Rome: San Giovanni in Fonte (Lateraans Baptisterium)

San Giovanni in Fonte of Lateraans Baptisterium.

San Giovanni in Fonte is de gebruikelijke benaming voor het achthoekige baptisterium naast de kathedraal van San Giovanni in Laterano, de zetel van de Paus als bisschop van Rome. Het verhaal van deze grote basiliek is overbekend. Na zijn zege op zijn rivaal Maxentius bij de Milvische Brug in 312 ontbond keizer Constantijn (306-337) de Praetoriaanse Garde omdat die voor zijn tegenstander had gevochten. Deze maatregel trof ook de bereden keizerlijke lijfwachten, de equites singulares Augusti. Het terrein waarop hun kazerne stond werd aan de christelijke gemeenschap van Rome geschonken. Aangemoedigd door de keizerlijke begunstiging van hun godsdienst bouwden de christenen vervolgens een kathedraal die werd gewijd aan Jezus Christus de Verlosser en later ook aan de twee Johannesen, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. De basiliek van de Verlosser werd in 324 ingezegend.

Er lijkt onder historici consensus te bestaan dat ook de naastgelegen doopkapel, tevens bekend als het Lateraans Baptisterium, tijdens de regering van keizer Constantijn werd gebouwd. Mogelijk gebeurde dit tussen 320 en 330, dus de bouw begon iets later dan die van de basiliek. Al snel werd het Lateraans Baptisterium een voorbeeld voor andere doopkapellen in het Romeinse Rijk, bijvoorbeeld voor die in Ravenna. Het is vrij onwaarschijnlijk dat de keizer zelf de opdracht gaf voor de bouw van het baptisterium, maar de bewering dat hij er waardevolle voorwerpen aan schonk – een porfieren doopvont, decoraties van goud en zilver –, is tamelijk plausibel. Het lijkt erop dat het Lateraans Baptisterium ingebouwd werd in een van de ruimtes van een badhuis uit de tweede eeuw, en er is op redelijk overtuigende gronden betoogd dat het bad in deze ruimte al vóór de tijd van Constantijn werd gebruikt om mensen te dopen (door volledige onderdompeling). Het baptisterium dat we tegenwoordig zien, is het resultaat van vele restauraties en verbouwingen door de eeuwen heen. Het is ook niet één gebouw, maar eerder een complex van gebouwen bestaande uit het baptisterium zelf, verschillende kleine kapellen en één grote kapel. De grote is gewijd aan Sint Venantius en dient in de praktijk als parochiekerk.

Portiek met de oorspronkelijke ingang.

In deze bijdrage zal ik de samenstellende delen van het complex bespreken:

  1. Het baptisterium zelf;
  2. De Kapel van Sint Venantius;
  3. De Kapellen van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist;
  4. De Kapellen van Secunda en Rufina en van Cyprianus en Justina.

1. Het baptisterium

Het baptisterium uit de tijd van Constantijn werd waarschijnlijk tijdens een van de twee Plunderingen van Rome in de vijfde eeuw van al zijn waardevolle metalen beroofd. Dit gebeurde ofwel toen de Goten (in 410), ofwel de Vandalen (in 455) de stad innamen en plunderden. De gouden en zilveren beelden die Constantijn zou hebben geschonken zijn in elk geval allang verdwenen. In diezelfde vijfde eeuw werd het baptisterium flink verbouwd. Dit project werd gelanceerd door Paus Sixtus III (432-440) en vervolgens vermoedelijk voortgezet door diens opvolgers Leo de Grote (440-461) en Hilarius (461-468). Een van de wijzigingen die aan Sixtus worden toegeschreven is de toevoeging van een portiek aan de zuidzijde van het baptisterium, dat wil zeggen aan de kant waar de oorspronkelijke ingang van het gebouw zich bevond; tegenwoordig gaat men het gebouw aan de noordkant binnen, maar aanvankelijk was dat de achterkant van het gebouw. Vandaag de dag kan men de portiek met haar grote porfieren zuilen alleen aan de binnenkant bewonderen. Het is helaas niet meer mogelijk om een rondje om het baptisterium heen te lopen; ten zuiden van het complex liggen een privé parkeerterrein en een eigen weg die om de kathedraal heen loopt. De toegang daartoe wordt versperd door een poort.

Interieur van het baptisterium.

Binnen in de portiek liet Paus Anastasius IV (1153-1154) twee kapellen bouwen die momenteel zijn gewijd aan de Heilige Secunda en Rufina en aan de Heilige Cyprianus en Justina. Ik zal deze kapellen hieronder bespreken. In de portiek draaien we ons om en gaan weer het baptisterium zelf binnen. De doopkapel kreeg haar huidige uiterlijk in de zestiende en zeventiende eeuw. De originele koepel uit de Late Oudheid bleek niet meer te repareren. Deze werd in 1540 afgebroken en vervangen. De mozaïekversieringen uit de vijfde eeuw gingen hierbij helaas verloren. Paus Gregorius XIII (1572-1585) liet vervolgens het huidige doopvont plaatsen. Het is gemaakt van groen basalt en dateert vrijwel zeker (deels) uit de Oudheid. Het doopvont werd omgeven door een balustrade. Omdat in deze tijd de doop door onderdompeling al vervangen was door de doop door besprenkeling verving het nieuwe doopvont het veel grotere doopbad uit de Late Oudheid (zie voor een vergelijkbare ontwikkeling het baptisterium in Florence).

In de zeventiende eeuw werden nog meer wijzigingen doorgevoerd, te beginnen met een restauratie die in 1625 werd geïnitieerd door Paus Urbanus VIII (1623-1644). Als onderdeel van het project werden het plafond en de koepel uit de vorige eeuw onder handen genomen en werden fresco’s geschilderd op de muren en op de trommel van de koepel. Deze fresco’s met voorstellingen uit het leven van Constantijn domineren nog altijd het baptisterium. Ze werden uitgevoerd door verschillende kunstenaars onder leiding van Andrea Sacchi (1599-1661). Omstreeks 1648 waren de schilderingen klaar. Het restauratiewerk werd vervolgens voortgezet door de beroemde architect Francesco Borromini (1599-1667). Borromini had al eerder de opdracht gekregen om het interieur van de kathedraal van San Giovanni onder handen te nemen. Later huurde Paus Alexander VII (1655-1667) hem ook in om in het baptisterium te komen werken. Als we buiten het baptisterium staan kunnen we onder de dakrand een fries bewonderen dat door Borromini werd toegevoegd. Onderdeel ervan is het wapen van Paus Alexander, een set bergen met een ster gecombineerd met de eikenboom van de familie Della Rovere (zie Rome: Santa Maria del Popolo).

Constantijns Visioen van het Kruis door Giacinto Gimignani (1606-1681).

Binnen voegde Borromini de kleurrijke marmeren vloer en de marmeren wanden rondom het doopvont toe. Het doopvont heeft een bronzen deksel gemaakt door Ciro Ferri (1634-1689). Aan de ene kant heeft het een voorstelling van de doop van Christus, aan de andere kant van de doop van Constantijn. Men kan de ruimte die door de balustrade wordt omsloten vanaf het noorden en vanaf het zuiden binnengaan. De vloer – i.e. de marmeren vloer van Borromini – is hier bewust lager dan die van de rest van het baptisterium. Hoewel de doop door onderdompeling iets uit het verleden is, is de hele opstelling duidelijk bedoeld om opnieuw de ervaring te creëren van het doopbad uit de Oudheid dat zich hier ooit bevond. In dit ‘bad’ staan twee bronzen herten die daar werden geplaatst tijdens een restauratie waartoe Paus Paulus VI (1963-1978) de opdracht gaf. En hoewel deze herten erg modern zijn, dateren de enorme porfieren zuilen die om de balustrade heen staan uit de tijd van Constantijn, hoewel ze waarschijnlijk niet op hun oorspronkelijke plek staan. De entablature boven de zuilen dateert ook uit de Late Oudheid. Al met al is wat we vandaag de dag zien een interessante mix van oud en nieuw.

Ten slotte nog dit. Het is een hardnekkige mythe dat keizer Constantijn zelf in dit baptisterium werd gedoopt. Dat is gewoon onzin. Hoewel in middeleeuwse christelijke propaganda graag werd beweerd dat de keizer werd gedoopt door Paus Sylvester (zie Rome: Santi Quattro Coronati), is dit verhaal compleet verzonnen. Constantijn gaf inderdaad christenen een voorkeursbehandeling en het is mogelijk dat hij zelf al jarenlang de facto een christen was, maar feit blijft dat hij pas in 337 formeel gedoopt werd, en wel op zijn sterfbed. Deze doop vond niet plaats in Rome, maar in Nicomedia in het huidige Turkije. De priester die het sacrament toediende, was zeker niet de Paus, maar een man genaamd Eusebius van Nicomedia, de aartsbisschop van Constantinopel.

Doopvont.

2. De Kapel van Sint Venantius

De bouw van de Kapel van Sint Venantius wordt doorgaans toegeschreven aan Paus Johannes IV (640-642). Johannes was afkomstig uit Zadar in wat nu Kroatië is en toen Dalmatië heette. Ten tijde van zijn pontificaat bedreigden de heidense Slaven de christelijke kustgemeenschappen in die streek. Daarom bracht Johannes de relikwieën van verschillende christelijke Dalmatiërs over naar Rome. Sint Venantius zou bisschop van Salona (het huidige Split) zijn geweest, maar hij is een tamelijk obscure heilige en we weten niet veel over zijn leven. Paus Johannes lijkt echter te hebben geweten wie hij was en hij liet de kapel aan deze heilige wijden. Aangezien het pontificaat van Johannes nogal kort was, moesten de kapel en vooral de schitterende mozaïeken worden voltooid onder zijn opvolger, Paus Theodorus I (642-649).

Kapel van Sint Venantius.

Persoonlijk beschouw ik de Kapel van Sint Venantius als het hoogtepunt van het complex. De kapel is wat mij betreft mooier dan het baptisterium zelf. De muren zijn vrijwel onversierd, dus de ware schatten van de kapel zijn de mozaïeken op de schelp van de apsis en op de triomfboog. Helaas werd bij een restauratie in 1674 door Carlo Rainaldi (1611-1691) een groot altaarscherm in de kapel geïnstalleerd waardoor het zicht op een deel van het apsismozaïek nu geblokkeerd wordt. Rainaldi verdient zeker een compliment voor het hergebruik van de prachtige marmeren zuilen uit de vijfde eeuw in zijn altaarscherm, maar de beslissing om dit object dusdanig groot te maken dat het feitelijk het zicht onttrekt aan het mozaïek erachter was naar mijn bescheiden mening tamelijk stompzinnig. Onderdeel van het scherm is een afbeelding van de Madonna met het Kind uit de veertiende eeuw die als altaarstuk dient.

Apsismozaïek. Uiterst links en rechts ziet u nog net de Pausen Johannes IV (links) en Theodorus I (rechts).

Neem rustig de tijd om naar de zijkanten van de kapel te lopen en achter het altaarscherm te gluren. Het mozaïek in de schelp toont een grote buste van Jezus Christus in de wolken met aan weerszijden een engel. Met zijn hand geeft Christus zijn zegen. Onder hem is de Maagd Maria afgebeeld met haar armen uitgestrekt in de orans-positie. Links van haar – rechts voor de kijker – staan Petrus, Johannes de Doper, Sint Domnius en Paus Theodorus. Domnius zou een van de eerste bisschoppen van Salona zijn geweest. De kathedraal van het huidige Split in Kroatië is aan hem gewijd. Venantius moet dan ofwel zijn opvolger, ofwel zijn voorganger zijn geweest; dit is verre van helder, maar het doet er eigenlijk ook niet toe. We treffen Venantius aan de andere kant van de Maagd aan. Hij is afgebeeld tussen Paus Johannes IV, die een miniatuurmodel van de kapel vasthoudt, aan de linkerkant, en Johannes de Evangelist en Paulus aan de rechterkant.

Van links naar rechts: Sint Venantius, Johannes de Evangelist, Paulus, de Maagd Maria.

Dalmatische heiligen.

Op de triomfboog zijn verschillende heiligen afgebeeld die ongetwijfeld zeer bekend waren in Dalmatië, maar van wie de namen in Rome waarschijnlijk geen belletje doen rinkelen. De heiligen hebben allemaal een bijschrift, dus u kunt zelf nagaan hoe ze heten. Het bovenste gedeelte van het mozaïek toont de symbolen van de vier evangelisten en de steden Jeruzalem en Bethlehem. De lokale parochie – de Parrocchia dei SS. Salvatore Santi Giovanni Battista ed Evangelista in Laterano – gebruikt tegenwoordig deze kapel, en niet de veel te grote kathedraal, als parochiekerk. Er worden hier ook trouwerijen gehouden.

3. De Kapellen van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist

Het baptisterium heeft twee kleine zijkapellen. Oorspronkelijk waren het er drie, maar de kapel gewijd aan het Heilige Kruis werd in 1587 helaas afgebroken. Overgebleven zijn de kapel gewijd aan Johannes de Doper aan de rechterkant en de kapel gewijd aan Johannes de Evangelist aan de linkerkant. Beide werden tijdens het pontificaat van Paus Hilarius (461-468) gebouwd. Zijn naam wordt vermeld boven de ingangen van beiden kapellen. Zo luidt de Latijnse tekst op de entablature boven de deuren naar de Kapel van Johannes de Doper: HILARVS EPISCOPVS SANCTAE PLEBI DEI.

Kapel van Johannes de Doper.

De Kapel van Johannes de Doper is beroemd vanwege haar bronzen deuren uit de vijfde eeuw. Deze maakten oorspronkelijk een heel speciaal muzikaal geluid als ze werden geopend of gesloten, maar kennelijk was dit geluid verdwenen nadat een bomaanslag van de Maffia in 1993 het hele gebouw op zijn grondvesten had doen schudden. Ik heb het baptisterium de afgelopen jaren tweemaal bezocht en helaas was beide keren de kapel gesloten voor het publiek. Men kan wel door de tralies van het hek naar binnen gluren. Het huidige interieur van de kapel dateert van 1780 en is het resultaat van een verbouwing die werd geleid door Giovanni Battista Ceccarelli. In de kapel staat een bronzen beeld van Johannes de Doper dat werd gemaakt door Luigi Valadier (1726-1785). Zijn zoon Giuseppe Valadier (1762-1839), een architect, geniet wellicht grotere bekendheid (zie Rome: San Lorenzo in Damaso).

Ook de Kapel van Johannes de Evangelist aan de andere kant lijkt gesloten te zijn voor het publiek. Ik kreeg de indruk dat de kapel tegenwoordig wordt gebruikt als sacristie voor de parochie. Binnen zouden een mozaïek uit de vijfde eeuw en zeer oud Cosmatenwerk te zien moeten zijn. Als u een blik werpt op de eerste afbeelding in deze bijdrage, dan kunt u aan de linkerkant de buitenkant van de kapel zien.

4. De Kapellen van Secunda en Rufina en van Cyprianus en Justina

De portiek van Paus Sixtus III uit de vijfde eeuw had aan beide zijden een apsis. Hierboven werd reeds vermeld dat Paus Anastasius IV (1153-1154) deze tot echte kapellen liet ombouwen. Deze kapellen kregen op hun beurt in de zeventiende eeuw een make-over in Barokstijl. Dat gebeurde toen Borromini aan de portiek werkte tijdens een project dat was gelanceerd door Paus Alexander VII (1655-1667). Van de twee kapellen is de Kapel van Sint Cyprianus en Sint Justina de interessantste. Haar vijfde-eeuwse apsismozaïek is grotendeels bewaard gebleven, al zijn delen van het mozaïek door schilderwerk vervangen, wat er een beetje mal uitziet. Het mozaïek toont ons wijnranken, met juwelen bezette kruizen, duiven en een Lam Gods.

Apsismozaïek uit de vijfde eeuw.

De kapel aan de andere kant is gewijd aan Sint Secunda en Sint Rufina, twee lokale martelaren uit de derde eeuw van wie de historiciteit twijfelachtig is. Hun overblijfselen werden hier in 1153 bijgezet. Deze kapel had oorspronkelijk eveneens een apsismozaïek, maar dit ging in de achttiende eeuw verloren. Doorgaans zijn beide kapellen gesloten voor het publiek, maar ik kan niet zeggen dat u daardoor veel mist.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 183;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 251-252;
  • Het baptisterium op Churches of Rome Wiki.

One Comment:

  1. Pingback: Rome: San Giovanni in Fonte – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.