Verona: San Lorenzo

San Lorenzo.

De prachtige Romaanse kerk van San Lorenzo is bijna helemaal omringd door andere gebouwen. Wie over de Corso Cavour slentert, zou de kerk zomaar voorbij kunnen lopen. Alleen een Gotisch poortje met daarop een beeld van de heilige Laurentius met zijn ijzeren rooster en een bordje met de tekst Chiesa di San Lorenzo (sec. XII) verraden dat aan deze straat een aan deze heilige gewijde kerk staat. Wie langs de rivier de Adige wandelt, heeft beter zicht op het gebouw. De wandelaar zal zien dat de kerk naast een klokkentoren ook twee ronde trappentorens aan de voorzijde heeft. Deze torens geven toegang tot de galerijen of matronaea boven de zijbeuken van de kerk. De torens hebben opvallend genoeg geen spitsen en ze zijn ook niet helemaal identiek. Zo is de een wat groter dan de andere.

Geschiedenis

De Corso Cavour heette in de Oudheid de Via Postumia, een Romeinse weg die al in 148 BCE werd aangelegd (zie Verona: Overblijfselen van een Romeinse stad). De plek waar de San Lorenzo staat, lag destijds buiten de stadsmuren. Volgens een onbewezen theorie stond er hier eerst een Romeinse tempel gewijd aan de godin Venus. Het is niet precies bekend wanneer op deze plek de eerste christelijke kerk verrees. Mogelijk werd deze kerk al in de vijfde eeuw gebouwd, en in elk geval stond ze er eind achtste, begin negende eeuw. Zoals het bordje buiten de kerk al aangeeft, dateert de huidige kerk van de twaalfde eeuw. De bouw ervan, in Romaanse stijl, werd omstreeks 1110 voltooid onder bisschop Arnolfo Zuffetto. In de eeuwen daarna werd de kerk nog uitgebreid.

Entree aan de Corso Cavour.

Belangrijke wijzigingen werden in de vijftiende eeuw doorgevoerd in opdracht van Matteo Canato (gestorven in 1478) uit Vicenza. Hij was prior van San Lorenzo en tevens bisschop van Tripoli in het huidige Libanon. Canato liet de kerk voorzien van een tongewelf, dat helaas in de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan. Het stortte toen in als gevolg van Geallieerde bombardementen. Daarnaast liet hij de klokkentoren van de kerk bouwen of renoveren. Zijn familiewapen is te zien in de punt van het marmeren Gotische poortje aan de Via Cavour, dus dat dateert eveneens van de vijftiende eeuw. Wie door het poortje loopt, kan de San Lorenzo via een zijingang betreden. Rondom deze ingang staat een verticale loggia of pròtiro in Renaissancestijl, die na de dood van Canato is toegevoegd.

In de achttiende eeuw werd het interieur van de kerk grondig onder handen genomen. Het werd verbouwd “nach dem damaligen Geschmack”, zoals een van mijn bronnen het formuleert. Dat betekent ongetwijfeld dat er Barokelementen werden toegevoegd. Die zijn thans niet meer zichtbaar, want tussen 1887 en 1898 werd de oude Romaanse stijl van de kerk in ere hersteld. Als gezegd heeft de kerk geleden onder luchtaanvallen op Verona in 1944 en 1945. Daarbij ging het in 1815 ten noorden van de kerk gebouwde oratorium verloren. Wie langs de Adige wandelt, ziet de muren ervan nog staan, wat een beetje een triest gezicht is.

Bezienswaardigheden

Interieur van de kerk.

Hoewel de San Lorenzo geen kunstwerken vervaardigd door grote meesters heeft, is het interieur van de kerk bijzonder fraai te noemen. Dat komt vooral door de afwisseling van rode baksteen en witte tufsteen. Tussen de gestreepte pijlers ontwaren we ook enige klassieke zuilen, die waarschijnlijk nog van de Oudheid dateren. De kerk is beroemd om haar matronaea, hierboven reeds genoemd. Dit zijn de galerijen boven de zijbeuken die waren bedoeld voor hen die de mis niet beneden in het middenschip wilden of konden bijwonen (waarschijnlijk niet alleen vrouwen of ‘matrones’, maar ook bijvoorbeeld zieken).

De meeste middeleeuwse fresco’s in de kerk zijn helaas verdwenen. Hier en daar treffen we nog wat spoortjes schilderwerk aan, maar veel stelt het niet voor. In de centrale apsis hangt het altaarstuk van de San Lorenzo, een werk van Domenico Brusasorzi (1516-1567). Het dateert van 1566 en stelt de heilige Laurentius voor te midden van Johannes de Doper en Sint Augustinus, en met de Madonna met het Kind boven hem. In de rechter apsis zien we nog wat resten van middeleeuwse fresco’s, maar onze blik gaat toch vooral naar een beschilderd houten Christusbeeld met een bloedende wond in zijn zijde. Het beeld is onderdeel van een altaarretabel met een schildering van de kruisiging, meer specifiek van de verschillende attributen die aan het lijden van de Heiland bijdroegen.

Altaarretabel / graftombe van Ludovico Nogarola.

Interessant is ten slotte een grote graftombe in de linker zijbeuk. De tombe is de laatste rustplaats van een zekere Ludovico Nogarola, die hier met zijn twee zonen werd begraven. De graftombe dateert van het einde van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw, dus van de vroege Renaissance. De beeldhouwer van het geheel is niet bekend, maar erg verfijnd is zijn werk niet. De gisant (liggende gestalte) van de overledene ziet er wel heel plat uit en het reliëf daarboven van God de Vader omringd door engelen is wel erg grof gebeeldhouwd. Rechts van de graftombe is nog een stukje fresco van een bebaarde heilige te zien.

Bronnen: Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), het Duitse Wikipedia (beter dan de Italiaanse versie) en Churches of Venice.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.