Brescia: Pinacoteca Tosio Martinengo

Zaal in de Pinacoteca Tosio Martinengo.

Tijdens mijn wandelingen door Brescia was ik al een keer heel dicht langs de Pinacoteca Tosio Martinengo gekomen, maar ik had het museum nog nooit bezocht. Raar eigenlijk, want in eerdere bijdragen over Brescia heb ik veelvuldig naar werken in de Pinacoteca verwezen. Prachtige schilderijen uit verschillende Bresciaanse kerken zijn thans in het museum te bewonderen. De Pinacoteca Tosio Martinengo is vernoemd naar twee personen. De eerste is graaf Paolo Tosio (1775-1842), een kunstverzamelaar. Hij bepaalde in 1832 in zijn testament dat hij zijn kunstverzameling aan de stad Brescia wilde nalaten. De tweede is Leopardo Martinengo, graaf van Barco (1805-1884). Bij zijn dood in 1884 liet hij niet alleen zijn kunstcollectie, maar ook zijn palazzo in Brescia aan de stad na. In dit palazzo is tegenwoordig de Pinacoteca Tosio Martinengo gevestigd. Toen ik het museum in juli 2025 bezocht, waren er vrijwel geen andere bezoekers. Ik kon daarom alle kunstwerken op mijn gemak bekijken.

Vroege werken

De collectie begint met enkele werken uit de vijftiende eeuw, waaronder het zogenaamde veelluik van Cemmo en een paneelschildering van Sint Joris die de draak verslaat. Het veelluik is een werk van Meester Paroto, over wie verder vrijwel niets bekend is. Hij schilderde het in 1447. We zien de Madonna met het Kind en acht heiligen, onder wie Sint Syrus (San Siro). Hij was volgens de overlevering de eerste bisschop van Pavia, en het veelluik komt oorspronkelijk uit de middeleeuwse Pieve di San Siro in Cemmo, ongeveer een uur ten noorden van Brescia. De priester die het werk bij Meester Paroto bestelde, is ook afgebeeld, knielend voor de Maagd en het Kind.

Veelluik van Cemmo – Meester Paroto.

Nadat de kerk in Cemmo het werk in 1852 had verkocht, belandde het achtereenvolgens in Milaan en Parijs. In 2012 werd het geveild door Sotheby’s en gekocht door de Belgische Fondation Cab. Die gaf het in 2018 in langdurige bruikleen aan de Pinacoteca Tosio Martinengo. Het veelluik, dat niet helemaal compleet meer is, hangt in dezelfde ruimte als Sint Joris en de draak. Dit bijzondere werk, waarin ook goud en zilver is verwerkt, komt uit de kerk van San Giorgio in Brescia. De identiteit van de schilder is helaas onbekend, maar mogelijk was hij een plaatselijke meester. De paneelschildering wordt op ca. 1460-1465 gedateerd.

Sint Joris en de Draak.

Lokaal werk en Rafaël

We lopen door en komen dan bij werken van lokale schilders als Vincenzo Foppa (ca. 1427-1515) en Floriano Ferramola (ca. 1478-1528). Foppa’s Pala dei Mercanti hing ooit in het kerkje van San Faustino in Riposo en toont ons naast de Madonna met het Kind ook Faustinus en Jovita, de beschermheiligen van Brescia. Ferramola verfraaide in Brescia onder meer het oratorium van Santa Maria in Solario en nonnenkoor van de kerk van San Salvatore, maar hij liet ook seculier werk na. Zijn Valkenjacht betreft een losgemaakt fresco uit ca. 1517-1518 afkomstig uit een palazzo. Het museum bezit daarnaast werk van Vincenzo Civerchio (ca. 1470-1544), een schilder uit Crema die zeer actief was in Brescia. Van hem had ik ook al eerder een schilderij in de stad gezien.

De twee belangrijkste werken in de collectie van de Pinacoteca Tosio Martinengo hangen in zaal IV. Het betreft twee schilderijen van de grote Rafaël (1483-1520), of eigenlijk één volwaardig werk en één stukje van een groter werk dat in de achttiende eeuw grotendeels verloren ging. Het volwaardige werk betreft een paneelschildering van Christus die zijn zegen geeft. Rafaël schilderde het in 1505-1506, toen hij begin twintig was. Nog veel jonger was hij toen hij in 1501 zijn Pala del Beato Nicola da Tolentino, ook bekend als Pala Baronci, voltooide. Het altaarstuk werd gemaakt voor een kerk in Città di Castello en raakte in 1789 zwaar beschadigd door een aardbeving. Bewaard gebleven fragmenten raakten vervolgens verspreid over de hele wereld. Het museum in Brescia heeft een fragment waarop een prachtige engel te zien is. Beide Rafaëls komen uit de collectie van graaf Paolo Tosio.

Romanino en Moretto

Van Rafaël gaan we dan weer naar twee schilders uit Brescia, te weten Girolamo Romani (ca. 1484-1566) en Alessandro Bonvicino (ca. 1498-1554). Beiden zijn beter bekend onder hun bijnamen, namelijk Romanino en Il Moretto. Zeker het werk van Moretto kan mij zeer bekoren. De schilder werd geboren in het plaatsje Rovato tussen Brescia en Bergamo en leerde schilderen van de al genoemde Floriano Ferramola. Mogelijk was hij ook enige tijd een leerling van Vincenzo Foppa, eveneens reeds genoemd. Het museum bezit twee originele altaarstukken van Moretto uit de kerk van Santa Maria delle Grazie (in de kerk zelf vervangen door kopieën) en de bekende Pala Rovelli uit de kerk van Santa Maria dei Miracoli. Het laatstgenoemde werk werd geschilderd in opdracht van de leraar Galeazzo Rovellio. Moretto beeldde diens leerlingen af samen met Sint Nicolaas, beschermheilige van kinderen.

Andere werken van Moretto zijn diens Annunciatie uit ca. 1535-1540, afkomstig uit het legaat van graaf Tosio, en Christus en de Engel, een laat werk uit ca. 1550. Christus en de Engel hing oorspronkelijk in de Duomo Vecchio in Brescia, maar werd later verplaatst naar het Palazzo della Loggia, het huidige stadhuis van Brescia. Naast Moretto en Romanino was ook de schilder Lattanzio Gambara (ca. 1530-1574) uit Brescia afkomstig. Hij kwam in 1574 om onder verdachte omstandigheden om het leven toen hij van een steiger viel. Het museum bezit een zelfportret van hem, zodat we in elk geval een idee hebben van hoe hij eruitzag. Ook erg mooi vond ik een schilderij van de Ongelovige Thomas, gemaakt door de Nederlandse of Vlaamse meester Matthias Stom (ca. 1600-na 1652). Over Stom is helaas zeer weinig bekend, maar schilderen kon hij. Hij bracht een groot deel van zijn leven in Italië door en stierf daar ook.

Il Pitocchetto en late werken

Tot slot wil ik aandacht besteden aan Giacomo Ceruti (1698-1767). Hij werd weliswaar geboren in Milaan en stierf daar ook, maar verhuisde als tiener naar Brescia en werkte daar tussen 1721 en 1734. Anders dan veel tijdgenoten schilderde Ceruti geen koningen, pausen of religieuze werken, maar de gewone mensen die je in het Noord-Italië van de achttiende eeuw op straat kon tegenkomen. Met veel oog voor detail schilderde hij hun levensomstandigheden, waarbij hij er niet voor terugdeinsde ook de armoede in beeld te brengen. Het leverde hem in de twintigste eeuw de bijnaam Il Pitocchetto op, ‘het bedelaartje’. Het museum bezit veel interessante werken van Ceruti, onder meer de Wasvrouw, de Schoenmakers en de Meisjesschool.

De laatste zaal van het museum is gewijd aan de negentiende eeuw. Ook hier vinden we grote namen, namelijk een schilderij van Francesco Hayez (1791-1882) en beeldhouwwerk van Antonio Canova (1757-1822) en Bertel Thorvaldsen (1770-1844). De opdracht aan Canova voor het maken van de buste van Eleonora d’Este (1537-1581) kwam van graaf Tosio zelf. In 1819 was het beeld klaar. Van 1814-1815 dateert het beeld van Ganymedes en de adelaar, gemaakt door de Deen Thorvaldsen en onderdeel van Tosio’s legaat. Ganymedes was de zoon van de Trojaanse koning Tros. Omdat de oppergod Zeus een nieuwe schenker nodig had op de berg Olympus – zijn dochter Hebe had er een bende van gemaakt – veranderde hij zich in een adelaar en ontvoerde Ganymedes. De jongen schonk de goden voortaan hun nectar en werd na zijn dood als dank voor bewezen diensten aan de hemel geplaatst als het sterrenbeeld Aquarius.

Meer lezen: Evert de Rooij, Lombardije Oost, p. 47-49.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.