdat de San Pietro door mijn reisgids als interessant was aangemerkt, besloot ik het gebouw te bezoeken.
Van de kerk uit 1064 is niet veel bewaard gebleven. Alleen de klokkentoren oogt nog middeleeuws. De huidige San Pietro al Po dateert van de zestiende eeuw en werd tussen 1563 en 1573 gebouwd naar een ontwerp van de lokale architect Francesco Dattaro (1495-1576). Het indrukwekkende interieur van de kerk werd vanaf 1579 gerealiseerd, een project dat ertoe heeft geleid dat werkelijk ieder plekje is verfraaid met stucwerk of een fresco. Het meeste werk werd verricht door Giulio Campi (1502-1572) en zijn jongere broer Antonio Campi (1523-1587). De broers schilderden ook enkele doeken voor de kerk, net als Lattanzio Gambara (ca. 1530-1574) en Giovan Battista Trotti, bijgenaamd Il Malosso (1555-1619).
Het beste en tevens beroemdste werk in de kerk is een Geboorte van Christus van Bernardino Gatti, bijgenaamd Il Sojaro (ca. 1495-1576). Het werk dateert van 1555 en was tot 1797 boven het hoogaltaar van de kerk te bewonderen. In het laatstgenoemde jaar werd het gestolen door de Franse bezetter en naar Frankrijk overgebracht. In 1814 werd het schilderij teruggegeven en sinds 1816 siert het het vierde altaar aan de linkerzijde. Il Sojaro schilderde bijzonder knap de tederheid en moederliefde die de Maagd Maria jegens het kind toont. Van de geboorte zijn, naast de herders, nog twee bijzondere gasten getuige. De man met de sleutels is natuurlijk Petrus, aan wie de kerk is gewijd. De knielende man is Colombino Ripari (ca. 1495-1570), abt van het klooster naast de kerk. Dat dateert van 1509 en werd ontworpen door Cristoforo Solari (ca. 1460-1527), bijgenaamd Il Gobbo, de gebochelde. In de refter van het klooster zou een Wonderbaarlijke Vermenigvuldiging van Il Sojaro te zien moeten zijn, maar ik trof het klooster helaas gesloten aan.
Bronnen: Evert de Rooij, Lombardije Oost, p. 87-88 en de informatieborden in de kerk.

