Elagabalus: De Jaren 221-222

Buste van Severus Alexander (Capitolijnse Musea, Rome).

Julia Maesa, de grootmoeder van Elagabalus, overtuigde haar kleinzoon ervan zijn 12-jarige neef Alexianus (geboren op 1 oktober 208) te adopteren. Tevens overtuigde ze hem ervan dat het verstandig zou zijn om hem tot Caesar te benoemen. Elagabalus zou zich dan op zijn religieuze plichten kunnen richten, terwijl Alexianus de meer wereldse zaken afhandelde. Aldus geschiedde. Alexianus werd geadopteerd door een ‘vader’ die maar enkele jaren ouder was dan hijzelf. Zijn benoeming tot Caesar vond plaats in juni of juli 221. Alexianus werd nu Alexander genoemd, naar de grote Macedonische koning. Hoewel ze familie van elkaar waren, werkten de twee jongens niet goed samen, en het lijkt erop dat hun moeders, de zusters Julia Soaemias en Julia Mamaea, eveneens ernstig met elkaar overhoop lagen.

Op 1 januari 222 traden Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Augustus (Elagabalus) en zijn adoptiefzoon Marcus Aurelius Severus Alexander Caesar (Alexander) aan als consuls. Al snel werd duidelijk dat Alexander veel populairder was dan zijn ‘vader’, vooral bij de praetorianen. Deze laatsten zagen Elagabalus als een verwijfde Syriër en dreven de spot met hem vanwege zijn make-up, zijn gouden sieraden en zijn zijden kleding. In Alexander zagen ze juist een redelijke en bescheiden jongen, die goed was onderwezen door zijn moeder Mamaea. De populariteit van Alexander vormde natuurlijk een ernstige bedreiging voor de positie van de keizer. Mamaea probeerde haar zoon nóg populairder te maken bij de praetorianen door hun in het geheim sommen geld toe te stoppen. Elagabalus reageerde daarop door complotten tegen Alexander en Mamaea te smeden. Toen die mislukten, wilde hij Alexander de titel Caesar ontnemen.

Exit Augustus

De soldaten protesteerden hiertegen en eisten dat ze Alexander mochten zien. Elagabalus was nu wel gedwongen om in te binden. Voor hemzelf was het echter te laat. Elagabalus was altijd bang geweest dat hij ooit vermoord zou worden. De Historia Augusta meldt hierover:

“Syrische priesters hadden hem voorspeld dat hij door geweld aan zijn einde zou komen. Daarom had hij gezorgd voor koorden waar purperen en scharlaken zijde doorheen was gevlochten om daarmee zo nodig zijn leven door ophanging te beëindigen. Hij had ook voor gouden zwaarden gezorgd om zichzelf te doden bij eventueel dreigend geweld. En hij hield vergif gereed in meteoorstenen, saffieren en smaragden om zelfmoord te plegen als er iets ernstigs dreigde te gebeuren. Verder had hij een zeer hoge toren gebouwd met gouden panelen op de vloeren, waarin onder zijn toezicht juwelen waren gezet, om zich daar vanaf ter aarde te storten; want, zo zei hij, ook zijn dood diende kostbaar te zijn en weelde uit te stralen, dan kon van niemand anders gezegd worden dat die op zo’n manier gestorven was.”[1]

De keizer wilde dus een prachtige dood, maar hij kreeg een miserabele. Op 11 maart 222 werd hij door de praetorianen vermoord in hun kamp. Cassius Dio beweert dat de keizer probeerde te vluchten door zich in een kist te verstoppen. Hij werd echter ontdekt en in de armen van zijn moeder vermoord. Ook zij werd gedood. In de Historia Augusta valt echter te lezen dat Elagabalus zich in een latrine verscholen had en daar werd ontdekt en gepakt. In elk geval werden de lichamen van de keizer en zijn moeder van kleding ontdaan en naakt door de straten en het Circus gesleept. Daarna werden ze in een riool gegooid. Dit riool kwam uit op de rivier de Tiber, maar het was te smal voor de lichamen. De soldaten haalden daarom het lichaam van de keizer weer uit het water, verzwaarden het met stenen en gooiden het vanaf de Pons Aemilius (tegenwoordig de Ponte Rotto) in de rivier. Zo zou Elagabalus postuum de vernederende bijnaam ‘Tiberinus’ hebben verworven (de Romeinen hadden een voorkeur voor harde humor…).

Ruïnes van de tempel van Elagabal op de Palatijn.

De soldaten waren zeer verheugd over de dood van hun gehate keizer en riepen de 13-jarige Alexander tot Augustus uit. Omdat hij nog erg jong was, speelden zijn moeder en grootmoeder tijdens zijn regering uiteraard een belangrijke rol. In wezen waren zij medeheersers over het Romeinse Rijk en werden ze bijgestaan door de praetoriaanse prefect (en beroemde jurist) Domitius Ulpianus en een raad van 16 senatoren. Met die raad imiteerde de jonge keizer bewust keizer Caesar Augustus, die had geregeerd met een adviescollege dat het consilium principis werd genoemd.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 81.

Noot

[1] Antoninus Elagabalus 33 (vertaling: John Nagelkerken).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.