Florence: Santa Felicita

Santa Felicita.

De kerk van Santa Felicita staat vlak bij de beroemde Ponte Vecchio. Haar geschiedenis gaat terug tot de vroegchristelijke tijd, maar in haar huidige vorm dateert de Santa Felicita van de achttiende eeuw. De interessantste kunst in het gebouw is ouder, waarbij de meeste toeristen de kerk bezoeken vanwege de fresco’s van Jacopo Pontormo (1494-1557). Nog oudere kunstwerken zijn te vinden in de veertiende-eeuwse kapittelzaal, het enige overblijfsel van de middeleeuwse kerk voor de verbouwing in de achttiende eeuw. Een Kruisiging van Niccolò di Pietro Gerini (gestorven ca. 1415) is ongetwijfeld de moeite waard, maar helaas is de kapittelzaal doorgaans gesloten. In de sacristie is werk te bewonderen van Taddeo Gaddi (ca. 1300-1366) en andere veertiende-eeuwse meesters, maar ook de sacristie is niet vaak geopend voor het publiek. Ik trof haar tijdens mijn laatste bezoek aan Florence in april 2023 in elk geval meerdere malen gesloten aan. Deze bijdrage richt zich qua kunst dan ook op de fresco’s van Pontormo in Capponi-kapel en die van Bernardino Poccetti (1548-1612) in de Canigiani-kapel ertegenover.

Geschiedenis

De kerk is gewijd aan Sint Felicitas van Rome. Zij zou in de tweede eeuw de marteldood gestorven zijn tijdens de regering van keizer Marcus Aurelius (161-180). Al vroeg bevond er zich op deze plek een christelijke begraafplaats. Wie het steegje naast de kerk inloopt, ziet een lapidarium met enkele teksten in het Grieks. Eind vierde of begin vijfde eeuw werd op de begraafplaats een grote basiliek gebouwd. Deze lag buiten de stad en was daardoor kwetsbaar. Vermoedelijk is de kerk verwoest tijdens de invallen van de Goten of de Longobarden. In de elfde eeuw werd een Romaanse kerk op deze plek gebouwd. Volgens documentair bewijs uit 1055 was er toen al een klooster van Benedictijner nonnen naast de Santa Felicita gevestigd. Mogelijk werd de Romaanse kerk in 1059 gewijd door Paus Nicolaas II (1059-1061). Deze Gérard de Bourgogne, voormalig bisschop van Florence, wijdde in hetzelfde jaar ook het beroemde Baptisterium van Florence in.

Interieur van de kerk.

Als gezegd dateert de bewaard gebleven kapittelzaal naast de kerk van de veertiende eeuw. De sacristie werd in 1473 voltooid. Een volgende belangrijke gebeurtenis vond plaats in 1565. In dat jaar gaf groothertog Cosimo I de’ Medici zijn architect Giorgio Vasari (1511-1574) de opdracht de bekende Coridoio Vasariano te bouwen. Dit is een overdekte passage, ongeveer een kilometer lang, die het Palazzo Vecchio in het centrum van Florence verbindt met het Palazzo Pitti, dat sinds 1549 de residentie van de familie was. De Coridoio Vasariano loopt dwars door de kerk van Santa Felicita heen.

In 1735 besloten de Benedictijner nonnen tot een grote verbouwing van de kerk. Daarvoor huurden ze de architect Ferdinando Ruggieri (1691-1741) in, die tussen 1736 en 1739 de opdracht uitvoerde. Een belangrijk onderdeel van de verbouwing was dat de passage van Vasari op het nonnenkoor werd aangesloten. Wie de kerk betreedt, enkele meters naar voren loopt en zich vervolgens omdraait, ziet een balkon boven de ingang. De groothertogen konden vanuit de passage op dit balkon komen en zo de mis volgen. Aan weerszijden van het balkon ziet men traliewerk. De nonnen, die afgesloten van de buitenwereld leefden, konden van achter dit traliewerk de dienst bijwonen zonder zich te hoeven mengen met anderen. Rond 1808, in de tijd van Napoleon, kwam er na ruim 750 jaar een einde aan de aanwezigheid van de nonnen. Hun orde werd onderdrukt en de Santa Felicita werd een parochiekerk.

Nonnenkoor, met daarachter de Coridoio Vasariano.

Pontormo en Poccetti

Het interieur van de kerk is grijs en tamelijk saai te noemen. De twee kapellen tegen de binnengevel zijn daarentegen van grote schoonheid. Dat geldt zeker voor de Cappella Capponi aan de rechterkant. De kapel werd tussen 1419 en 1423 gebouwd voor de familie Barbadori, naar een ontwerp van de beroemde architect Filippo Brunelleschi (1377-1446). In de zestiende eeuw nam de familie Capponi de kapel over en gaf Pontormo de opdracht haar te verfraaien met fresco’s en een altaarstuk. Helaas is niet alles van zijn werk, gemaakt tussen 1525 en 1528, bewaard gebleven. Het fresco op het gewelf ging verloren tijdens de verbouwing in de achttiende eeuw, maar we zien op de pendentieven nog wel vier tondi met de vier evangelisten. Bij het schilderen van de evangelisten was ook Pontormo’s leerling Agnolo Bronzino (1503-1572) betrokken.

Cappella Capponi, met de Annunciatie van Pontormo.

Op de achtermuur zien we Pontormo’s fresco van de Annunciatie. De meester schilderde zijn Maagd Maria in opvallende kleuren: met haar lichte huid en rode haar zou ze zo door kunnen gaan voor een Ierse! Het glas-in-loodraam tussen de aartsengel Gabriel en de Maagd is van de hand van de Fransman Guillaume de Marcillat (1470-1529). Het stelt een Kruisafneming gecombineerd met het transport naar het graf voor (het kruis is zichtbaar op de achtergrond). Bezoekers zien overigens tegenwoordig een kopie van het raam. Het origineel werd al tijdens de verbouwing in de achttiende eeuw overgebracht naar het Palazzo Capponi alle Rovinate, elders in Florence.

Pontormo’s Maagd Maria.

Wie het prachtige altaarstuk in de Cappella Capponi wil zien, een schoolvoorbeeld van het Maniërisme, moet zorgen dat hij of zij voldoende muntjes bij zich heeft om het licht in de kapel aan te kunnen zetten. Alleen met het licht aan komen de heldere kleuren van het altaarstuk goed tot hun recht. Vooral roze en blauw spelen een opvallende rol in het werk. Het altaarstuk stelt een Kruisafneming of Pietà voor, of iets er tussenin. Het kruis is in elk geval afwezig. Rechtsboven is een man geschilderd met een baard en een soort groene tulband. Algemeen wordt aangenomen dat het om een zelfportret van Pontormo gaat.

Altaarstuk van Pontormo.

Tegenover de Cappella Capponi vinden we de Cappella Canigiani. Bernardino Poccetti schilderde op de achtermuur van deze kapel in 1589-1590 zijn Mirakel van Santa Maria della Neve, Onze-Lieve-Vrouwe van de Sneeuw. Daarmee wordt natuurlijk gedoeld op de stichtingslegende van de Santa Maria Maggiore in Rome. Nadat het op miraculeuze wijze gesneeuwd had in augustus, besloten Paus Liberius (352-366) en een zekere Johannes de Patriciër een basiliek te bouwen op de plek waar de sneeuw was gevallen. Poccetti verwerkte waarschijnlijk ook een portret van de opdrachtgever Giovanni Canigiani in het fresco, alsook een zelfportret. Canigiani zal dan de man zijn in het blauwe gewaad die de kijker aanstaart. Achter hem zien we een bebaarde man in het rode gewaad van een kardinaal die verdacht veel op Poccetti lijkt.

Cappella Canigiani.

Meer lezen: The Churches of Florence en Chiesa di Santa Felicita (Firenze) – Wikipedia

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.