Rome: Sancta Sanctorum en Scala Santa

Paus Nicolaas III met Petrus en Paulus.

Ik voel mezelf een uitzonderlijk geprivilegieerd mens. In januari van dit jaar had ik namelijk de voormalige pauselijke privékapel helemaal voor mezelf. Deze kapel is een van de weinige overblijfselen van het oude Lateraans paleis, dat eind zestiende eeuw werd afgebroken en vervangen. Oudere reisgidsen melden nog wel eens dat de kapel niet toegankelijk is voor het publiek. Dat is gelukkig niet meer juist, maar wel gold lange tijd de regel dat de kapel alleen als onderdeel van een georganiseerde rondleiding kon worden bezocht. In de veronderstelling dat die regel nog steeds gold, kocht ik op 7 januari 2022 mijn kaartje, om vervolgens te horen dat ik de kapel zonder begeleiding mocht betreden. Dat was al heel bijzonder, maar ik had ook nog eens het geluk dat er geen andere bezoekers waren. Ten slotte was de kers op de taart dat het nemen van foto’s was toegestaan. Ik heb de prachtig gerestaureerde dertiende-eeuwse fresco’s in de kapel dus kunnen vereeuwigen en zal een aantal ervan in deze bijdrage tonen. In de bijdrage ga ik verder in op de Heilige Trap of Scala Santa.

Sancta Sanctorum (pauselijke kapel)

De aan de Heilige Laurentius gewijde pauselijke kapel was onderdeel van het middeleeuwse Lateraans paleis, dat in de achtste eeuw werd gebouwd onder de Pausen Zacharias (741-752) en Adrianus I (772-795). Dit paleiscomplex was aanzienlijk groter dan het huidige Lateraans paleis. Onderdeel van het oorspronkelijke complex waren naast de pauselijke kapel een grote vergaderzaal (aula concilii), waarin vijf Lateraanse Concilies werden gehouden, een Loggia der Zegeningen gebouwd onder Paus Bonifatius VIII (1294-1303), de Heilige Trap of Scala Santa (zie hieronder) en een grote eetzaal die werd gebouwd tijdens het pontificaat van Paus Leo III (795-816). Dit artikel bevat enkele afbeeldingen die een idee geven van hoe het complex eruit moet hebben gezien.

Van links naar rechts: Scala Santa, San Lorenzo in Palatio met daarachter Sancta Sanctorum, Triclinium Leoninum.

Interieur van de voormalige pauselijke kapel.

We weten niet precies bekend wanneer de pauselijke kapel werd gebouwd, maar ze wordt voor het eerst vermeld in de achtste eeuw. Paus Leo III verzamelde een groot aantal relikwieën die in de kapel werden bijgezet. Een deel ervan – althans van de reliekhouders – zou zich nu in de Vaticaanse musea bevinden. Volgens een van mijn bronnen zaten er nogal wat eigenaardige objecten tussen de relikwieën, te weten stukjes van het Ware Kruis, porties moedermelk van de Maagd Maria, schoeisel van Jezus, een stuk tafel en etensresten van het Laatste Avondmaal, een stuk van de Heilige Lans, een doorn van de doornenkroon en visgraten van de Wonderbaarlijke Vermenigvuldiging. Ten slotte zou in de kapel een deel van de voorhuid van Jezus, het praeputium Domini, zijn bewaard. Jezus was immers een Jood, die acht dagen na zijn geboorte werd besneden conform de Wet van Mozes (Lucas 2:21). Tijdens de Sacco di Roma in 1527 zou de voorhuid zijn gestolen en in het plaatsje Calcata in Lazio terechtgekomen zijn. Daar werd hij in 1983 opnieuw gestolen. Het verhaal is extreem dubieus, en minstens één andere locatie beweerde eveneens de voorhuid te bezitten.

Hoe dit alles ook zij, vanwege de vele heilige relikwieën verwierf de kapel de naam Sancta Sanctorum. In 1277 werd Rome getroffen door een zware aardbeving. Het Lateraans paleis raakte hierbij ernstig beschadigd en dat gold ook voor de pauselijke kapel. Paus Nicolaas III (1277-1280) liet de kapel restaureren en in 1279 opnieuw wijden. De architect was waarschijnlijk een telg van de Romeinse familie Cosmati. Tot die conclusie leidt althans een inscriptie in het Latijn met de tekst “magister Cosmatus fecit hoc opus”. Ook schakelde Nicolaas een team van getalenteerde schilders in om de wanden en het plafond van de kapel van prachtige fresco’s te voorzien. In 1586 gaf Paus Sixtus V (1585-1590) zijn architect Domenico Fontana (1543-1607) de opdracht het oude Lateraans paleis te slopen en op veel kleinere schaal te herbouwen. In 1589 was het nieuwe paleis gereed. Van het oude bouwwerk waren toen alleen de pauselijke kapel en een apsis van de eetzaal van Paus Leo III bewaard gebleven, terwijl de Heilige Trap opnieuw gelegd was. De apsis van de eetzaal – het Triclinium Leoninum – werd in 1731 afgebroken en elders weer opgebouwd.

Cosmatenvloer in de kapel.

Apostelen (onder) en de marteldood van Petrus en Paulus (boven).

Door recente restauraties is de pauselijke kapel in volle glorie hersteld. De kapel heeft een fraaie originele Cosmatenvloer en muren die zijn versierd met blokken marmer uit de Oudheid. De fresco’s aan de wanden en op het plafond zijn werkelijk exceptioneel te noemen. Allereerst zijn er 26 portretten van heiligen geschilderd, namelijk vijf op de oostelijke wand en driemaal zeven op de overige wanden. Hoewel de heiligen niet van bijschriften zijn voorzien, zijn velen van hen goed herkenbaar. Op de oostelijke wand zien we bijvoorbeeld de Madonna met het Kind in het midden, geflankeerd door Johannes de Doper (links) en Johannes de Evangelist (rechts). Verder zijn er portretten geschilderd van diverse pausen, bisschoppen, apostelen en belangrijke figuren zoals Benedictus van Nursia, Franciscus van Assisi en Dominicus.

Christus op zijn troon.

Een niveau hoger zijn in de lunetten steeds twee religieuze voorstellingen geschilderd. Op de oostelijke wand zien we allereerst hoe een knielende Paus Nicolaas III een schaalmodel van de kapel aanbiedt aan Jezus Christus (afgebeeld in het andere vierkant in de lunette). Nicolaas doet dat samen met Petrus en Paulus, waarbij Petrus het schaalmodel ook daadwerkelijk vasthoudt (zie de eerste afbeelding in deze bijdrage). Het fresco toont ons zeer waarschijnlijk hoe de pauselijke kapel er in 1279 aan de buitenkant moet hebben uitgezien. In het andere vierkant zit Christus op zijn troon, met een scepter in kruisvorm in de linkerhand. Zijn rechterhand is uitgestrekt om het schaalmodel in ontvangst te nemen. Rondom de troon zweven twee engelen.

Als we met de klok meegaan in de kapel, zien we achtereenvolgens de kruisiging van Petrus (ondersteboven), de onthoofding van Paulus, de steniging van Stefanus, de marteldood van Laurentius op het rooster, de marteldood van Agnes en ten slotte een goede daad van Sint Nicolaas, die drie arme meisjes een bruidsschat verschaft. Nicolaas is natuurlijk ook de naam van de paus die de kapel liet herbouwen. De fresco’s hebben hun frisse kleuren teruggekregen en hebben prachtige details. Zo draagt de onthoofde Paulus een blinddoek en ligt de naakte Laurentius (aan wie de kapel gewijd is) op zijn rooster terwijl de Romeinse keizer Decius toekijkt. Historisch is dat natuurlijk niet correct. Tijdens de regering van Decius (249-251) vonden er natuurlijk wel christenvervolgingen plaats, maar Laurentius stierf in het jaar 258 de marteldood ten tijde van keizer Valerianus (253-260). Met het fresco van Stefanus lijkt iets geks aan de hand te zijn. Het linker gedeelte ervan heeft doffe kleuren en sluit niet goed aan bij het rechter gedeelte. Is dit wellicht een later (eind zestiende eeuw) overgeschilderd gedeelte dat bewust niet in de oorspronkelijke staat is hersteld? Het heeft er alle schijn van. Vergeet niet omhoog te kijken, want ook het plafond met de symbolen van de vier evangelisten is prachtig.

De marteldood van Laurentius. Keizer Decius kijkt toe.

De marteldood van Stefanus. Let op het contrast tussen het linker en het rechter gedeelte van het fresco.

Plafond met symbolen van de vier evangelisten.

De vraag dringt zich na het voorgaande op wie dit alles schilderde. Helaas weten we dat eigenlijk niet. Volgens de website van de Scala Santa gaat het om schilders uit de school van Cavallini, Cimabue en anderen. Een van mijn reisgidsen beweert daarentegen dat de stijl doet denken aan die van de fresco’s van Giotto in Assisi. Al deze beweringen zijn problematisch. Pietro Cavallini (ca. 1259-1330) was waarschijnlijk te jong om aan deze fresco’s te hebben meegewerkt, laat staan dat hij anno 1279 al een school zou hebben gehad. Zijn vroegste bekende werk dateert van de jaren 1280 en bevond zich in de basiliek van San Paolo fuori le Mura. De school van Cimabue (ca. 1240-1302) lijkt ook een beetje een gok te zijn. In elk geval meldt Giorgio Vasari in zijn biografie van Cimabue uit de zestiende eeuw helemaal niets over werk dat deze schilder in Rome zou hebben uitgevoerd. Ten slotte de gelijkenis met de fresco’s van Giotto. Deze Florentijnse schilder werd pas omstreeks 1266 geboren en kan dus ook onmogelijk bij de fresco’s in de kapel betrokken zijn. De fresco’s zijn bovendien wat eenvoudiger dan de fresco’s in Assisi, waarvan trouwens zeker niet iedereen aanneemt dat ze van Giotto’s hand zijn.

Sint Nicolaas geeft drie arme meisjes een bruidsschat.

Mozaïek van Christus Pantokrator.

Acheiropoieta.

De oostelijke wand is niet echt een achterwand, want deze wordt gesteund door twee zuilen, en daarachter bevindt zich een ruimte met het sanctuarium van de kapel. Boven de zuilen lezen we de Latijnse tekst NON EST IN TOTO SANCTIOR ORBE LOCVS, “er is op de hele wereld geen heiligere plek”. In het sanctuarium vinden we fraaie originele mozaïeken in Byzantijnse stijl. Het grootste mozaïek stelt Christus de Pantokrator voor (zie hierboven). Hij is afgebeeld in een tondo gedragen door vier engelen. In de lunetten zijn zes kleinere portretten van heiligen afgebeeld, die corresponderen met de hiervoor besproken fresco’s. Het gaat dus om Petrus, Paulus, Agnes, Laurentius, Stefanus en Nicolaas.

Ten slotte bevindt zich in het sanctuarium een beroemd icoon van Jezus Christus dat bekendstaat onder de benamingen Acheiropoieta, Acheropita en Acheiropoeton. Dit zijn allemaal varianten op een woord dat ‘niet door mensenhanden gemaakt’ betekent. Het icoon zou zijn geschilderd door de evangelist Lucas samen met een engel. Dat is natuurlijk vrome nonsens, maar het icoon is zonder meer erg oud. Misschien dateert het van de vijfde eeuw, maar het wordt voor het eerst in een bron vermeld in de achtste. Het icoon stelt Christus op zijn troon voor, maar alleen het gezicht van de Heiland is zichtbaar. Dat gezicht werd tijdens het pontificaat van Paus Alexander III (1159-1181) opnieuw geschilderd op een stuk linnen dat op het houten origineel werd bevestigd. Paus Innocentius III (1198-1216) liet het icoon opnemen in een prachtig omhulsel van zilver, goud en edelstenen. De luiken aan de zijkanten werden in de vijftiende eeuw toegevoegd. Op de luiken zijn een voorstelling van de Annunciatie en zes heiligen afgebeeld.

Scala Santa

Gevel van de Scala Santa.

Wie bij de Sancta Sanctorum wil komen, moet een van de vijf trappen nemen die naar de kapel leiden. De middelste trap is de Heilige Trap of Scala Santa, die bezoekers alleen op hun knieën mogen beklimmen. De 28 traptreden zouden afkomstig zijn uit het praetorium of paleis van Pontius Pilatus, de Romeinse prefect van Judaea die Jezus ter dood veroordeelde. Keizerin Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote (306-337), zou tijdens haar bezoek aan het Heilige Land in 326-327 de trap hebben bemachtigd en deze naar Rome hebben gezonden. Tijdens hetzelfde bezoek zou ze het Ware Kruis waaraan de Heiland was gestorven hebben teruggevonden (zie Rome: Santa Croce in Gerusalemme). Helaas is er alle reden om aan beide verhalen te twijfelen. Eusebius van Caesarea, een tijdgenoot van Helena en Constantijn, gaat weliswaar in op de reis van de keizerin naar het Heilige Land en op de kerken die ze daar liet bouwen, maar noemt noch de Kruisvinding, noch de Trap. De verhalen zijn duidelijk pas vele eeuwen later ontstaan. In werkelijkheid werd de Scala Santa in het Lateraans paleis geïnstalleerd door Paus Sergius II (844-847). Waarschijnlijk ging het om spolia uit een Romeins gebouw.

Toen Domenico Fontana in 1586 het oude Lateraans paleis afbrak, moest hij uiteraard de Heilige Trap een nieuwe plek geven. Dicht bij de pauselijke kapel zette hij een loggia neer, met daarachter een gebouwtje met vijf trappen naast elkaar. De middelste werd de nieuwe Scala Santa. Omdat de werklieden de traptreden uiteraard niet met hun voeten mochten aanraken, werd volgens de overlevering de onderste traptrede als eerste verwijderd en op de nieuwe locatie helemaal bovenin bevestigd, terwijl de bovenste traptrede helemaal onderin eindigde. Met andere woorden, de trap werd omgedraaid. De loggia was oorspronkelijk open, maar vier van de vijf bogen werden in 1856 dichtgemetseld in opdracht van Paus Pius IX (1846-1878), die zelf zeer frequent de trap beklom. De Latijnse tekst op de gevel luidt SIXTVS V FECIT SANCTIORIO LOCO SCALAM SANCTAM POSVIT, oftewel “Sixtus V maakte dit en plaatste de Heilige Trap in een heiligere plaats”. De Heilige Trap werd tijdens het pontificaat van Paus Innocentius XIII (1721-1724) voorzien van een houten beschermlaag om slijtage tegen te gaan. De Scala Santa is niet de enige heilige trap in Rome. Ook de Friezenkerk heeft er een.

Kruisiging – Cesare Nebbia.

De wanden aan weerszijden van de vijf trappen zijn fraai gedecoreerd met fresco’s. Deze werden vervaardigd door een team van schilders dat onder leiding stond van Giovanni Guerra (1544-1618) en Cesare Nebbia (ca. 1536-1622). De meeste schilders waren Italianen, maar ook de Vlaming Paul Bril (1554-1626) maakte deel uit van het team. De fresco’s bij de Heilige Trap hebben het lijden van Christus als thema. Gelovigen die de trap op hun knieën beklimmen, bewegen zich uiteindelijk richting de drie belangrijkste fresco’s bovenin, die van de Kruisiging (toegeschreven aan Nebbia), de Wederopstanding (toegeschreven aan Giacomo Stella en Bril) en de Hemelvaart (wederom Nebbia). De linkertrap is omgeven met fresco’s met verhalen uit het Bijbelboek Genesis, de rechtertrap heeft verhalen uit Exodus.

San Lorenzo in Palatio

Na de afbraak van het oude Lateraans paleis liet Domenico Fontana links en rechts van de pauselijke kapel nog twee kapellen bouwen. De kapel rechts werd de kerk van San Lorenzo in Palatio en de kapel links is het oratorium van San Silvestro. Ik trof het oratorium tijdens mijn bezoek geopend aan, maar artistiek is het niet heel interessant. De San Lorenzo in Palatio is dat wel. De kleine kerk is fraai gedecoreerd met fresco’s die – naar ik aanneem – eveneens werden geschilderd door het team dat rondom de trappen actief was. De landschapjes die we zien, werden in elk geval verzorgd door Paul Bril. De kleurrijke fresco’s van het plafond stellen onder meer kerkleraren voor. Ze zijn recent gerestaureerd en verkeren in uitstekende staat. De Latijnse tekst op de wanden komt uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs.

San Lorenzo in Palatio.

Bronnen

One Comment:

  1. Pingback:Rome: Sancta Sanctorum and Scala Santa – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.