Parma: San Giovanni Evangelista

Kerk van San Giovanni Evangelista.

De kerk van San Giovanni Evangelista staat direct achter de kathedraal van Parma. De grote kerk is onderdeel van een nog groter Benedictijns abdijcomplex. Dit complex verrees in zijn eerste vorm al in de tiende eeuw: het werd tussen 980 en 988 gebouwd en verving toen een ouder oratorium gewijd aan Ierse heilige Sint Columbanus (ca. 540-615). Het eerste complex ging in 1477 door brand verloren en werd tussen 1490-1519 herbouwd onder leiding van de architect Bernardino Zaccagni (ca. 1455-1531). De gevel werd ontworpen door Simone Moschino (1553-1610) en in 1607 voltooid door Giovan Battista Carra da Bissone. Het jaartal 1607 staat ook in Romeinse cijfers vermeld op de gevel: MDCVII. De niet zo bekende architect en beeldhouwer Carra verzorgde ook de beelden waarmee de gevel werd verfraaid. Links van de hoofdingang staat Johannes de Evangelist met zijn adelaar. De kerk is aan hem gewijd. Andere beelden hebben een duidelijke connectie met de Benedictijnen. Zo zien we Sint Benedictus zelf (zo veronderstel ik althans), zijn zuster Scholastica en twee van zijn belangrijkste volgelingen, Maurus (een abt) en Placidus (een monnik).

Bijzonder aan de kerk is dat ze de hoogste klokkentoren van heel Parma heeft. Deze toren werd in 1613 gebouwd door Giovanni Battista Magnani (1571-1653) en is 75 meter hoog. Dat is zo’n 12 meter hoger dan de klokkentoren van de Duomo, die tot ‘slechts’ 63 meter komt. Tot het abdijcomplex behoren verder nog drie kruisgangen naast de kerk en de Antica Spezieria di San Giovanni, een middeleeuwse apotheek die thans als museum dienstdoet.

Interieur van de kerk.

Il Correggio

De belangrijkste kunstenaar die in de San Giovanni actief was, was zonder enige twijfel Antonio Allegri (1489-1534), beter bekend als Il Correggio. Het werk dat hij in de periode 1520-1524 schilderde, volgde op zijn prachtige fresco’s voor de Camera della Badessa elders in Parma en zou worden gevolgd door zijn befaamde koepelfresco in de kathedraal van de stad. Ook voor de kerk van San Giovanni beschilderde Correggio de binnenzijde van de koepel (1520-1522). Dit fresco is kleiner – 9,69 bij 8,89 meter – en minder geavanceerd dan het enkele jaren later verwezenlijkte fresco voor de Duomo, maar indrukwekkend is het zeker. Het stelt het visioen voor dat Johannes de Evangelist op het eiland Patmos kreeg. De hemel splijt open en Christus daalt naar beneden af. Vrij algemeen wordt aangenomen dat het fresco mede is gebaseerd op een passage over de wederkomst van Christus in Openbaring (1:7):

“Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben.”

Visioen van Johannes de Evangelist – Il Correggio.

Met zijn rechterhand wijst de Messias aan Johannes een plaats toe te midden van de andere apostelen, dus het fresco ziet tevens op het overlijden van de evangelist. Johannes is zelf ook afgebeeld, maar moeilijk te zien: hij staat onder een wolk waarop twee apostelen zitten achter een lessenaar in de vorm van een adelaar, zijn vaste attribuut. Kennelijk was het de bedoeling dat alleen de monniken in het koor de evangelist zouden zien, en niet de gewone gelovigen in het middenschip. Johannes is tevens samen met de andere evangelisten op de vier pendentieven van de koepel geschilderd. Iedere evangelist wordt vergezeld door een van de vier kerkleraren.

Visioen van Johannes de Evangelist (detail) – Il Correggio.

Al voordat hij aan het koepelfresco begon, schilderde Correggio een fresco van de jongere Johannes en zijn adelaar. Dit fresco bevindt zich in een lunette boven een deur die naar de sacristie leidt. Het fresco dateert van ca. 1520 en is voorzien van de Latijnse tekst ALTIUS CAETERIS DEI PATEFECIT ARCANA. Dat betekent zoiets als “meer dan de anderen openbaarde hij (i.e. Johannes) de geheimen van God”. Correggio was tevens verantwoordelijk voor het fresco in de schelp van de apsis. Dat werk is helaas grotendeels verloren gegaan toen in 1587 het koor van de kerk werd verlengd. Correggio’s fresco van de Kroning van de Maagd werd toen vervangen door een kopie van Cesare Aretusi (1549-1612). In de Galleria Nazionale van Parma zijn nog wat restanten van het oorspronkelijke werk te zien. Ten slotte was Correggio, althans zijn atelier, verantwoordelijk voor het geschilderde fries in het middenschip van de San Giovanni (voor afbeeldingen: zie hier).

Johannes de Evangelist met adelaar – Il Correggio.

Andere kunstenaars

Aanbidding der Wijzen – Cristoforo Caselli.

De kerk heeft zes zijkappellen en daarnaast nog kapellen in het dwarsschip en aan weerszijden van het koor. Verschillende talentvolle kunstenaars lieten hier werk achter. Tot die kunstenaars behoorden Michelangelo Anselmi (ca. 1491-1556) en Girolamo Mazzola Bedoli (ca. 1500-1569). De eerstgenoemde beschilderde onder meer het kruisgewelf van het middenschip en de apsissen in het dwarsschip, terwijl de laatstgenoemde het altaarstuk met de Transfiguratie leverde. Het grote schilderij dat aan de binnengevel hangt, heeft net als het koepelfresco het visioen van Johannes de Evangelist als onderwerp. Dit werk van Giovanni Battista Merano (1632-1698) werd in 1687 geschilderd. Nederlandse bezoekers zullen aangenaam verrast worden door een werk van de schilder Jan Soens uit Den Bosch. Zijn Madonna met Kind, Johannes de Evangelist en Paus Stefanus bevindt zich in de kapel van Johannes de Evangelist aan de linkerzijde van de kerk. Soens woonde en werkte enkele jaren in Parma, waar hij verbonden was aan het hof van hertog Ranuccio I Farnese. De schilder overleed ook in Parma, ergens tussen 1611 en 1614.

Andere schilders die in de San Giovanni actief waren, waren Cristoforo Caselli (ca. 1460-1521) uit Parma zelf en de broers Giacomo en Giulio Francia uit Bologna. De eerstgenoemde schilderde in 1499 een Aanbidding der Wijzen die nog duidelijk middeleeuwse trekjes heeft. De Aanbidding der Herders van de gebroeders Francia werd twintig jaar later geschilderd, in 1519. Overigens vinden we in de San Giovanni niet alleen interessante schilderijen. Ook de beeldhouwwerken mogen er zijn. In de eerste plaats wijs ik op de beelden in het dwarsschip van Antonio Begarelli (1499-1565), die in de periode 1530-1540 werden gemaakt. In het linker dwarsschip vinden we beelden van Johannes de Evangelist en de Madonna met het Kind en de jonge Johannes de Doper. In het rechter dwarsschip staan vervolgens beelden van Felicitas van Rome en haar zoon Vitalis, alsook van Sint Benedictus.

Grafmonument van Albertina di Montenuovo.

Qua beeldhouwwerk is ook het grafmonument van Albertina di Montenuovo (1817-1821) interessant. Zij was de dochter van Marie Louise van Oostenrijk, die tussen 1814 en 1847 hertogin van Parma en Piacenza was. Tot aan zijn dood in 1821 was Marie Louise formeel nog getrouwd met de voormalige Franse keizer Napoleon. Al tijdens diens ballingschap op Elba leerde ze Adam Albert von Neipperg, een eenogige Oostenrijkse generaal kennen. De twee kregen een buitenechtelijke relatie, waaruit in 1817 een dochter genaamd Albertina werd geboren en in 1819 een zoon genaamd Wilhelm Albrecht. Pas in 1821 kwam aan het huwelijk tussen Marie Louise en Napoleon door diens verscheiden formeel een einde en kon de eerstgenoemde met Von Neipperg in het huwelijk treden. Het ging om een zogenaamd morganatisch huwelijk: Von Neipperg noch zijn kinderen zouden na de dood van Marie Louise enige aanspraak kunnen maken op haar rechten en privileges. Albertina trouwde op haar beurt in 1833 met de edelman en latere senator Luigi Sanvitale (1799-1876). Haar grafmonument in de San Giovanni is een werk van de beeldhouwer Cristoforo Marzaroli (1836-1871), een getalenteerde beeldhouwer die helaas jong stierf aan tuberculose (zie Piacenza: San Francesco). Het monument stelt Albertina voor terwijl ze zich om de armen bekommert.

Een kunstenaar die ten slotte zeker nog in deze bijdrage genoemd moet worden, is Girolamo Francesco Maria Mazzola, vrij algemeen bekend als Parmigianino (1503-1540). Deze ‘kleine man uit Parma’ – want dat is wat Parmigianino betekent – was nog geen twintig toen hij Correggio assisteerde bij het beschilderen van de binnenzijde van de koepel. Minstens een van de daar afgebeelde putti wordt aan hem toegeschreven. Vervolgens schilderde hij in 1522-1523 een aantal kleinere fresco’s in een aantal kapellen aan de linkerzijde van de kerk. Ik wijs vooral op de Cappella di Santa Gertrude. Hier schilderde de jonge kunstenaar het martelaarschap van Sint Agatha, alsook Sint Lucia met Sint Apollonia. Agatha is vastgebonden aan een zuil en een beul staat klaar om haar borsten af te zetten. Aan de andere kant heeft Lucia haar uitgestoken ogen al op een schaaltje. De blonde Apollonia heeft op haar beurt waarschijnlijk een tang in haar rechterhand: volgens de overlevering werden als marteling al haar tanden getrokken.

Sint Agatha (links), Sint Apollonia en Sint Lucia (rechts) – Parmigianino.

Bronnen: Parma Welcome, het Italiaanse Wikipedia, de informatieborden in de San Giovanni, Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 28 en mijn Trotter Reisgids voor Noordoost-Italië.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.