Ravenna: Het Orthodoxe Baptisterium

Het Orthodoxe Baptisterium.

Het Orthodoxe Baptisterium van Ravenna werd gebouwd door bisschop Ursus, net ten noorden van de kathedraal van de stad, de Duomo. Ook deze kathedraal was een project van Ursus. Het was echter bisschop Neon (ca. 450-473) die het Baptisterium liet herbouwen en decoreren, en het gebouw wordt daarom vaak naar hem het ‘Neoniaanse Baptisterium’ genoemd. De decoraties binnen zijn oogverblindend en zijn nog bijna helemaal intact. Op de muren en het plafond treffen we mozaïeken, marmer, pleisterwerk en schilderingen aan.

Afmetingen van het Baptisterium

Net als het Mausoleum van Galla Placidia is het Orthodoxe Baptisterium maar een klein gebouw. Het heeft de vorm van een achthoek en werd – net als veel andere gebouwen in Ravenna uit dezelfde periode – gemaakt van gerecyclede Romeinse bakstenen. De zijden van de achthoek meten iets meer dan 5 meter aan de buitenkant en zijn aan de binnenkant nog iets korter. De afstand van de ingang tot de achtermuur is ongeveer 12 meter. Het is duidelijk dat er in deze doopkapel geen ruimte is voor hordes mensen. Toen we het gebouw in juni 2016 bezochten, hadden we het geluk dat een groep van zo’n twintig Poolse toeristen en hun gids op het punt stonden te vertrekken toen wij juist aankwamen. We hadden het Baptisterium dus helemaal voor onszelf en konden rustig het interieur bewonderen, en vooral het plafond, dat zich zo’n 11 meter boven de huidige vloer bevindt (zoals alle gebouwen in Ravenna zakt deze doopkapel langzaam de grond in; de vloer is in het verleden dan ook veelvuldig verhoogd; de oorspronkelijke vloer lag zo’n 3 meter lager dan de huidige).

Het doopvont.

Doopvont

Laten we beneden beginnen, met het doopvont in het midden van de kapel. Hoewel het Baptisterium veel oorspronkelijke elementen bevat, is het doopvont niet origineel. In de late Middeleeuwen of – volgens de website van Ravenna Turismo – in de zestiende eeuw werd het vervangen door een nieuw exemplaar. Het doopvont is van buiten en van binnen achthoekig, en het is gemaakt van platen en zuilen van marmer en porfier die met metalen klemmen bijeen worden gehouden. Een kansel met daarop een kruis is onderdeel van het doopvont. Boven het kruis zien we een afbeelding van een duif, uiteraard het symbool voor de Heilige Geest.

De arcade

Op de begane grond treffen we aan alle acht de zijden bogen aan die worden ondersteund door acht zuilen. De bogen zijn versierd met mozaïeken van acanthusranken. Tussen de ranken zien we boven de zuilen acht medaillons met daarin telkens een man. Deze figuren dragen tunieken en de twee die in deze bijdrage zijn opgenomen – zie de afbeelding hieronder – houden een boek en een boekrol vast. De gezichten van de mannen zijn niet identiek; sommige hebben baarden, terwijl andere helemaal geen gezichtsbeharing hebben. Anders dan de apostelen van de plafondmozaïeken (zie hieronder) hebben deze figuren geen bijschrift, dus we weten niet wie ze zijn. In de literatuur worden ze simpelweg ‘profeten’ genoemd en vermoedelijk stellen ze geen specifieke personen voor.

Tekst uit het Boek Psalmen.

De vier apsissen van het Baptisterium, elk met een tekst over het ritueel van de doop, vormen een interessant element van het gebouw. Op de afbeelding rechts zien we de Latijnse tekst van Psalm 31[32]:1-2:

BEATI QVORVM REMISSAE SVNT INIQVITATES
ET QVORUM TECTA SVNT PECCATA
BEATVS VIR CVI NON INPVTAVIT[1] DOMINVS PECCATVM
(in de Nieuwe Bijbelvertaling: “Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt. Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt”)

Daarnaast zijn er drie andere teksten. Een ervan komt eveneens uit Psalmen, de andere twee zijn parafrases van teksten uit de Evangeliën volgens Mattheus en Johannes. De tekst die is gebaseerd op Johannes verwijst naar Jezus die de voeten van zijn discipelen wast. Het wassen van de voeten was naar verluidt onderdeel van het doopritueel zoals dat in de jaren 400 werd uitgevoerd.

De zone van de ramen

Pleisterwerk in het Baptisterium.

Een niveau hoger komen we uit bij de raamzone. Tussen de grote ramen treffen we reliëfs van pleisterwerk aan die een aantal mannen voorstellen. Deze worden wederom als profeten aangeduid. Omdat ze met z’n zestienen zijn, is het redelijk om aan te nemen dat ze de ‘zestien profeten’ uit het Oude Testament voorstellen, te weten Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia en Maleachi. De figuren houden boeken en boekrollen vast, ofwel geopend ofwel gesloten. Alle mannen zijn gladgeschoren. Oorspronkelijk moeten de reliëfs beschilderd zijn geweest in heldere kleuren. Uitzondering daarbij zijn de tunieken, die waarschijnlijk destijds even wit waren als ze nu zijn. Boven de profeten op de afbeelding rechts zien we steeds een grote schelp, en daar weer boven zijn dieren afgebeeld.

Het plafond

Boven de ramen bevinden zich bogen die samen de basis van de koepel vormen. Hier zijn we aangekomen bij het interessantste gedeelte: drie ringen met mozaïeken.

Prachtige plafonddecoraties.

De buitenste ring, die nog onderdeel van de koepelbasis is, heeft mozaïeken betreffende de vier Evangeliën, afgewisseld met afbeeldingen van vier lege tronen met een kledingstuk en een kruis (hetoimasia). De lege tronen verwijzen waarschijnlijk naar de parousia van Christus, zijn Wederkomst. De vier Evangeliën zijn duidelijk herkenbaar omdat er tekst op de bladzijden van de vier boeken staat, bijvoorbeeld EVANGELIVM SECVN MARCUM.

Thomas, Paulus, Petrus en Andreas.

Vervolgens zien we de middelste ring, waar ook de koepel begint. Deze heeft mozaïeken voorstellende de twaalf apostelen. Omdat deze allemaal een bijschrift hebben, zijn ze gemakkelijk te herkennen. Op de afbeelding rechts zien we – van links naar rechts – Thomas, Paulus, Petrus en zijn broer Andreas. De kleding die ze dragen is ofwel wit en goud (witte tuniek, gouden mantel), ofwel goud en wit. De apostelen houden kronen vast en hebben allemaal verschillende gezichten. Petrus en Paulus zien er bekend uit: Petrus met kort grijs haar en een korte grijze baard, Paulus met een hoog voorhoofd en kalend. De apostel van de Joden en de zelfverklaarde apostel van de heidenen (of volkeren; Romeinen 11:13) staan aan het hoofd van een processie van aan elke kant nog eens vijf apostelen die begint boven het centrale medaillon en eindigt er precies onder.

Het centrale medaillon is evident het belangrijkste en meest spectaculaire gedeelte van de decoraties van het Baptisterium. Het mozaïek in het medaillon toont de doop van Christus zoals beschreven in de Evangeliën volgens Marcus en Mattheus:

Marcus 1:9-11 (NBV)

9 In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.
10 Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen,
11 en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’

Mattheus 3:13-17 (NBV)

13 Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.
14 Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’
15 Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.
16 Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde.
17 En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

De Doop van Christus.

De elementen van de twee Evangeliën zijn allemaal aanwezig. Links op het mozaïek zien we Johannes de Doper in een gewaad gemaakt van kamelenhaar. Hij heeft een halo en houdt een grote, met juwelen bezette staf met een kruis erop vast. Johannes is bezig met de doop van Christus in de rivier de Jordaan. Een jonge, bebaarde en van een halo voorziene Christus is tot aan zijn middel in de rivier ondergedompeld. Boven hem fladdert de duif van de Heilige Geest. Rechts zien we een personificatie van de rivier de Jordaan, wat ook uit het bijschrift blijkt. Dit soort personificaties waren heel gebruikelijk in de Grieks-Romeinse kunst. Hoewel de oorsprong ervan heidens is, werden zulke personificaties vaak gekopieerd door vroege christenen. Een gepersonifieerde rivier de Jordaan is dus allerminst misplaatst in een vijfde-eeuwse christelijke doopkapel. In dit geval houdt de bebaarde Jordaan een groene mantel vast om Christus na zijn doop mee te kleden. Christus is uiteraard naakt, en de maker van het mozaïek koos ervoor om ook de ‘kleine details’ in het werk op te nemen.

Hoewel het medaillon prachtig is, moet er wel bij verteld worden dat het in de negentiende eeuw zwaar gerestaureerd is. Dat is ook vrij evident, want het deel met de hoofden van Christus en Johannes heeft een andere kleur. De man verantwoordelijk voor de restauratie was Felice Kibel (1814-1872), een Romeinse kunstenaar die vanaf de jaren 1850 tot aan zijn dood actief was in Ravenna. Zijn restauratiemethoden zouden vermoedelijk niet voldoen aan de hoge eisen die we tegenwoordig stellen. Mogelijk was het met juwelen bezette kruis van Johannes eigenlijk een herdersstaf (zoals in het Ariaanse Baptisterium elders in Ravenna), en het is heel goed mogelijk dat Christus op het originele mozaïek baardeloos was (wederom zoals in het Ariaanse Baptisterium). De hand van Johannes is eveneens gerestaureerd en het is plausibel dat hij op het originele vijfde-eeuwse mozaïek zijn hand op het hoofd van Christus had (alweer zoals in het Ariaanse Baptisterium). Dat zou betekenen dat de kom die we nu zien aan de fantasie van Kibel is ontsproten.

Het is natuurlijk gemakkelijk om Kibel te bekritiseren om zijn gebrek aan respect voor het originele mozaïek, maar ik denk dat we best mogen stellen dat hij, technisch bezien, degelijk werk heeft geleverd. Het centrale medaillon is nu weer compleet en het verkeert in uitstekende staat. Het medaillon en de andere decoraties in het Baptisterium creëren met hun oogverblindende kleuren een geweldige sfeer in de ruimte. Een bezoek aan Ravenna is derhalve niet compleet zonder een bezoek aan het Orthodoxe Baptisterium.

Bronnen

– Deborah Mauskopf Deliyannis, Ravenna in Late Antiquity, p. 88-100;
Ravenna Turismo website.

Noot

[1] De tekst op BibleGateway is ‘imputabit’. Overigens kent het klassieke Latijn geen ‘U’; de ‘V’ wordt zowel als klinker als als medeklinker gebruikt.

2 Comments:

  1. Pingback: Florence: Het Baptisterium van San Giovanni – – Corvinus –

  2. Pingback: Milaan: San Lorenzo Maggiore – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.