Zo op de vroege ochtend hadden zich al behoorlijk wat mensen verzameld op de Piazza Pio XI. De Pinacoteca Ambrosiana, waarvan de deuren om tien uur open zouden gaan, behoort dan ook tot de populairste kunstmusea van Milaan. Geen van de wachtenden bleek echter gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid van te voren een elektronisch ticket aan te schaffen. Ik had dat wel gedaan en wandelde tevreden langs de rij die zich bij de kassa vormde. Omdat er bij de kassa ook nog wat vertraging was bij het opstarten van de systemen, had ik het museum zo’n vijf minuten helemaal voor mezelf, een wonderlijke ervaring.
Geschiedenis
De drijvende kracht achter de oprichting van de Pinacoteca Ambrosiana was Federico Borromeo, aartsbisschop van Milaan van 1595 tot aan zijn dood in 1631. Borromeo, een neef van Sint Carlo Borromeo, was een spilfiguur in de beweging van de Contrareformatie. In 1609 stichtte hij de Bibliotheca Ambrosiana, een van de eerste openbare bibliotheken in Europa. Deze was bedoeld voor katholieke geleerden, die hier naartoe konden komen om de informatie te vergaren waarmee het door Europa razende protestantisme gestopt zou kunnen worden. In 1618 werd een kunstgalerij aan de bibliotheek toegevoegd. Borromeo schonk zijn persoonlijke verzameling schilderijen en tekeningen aan dit museum, dat later door koop en schenking nog meer werken verwierf en vervolgens tentoonstelde. Ten slotte werd, in 1620, de Accademia del Disegno opgericht, die jonge kunstenaars moest scholen in de artistieke tradities van de Contrareformatie.
De Ambrosiana – zoals ik bibliotheek en galerij hierna zal noemen – werd in de negentiende eeuw uitgebreid en nogmaals in 1932, toen de voormalige kerk van San Sepolcro in de bibliotheek en het museum werd opgenomen. Het gebouw werd beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog en moest daarna gerestaureerd worden. In 1990 werden de deuren in verband met een uitgebreide renovatie gesloten en de Ambrosiana opende ze pas weer in 1997. Tot de topstukken behoort de Codex Atlanticus, een verzameling tekeningen en geschriften van Leonardo da Vinci (1452-1519) die meer dan 1.100 pagina’s beslaat. Het museum bezit ook enkele vreemde voorwerpen, zoals een lok van het haar van Lucrezia Borgia (1480-1519) en de handschoenen die Napoleon droeg tijdens de Slag bij Waterloo. De Pinacoteca bestaat uit zo’n 24 zalen en mijn reisgids spreekt van “een van de mooiste musea van Milaan”.
Collectie
De kunstcollectie van de Ambrosiana is inderdaad indrukwekkend. Bij mijn eerste bezoek aan het museum in 2016 heb ik helaas niet veel foto’s kunnen maken, want toen gold een strikt fotografieverbod in de zalen. Dit verbod viel ook toen al uit de toon, want het maken van foto’s – zonder flits natuurlijk – was ook in 2016 in de meeste Italiaanse musea al geen probleem meer. Ik had destijds al mogen fotograferen in de Uffizi in Florence, en in andere Milanese musea (de Brera en het Museo Poldi Pezzoli bijvoorbeeld) was het evenmin problematisch. Toen ik echter in de Ambrosiana een paar foto’s had genomen werd ik vriendelijk gevraagd daarmee op te houden. Andere bezoekers werden eveneens gewaarschuwd. Het gebeuren verpestte enigszins mijn museumervaring en maakte de eerste versie van deze bijdrage nauwelijks lezenswaardig. Ik schrijf immers over wat ik mijn lezers kan laten zien, en zonder foto’s wordt dat een lastig verhaal.
Negen jaar later bleek de situatie flink verbeterd, al blijft het beleid rondom foto’s vaag en verwarrend. Volgens de officiële bezoekersregels mag je nu fotograferen met mobiele telefoons en tablets, waarbij de gedachte kennelijk is dat dat toch niet zulke goede foto’s oplevert, in elk geval geen foto’s van een kwaliteit die ze geschikt maakt voor commercieel gebruik. In de praktijk blijkt fotograferen met een camera overigens geen enkel probleem te zijn. Ik vroeg het een suppoost, en die zei dat het prima was zolang ik geen flits gebruikte. Sommige zalen in het museum zijn vrij donker, en het kan zijn dat het rode lampje van de autofocus (AF) door een suppoost voor een flits wordt aangezien. Dat overkwam mij in 2025 dus. Ik werd aangesproken (“only foto normale”) en ben maar niet in discussie gegaan. Fotograferen met een smartphone werkte ook prima.
Opheffing van het fotografieverbod betekende dat ik nu wel – anders dan in 2016 – enkele van de topstukken van de Ambrosiana kon fotograferen. Tot die topstukken kunnen we rekenen Caravaggio’s Fruitmand (een vroeg werk, geschilderd vóór 1600), Leonardo da Vinci’s Portret van een Muzikant, een Aanbidding der Wijzen van Titiaan en Rafaëls karton voor de Atheense School, die hij later in het Vaticaan zou schilderen. Aan dit werk is een hele zaal gewijd.
Mijn persoonlijke favoriet in de collectie is een Madonna met Kind van de Florentijnse schilder Sandro Botticelli (ca. 1445-1510). Het werk staat bekend als de Madonna del Padiglione, de Madonna van het Paviljoen. Het schilderij heeft een eigen pagina op Wikipedia en is echt prachtig. We zien een engel het Kind ondersteunen terwijl de Maagd een van haar borsten ontbloot om het te voeden. De twee andere engelen in de voorstelling lijken de tentflappen open te doen zodat de toeschouwer kan zien wat er in het paviljoen gebeurt. Het schilderij werd omstreeks 1493 gemaakt en werd uitgevoerd toen Botticelli al onder invloed stond van de vurige prediker Girolamo Savonarola uit Ferrara. In deze late periode in zijn werk schilderde Botticelli bijna alleen nog maar religieuze voorstellingen en bekommerde hij zich nauwelijks meer om correct gebruik van perspectief. De engelen zijn bijvoorbeeld veel kleiner dan de Maagd, van wie het hoofd ook iets te groot is. Botticelli is hier teruggekeerd naar de vroegere gotische stijl. Daarin was grootte een aanwijzing voor belang.
In dezelfde zaal vinden we een Aanbidding van het Kind afkomstig uit de studio (bottega) van de zeer productieve Florentijnse schilder Domenico Ghirlandaio (1449-1494). Mijn reisgids spreekt van een “absoluut meesterwerk”. Ten onrechte wat mij betreft. Het schilderij is zeker interessant en de kleuren zijn mooi, maar ik geef toch de voorkeur aan Ghirlandaio’s fresco’s in de Sassetti-kapel in Florence. De Aanbidding van het Kind zou kunnen zijn gebaseerd op het altaarstuk in die kapel, een Aanbidding der Herders. Zowel de os als de ezel zien er nogal hetzelfde uit, net als de voederbak en de guirlande. De compositie van het werk is echter veel minder complex en er zijn ook veel minder details te zien. Een interessant detail is wel de biddende man rechts op de achtergrond. Links komen ruiters aanrijden, vermoedelijk de Drie Wijzen. De roze stip aan de hemel is de engel van de Annunciatie
Vervolgens komen we bij een Madonna met Kind van Pinturicchio (ca. 1452-1513). “Pinturicchio” (“schildertje”) was natuurlijk niet zijn echte naam: het schildertje uit Perugia kreeg van zijn ouders de naam Bernardino di Betto mee. Ik kon niet veel achtergrondinformatie over het schilderstuk vinden, maar het heeft enkele interessante details. De man op de voorgrond met de rode muts in zijn hand is vermoedelijk de man die de opdracht voor het schilderij gaf. Boven de Maagd zien we wolken met de gezichten en vleugels van engelen. Links op de achtergrond schilderde Pinturicchio een stad en de weg ernaartoe. Op de weg levert een man op een paard een gevecht met twee mannen te voet. Het schilderij was wellicht bedoeld voor verering in de privésfeer.
Bijgewerkt 13 augustus 2025.



Pingback:Milaan: Museo Poldi Pezzoli – – Corvinus –
Pingback:Florence: Botticelli in de Uffizi – – Corvinus –
Pingback:Orvieto: de musea van de Palazzi Papali – – Corvinus –
Pingback:Milan: Biblioteca and Pinacoteca Ambrosiana – – Corvinus –