De Oorlog tegen Aristonikos: De Jaren 130-129 BCE

Het Forum Romanum anno nu.

Samenvatting

  • De voormalige censor Appius Cladius Pulcher sterft (ca. 130 BCE);
  • De consul Marcus Perperna verslaat Aristonikos en neemt hem gevangen, maar sterft kort daarna (130-129 BCE);
  • De populares Marcus Fulvius Flaccus en Gaius Papirius Carbo nemen zitting in de landhervormingscommissie (ca. 129 BCE);
  • De Lex Sempronia agraria leidt tot een groot aantal rechtszaken over de eigendom van grond; het grootste probleem is dat een goed kadaster ontbreekt (129 BCE);
  • De Italiaanse bondgenoten hebben het meest te lijden onder de landhervormingen; zij vragen Scipio Aemilianus om hulp (129 BCE);
  • Scipio Aemilianus wordt dood in zijn slaapkamer gevonden; de omstandigheden van zijn dood zijn uiterst verdacht (129 BCE);
  • De consul Manius Aquillius ruimt de laatste verzetshaarden in het voormalige koninkrijk Pergamum op (129 BCE);
  • De Romeinse provincie Asia wordt gecreëerd (129 BCE);
  • De consul Gaius Sempronius Tuditanus vecht tegen de Iapydes (129 BCE).

Van de drie in 133 BCE benoemde leden van de landhervormingscommissie – de triumviri agris iudicandis adsignandis – was alleen Gaius Gracchus nog in leven. Tiberius Gracchus was vermoord, zijn vervanger Publius Mucianus gedood tijdens de oorlog tegen Aristonikos in Klein-Azië. De voormalige censor Appius Cladius Pulcher, tevens schoonvader van Tiberius Gracchus, stierf rond 130 BCE, dus ook hij moest vervangen worden. De twee vacatures in de commissie werden vervuld door Marcus Fulvius Flaccus en Gaius Papirius Carbo, die beiden als popularis aangemerkt kunnen worden. Flaccus, Carbo en Gaius Gracchus wijdden zich gezamenlijk aan het uitvoeren van de Lex Sempronia agraria. Al snel werd duidelijk dat de wet weliswaar juridisch goed in elkaar zat, maar dat dat niet betekende dat ze ook uitvoerbaar was.

De landhervormingen mislukken

Landbouwgrond in Toscane.

De Lex Sempronia agraria had de oude maximumhoeveelheid staatsland die een burger kon bezitten bevestigd. De wet was niet van toepassing op land dat privé eigendom was. Voor particulier land gold dan ook geen wettelijk maximum. Het grootste probleem met de nieuwe wet was dat de Romeinen nooit goed hadden bijgehouden wat eigenlijk de juridische status van al het land in Italië was. Anders gezegd, wat ontbrak was een goed kadaster. Al eerder waren er problemen geweest met het vaststellen van de grenzen tussen staatsland (ager publicus) en particulier land. In 173 BCE was namelijk een van de consuls naar Capua gestuurd om over de juridische status van land in de omgeving van die stad te beslissen. Nu waren de problemen echter veel groter, want de wet van Gracchus was van toepassing op land in heel Italië. Het was volstrekt onduidelijk wie op welke juridische titel welk land bezat en wat de status van het betrokken land was. Eigendomspapieren ontbraken vaak of ze werden gewoon vervalst. Dit leidde tot een groot aantal rechtszaken en daarmee tot grote vertraging bij de herverdeling van staatsland.

Conservatieve Romeinse grootgrondbezitters gruwden van de landhervormingen, maar het lijkt erop dat de Italiaanse bondgenoten er het hardst door getroffen werden. Een groot deel van het land dat nu werd opgeëist kan heel goed hun privé eigendom zijn geweest, maar ze konden dat niet bewijzen. Een andere mogelijkheid is dat het wel degelijk om staatsland ging, maar dat de Romeinen er niet eerder een claim op gelegd hadden en dat de Italianen het al decennialang bewerkten. De Italiaanse bondgenoten hadden zeer veel te verliezen bij dit project. Ze werden gedwongen bloeiende agrarische ondernemingen op te geven zodat arme Romeinse burgers op deze grond gevestigd konden worden. De bondgenoten maakten vele zaken aanhangig bij de triumviri, maar ze vertrouwden deze mannen voor geen cent. Daarom deden ze een beroep op Scipio Aemilianus. Scipio stond niet bekend als een vriend van de populares en had bovendien in de Senaat een speech gehouden waarin hij had betoogd dat de wet van Gracchus in de praktijk tot ernstige onrechtvaardigheid leidde. De meerderheid van de Senaat voelde sympathie voor de argumenten van Scipio en de Italianen, met als gevolg dat de macht van de triumviri aan banden werd gelegd. Voortaan mochten deze niet meer zelf beslissen over de juridische status van het betwiste land. Die taak werd opgedragen aan de consul van 129 BCE, Gaius Sempronius Tuditanus.[1]

Baal Hammon, een van de belangrijkste goden in Carthago.

Tuditanus vertrok echter niet veel later uit Italië voor een veldtocht tegen de Iapydes (zie hieronder). Appianus beweert dat deze oorlog een smoes was omdat de consul helemaal geen trek had in zijn nieuwe taak. Nu de landhervormingscommissie geen oordeel meer mocht geven over geschillen, was ze verworden tot een papieren tijger. Het hele landhervormingsprogramma kwam piepend en knarsend tot stilstand. Veel Romeinen gaven Scipio hiervan de schuld en beschuldigden hem ervan dat hij de Lex Sempronia agraria helemaal wilde afschaffen. Op een ochtend werd Scipio dood in zijn slaapkamer gevonden. Was hij een natuurlijke dood gestorven? Dat is zeker een mogelijkheid. Scipio was halverwege de vijftig en de beroemde generaal Titus Flamininus was op ongeveer dezelfde leeftijd een natuurlijke dood gestorven (zie 174 BCE). In het geval van Scipio deden er echter al spoedig geruchten de ronde dat er opzet in het spel was geweest. Sommigen wezen met de beschuldigende vinger naar zijn vrouw Sempronia, de zus van Tiberius Gracchus. Hun huwelijk was slecht en bovendien kinderloos gebleven. Misschien was Tiberius’ moeder Cornelia wel bij zijn dood betrokken geweest, of anders Scipio’s vijand Marcus Fulvius Flaccus. Was de man die Carthago had verwoest gewurgd of vergiftigd? Of had hij wellicht uit wanhoop zelfmoord gepleegd, omdat de verwachtingen van de Italianen veel groter waren dan wat hij echt voor ze kon doen?

Hoe het ook werkelijk zat met de dood van Scipio Aemilianus, feit was dat een van de grootste Romeinse generaals uit de geschiedenis niet meer in leven was. Aangezien Scipio’s populariteit recent gekelderd was, werd er niet eens een officieel onderzoek naar zijn dood ingesteld. En om de man nog een trap na te geven werd hem bovendien een staatsbegrafenis onthouden.

Buitenlandse oorlogen

Het Mamertinum of Tullianum (onder de kerk van San Giuseppe dei Falegnami).

Na het verlies van een leger én een consul in de oorlog tegen Aristonikos, de zelfverklaarde Koning Eumenes III van Pergamum, besloten de Romeinen een van de consuls van 130 BCE met verse troepen naar Klein-Azië te sturen. De keuze viel op Marcus Perperna. Uit zijn naam valt op te maken dat hij Etruskische wortels had. Al tijdens het eerste treffen wist de consul de troonpretendent te verslaan en tegen het einde van het jaar had hij zijn tegenstander ook gevangen genomen. Perperna had echter niet lang plezier van zijn overwinning, want het lijkt erop dat hij begin 129 BCE kwam te overlijden. Zijn opvolger was een van de nieuwe consuls, Manius Aquillius. Omdat Perperna in feite de oorlog al gewonnen had, hoefde Aquillius alleen nog maar enkele overgebleven verzetshaarden op te ruimen. Toch werd aan hem vanwege zijn overwinningen een triomftocht toegekend, al blijkt uit de Fasti dat hij die pas drie jaar later hield. Mogelijk had Aristonikos de tamelijk dubieuze eer om meegevoerd te worden tijdens die triomftocht, alvorens in het Tullianum terechtgesteld te worden. De Romeinen hadden het voormalige koninkrijk Pergamum nu stevig in handen en konden een begin maken met het omvormen ervan tot de provincie Asia.

Eveneens in 129 BCE vocht de consul Gaius Sempronius Tuditanus – hierboven reeds genoemd – in Illyrië tegen de Iapydes. In het verleden waren er al conflicten tussen Rome en dit volk geweest (zie 170 BCE), maar de aard van dit nieuwe conflict is onbekend. Misschien was de veldtocht een reactie op plundertochten van dit volk in de gebieden van Romeinse bondgenoten, maar het is ook mogelijk dat de expeditie was ingegeven door de Romeinse honger naar verdere expansie (of wellicht was het een combinatie van beide). Tuditanus begon in elk geval slecht. Tijdens de eerste confrontatie met de Iapydes werd zijn leger verslagen. De nederlaag was waarschijnlijk eerder vernederend dan ernstig, en in een tweede veldslag behaalde de consul een zege op zijn tegenstander. Livius beweert dat Tuditanus de overwinning te danken had aan een van zijn onderbevelhebbers, de voormalige consul Decimus Junius Brutus, een man die roem had vergaard in Spanje (zie 138-136 BCE). Deze Brutus nam vermoedelijk als legaat of krijgstribuun aan de veldtocht deel.

Bronnen

Primaire bronnen

Noot

[1] Door het verlies van hun beslissingsmacht werden de triumviri agris iudicandis adsignandis gereduceerd tot triumviri agris dandis adsignandis. Gaius Gracchus, de broer van Tiberius, zou deze term later ook gebruiken. Zie Andrew Lintott, The Constitution of the Roman Republic, p. 144.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.