Interregnum: De Jaren 176-175 BCE

Samenvatting

  • Liguriërs lopen de Romeinse kolonie Mutina onder de voet (eind 177 of begin 176 BCE);
  • De consul Gnaeus Cornelius Scipio Hispalus sterft na het bijwonen van de Feriae Latinae (176 BCE);
  • De proconsul Tiberius Sempronius Gracchus brengt heel Sardinië weer terug onder Romeins gezag (176 BCE);
  • De proconsul Gaius Claudius Pulcher herovert Mutina na een beleg van slechts drie dagen (176 BCE);
  • De consul Quintus Petilius Spurinus en de consul suffectus Gaius Valerius Laevinus verslaan de Liguriërs, maar Petilius sneuvelt (176 BCE);
  • De Dardani vragen de Romeinen om hulp tegen Koning Perseus en de Bastarnae (176 BCE);
  • Omdat alle regulier gekozen consuls dood zijn en een consul suffectus geen verkiezingen mag leiden, worden de verkiezingen voor de consuls vermoedelijk gehouden onder leiding van een interrex (175 BCE);
  • Gracchus houdt een triomftocht vanwege zijn overwinningen op Sardinië (175 BCE);
  • De consul Publius Mucius Scaevola verslaat de Liguriërs en krijgt een triomftocht toegekend (175 BCE);
  • De consul Marcus Aemilius Lepidus intervenieert in een ‘burgeroorlog’ in Patavium en mag eveneens een triomftocht houden (175 BCE);
  • Koning Seleukos IV Philopator van het Seleucidenrijk wordt vermoord door Heliodoros (175 BCE);
  • Heliodoros wordt verdreven door Antiochos IV Epiphanes, een voormalige Romeinse gijzelaar (175 BCE).

Toen in Rome bekend werd dat de kolonie Mutina was ingenomen door de Liguriërs, kreeg de afzwaaiende consul Gaius Claudius Pulcher direct de opdracht om de verkiezingen voor de consuls te houden en zich daarna naar het noorden te haasten om de kolonie te heroveren. De nieuwe consuls voor het jaar 176 BCE waren Gnaeus Cornelius Scipio Hispalus en Quintus Petilius Spurinus. Eerstgenoemde kreeg Pisa als zijn provincie toegewezen, laatstgenoemde Ligurië. Voordat ze echter naar hun provincies konden vertrekken, moesten de traditionele Feriae Latinae worden gevierd op de Mons Albanus. Dit was een zeer belangrijk religieus feest en de aanwezigheid van de beide consuls was vereist. Dit jaar eindigde het feest in een ramp. De magistraat van de Latijnse stad Lanuvium maakte een fout en het college van pontifices oordeelde dat de Feriae Latinae nogmaals moesten worden gehouden. Het werd allemaal nog veel erger toen de consul Cornelius plotseling in elkaar zakte op de weg terug van de Mons Albanus. Hij raakte gedeeltelijk verlamd en reisde naar Cumae om te herstellen, maar niet veel later was hij dood. Gaius Valerius Laevinus werd in zijn plaats als consul suffectus gekozen.

Italië en Ligurië

Na enige discussie werd besloten dat de praetor Marcus Popilius niet naar Sardinië gestuurd zou worden. Het imperium van Tiberius Sempronius Gracchus was verlengd en die redde zich prima. Het voorafgaande jaar had hij de Ilienses en de Balari verslagen en nu zette hij zijn operaties voort en slaagde erin het hele eiland weer onder Romeins gezag te brengen. De rebellen werden gestraft en moesten dubbele belastingen of graan betalen. Dankzij de inspanningen van Gracchus was Sardinië weer onderworpen. In november 175 BCE zou hij een triomftochten houden.

Romeinse hastatus (source: Europa Barbarorum).

Romeinse princeps (bron: Europa Barbarorum).

In de tussentijd had de proconsul Gaius Claudius Pulcher Mutina heroverd na een beleg van slechts drie dagen. De Liguriërs trokken zich terug in de bergen. Daar begonnen ze de gevangenen die ze uit Mutina hadden meegenomen te doden en te verminken en de dieren die ze hadden gestolen te slachten. De consul Quintus Petilius Spurinus, die zijn verplichtingen in Rome had afgerond, haastte zich nu naar het noorden en wilde niets liever dan deelnemen aan de veldtocht tegen de stammen. Hij schreef aan Pulcher dat ze elkaar moesten treffen bij de Macri Campi – ‘Arme Velden’ – en dat Pulcher daar zijn leger aan hem over moest dragen. Enkele dagen nadat dit gebeurd was, arriveerde ook de consul suffectus Laevinus in de regio om aan het offensief deel te nemen. Na een lustratio – een rituele reiniging – van de twee legers rukten de Romeinen op naar twee bergtoppen die de Ballista en de Letum werden genoemd. Hier hadden de Liguriërs zich verschanst. Tijdens de aanval op de Letum werd de consul Petilius door een projectiel geraakt en gedood. Eerder die dag had hij nog gepocht dat hij de Letum zou innemen, waarbij hij zich niet gerealiseerd had dat letum capere in het Latijn ook ‘sterven’ betekent. Ondanks de dood van hun generaal wisten de Romeinen de Liguriërs uit hun stellingen te verdrijven en flink wat van hen te doden.

De dood van Petilius had merkwaardige gevolgen. De regulier gekozen consuls waren allebei dood en wijd en zijd werd aangenomen dat de wet niet toestond dat een consul suffectus de verkiezingen voor de consuls leidde. Deze verkiezingen werden daarom vermoedelijk onder auspiciën van een zogenaamde interrex gehouden, een door de Senaat gekozen patricische senator wiens imperium een duur van slechts vijf dagen had. Publius Mucius Scaevola en Marcus Aemilius Lepidus werden als nieuwe consuls voor het jaar 175 BCE gekozen. Eerstgenoemde werd naar Ligurië gestuurd om te vechten tegen de stammen die het grondgebied van Luna en Pisa hadden geplunderd, laatstgenoemde – die voor de tweede keer consul was – werd naar Gallia Cisalpina gestuurd. Lepidus moest optreden in de stad Patavium (het huidige Padova), waar het onrustig was. Wat precies de aard van de onrust was, is niet overgeleverd, maar het is mogelijk dat een deel van de inheemse Veneti genoeg had van de Romeinse overheersing en in conflict kwam met de pro-Romeinse factie (Livius, die zelf uit Patavium kwam, spreekt van een burgeroorlog). In elk geval waren de interventies van de beide consuls succesvol. Zij mochten allebei in december een triomftocht houden en het Romaniseringsproces in de Veneto kon ongehinderd doorgaan.

Kaart van Noord-Italië (bron: Ancient World Mapping Center. “À-la-carte”; CC BY 4.0)

Griekse hoplieten op een vaas (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

De Griekse wereld

In 176 BCE ontving de Senaat ook een delegatie van de Dardani, een Illyrisch of Thracisch volk dat ten noordwesten van Macedonië leefde. De Dardani beweerden dat ze werden bedreigd door Perseus, de Koning van Macedonië. Die zou bendes krijgers hebben gehuurd van een volk dat bekendstond als de Bastarnae. Dit volk had waarschijnlijk Germaanse wortels met wat Keltische invloeden en het was vermaard vanwege zijn dapperheid en wildheid in de strijd. Enkele jaren eerder waren de Bastarnae begonnen met een migratie vanuit hun oude woongebied aan de rivier de Donau. Ze waren Thracië binnengetrokken en dit had geleid tot conflicten met andere volkeren en tot een bondgenootschap met het Keltische volk van de Scordisci. De Romeinen besloten de voormalige consul Aulus Postumius Albinus met enkele jongemannen naar de regio te sturen om de situatie te onderzoeken.

Albinus keerde in 175 BCE uit Dardanië terug en deelde mee dat het daar oorlog was. De Dardani hadden geprobeerd de Bastarnae aan te vallen toen hun bondgenoten de Thraciërs en de Scordisci naar huis waren teruggekeerd, maar ze hadden daarbij wisselende resultaten geboekt. Niettemin hadden de Bastarnae besloten weer richting het noorden te trekken. Velen van hen waren verdronken toen ze probeerden de bevroren Donau over te steken en het ijs het begaf. Koning Perseus van Macedonië ontkende iedere betrokkenheid bij het conflict. De spanningen tussen Rome en Macedonië namen daardoor toe.

In het Seleucidenrijk gebeurden belangrijke dingen. Een jongeman genaamd Mithridates speelde hierin een belangrijke rol. Sinds de nederlaag van zijn vader, Koning Antiochos III, in de Slag bij Magnesia in 190 BCE, had hij als gijzelaar in Rome geleefd. Drie jaar na die nederlaag was zijn oudere broer Seleukos de nieuwe heerser van het wankelende Seleucidenrijk geworden. In 176 BCE had deze Koning Seleukos IV Philopator zijn eigen zoon Demetrios naar Rome gestuurd om de vrijlating van zijn broer te bewerkstelligen. Toen hij het volgende jaar terugreisde naar Syrië, kreeg Mithridates onderweg te horen dat Koning Seleukos was vermoord.

Heliodoros uit de Tempel verjaagd (beroemd fresco van Rafaël).

Volgens 2 Makkabeeën, een van de deuterocanonieke boeken van de Bijbel, had de koning zijn rijkskanselier Heliodoros naar Jeruzalem gestuurd om de schatten van de Tweede Tempel in beslag te nemen. Mogelijk was deze actie ingegeven door de wens de laatste termijn van de schadevergoeding van 12.000 talenten te betalen die de Seleuciden aan Rome verschuldigd waren (zie het Verdrag van Apameia van 188 BCE). Dit is echter louter speculatie. Als we af mogen gaan op de Bijbel, werd Heliodoros uit de tempel verjaagd door een angstaanjagende ruiter die door God was gezonden en door twee sterke jongemannen te voet. Het is echter veel waarschijnlijker dat hij gewoon werd gemolesteerd door de priesters en de gelovigen toen hij probeerde deze voor Joden heiligste plaats ter wereld binnen te gaan. Hoe dit ook zij, bij terugkeer aan het hof van de koning vermoordde Heliodoros Seleukos, op 3 september 175 BCE, en eiste hij de troon voor zichzelf op.

Heliodoros werd vervolgens zelf verdreven door Mithridates, met wat hulp van Pergamum. Onder de naam Antiochos IV Epiphanes (‘De Roemrijke’) werd hij de nieuwe heerser over het Seleucidenrijk. Zijn openbare optreden was vaak tamelijk bizar. Hij deed net alsof hij Romeinse politieke ambten zoals aediel en volkstribuun had geïntroduceerd, droeg een toga en voerde campagne in zijn hoofdstad Antiocheia. Ook organiseerde Antiochos gladiatorengevechten. Het is niet duidelijk of de koning alles serieus meende of dat zijn merkwaardige gedrag één grote practical joke was. De geschiedschrijver Polybius noemde hem Epimanes in plaats van Epiphanes. Deze bijnaam betekent ‘De Krankzinnige’. Antiochos IV is de geschiedenis ingegaan als de koning die tijdens de Zesde Syrische Oorlog bijna het Ptolemaeïsche Rijk op de knieën bracht, en tevens vanwege de zogenaamde Opstand van de Makkabeeën. Deze opstand in Judea (feitelijk een burgeroorlog) was een reactie op de pogingen van de koning om de Joodse bevolking die daar leefde te helleniseren. De opstand zou uitmonden in autonomie voor Judea en eindelijk een troon voor de dynastie van de Hasmoneeën, die op haar beurt werd opgevolgd door de Herodiaanse dynastie.

Bronnen

Primaire bronnen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.