De Dood van Flamininus: Het Jaar 174 BCE

Samenvatting

  • Titus Quinctius Flamininus komt te overlijden;
  • Quintus Fulvius Flaccus en Aulus Postumius Albinus dienen als censors; Lucius, een zoon van Scipio Africanus, worden om onbekende redenen uit de Senaat gezet;
  • Italië wordt wederom door een epidemie getroffen;
  • De propraetor Appius Claudius Cento behaalt een overwinning op de Keltiberiërs in het Nabije Spanje;
  • Een delegatie onder leiding van Gaius Laelius onderzoekt geheime contacten tussen Macedonië en Carthago;
  • Koning Perseus van Macedonië probeert in de gunst te komen bij de Achaeïsche Bond, maar de Bond blijft trouw aan Rome;
  • Romeinse pogingen om te bemiddelen in Aetolië en op Kreta hebben geen succes.

Een van de meest memorabele gebeurtenissen in Rome dit jaar was de dood van de voormalige consul en censor Titus Quinctius Flamininus. Na zijn overwinning tegen de Macedoniërs in de Slag bij Cynoscephalae in 197 BCE en het proclameren van de vrijheid voor de Grieken tijdens de Isthmische Spelen van het jaar daarna was Flamininus al snel een van de belangrijkste politici in zowel Rome zelf als de Griekse wereld geworden. Hij beschikte over een enorm diplomatiek netwerk en zijn invloed in Griekenland was immens. Waarschijnlijk was Flamininus nog maar midden-vijftig toen hij overleed. Tijdens de begrafenisspelen vochten 74 gladiatoren tegen elkaar. De dood van de grote generaal was een gevoelig verlies voor zijn volk.

Italië

De nieuwe consuls waren Spurius Postumius Albinus en Quintus Mucius Scaevola. Zij lijken het vrij gemakkelijk te hebben gehad, want in zowel Ligurië als Gallia Cisalpina was het rustig. Lucius Cornelius Scipio, een zoon van de grote Scipio Africanus, was dit jaar praetor. Een andere praetor, Marcus Atilius, had Sardinië als provincie toegewezen gekregen, maar hij voer niet naar het eiland toe. In plaats daarvan kreeg hij de opdracht op Corsica te interveniëren, waar onrust was ontstaan.

Het was dit jaar alweer vijf jaar geleden dat er censors waren gekozen, dus het was weer tijd voor verkiezingen. De comitia centuriata koos Quintus Fulvius Flaccus (de consul van 179 BCE) en Aulus Postumius Albinus (de consul van 180 BCE). De nieuwe censors stonden bekend om hun striktheid. Ze verwijderden negen mannen uit de Senaat, onder wie de eerdergenoemde Lucius Scipio, die als praetor peregrinus diende toen hij van de rol werd geschrapt. Helaas wordt er onze bronnen geen reden voor deze maatregel gegeven. Een ander slachtoffer was de bloedeigen broer van de censor Flaccus.[1] Marcus Aemilius Lepidus werd opnieuw de princeps senatus en behield daarmee de eretitel die hij al sinds 179 BCE mocht voeren. De openbare zeden werden strikt gehandhaafd en vele equites moesten hun ‘staatspaarden’ verkopen. De censors brachten verbeteringen aan aan het Circus Maximus en besteedden vele contracten aan voor de bouw van wegen en bruggen.

Restanten van het Circus Maximus.

Dit jaar werd Italië wederom door een epidemie getroffen. Deze was begonnen bij het vee, maar later verspreidde de ziekte zich ook onder de mensen. Veel mannen, vrouwen en kinderen stierven, vooral slaven. De pest eiste ook het leven van veel priesters, onder wie de curio maximus (zie 209 BCE).

Spanje

Het Senaatsgebouw – de Curia – op het Forum Romanum.

Als gevolg van de veldtochten van Tiberius Gracchus was Hispania Citerior nu gepacificeerd. Gracchus had militaire kracht gecombineerd met slimme diplomatie en had vele bondgenootschappen gesmeed. Hoewel de Fasti Triumphales melding maken van een triomftocht van zijn opvolger Marcus Titinius Curvus, beweert Livius dat het rustig was in de provincie tijdens het gouverneurschap van Curvus. Hoe dit ook zij, toen Curvus vertrokken was en was opgevolgd door de propraetor Appius Claudius Cento, kwamen de Keltiberiërs weer in opstand en vielen het Romeinse legerkamp aan. De aanvallers waren echter al ruim voordat ze de omwalling bereikten gespot, dus Claudius had de tijd om zijn manschappen het bevel te geven een uitval te doen. De veldslag ontwikkelde zich al snel tot een partijtje duwen en trekken: de Romeinen probeerden via drie van de poorten het kamp uit te komen en de Keltiberiërs probeerden op hun beurt hen tegen te houden. Uiteindelijk slaagden de Romeinen erin voldoende terrein te winnen om zich in slagorde op te stellen. Daarna was de strijd snel gestreden. De Keltiberiërs werden op de vlucht gejaagd en hun kamp werd ingenomen. Toen Appius het daaropvolgende jaar naar Rome terugkeerde, kende de dankbare Senaat hem een ovatio toe.

De Griekse wereld

Dit jaar kwam een Romeinse delegatie terug uit Afrika waar ze een ontmoeting had gehad met Koning Masinissa van Numidië en de Carthagers. De gezanten beweerden dat ze bewijs hadden verzameld over geheime contacten tussen Macedonische agenten van Koning Perseus en de Carthagers. Koning Masinissa beweerde dat er ook Carthaagse gezanten naar Macedonië waren gestuurd. De Senaat besloot nogmaals een onderzoeksteam naar Macedonië te sturen om een en ander uit te zoeken. Het team stond onder leiding van Gaius Laelius, de oude vriend van Scipio Africanus. Na zijn consulaat in 190 BCE was hij enigszins in de vergetelheid geraakt. Marcus Valerius Messalla en Sextus Digitius vergezelden hem naar het Oosten.

Griekse hoplieten op een vaas (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

Of de verhalen over contacten tussen Macedonië en Carthago nu op waarheid berustten of niet, zeker is dat Perseus niet had stilgezeten. Hij had eerst een opstand van de Dolopiërs neergeslagen en vervolgens was hij naar Delphi gereisd om het beroemde Orakel te raadplegen. De koning wilde graag de betrekkingen met de Achaeïsche Bond verbeteren en probeerde bij de Bond in de gunst te komen door een groot aantal weggelopen slaven te arresteren en aan te bieden deze naar hun meesters in Achaea terug te sturen. De huidige strategos van de Bond was een zekere Xenarchos en het lijkt erop dat hij wel geïnteresseerd was om de relatie met Macedonië te herstellen. Kallikrates, de strategos van 180179 BCE, voerde echter felle oppositie tegen Xenarchos. Later stuurde Perseus nog een delegatie naar een Bondsvergadering in Megalopolis, maar pro-Romeinse Achaeërs zorgden ervoor dat deze weggestuurd werd. Ze waren namelijk bang dat hun bondgenoten de Romeinen beledigd zouden zijn als de delegatie werd toegelaten. Op dit moment was de Achaeïsche Bond nog trouw aan de Romeinse zaak.

In Aetolië was de toestand hopeloos. De economie lag in duigen en de Aetolische Bond werd verscheurd door een burgeroorlog. Eigenlijk had de streek zich nooit weten te herstellen van de nederlaag tegen de Romeinen in 189 BCE. Doodmoe van al het geweld besloten de verschillende strijdende partijen zich tot Rome te richten met een verzoek om bemiddeling. De Romeinen stemden toe, maar voordat hun arbiters in de streek waren aangekomen, waren de spanningen alweer opgelopen nadat 80 aanhangers van de pro-Romeinse leider Proxenos in Hypata waren vermoord. De Romeinen probeerden het conflict op te lossen en er werden in Delphi gesprekken gehouden, maar alles bleek al snel voor niets te zijn geweest toen Proxenos zelf door zijn vrouw werd vermoord. Ook een diplomatieke interventie van de Romeinen op Kreta liep op een mislukking uit. Nog steeds verkeerde het eiland in een staat van anarchie en een door de Romeinen bewerkstelligde wapenstilstand hield slechts zes maanden stand. Tegelijkertijd probeerden de Rhodiërs om de controle over Lycië te herwinnen, een streek die de Romeinen hun in 178177 BCE ontzegd hadden.

Bronnen

Primaire bronnen

Noot

[1] Hij heette waarschijnlijk Gnaeus Fulvius, maar Livius noemt hem Lucius (Livius 41.27).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.