Prato: Palazzo Pretorio

Het Palazzo Pretorio.

Mijn twee bezoeken aan het Palazzo Pretorio in Prato begonnen wat ongelukkig. In de zomer van 2020 arriveerden mijn wederhelft en ik net te laat om het museum nog te kunnen bezoeken en resteerde ons nog slechts een gesprekje met een vriendelijke medewerker van het plaatselijke VVV. Begin 2024 keerde ik alleen terug en trof ik wederom een vriendelijke medewerker. Ik vroeg hem naar de openingstijden van het kleine kerkje van Spirito Santo, een juweeltje met onder meer een paneel van Jacopo di Cione uit de veertiende eeuw. Helaas wist de medewerker de openingstijden niet, en ter plekke trof ik het kerkje gesloten aan. Openingstijden voor de Cappella Migliorati in de kerk van San Francesco had de medewerker wel, maar die bleken niet te kloppen. De kerk werd namelijk grondig verbouwd en de deuren naar de kapel zaten potdicht. Het museum van het Palazzo Pretorio bleek gelukkig wel geopend te zijn. Ik huurde een audioguide, die mijn bezoek echt verrijkte, en ging op pad in het vrijwel verlaten museum.

Het Palazzo Pretorio is een opmerkelijk gebouw. Eigenlijk is het een samenvoeging van drie verschillende gebouwen, die dateren van het einde van de dertiende en het begin van de veertiende eeuw. Het Palazzo Pretorio was de zetel van de podestà, een term die doorgaans vrij vertaald wordt met ‘burgemeester’. Ook fungeerde het gebouw lange tijd als gevangenis. In de zestiende eeuw stortte een gedeelte van het palazzo in, en eind negentiende eeuw was het in dusdanig deplorabele staat dat sloop serieus werd overwogen. Gelukkig werd in 1909 de beslissing genomen het Palazzo Pretorio te restaureren, en in 1912 werd het gemeentemuseum van Prato erin ondergebracht. Dat museum bestond overigens al sinds 1858. Het was eerder gehuisvest in het Palazzo Comunale, het grote gebouw tegenover het Palazzo Pretorio. Het museum heeft een mooie collectie met werken afkomstig uit kerken, kloosters en publieke gebouwen, aangevuld met schenkingen, legaten en aankopen. Buiten op het plein voor het palazzo vinden we het standbeeld van Francesco di Marco Datini (1335-1410). Deze Merchant of Prato – de titel van een boek uit 1957 van de Engelse schrijfster Iris Origo – komen we in het museum opnieuw tegen.

Apostelen bij het graf van de Maagd.

Thomas schenkt de Gordel aan een priester.

Prato is beroemd vanwege de Sacra Cintola of Heilige Gordel van Maria, die in de twaalfde eeuw door een pelgrim uit het Heilige Land zou zijn meegenomen. De Gordel wordt thans bewaard in een kapel in de Duomo van de stad. Tot de topstukken van het museum behoren de paneeltjes van de predella van een altaarstuk dat ooit het hoogaltaar van deze Duomo sierde. Het altaarstuk, dat helaas verloren is gegaan, werd in 1337-1338 gemaakt door Bernardo Daddi (1290-1348). De bewaard gebleven predella is eveneens van Daddi. In zeven voorstellingen wordt het verhaal van de Gordel verteld. Eerst zien we de apostelen rondom het lege graf van de Maagd. Zij overhandigt haar gordel aan de apostel Thomas, maar die gebeurtenis is niet afgebeeld (of verloren gegaan). Thomas geeft de Gordel door aan een priester, wat de tweede voorstelling is. De derde en vierde voorstelling spelen zich af in de twaalfde eeuw. Een koopman uit Prato genaamd Michele Dagomari bezoekt als pelgrim de stad Jeruzalem en treedt er in het huwelijk met een nazaat van de priester. Als bruidsschat krijgt hij van haar moeder de Heilige Gordel mee.

Michele Dagomari trouwt met een nazaat van de priester en krijgt de Gordel als bruidsschat.

Bruid en bruidegom keren vervolgens per schip terug naar Prato (vijfde voorstelling). Eenmaal thuis bewaart Michele Dagomari het kostbare relikwie in een kist. Om diefstal te voorkomen slaapt hij zelfs op de kist, maar vreemd genoeg wordt hij elke morgen op de grond wakker. Om er achter te komen wat er ‘s nachts gebeurt, laat hij twee bedienden zich verstoppen achter de gordijnen. Die zien vervolgens hoe twee engelen Michele optillen en op de grond leggen (zesde voorstelling). De boodschap is dat zij zelf wel over de Gordel waken. In de laatste voorstelling zien we Michele op zijn sterfbed liggen. Hij overhandigt de Gordel aan de priester van de pieve van Santo Stefano, de huidige Duomo. Er moet nog een achtste voorstelling zijn geweest, maar die is verloren gegaan. De Gordel wordt tegenwoordig bewaard in de Cappella del Sacro Cingolo in de Duomo, die is gedecoreerd met schitterende fresco’s van Agnolo Gaddi (ca. 1350-1396). De kapel is nagemaakt in de ruimte achter die waar de paneeltjes van Bernardo Daddi worden bewaard. Met projectoren worden de fresco’s op de muren weergegeven. Helaas deed de installatie het niet toen ik het museum bezocht. Dat is temeer jammer omdat de Cappella del Sacro Cingolo altijd op slot zit en de fresco’s alleen door de tralies van het hekwerk bekeken kunnen worden.

Terugkeer naar Prato / Michele Dagomari slaapt op de kist met daarin de Gordel.

Dood van Michele Dagomari.

In een grote zaal vinden we vervolgens diverse laatmiddeleeuwse paneelschilderingen. Drie werken van Filippo Lippi (1406-1469) hebben er een centrale plek gekregen. Lippi was een Karmelietenbroeder die tevens schilderde. Hij werkte langere tijd in Prato, waar hij kennismaakte met de non Lucrezia Buti, die was verbonden aan het klooster van Santa Margherita in de stad. Zij poseerde regelmatig voor hem als de Maagd Maria of een andere heilige vrouw. Dat zou ze onder meer hebben gedaan voor Lippi’s Madonna della Cintola, een van de drie werken in het museum. Dit werk werd tussen 1456 en 1466 gemaakt voor het genoemde klooster van Santa Margherita, en Lucrezia zou de vrouw links zijn, de heilige Margaretha van Antiochië. Het bleef echter niet bij poseren, want Lippi werd verliefd op zijn model en ontvoerde haar. Uit hun relatie werd vervolgens een zoon geboren, Filippino Lippi (1457-1504), die eveneens een bekende schilder werd. Het museum van het Palazzo Pretorio bezit ook een werk van de hand van Filippino, namelijk diens Pala dell’Udienza.

Grote zaal, met in het midden drie werken van Filippo Lippi.

Het tweede werk van Filippo Lippi, dat in het midden hangt, is diens Madonna del Ceppo. Het is afkomstig uit het Palazzo Datini, het palazzo van de al genoemde koopman Francesco di Marco Datini. Datini stond aan het hoofd van een handelshuis met vestigingen in Avignon, Florence, Pisa, Genua, Barcelona, Valencia en Palma de Mallorca. Bij zijn dood in 1410 liet hij zijn gehele fortuin met een waarde van zo’n 100.000 florijnen na aan een liefdadigheidsinstelling genaamd Ceppo dei poveri di Francesco di Marco (armenkas van Francesco di Marco).[1] Dit verklaart ook de naam van de paneelschildering, Madonna del Ceppo. Naast de Madonna met het Kind en de heiligen Stefanus en Johannes de Doper is ook Datini afgebeeld. Hij is de man in het rode gewaad met het rode hoofddeksel. De vier mannen die voor Datini knielen, zijn degenen die het werk bij Filippo Lippi hebben besteld. Lippi schilderde de Madonna del Ceppo in 1452-1453. Het behoort al sinds 1858 tot de topstukken van het museum.

Madonna del Ceppo – Filippo Lippi.

Francesco Datini met Andrea di Giovanni Bertelli, Filippo Manassei, Pietro Pugliesi en Jacopo degli Obizzi.

Het laatste werk van Filippo Lippi is een Geboorte van Christus met Sint Joris en Sint Vincent Ferrer. Deze paneelschildering dateert van ca. 1465-1467. Vincent Ferrer (1350-1419) was een Dominicaanse broeder die in 1455 heilig werd verklaard. Hij is te herkennen aan de tekst in het boek dat hij vasthoudt. Hier lezen we de woorden TIMETE DEUM [ET DATE ILLI HONOREM] QUIA VENIT HORA IUDICII EIUS, wat “Vrees God [en eer Hem], want het uur van zijn oordeel is nabij” betekent. De schildering is afkomstig uit de kerk van San Domenico in Prato. Hoewel Filippo Lippi met zijn drie werken de show steelt, is er in de grote zaal nog veel meer fraai schilderwerk tentoongesteld. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een altaarstuk met dubbele predella van Giovanni da Milano (ca. 1320-1369) en een zeer kleurrijk altaarstuk van Lorenzo Monaco (ca. 1370-1424).

Altaarstuk met dubbele predella – Giovanni da Milano.

Altaarstuk van Lorenzo Monaco.

Een verdieping hoger treffen we modernere schilderkunst aan. Hier vallen vooral drie altaarstukken op die werden geschilderd door Alessandro Allori (1535-1607) en Santi di Tito (1536-1603). Ze zijn afkomstig uit de kapel van een palazzo in Peretola (bekend van het vliegveld van Florence). Gravin Angela Riblet Bargagli Petrucci liet ze bij haar dood in 2011 na aan het museum. Nog weer een verdieping hoger vinden we beeldhouwwerk, in het bijzonder van de lokale beeldhouwer Lorenzo Bartolini (1777-1850). Een bezoek aan het Palazzo Pretorio eindigt op het dak van het gebouw, van waaraf men een prachtig uitzicht heeft op de beeldbepalende gebouwen van Prato. Naast de al genoemde Duomo en de kerk van San Domenico zijn dit bijvoorbeeld het Castello dell’Imperatore en de kerk van Santa Maria delle Carceri.

Altaarstukken van Alessandro Allori en Santi di Tito.

De Russische gravin Marina Dmitrievna Gur’eva. Gipsen beeld van Lorenzo Bartolini uit 1821.

Noot

[1] Een ceppo is eigenlijk een boomstronk. Hiervan werd een blok gemaakt waarin aalmoezen konden worden gedeponeerd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.