Voorspel van de Oorlog tegen Jugurtha: De Jaren 118-114 BCE

Zicht op het Forum Romanum.

Samenvatting

  • Koning Micipsa van Numidië overlijdt en laat zijn koninkrijk na aan zijn zonen Adherbal en Hiempsal en zijn neef en geadopteerde zoon Jugurtha (118 BCE);
  • Jugurtha laat Hiempsal vermoorden en verslaat Adherbal op het slagveld (117 BCE);
  • De Senaat stuurt een commissie van tien mannen (decemviri) onder leiding van Lucius Opimius naar Numidië om het koninkrijk te verdelen tussen Adherbal en Jugurtha (116 BCE);
  • De consul Marcus Aemilius Scaurus verslaat de Carni en krijgt voor zijn zege een triomftocht toegekend (115 BCE);
  • De censors Lucius Caecilius Metellus Diadematus en Gnaeus Domitius Ahenobarbus verwijderen 32 mannen uit de Senaat en registreren 394.336 Romeinse burgers (115-114 BCE);
  • De consul Gaius Porcius Cato, gouverneur van Macedonië, lijdt een zware nederlaag tegen de Scordisci (114 BCE).

In 118 BCE stierf Koning Micipsa van Numidië een natuurlijke dood. Hij had vanaf de dood van zijn vader Masinissa in 148 BCE dertig jaar lang op de troon gezeten. Micipsa had twee wettige zonen, Adherbal en Hiempsal. Daarnaast had hij zo’n drie jaar voor zijn dood zijn neef Jugurtha geadopteerd, de zoon van zijn broer Mastanabal en een concubine. Het lijkt erop dat Jugurtha iets ouder was dan zowel Adherbal als Hiempsal. Hij was een sterke man, zeer knap en uitzonderlijk intelligent. Zo wordt hij althans beschreven door de Romeinse geschiedschrijver Sallustius. Jugurtha beschikte over veel militaire ervaring, want zo’n vijftien jaar eerder had hij tijdens het beleg van Numantia onder de Romeinse generaal Scipio Aemilianus gediend. Zijn betrokkenheid bij het Romeinse leger zorgde ervoor dat hij uitstekend op de hoogte was van de kracht en zwaktes van dit leger.

Voorspel van de oorlog met Jugurtha

Het Senaatsgebouw – de Curia – op het Forum Romanum.

Koning Micipsa liet zijn koninkrijk na aan zijn twee zonen en zijn neef, en hij had de drie mannen opgedragen in goede harmonie samen te werken. Hoewel Adherbal, Hiempsal en Jugurtha aanvankelijk afspraken de Numidische gebieden en het geld in de schatkist in drieën te splitsen, bleek al snel dat Jugurtha andere plannen had. In 117 BCE liet hij Hiempsal in de stad Thirmida vermoorden. Vervolgens verzamelden Jugurtha en Adherbal troepen om elkaar op het slagveld te lijf te gaan. Hoewel het leger van Adherbal veel groter was, zorgden de militaire vaardigheden en ervaring van Jugurtha ervoor dat hij de zege behaalde. De vernietigend verslagen Adherbal vluchtte eerst het binnenland in en besloot daarna in Rome om hulp te vragen. In reactie daarop stuurde ook Jugurtha gezanten naar Rome. Volgens Sallustius kregen deze gezanten veel goud en zilver mee om oude vriendschappen te onderhouden en nieuwe te kopen.

In 116 BCE richtten zowel Adherbal als Jugurtha zich tot de Senaat. De senatoren zagen geen noodzaak om de eerstgenoemde militaire steun te verlenen. Hoewel deze beslissing deels het gevolg van Jugurtha’s omkooppraktijken geweest kan zijn, moeten we ons tevens realiseren dat de Romeinen op dit moment gewoon nog geen dwingende reden hadden om te interveniëren. Het ging immers om een intern conflict tussen twee Numidische neven dat op geen enkele manier een bedreiging vormde voor de naburige Romeinse provincie Africa. Toch waren er wel enkele senatoren die vonden dat Jugurtha gestraft moest worden voor de ‘broedermoord’ die hij gepleegd had. De senator die hem het felst bekritiseerde, was Marcus Aemilius Scaurus, de man die het volgende jaar als consul zou dienen.

Uiteindelijk werd besloten een commissie van tien mannen (decemviri) naar Numidië te sturen. Deze commissie kreeg de opdracht het koninkrijk te verdelen tussen Adherbal en Jugurtha, en ze stond onder leiding van de voormalige consul Lucius Opimius, de man die verantwoordelijk was geweest voor de dood van de volkstribuun en popularis Gaius Gracchus. Sallustius suggereert dat Jugurtha er wederom met smeergeld voor zorgde dat de decemviri hem de vruchtbaarste en dichtstbevolkte gebieden van Numidië toekenden. Volgens onze geschiedschrijver verkeerde de Numidiër nu in de veronderstelling dat in Rome álles te koop was. Mogelijk overdreef Sallustius, maar dat neemt niet weg dat hij onze beste bron voor de oorlog tegen Jugurtha is. In elk geval leek het erop dat het geschil tussen de twee neven nu de wereld uit geholpen was. Helaas hield de vrede echter niet lang stand, en het lijdt geen twijfel dat we daar Jugurtha de schuld van kunnen geven.

Andere gebeurtenissen

Keltische wapenrusting.

In 115 BCE vocht de bovengenoemde Marcus Aemilius Scaurus tegen de Carni, een Keltisch volk dat in de buurt van de Alpen woonde. De consul wist hen te verslaan en kreeg voor zijn zege een triomftocht toegekend. Een van zijn opvolgers als consul, Gaius Porcius Cato, had minder geluk. Aan hem was door loting de provincie Macedonië toegevallen en hij was op veldtocht gegaan tegen de Scordisci. Hoewel Florus hen aanduidt als “de wreedste van alle Thraciërs” waren de Scordisci waarschijnlijk een Keltisch volk. De Romeinen hadden hen in 176-175 BCE leren kennen toen een voormalige consul de streek ten noorden van Macedonië had bezocht en had vastgesteld dat de Scordisci een bondgenootschap hadden gesloten met de Bastarnae. De eerste militaire confrontatie met de Scordisci vond plaats ongeveer een decennium nadat de Romeinen Macedonië aan hun almaar uitdijende rijk hadden toegevoegd. In 135 BCE had de praetor Marcus Cosconius een veldtocht tegen hen geleid, maar daarbij waarschijnlijk maar weinig blijvende successen geboekt. Gaius Porcius Cato boekte geen enkel succes: in 114 BCE werd zijn hele leger in de pan gehakt.

In 115 BCE koos het Romeinse volk nieuwe censors. Lucius Caecilius Metellus Diadematus (de consul van 117 BCE) en Gnaeus Domitius Ahenobarbus (de consul van 122 BCE) namen hun ambt zeer serieus en schrapten 32 senatoren van de rol vanwege niet nader genoemde overtredingen. Een jaar later sloten ze de census af nadat ze 394.336 Romeinse burgers hadden geregistreerd. Een burger die niet meer meegeteld kon worden omdat hij recent was overleden was Quintus Caecilius Metellus Macedonicus, een beroemde generaal die in 148 BCE en 146 BCE belangrijke overwinningen in Griekenland had behaald. De censors ontdekten tevens dat drie Vestaalse maagden hun heilige gelofte van kuisheid hadden gebroken. Dat was een misdrijf waarop de doodstraf stond en de vrouwen werden dan ook conform de wet gestraft.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, In the name of Rome, p. 130-131.

One Comment:

  1. Pingback:De Oorlog tegen Jugurtha: Het Jaar 108 BCE – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.